© Les Cris de Paris / Mandorle productions

Leestijd 3 — 6 minuten

t u m u l u s – François Chaignaud & Geoffroy Jourdain

Dansen op het graf

Met dit transhistorische en inclusieve ritueel zet François Chaignaud een belangrijke stap in zijn groeiende oeuvre. Toch krijgt het samenspel van zang en dans na verloop van tijd iets voorspelbaars.

Het opzet van t u m u l u s, de nieuwe voorstelling van de Franse choreograaf en performer François Chaignaud, dit keer in samenwerking met de experimentele dirigent Geoffroy Jourdain, lijkt eenvoudig. Op scène staat een grote heuvel centraal, een groep zangers-dansers beweegt rond deze heuvel en zingt geregeld een stuk polyfone muziek. De heuvel in kwestie is evenwel geen gewone glooiing op de theaterscène; de titel t u m u l u s verwijst naar de grafheuvels die in verschillende culturen doorheen de geschiedenis de laatste verblijfplaats voor de overledenen werden. Grafheuvels zijn bijzondere plekken: ze maken deel uit van het landschap, met de dood onder de zoden en het leven erop en errond.

De voorstelling maakt ook gretig gebruik van de tumulus als grensgebied waar de performers nu eens als in een processie lijken te rouwen om de dood, en dan weer in een parade het leven vieren. Hun rondcirkelende dansen met poses die doen denken aan vazen uit de klassieke oudheid, worden telkens weer traag opgebouwd. De groep verzamelt zich, en zwengelt de stemmen en lichamen in gang door klopjes op de elkaars schouders, samen ademen, of het stelselmatig opbouwen van instrumentele of gezongen stukken.

Queer ensemble

Ook de manier waarop de polyfone liederen gezongen worden is complexer dan op het eerste zicht lijkt: ze worden niet alleen op gefragmenteerde wijze ingezet, maar ook uitgerekt, uitgedund of aangedikt. Een afgelopen lied kan nog blijven weerklinken ook al lijkt de bestaande compositie afgelopen en soms lopen de liederen door elkaar of worden ze afwisselend door andere groepjes gezongen. Deze bewerkingen en ingrepen in de muziek maken dat het zingen vooral ‘samen zingen’ wordt. De polyfonie draait niet zozeer om de complexiteit van de compositie die zo juist mogelijk uitgevoerd dient te worden – wat overigens ook gebeurt – maar vooral om de meerstemmige praktijk van het samen zingen als motor voor inclusie. t u m u l u s presenteert zo een bonte gemeenschap die zowel het leven als de dood omarmt. De genderfluïde kostuums, die net zoals de muziek refereren aan Middeleeuwse en Renaissance stijlen (denk aan de gepofte kragen, korsetten, ridder-achtige kappen voor schenen en dijen, maar dan in hippe kleuren en stoffen), trekken die transhistorische en inclusieve lijn door.

De inzet van t u m u l u s is boeiend en brengt verschillende maatschappelijke noden samen. In tijden van pandemieën en politiek en economisch geweld, komt de dood opnieuw centraal te staan en is er nood aan nieuwe verhalen en verbeelding omtrent het levenseinde. Chaignaud en Jourdain brengen oudere elementen terug, en maken er een nieuwe, hedendaagse cocktail van. Bovendien laten ze zich niet overweldigen door de dood, en laten ze ze ‘gewoon’ deel zijn van het leven.

Choreografische mogelijkheden en beperkingen

Dat de groep performers zich vooral doorheen de kostuums presenteert als een queer ensemble speelt dan weer in op het verlangen naar inclusieve rituelen. Rond deze grafheuvel brengt Chaignaud zo verschillende elementen uit vorige voorstellingen samen: een fascinatie voor rituelen, stemgebruik, historisch materiaal, fluïde lichamen en licht utopische gemeenschappen. In zijn snel groeiende oeuvre kan je t u m u l u s daarom inhoudelijk een belangrijke stap noemen.

Echter, eens de code geïnstalleerd is, wordt het wel wat voorspelbaar. Choreografisch creëert de heuvel mogelijkheden, maar ook beperkingen. Je kan rond, over, voor, achter en door de berg, en dan kan je nog variëren tussen klauteren, glijden, rollen, paraderen, maar door al deze opties daadwerkelijk te gebruiken, raken ze ook uitgeput. De choreografie heeft last van dezelfde dynamiek: de rondedans, de processie en de parade bieden maar zoveel mogelijkheden en eens ze uitgeput zijn, dreigt de herhaling. De momenten waarop er gezongen wordt, zijn sterk, maar doordat er telkens lange stiltes tussen de liederen gelaten worden, wordt er niet echt iets opgebouwd. Het gevolg is dat hoewel de voorstelling esthetisch zeker aanspreekt, ze niet echt aangrijpt. Hoe mooi het ook allemaal is, het blijft een beetje op scène hangen. Het is kijken naar een ritueel, zonder uitgenodigd worden er deel van uit te maken.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!