Dirk Verstockt

Leestijd 3 — 6 minuten

Stukken I en II

Oud Huis Stekelbees, Gent

Oud Huis Stekelbees kondigde Stukken aan als een parade van artiesten waarmee het huis een artistiek liaison wil aangaan. De artiesten worden beschouwd als verwanten in het zoeken naar communicatie buiten de taal om. En dat resulteerde in twee voorstellingen.

In Stukken I werkten Peter Zegveld, Nederlands performer-plastisch kunstenaar, samen met Ryszard Turbiasz, Belgische Pool met doctoraat theoretische wiskunde op zak en cellist. Zegveld zette samen met Harrie Hageman (Woont hier A. Hitler ? en Gods summum) performances op, dynamiteerde het strand van Scheveningen om een nieuw ‘landschap’ te boetseren, creëerde een choreografie voor amazone te paard en een auto (verborgen onder een kartonnen doos). Groots en eigenzinning. Recent liep Kombuis, zijn eerste produktie voor kinderen. Turbiasz trad aan als acteur in Need to know van Needcompany, Ave nue en Flip Side van Steve Paxton, Marche Funèbre pour chat van De Hollander, Van Dijck en Turbiasz. Dit Polen-Holland voor twee heren resulteerde in een uiterst grappige, onweerstaanbare collage van gags en vondsten, zeer après- Radeis.

Stukken II. Voor dit dansstuk tekenen maar liefst vier ‘begeleiders’. Negen jonge dansers van de Opleiding Nieuwe Dansontwikkeling in Arnhem worden begeleid door Mary Fulkerson (ex-Darlington College of Arts in Engeland), Jaap Flier (ex-directeur Nederlands Dans Theater), componist John Gilbert Colman en regisseur Guy Cassiers (beiden OHS). Samen ontwierpen zij een choreografie met als uitgangspunten de ‘getrainde persoonlijke fysieke intelligentie’ van de dansers en de krantenstrip De Kin-der-Kids van Bauhaus-artiest Lyonel Feininger, vanaf 1906 verschenen in de Chicago Tribune. Dat men met vieren deze produktie stuurde, wordt duidelijk in het gebrek aan coherentie: scheuten Steve Paxton (en wat is het verschil tussen 40 jaar werken ‘in’ dans en een opleiding die gericht is op het trainen ‘van de persoonlijke fysieke intelligentie’ ?), glimpjes Tête Vue de dos, naar voren gemixte muziek, vertrouwensoefeningen, van alles wat maar geen broodnodige moord op lievelingen. Deze Stukken I bleek eigenlijk een tonen van werk dat nog lang niet afwas, hoogstens in ‘vorm’gegoten.

Oud Huis Stekelbees kreeg, krijgt naar aanleiding van deze Stukken I en II, in de pers en de publieke opinie af te rekenen met heel wat controverse. Zo werden bv. de geplande voorstellingen in De Krakeling (een receptief jeugdtheater) te Amsterdam door de directie afgelast ‘wegens te abstract voor kinderen’. Wat moet ik mij daar bij voorstellen ? Wanneer ‘volwassenen’ over ‘theater’ praten en schrijven gebeurt dat vanuit een centraal denken over de verschillende elementen waaruit een voorstelling bestaat, een zoeken naar verbanden tot een ‘sluitend’ kader of verklaring ontstaat, waarbinnen vaststellingen al of niet passen. Gebeurd datzelfde m.b.t. kindertheater dan komt er een soort van ‘stel-dat-ik-een- kind-was’ houding bij, alsof men zelfs maar bij benadering zou kunnen weten of te weten komen wat er zich in de hoofden en lijven van die kinderen af zou kunnen spelen, alsof men zich daar een voorstelling kan van maken.

Terwijl een deel van het doelpubliek van deze Stukken kinderen betreft, blijven hun indrukken, opinies en kritieken ongekend. Tot nu toe. Etcetera vroeg een aantal kinderen hun mening over deze Stukken. Ze staan hierlangs afgedrukt, geschreven of getekend.

Stukken I

Je hoorde een trein. Je zag hem niet. De trein stopte.

Toen wou één van de twee zijn paspoort pakken.

Maar toen kwam er net een spoorwegovergang

en toen zat het hele paspoort volgekrast

omdat de tafel heel hard wiebelde.

Stukken II

Het was goed.

Het was best wel grappig

omdat die appel rolde.

Ik zag wel dat er een touwtje aan zat

maar Lieke zag dat niet.

Daan Meerburg (8 jaar)

Brief van Sara aan haar zus: Zondag ben ik naar de Beursschouwburg geweest. In het eerste deel zagen we dansende mensen die speciaal gekleed waren. Er was geen verhaal. Ik vond het niet zo tof maar de muziek en de dia’s waren wel mooi. Na de pauze verscheen er een grote rode auto op een witte muur. Mooi gedaan. Twee rare mannen beklommen die muur en toverden er een raampje in waar landschapjes achter verschenen. Het grappige was dat een verklede mijnheer die bij het landschap hoorde telkens kwam piepen. Dit vond ik zeer goed en mooi. De mannen haalden een klein tafeltje en stoeltjes vanachter het raampje vandaan en plotseling werden die veel groter en zaten ze in een schokkende trein. Alles viel in elkaar en ze begonnen elkaar te bespuwen. Tof maar triestig voor die ene mijnheer. De Poolse mijnheer vertelde ons dan een verhaal dat we konden begrijpen omdat de andere een dik boek met grote prenten toonde. Ze hadden veel fantasie. Als de mevrouw uit het verhaal sterft zongen ze een triestig lied. Dat duurde nogal lang. Als Stekelbees nog eens speelt, dan moet je meegaan. Maar ik hoop dat er geen vervelende kinderen zitten die zagen omdat ze het niet begrijpen.

Barbara Brewaeys (8 jaar)

Gezelschap : Oud Huis Stekelbees;

Stukken I 

Peter Zegveld en Rysziard Turbiasz;

Stukken II 

choreografie en regie Guy Cassiers;

dansbegeleiding Mary Fulkerson en Jaap Flier;

Muziek John Gilbert Colman;

Gezien in Stuc te Leuven op 26 januari 1990.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Dirk Verstockt