‘tauberbach’ © Chris Van der Burght

Charlotte De Somviele

Leestijd 4 — 7 minuten

tauberbach: Alain Platel / Les ballets C de la B

Het begon met een mailtje. ‘Wil jij met mij een voorstelling maken?’ NTGent­ actrice Elsie de Brauw droomde er al jaren van om eens deel uit te maken van het wondere universum van Alain Platel. De Gentse regisseur, die eerder met niet-professionele dansers samen­werkte en De Brauws werk op de voet volgt, twijfelde niet lang. Het was een uitgelezen moment om aan de slag te gaan met materiaal waarop hij al langer broedde: de documentaire Estamira van de Braziliaanse cineast Marcos Prado bijvoorbeeld, waarin een schizofrene vrouw vertelt over haar leven op een vuilnisbelt; en Tauber Bach, een reeks Bachcantates die op vraag van de Poolse kunstenaar Artur Zmijewski werd inge­zongen door een dovenkoor. Schoon­heid met een hoekje af, het is Platels sig­natuur. tauberbach bouwt dan ook verder op het muzikale bewegingsonderzoek naar zijn  zogenaamde ‘bastaarddans’ dat eerder ook vsprs (2006), Nine Finger (2007), pitié! (2008), Out of Context-for Pina (2010) en C(H)OEURS (2012) opleverde.

Het resultaat is deze keer een even universeel als actueel passiespel over menselijke waardigheid in een on­menselijke wereld. Want vrolijk is de setting van tauberbach niet. De scène ligt bezaaid met afgedragen kledingstuk­ken, zoemende muggen suggereren een ondraaglijke hitte en meteen beetje fantasie prikt de geur van rottend vlees in je neusgaten. Dit is het duistere hart van onze consumptiesamenleving die maar blind blijft produceren zonder achterom te kijken. Onachtzaam gooit ze niet alleen materiaal weg, maar in het kielzog daarvan ook mensen zoals Estamira waarop De Brauws personage is geïnspireerd. Deze vrouw heeft zelf de keuze gemaakt om zich uit de samenleving terug te trekken en op de ‘berg van onverschilligheid’ een nieuw bestaan op te bouwen. De vraag is ech­ter of haar verzet binnen de gevestigde orde getolereerd zou worden zonder een onschadelijk makend etiket als ‘gees­tesziek’ op haar voorhoofd. Het maakt Estamira slachtoffer van een systeem maar tegelijkertijd ook icoon van een mogelijke revolutie.

In plaats van verschoppelingen zoals Estamira te verbannen naar een van de vele vergeetputten die een maatschap­ pij rijk is, zet Platel ze in de spotlights, om zo ons mensbeeld open te trekken en tot een gedeelde essentie te komen.

Daarmee bewijst hij opnieuw de Vlaam­ se erfgenaam te zijn van wijlen Pina Bausch, die in tauberbach door danser Romeu Runa in een zwart avondkleed even tot leven wordt gewekt. Zwervend over de vuiligheid vecht Estamira de strijd uit met haar demonen, in het Engels, dan weer in het Portugees of in een zelfgemaakt brabbeltaaltje. De Brauws onaffe zinnen zijn aanvankelijk slechts echo’s in de leegte, af en toe worden ze becommentarieerd door een voice-over. Het klinkt als de oordelende stem van God, van het maatschappe­lijke systeem dat de zwakke luizen uit zijn pels wil schudden maar evenzeer als de stem van de vele dubbelgangers in Estamira’s hoofd. De vijf dansers die uit de kledinghoop tevoorschijn springen, klampen zich als hongerige hyena’s aan haar vast. Ze stropen Estamira’s jurkje af, duwen haar ontredderd in een kruiwagen en jagen haar de daver op het lijf. Wreedheid verpakt in een kinderspelletje. Zoals wel vaker bij Platel schuiltde waarheid echter in de mond van de eenzame zot: ‘I don’t agree with life’. Onder de waanzin die door De Brauw met ingetogen kracht wordt neergezet, tekent zich een reine mens af die de absurditeit van het systeem maar al te goed begrijpt. Een mens die bovenal vrouw wil zijn, die kleding­stukken onder haar jasje verstopt totdat er een opbollend buikje ontstaat, die wil dansen, liefhebben en leven. Langzaam worden de dansers bondgenoten in Estamira’s overlevingsstrijd en nemen ze haar op sleeptouw doorheen een kinderlijke ontdekkingstocht – ze spreken tenslotte dezelfde taal. De Brauws woorden zijn even hortend en stotend als de bewegingen van deze goddelijke duivels die hun lichamen in alle mogelijke bochten wringen om hun seksuele instincten uit te leven. Met esthetiek heeft deze intussen vertrouwde ‘spastische’ dans van Platel niks meer te maken, met (de onmogelijkheid van) expressie des te meer.

Voor de performers moet het elke avond diep graven zijn naar een lichamelijke intensiteit waarmee ze anderhalf uur kunnen vertellen zonder woorden. En daar durft het schoentje al eens te wringen. Platels bewegingstaal is die van de ziel, niet van het intellect. Als die taal niet vanuit een innerlijke diepte komt, blijft de vuurpijl naar het hart van de toeschouwer ergens in het onbestemde hangen. En veel andere lezingen dan een emotionele laat het materiaal niet toe: het raakt je of het raakt je niet. Helaas weten alleen De Brauw en Runa door hun uitzonderlijke présence die leemte te overstijgen. Met zijn plooibare lichaam transformeert Runa van een verwonderd kind in een opgehitst dier, van een waanzinnige in een kwetsbare mens. Zij bereikt hetzelfde effect met haar sputterende taal die ijl, dan weer monsterlijk klinkt. De naïeve levensvreugde die Runa uitstraalt wanneer hij in een rode doek als een vlinder over de scene zweeft, is om duimen en vingers bij af te likken. Zo ontwapenend kan danstheater zijn. De andere vier dansers krijgen mooie solo’s, maar verdwijnen te vaak op de achtergrond om complexe figuren neer te zetten waarin je je kan verdiepen. tauberbach vertelt bovendien niet zozeer een verhaal, maar kruipt in het hoofd van Estamira en vergroot haar gemoedstoestand uit. Dat levert bij momenten pure poëzie op met een vleugje anarchie, maar nekt soms ook de dynamiek van de voorstelling.

De keerzijde van gedeeld lijden is gedeelde hoop en die weet Platel als geen ander te verbeelden. De verlossing zit in de sobere eenvoud van de manier waarop iemand een regendruppel imiteert of zijn vingerkootjes laat kraken in de micro­foon. Ook de composities van Bach, die louter om hun emotionele kracht worden ingezet, zorgen voor een prachtig con­trast. De scènes waarin De Brauw en de dansers zachtjes een aria van Mozart of koralen van Bach zingen zijn van een abrupte maar troostende schoonheid. Hoe kortstondig ook, het zijn deze ‘vonkjes’ die je de moed geven om door te gaan.

Platel toont in tauberbach letterlijk een uitweg uit het lijden: die van de muziek, de verbeelding en het samenzijn. ‘Burn it all’ schreeuwt Estamira aan het einde uit wanneer haar demonen haar weer te pakken hebben. Ongemerkt transformeert het aanblazen van een denkbeel­dige vlammenzee in een groepsdans die met de handen naar de hemel het leven viert. tauberbach is een ode aan de mens en aan wat we allemaal delen: de hoop dat het beste nog moet komen.

www.lesballetscdela.be

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#137

15.06.2014

14.09.2014

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele is als onderwijsassistente verbonden aan de vakgroep Visual Poetics (UAntwerpen). Ze schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is lid van de kleine redactie van Etcetera. 

recensie