‘Terminator Trilogie’ © Sofie Silbermann

Leestijd 6 — 9 minuten

Terminator Trilogie

FC Bergman

‘O mijn ziel, streeft niet naar onsterfelijkheid, maar put het veld der mogelijkheden uit’ – dit citaat uit de Derde Pythische Ode van de Griekse dichter Pindaros (522-443 v.C.) geldt als motto voor de Terminator Trilogie, de jongste voorstelling van het Antwerpse gezelschap FC Bergman. Pindaros doelt hier op het aloude probleem dat het besef van sterfelijkheid stelt aan elke menselijke handeling: waarom zou de mens een zinvol leven trachten te leiden, wanneer op de achtergrond voortdurend de dood rondwaart? Het hele jonge oeuvre van FC Bergman laat zich lezen als een poging om zich te verhouden tot dat perspectief. Voor FC Bergman schuilt het antwoord op de deterministische vraag in de schoonheid van de menselijke poging om desondanks, tegen beter weten in, zijn lot te bevechten. In het volle besef dat dat lot zich niet laat kneden, dat de speelruimte voor aardse ambities beperkt is en dat elke naïeve poging tot verzet gedoemd is, biedt net de schoonheid van dat falen troost.

Deze poëtica van de eindigheid impliceert dat er een grote urgentie uitgaat van het hier en nu, dat er heftig geleefd en gemaakt moet worden, zonder compromissen. Die urgentie, die de groep uittilt boven het gemiddelde/ gematigde van andere jonge gezelschappen, verklaart waarom Stef Aerts, Matteo Simoni, Thomas Verstraeten, Bart Hollanders, Joé Agemans en Marie Vinck sinds 2007 snel furore hebben gemaakt in theatermiddens. Zowel hun bewerkingen van repertoire (Pinters De thuiskomst in 2008, Het verjaardagsfeest in 2010) als hun grootschalige, veelal woordloze tableaus (De rotsebreker in 2008 en Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is in 2009) maakten in de eerste plaats indruk door hun ongetemde radicaliteit.

FC Bergman tracht theater te denken als een levende happening, uniek en niet-reproduceerbaar. Het doet dat onder meer door te kiezen voor soms quasi-onrealistische grootschaligheid, door het werken met niet-professionelen en door de consequente keuze voor locatie-theater. Zo ook in de jongste voorstelling Terminator Trilogie: bussen brengen de opgewonden toeschouwers naar een parkeerterrein diep in de Antwerpse haven. Neen, geen lapje asfalt zoals naast de plaatselijke Delhaize, maar een weidse, desolaat-grijze vlakte, zo ver het oog reikt. En daar, tegen de horizon – ik wrijf m’n ogen uit om me ervan te vergewissen dat het klopt – zij n mastodontische gebouwen op wandel, of wacht even, bij nader inzien zijn het containerschepen, zo hoog als flatgebouwen, die honderden meters verder statig het dok uitglijden. Futuristisch aandoende hijskranen rijzen op tegen de avondschemering, als in het decor van de apocalyptische Terminator-films van James Cameron waarnaar deze voorstelling vernoemd is – en over de toekomst gaat het in deze voorstelling, in meerdere opzichten.

Tegen de achtergrond van industrie en wereldhandel, kapitalisme en commercie, onstuitbare groei en vooruitgang plaatst FC Bergman de hedonistische cultuur die er zijn afgeleide van is. Uitgestrekt over de asfaltwoestijn staat een burgerlijk salon, kunstmatig opgesteld als in een toonzaal van ikea, maar dan een ikea van enkele decennia geleden. Alle meubelstukken zijn gericht naar het publiek, ze presenteren zichzelf trots als de materiële vertegenwoordigers van een luxueuze, genotzuchtige cultuur. Zo’n vijftig figuranten van alle leeftijden nemen positie in: de genoeglijk inavondkledij uitgedoste mannen en vrouwen kaarten, drinken whisky, spelen piano, gaan bij elkaar op visite en keuvelen onder het genot van een sigaartje, terwijl kinderen vrolijk op de bedden springen. Het tafereel is herkenbaar mondain, maar er is ook iets vreemds mee aan de hand. Elke onderlinge samenhang lijkt te ontbreken. De gasten in dit salon bewegen zich mechanisch door hun decor, niet in staat tot authentiek contact met een ander.

In een steeds sneller tempo wisselen ze van setting en pose, tot de presentatie abrupt afgebroken wordt, de figuranten collectief naar voren treden, buigen en het toneel verlaten – dat wil zeggen: ze lopen langzaam richting einder, om slechts twintig minuten later het uiteinde van het terrein te bereiken. Als all the world a stage is, hebben zij hun rol gespeeld: die van de individualistische, oppervlakkige, door keuzevrijheid dolgedraaide moderne mens.

Wat volgt is een apocalyps, een verbrokkeling en vernietiging van dit zo steriel geworden burgerleven. Het enorme billboard van waarop de iconische heros Arnold Schwarzenegger al de hele tijd het salon overschouwde, valt – een tijdperk wordt afgesloten. Zo vol als de vorige wereld stond, zo leeg is de nieuwe, leeg en schoongespoeld door een industriële reinigingsmachine die wijselijk een schutkring van zeepbellen rond de nieuwe orde legt. Het mensdom moet opnieuw beginnen, het is te zeggen: die ene overgebleven alleman (Stef Aerts), die in zijn plotseling belachelijke kostuumpje wezenloos alle verwezenlijkingen heeft zien verdwijnen waarvan hij dacht dat ze verworvenheden waren. Wat nu? Is de mens vrij om zijn eigen toekomst te bepalen? Of dwingt het verleden hem zichzelf te herhalen?

Elk verhaal heeft zijn wortels in een voorafgaand verhaal: ook in deze Terminator Trilogie is de leegte van een nieuw begin niet vrij van oude verlokkingen. Wezenlijk eenzaam, ontdaan van elke vorm van materiële weelde mag de mens fysiek dan wel terugvallen op zijn instinctieve basisbehoeften, dat betekent niet dat de referenties aan het verleden uit zijn hoofd verdwenen zijn. Ze dienen zich aan deze enkeling aan onder de vorm van geritualiseerde relikwieën. De nieuwe mens versus zijn oude fantasmen: het is een ongelijke strijd. De mens verweert zich als een duivel, maar verliest. Wat rest hem dan een eerloze vanishing act?

Naar aanleiding van hun nakende toetreding tot het Toneelhuis (2013-2016) sprak FC Bergman de wens uit om zo stilletjes aan afgerekend te worden op artistieke merites, in plaats van op het imago van ‘jonge wilde honden’ dat de analyse van hun werk met romantische oprispingen blijft vertroebelen. Desgevraagd is Terminator Trilogie geen volkomen geslaagde voorstelling: tussen een bloedmooie begin- en eindsequens zakt de voorstelling als een pudding in elkaar. Stef Aerts, die op het voortoneel gestalte geeft aan de tegen windmolens vechtende alleman, haalt het onderste uit de kan maar verzuipt in de grootsheid van de locatie en in het gebrek aan een structurele dramaturgie – zijn bij na bovenmenselijk pompen van spelenergie kan die leemte niet vullen. Te zijner verdediging speelt dat hij eigenlijk fungeert als last-minute stand-in, onder meer voor de danser Sam Louwyck, die afhaakte wegens agendaproblemen. De vraag dringt zich op of een danser met een meer gedragen uitstraling zoals Louwyck in de zich voortslepende middensequens het verschil zou hebben gemaakt. Ik denk eerlijk gezegd van niet. Een kwakkelende dramaturgie is, een beetje kort door de bocht gesteld, het euvel waaraan alle woordloze voorstellingen van FC Bergman sinds De rotsebreker (2008) leden, een euvel dat critici, overbluft door de kracht van Bergmans beeldenwaan, tot dusver steeds met de mantel der liefde bedekten. En waaraan dus zal moeten gewerkt worden, wil het gezelschap ook artistiek serieus genomen worden, zoals het beweert. In die zin vertelt Terminator Trilogie niet enkel iets over pogen en falen van de mens, maar ook over de worsteling van FC Bergman zelf. ‘Niet geschoten, altijd mis’, zo afficheerde een Gents kunstencentrum een paar seizoenen geleden zijn avontuurlijke programmatic – het valt te hopen dat FC Bergman blijft schieten, want zelfs hun gemiste doelkansen leveren nog momenten van grote schoonheid op.

www.fcbergman.be

www.toneelhuis.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#130

01.10.2012

30.11.2012

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!