Pieter T’Jonck

Leestijd 6 — 9 minuten

Superamas – Vive l’ Armée

Vive l’ Armée van Superamas begint zoals je dat verwacht van een Superamas-voorstelling: mooie vrouwen die over het podium paraderen tijdens een of ander ‘event’, dat overduidelijk enkel dient om de media beelden te leveren van een vrolijk en opwindend leventje vol volkomen voorspelbare ‘verrassingen’. De fantasie van een geslaagd publiek leven aan gene zijde van de realiteit. Vrouwen als exponent van dat onwaarschijnlijke, onzinnige, maar net daarom zo verleidelijke fantasma. Als je het kan filmen moet zo’n gewichtsloos leven ook ergens echt bestaan, niet? Dus valt het ook na te streven en te bereiken.

Gehoorzamen, of niet?

Vive l’ Armée van Superamas begint zoals je dat verwacht van een Superamas-voorstelling: mooie vrouwen die over het podium paraderen tijdens een of ander ‘event’, dat overduidelijk enkel dient om de media beelden te leveren van een vrolijk en opwindend leventje vol volkomen voorspelbare ‘verrassingen’. De fantasie van een geslaagd publiek leven aan gene zijde van de realiteit. Vrouwen als exponent van dat onwaarschijnlijke, onzinnige, maar net daarom zo verleidelijke fantasma. Als je het kan filmen moet zo’n gewichtsloos leven ook ergens echt bestaan, niet? Dus valt het ook na te streven en te bereiken.

In Vive l’ Armée is het ‘event’ een lichtjes controversiële – maar net daarin voorspelbare modeshow, geïnspireerd op legeruitrustingen, wapens en de nationale (Franse) vlag. Drie modellen zwaaien met mitrailleurs, dragen mannelijk aandoend ondergoed, rode handschoenen en helmen of zijn gehuld in goudkleurige isolatiefolies. Dat alles onder het toeziend oog van Eugène Delacroix’ ‘La liberté guidant le peuple’. De borsten van de modellen zijn dan wel niet zo bloot als die van ‘la liberté’ , maar accessoires vergroten ze soms wel dramatisch uit. Ze steken diagonaal het podium over in het felle licht van een schijnwerper, dralen even, keren elegant rond en verdwijnen. Tot zover geen onbekende ‘verrassingen’. Het loopt wel even, heel even, fout als Teresa Acevedo plots in huilen uitbarst op het einde van haar loopje. But the show goes on.

Wie in de show een parodie zag op het werk van Jean-Paul Gaultier, de eerste ‘créateur’ die ondergoed tot kledij promoveerde, krijgt meteen gelijk. Gaultier komt het publiek na afloop van het défilé bedanken voor de aandacht voor ‘Vive l’ Armée’, zijn nieuwe collectie. Meer ‘verrassingen’ volgen elkaar nu in hoog tempo op: Bernard Arnault, voorzitter van de LVHM groep en zijn vrouw Hélène (Agata Maskiewicz) komen de modeontwerper persoonlijk feliciteren. Twee leden van Kiss, die zich ondanks hun drukke bezigheden toch even konden vrijmaken, luisteren het eerbetoon op.

Gaultier houdt daarop een larmoyante rede over vrijheid als de mogelijkheid tot zelfexpressie. Arnault vult fijntjes aan dat vrijheid ook rijkdom en welvaart betekent. Dat alles in het teken van de onbaatzuchtige liefde tussen mensen natuurlijk, zoals die bij uitstek tot uitdrukking komt in de liefde tussen ouders en hun kinderen. Reden genoeg om even Gaultiers dochter Lou via een skypeverbinding te laten opdraven – ze kon er jammer genoeg niet bij zijn door haar drukke carrière. Maar een liefdesliedje, waar vader en dochter dierbare herinneringen aan hebben, dat kan er wel af.

Het is allemaal zo amusant en herkenbaar dat je, als je even niet goed oplet, bijna over het hoofd ziet hoe Superamas hier een opvatting over ‘vrijheid’ fileert die teert op de grote waarden van de Franse revolutie (zie Delacroix), maar feitelijk een quasi reactionaire neo-ideologie propageert, een onwaarschijnlijk amalgaam van ‘klassieke’ familiewaarden’, economisch hyperliberalisme en onbeperkt ‘jezelf zijn’. Dat alles gegarandeerd door het leger dat beschermt tegen de achterlijken die ons die grote verworvenheden benijden of willen ontnemen.

Die achterlijken komen meteen in beeld bij een plotse overval door twee van de modellen. Dat is ook de eerste keer dat er iets werkelijk onverwachts gebeurt – ook binnen een regime van permanente dreiging schrikt een overval ons op. De modellen blijken agenten van een actiegroep die het herstel eist van een aantal fundamentele burgerlijke vrijheden. Ze claimen dat Frankrijk zijn grenzen weer opent, terug lid wordt van de EU, en alle beperkingen op vrije meningsuiting en ronduit racistische maatregelen tegen moslims opheft. Versta: dit speelt zich af na april 2017, als een Marine Le Pen de verkiezingen gewonnen heeft. Ze vormde Frankrijk duidelijk om tot een politiestaat à la Erdogan: de grofste vuilspuiterij en het meest ongegeneerde winstbejag mogen in diens islamitische heilstaat, zolang ze niet raken aan de ideologie van ongebreideld liberalisme cum obligaat traditionalisme.

Dit scenario lijkt een constante in het oeuvre van Superamas te herhalen: pret en amusement worden gevolgd door onverwacht en absurd geweld. Elk deel van de Big-trilogie kende zo zijn moment van redeloos geweld dat de droom van consumptieve zelfontdekking en economische verrijking van de protagonisten wreed verstoorde.  Die disrupties stonden in de trilogie voor de plotse terugkeer van het verdrongen besef dat de droom van een geslaagd en gelukkig leven een onhoudbare en absurde illusie is als het steunt op narcistische identificaties met waren. Het geringste probleem wordt een catastrofe die de droom laat ontploffen. Aanslagen en rampen waren in de trilogie de detonators voor een analyse van (de mediastrategie van) de laatkapitalistische consumptiesamenleving.

‘Vive l’ Armée’ keert de logica echter volledig om. Hier is de aanslag een uiting van het reële, en wanhopige protest van volstrekt onschadelijke, om niet te zeggen weerloze, enkelingen tegenover een ideologisch apparaat dat elke weigering om mee te spelen in haar mooie droom genadeloos afstraft. Je mag jezelf ontdekken, je mag centen verdienen, en vooruit, je mag ook al eens uit de band springen, maar stel geen vragen. Het is het failliet van de verlichting. We zullen weer gehoorzamen. De enige troost is dat ‘the powers that be’ die plicht zo aangenaam mogelijk maken.

Om vooruit te lopen op het einde van het stuk: de twee ‘terroristen’, zoals het inderhaast opgetrommelde leger ze meteen op instigatie van de president noemt, worden genadeloos afgemaakt, ook al is van meet af aan duidelijk dat hun wapens speelgoedtuig zijn waarmee je geen mug kwaad kan doen. De onevenredig zware vergelding is echter een order van de presidente, die ‘een voorbeeld wil stellen’.  De knoop van dit quasi choreografisch verbeelde verhaal, een nachtmerrieachtige verdubbeling van de eerdere modeshow, zit in de discussie tussen de ‘onderhandelaar’ en de ‘leider’ van de militaire operatie. De eerste wil de terroristen nog een veilige uitweg bieden, de tweede wil ze dood. Niet uit persoonlijke overtuiging maar omdat hem dat zo bevolen is. Want een militair gehoorzaamt.

Gehoorzamen: het is de centrale kwestie van dit werk. Die wordt ook op een andere, intuïtieve, en dramaturgisch op het eerste gezicht nogal wankele manier aangesneden. Zonder veel overgang switcht de voorstelling na de modeshow en de overval naar beelden van de loopgraven uit Stanley Kubricks ‘Paths of glory’, de film waarin Kirk Douglas als Kolonel Dax in de clinch gaat met zijn corrupte oversten die hun eigen falen proberen te verbergen achter draconische tuchtmaatregelen. Meteen daarop volgt een filmfragment waarin de Belgisch-Canadese historicus Jacques Pauwels uitlegt dat WO I een klassenoorlog was, geen patriottische strijd. Een gedachte die hij moeiteloos doortrekt naar de huidige strijd in Syrië.

Superamas stapt daarmee in het spoor van een auteur als Naomi Klein die in ‘The shock doctrine’ haarfijn uiteenzette hoe militaire knevelarij het instrument was van een economische strategie waar de massa’s tegen hun wil aan onderworpen werden. Klein heeft het dan over de gevolgen van Milton Friedmans gedachtengoed vanaf de jaren 1970, maar de parallel met de belangen die speelden in WO I zijn niet ver te zoeken.

Zo komt de ideologische framing van de deugd van de gehoorzaamheid in zicht. Niet enkel in militaire, maar in opvoedkundige zin. Wat deze ‘Vive l’ Armée’ buitengewoon interessant, en bij wijlen ontroerend maakt, is dat Superamas workshops rond WO I organiseerde met scholieren van de middelbare school uit de streek van Amiens. Precies de streek waar enkele van de meest gruwelijke veldslagen uit WO I plaatsvonden. Ook ‘Paths of glory’  speelt zich hier af. Diverse filmfragmenten tonen momenten uit die workshops, laten scholieren aan het woord en tonen hun ‘reenactments’ van de veldslagen. (Ze maakten zelf ook heel wat, soms erg gevatte, kortfilms over het thema onder begeleiding van Superamas).

Wie nu vermoedt dat de workshops een training in weerbaarheid van jonge mensen, of een filippica tegen het leger waren, komt van een kale reis terug. De inzet ervan was vooral dat de jongelui zouden nadenken over (al dan niet ideologische) mechanismen die spelen in menselijke verhoudingen. In een nog gewaagdere intuïtieve sprong organiseerde Superamas namelijk ook een workshop rond de uitvoering van Stravinsky’s ‘Sacre du printemps’ door Leonard Bernstein, het werk waarvan beweerd wordt dat het WO I zou aangekondigd hebben. In de workshops ging het echter om de kwestie van de autoriteit van de dirigent: je hoort Bernsteins instructies terwijl de scholieren zijn orkest spelen. Wat betekent autoriteit daar, en waarom gehoorzaam je dan?

Het resultaat was wel dat vele scholieren behoorlijk uit hun lood geslagen waren door de vragen die op hen afkwamen. De kwestie van WO I begon immers onvermijdelijk te resoneren met de  ‘oorlog tegen het terrorisme’  die premier Manuel Valls vorig jaar (dus wel heel laat na George W. Bush) afkondigde na de aanslagen in Parijs. Meteen werd het voor de scholieren de vraag wie naar wie te luisteren had in zo’n oorlog die geen oorlog is. En waarin wat rechtmatig is nog moeilijk te onderscheiden valt van wat pure ideologie en machtswillekeur is. Waarmee we terug zijn bij het basisverhaal van de voorstelling. Ze worstelden verschrikkelijk met die vragen, die niemand hen ooit eerder stelde zonder er meteen het antwoord bij te geven. Het contrast tussen hun authentieke verwarring en het theater van macht en geld dat Superamas eerst ensceneerde was bijna choquant.

Na de tweede voorstelling in Amiens was er een nagesprek waarbij heel wat van die scholieren en hun leraars aanwezig waren. Een zwart meisje naast mij, dat ook figureerde in de films, zat op het puntje van haar stoel. Ze was duidelijk gegrepen door de kwesties die het stuk opwerpt. Je zag de vragen razen door haar hoofd, en ze nam finaal ook het woord om haar inzichten en vragen te ventileren. Op het einde van het nagesprek, aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, vroeg een leerling of Superamas daar niet mee zat. Nou, nee, antwoordden ze. Wisten ze veel dat de volgende dag wel heel ontnuchterend zou zijn. En dan moeten de Franse presidentsverkiezingen nog komen.

Gezien op het NEXT-festival in Kortrijk, november 2016. Nog te zien in Kaaitheater op 19 en 20 januari 2017.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis. Hij richtte recensieplatform Pzazz op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!