“Verkommenes Ufer Medeamaterial Landschaft mit Argonauten” – Regie Anne Teresa De Keersmaeker – Foto Herman Sorgeloos

Leestijd 6 — 9 minuten

Stuttgart: Theater der Welt

KRONIEK – THEATER MÓÉT DAAR NOG

De vergelijking tussen theater en voetbal is zeer beproefd en slaat meestal nergens op; ter gelegenheid van het vierde Theater der Welt festival zullen we ze nog maar eens berijden.

Niet omdat ex-Anderlecht-trainer Arie Haan Stuttgart zal aanvoeren en hier gelijktijdig aankwam, hoewel de bedragen die in Duitsland bij regisseurstransfers betaald worden vergelijkbaar zijn met die in de sport, of omdat de sponsors zo opvallend in het festivalbeeld aanwezig waren (rokers konden hier een aardige hoeveelheid gratis pakjes M. inslaan), wel ter wille van de opkomst en de respons van het publiek. Zelden zag ik zo’n wild enthousiaste menigte op de tribunes. Een voorstelling met drie of vier applausronden kon als matig beschouwd worden, bijna normaal was een daverend geklap en luidkeels gejubel. Vond men het echt goed dan was er geen houden aan: het handgeklap werd overstemd door oorverdovend voetenwerk, de rondjes bleven duren, bloemen werden aan de spelers gegeven en in de zaal geworpen, nog meer trappelen, nog meer juichen. De zalen (en een Kammertheater of Kleines Haus in Duitsland zijn naar onze normen reeds groot) zaten altijd afgeladen vol, de meeste voorstellingen waren weken op voorhand uitverkocht. Wie twijfelt of theaterfestivals vandaag nog zinvol zijn, kon hier meemaken dat ze vooral een niet te onderschatten publieksfunctie hebben: er wordt een enorme hoeveelheid mensen aangesproken die misschien anders niet naar theater gaan. Of ze daarmee blijvend de smaak te pakken hebben is een andere zaak. Dit festival was in elk geval responsgemeten een enorm succes.

Het Theater der Welt is een Duitse versie van het internationale Theater der Nationen: het wordt ook georganiseerd door het ITI (Internationaal Theaterinstituut), m.n. door de Westduitse afdeling, en het is ook een reizend festival dat tweejaarlijks in een andere stad opgezet wordt. Het ITI-verband blijkt ook uit de opzet: het samenbrengen van theater uit zeer verschillende culturen en werelddelen vanuit de Unesco-overtuiging dat culturele openheid bijdraagt tot de wereldvrede. Typisch in dat verband was de Russische vertegenwoordiging die aangekondigd werd in het teken van glasnost en verbroedering: “Es taut. Drei Stücke aus die Sowjetunion”. Verder waren er groepen uit Hongarije, Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Engeland, Japan, Italië, Duitsland, Frankrijk en België. Een rijke affiche, een zeer aanlokkelijk aanbod, maar als je nauwkeuriger toekijkt blijkt dat we in België zeer verwend worden: bijna alle groepen zijn al langs België gepasseerd, recent (b.v. Suzuki Company of Toga, Peter Sellars) of in het verleden (o.a. George Coates, Grupo de Teatro Macunaima, Grips Theater Berlin, Sosta Palmizi). Onze organisaties doen hun werk blijkbaar goed.

Interessant was dat voor het eerst een aantal groepen van de ideologische “overkant” te zien waren. En revelerend is dat theatraal Moskou of Budapest veel en veel dichter bij ons staan dan b.v. Brazilië. Het Studio Theater van Moskou voerde een typische klucht op, genre Tante van Charlie komiek, met gechargeerde typologie, “pointes” die uit Rusland worden getelefoneerd, mannen in travestie, e.d.m. Het publiek amuseerde zich kostelijk en voor “Mein Gott” en “Scheisse” ging men plat. Het Hongaarse Katona Jószef theater is dan weer vergelijkbaar met onze repertoiregezelschappen in een zeer klassieke en gave versie van Tsjechows Drie zusters. Klassiek omdat gekozen werd voor een psychologisch realistische speelstijl: alle personages krijgen een psychologische motivering mee waarin alle handelingen en talig gedrag ingebed worden. Gaaf omdat psychologisch grondkarakter en emotionele schakering uiterst subtiel getekend worden, gebruik makend van de ruimte, lichamen en stemmen. Het is prachtig hoe b.v. in het eerste bedrijf waar uitgelaten vrolijkheid en verliefdheid heersen, de sfeer, de relaties tussen de personages, de emotionele kleuring weergegeven worden in gebaren, blikken, verplaatsingen in de ruimte, hoe wisselende dialogen en dialoogpartners gecombineerd worden, hoe de aandacht van de toeschouwer verstrooid wordt over de verschillende gespreksmomenten. Vooral mooi is hoe de personages die niet aan de gespreksactie deelnemen een niet-talig leven blijven leiden. Vernieuwend is deze produktie niet: niet voor de Tsjechow-interpretatie, noch voor de theatertaal. Regisseur Tamas Ascher legt wel eigen accenten (b.v. in de sfeercontrasten tussen de verschillende bedrijven) maar de gebruikte middelen zijn rechtstreeks ontleend aan een Stanislawski-gerichte acteermethode die opgetild wordt voorbij een uitgesleten conventionaliteit. De gave kracht van deze produktie ligt dan ook volledig op het acteervlak en in de acteursregie; het naturalistisch decor b.v. is een ongelooflijke constructie van aan mekaar getimmerde met dikke verf overschilderde planken, geleend van een slecht bij kas zittend amateurgezelschap. Het is dan ook de vraag waarom deze produktie in het kader van een theatervernieuwend festival als het Kaaitheater uitgenodigd wordt, tenzij men een voorbeeld wil stellen aan onze repertoiregezelschappen hoe er overtuigend klassiek theater kan gespeeld worden.

Een ander zwaartepunt in de programmatie was de aanwezigheid van de Oostduitse auteur Heiner Müller, vooral via zijn Amerikaanse tegenvoeter Bob Wilson. Sinds de samenwerking aan het Civil Wars project (zie Etcetera 6) lijkt Wilson een bestendige Mülleropdracht gekregen te hebben: in Alkestis verwerkte hij het stuk Bildbeschreibung, hij regisseerde in New York en Hamburg Die Hamletmaschine, Müller werd gevraagd door Wilson voor medewerking aan Death, Destruction and Detroit, deel 2, aan de Berlijnse Schaubühne maar haakte af. In het kader van dit festival regisseerde Wilson Quartett en daarvoor werd hem een prachtig klein hoftheater in een naburig kasteel ter beschikking gesteld, een ruimte die perfect aansluit bij de sfeer van dit stuk waarin twee aristocratische personages, weggelopen uit Laclos’ erotische briefroman Les Liaisons Dangereuses mekaar van louter liefde willen vermoorden. Wilson laat Quartett formeel aanknopen bij zijn enscenering van Die Hamletmaschine: opnieuw staan tafel en stoelen centraal, opnieuw wordt een personage door verschillende acteurs gespeeld. In de ruimtelijke schikking is dat van een pijnlijk perfecte schoonheid, opvallend door eenvoud: een vierkant speelvlak diagonaal doorsneden door een doorzichtig gaasgordijn, enkel gevuld met lichaam en een voortdurend wilsonnende belichting. De ontdubbeling van de rollen geeft Wilson meer visuele mogelijkheden, hij kan spelen met spiegelscènes en visuele echo’s, maar het maakt de relatie tussen Valmont en Merteuil abstracter. Het is een gestileerd zeer mooi gevecht, af en toe wordt er gechargeerd naar het komische, maar het haalt nooit dezelfde (erotische) spanning als Sam Bogaerts’ Kwartet.

Anne Teresa De Keersmaeker gaat met de teksten van Müller pal de andere kant uit: niet speels, gestileerd, komisch en beeldrijk maar hard, agressief en arm. In Verkommenes Ufer Medeamaterial Landschaft mit Argonauten ensceneert ze eigenlijk de thematiek van Quartett: het wanhopige gevecht tussen de man en de vrouw met de voedster als “middenfiguur” die het gedoe gadeslaat, af en toe voor afkoeling zorgt met een helse windmachine en uiteindelijk de twee aan hun lot overlaat. Als scenisch resultaat van een zeer compacte rijk poëtische tekst is dit wat mager, zeker wanneer de tekst op citeerniveau gebracht is. Men speelt Müllers tekst in het Duits. Hier situeert zich m.i. het probleem van deze produktie: door de tekst in het Duits te spelen liep ze op de première in Utrecht verloren. In Stuttgart was Medea ter wille van de akoestiek gewoon afwezig. De tekst krijgt geen gestalte, noch sonoor, noch visueel: er gebeurt zeer weinig in de breed uitgerokken bijna lege ruimte. De Keersmaeker schrikt terug voor duidelijke tekens, dus verstopt ze ze in de hoop dat de toeschouwer ze ziet en niet ziet. De kleertjes van Medea’s kinderen liggen half verdoken op klapstoeltjes, Medea schrijft op een blad nauwelijks leesbaar “Fromm’s Act” (het programmaboek van de Bochumse Uraufführung, 10p. tekst, 482p. woordverklaring, bronvermelding, intertekstualiteit, verklaart: “condoom van de firma Fromm”), op een filmpje nauwelijks zichtbaar mensen die door een sneeuwlandschap trekken. Enig dominant beeld: Media geeft een aardappelmes aan Jason die de voedster leert hoe frietjes te maken wat resulteert in een groeiende berg Belgische kost. Terwijl GaulloiseJason en CarmenBarbieMedea hun echtelijke ruzie uitvechten met veel geschuifel langs de achterwand en de klassieke aantrekkings-afstotings-scène, zit ik nog op de frietjesberg te broeden: de anekdotiek van dit simpel gewas steekt af tegen Müllers pathetiek, zeker; of kun je met dezelfde adem waarmee Müller de Argonauten als de eerste kolonisators noemt de frietmachine als voorbode van een oprukkende beschaving zien? Of vallen de Belgische frietjes eerder te paren aan de Oostduitse condooms?

Ook in Stuttgart reageerde het publiek erg koel op deze koude Medea. Voor het prachtige Bartók/Aantekeningen daarentegen stormde het. Het nemen van artistieke risico’s is een plicht, het mislukken een recht.

Vermeldenswaard ten slotte is nog de Braziliaanse regisseur Antunes Filhó die met plaatselijke mythologische stof en een stel aanstekelijke vitale acteurs theater maakt dat het midden houdt tussen middeleeuwse processie (met eenvoudige maar prachtige beeldformaties) en het episch theater. Bij C’est dimanche van Jérôme Deschamps zakte het publiek bijna door de tribune van het lachen en het applaus (36 keer op 70 min.) en de visuele humor haalde het bijlange na niet van die van Radeis. De Amerikaanse Mark Morris Dance Group was al even geliefd met zijn sprankelende lichtvoetige balletten al vind ik het merkwaardig dat operadirecteur Gerard Mortier belangstelling heeft voor dit cocacolaballet. Hoe valt dit te combineren met nouvelle cuisine en Duitse degelijkheid? Peter Sellars daarentegen, die met Ajax te gast was bij Mortier, bevestigde zijn talent: zijn operaregie van Cosi fan Tutte was het artistieke hoogtepunt van dit festival.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#19

15.09.1987

14.12.1987

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!