De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Gillis Biesheuvel en Anouk Driessen in Deconstructie © Sanne Peper
Twee nieuwgeschreven toneelteksten, Bazel en Schuur. Twee montagevoorstellingen, Mannetje met de lange lul en Deconstructie. Samenwerkingen met de toneelgezelschappen Maatschappij Discordia en ’t Barre Land. Samenwerkingen met schrijvers Willem de Wolf, Gerardjan Rijnders en Rob de Graaf. De chaos van de slapstick als onderzoek naar een dramaturgie van de mislukking. Een theatraal statement: de toneelspeler als filosoof van deze tijd. Zoveel is zeker: het resultaat van ‘STOCK à DEUX’ van het Nederlandse toneelgezelschap Dood Paard is meer dan de optelsom van vier duetten. Het gesprek dat Dood Paard op het toneel aangaat met zijn geestverwanten geeft niet alleen een goed zicht op de bijzondere kwaliteiten van dit Nederlandse collectief, maar ook op de traditie waarin het staat.
Willem de Wolf – van voorheen Kas en De Wolf – speelde een paar jaar geleden met Matthias de Koning – van nog steeds Discordia – Gehen van Thomas Bernhard, waarin elke lettergreep door De Wolf geproefd werd, elke bijzin tot in de uithoeken onderzocht. Een voorstelling over een wandeling als één lange meanderende hallucinerende gedachtegang, en een samenwerking tussen twee groepen die in de jaren tachtig en negentig toonaangevend toneel maakten. Bij beiden werd in de nieuwe eeuw de subsidie stopgezet.
In Bazel, het nieuwe toneelstuk van Willem de Wolf dat Dood Paard speelt, klinkt die voorstelling mee. Het is een reconstructie van een uitstapje naar de Kunstmesse in Bazel en van een mislukte ontmoeting. Het lijkt bijna alsof Thomas Bernhard de tekst heeft geschreven voor Kas en De Wolf. Een satirische aanklacht, een combinatie van droogkomische humor en Duitse filosofie. Gillis Biesheuvel, die vorig seizoen samen met De Wolf in Onomatopee op het toneel stond, is als vriend van de kunstverzamelaar [Rijnders] met zijn lange gestalte ook De Wolf die zijn kritiek op de kunsthandel spuit en in detail beschrijft hoe hij zich een buitenstaander voelt. Ik dacht steeds: en dan ben ik hier eindelijk en dan doe ik nog niet mee. Ik was natuurlijk jaloers. Ik ben altijd jaloers geweest op alles wat maar een beetje op goede smaak leek. De buitenstaander die des te scherper de overeenkomsten ziet tussen levensgrote opgeblazen foto’s van het rauwe stadsleven op de Kunstmesse en de buitenlandse keukenhulp waarmee de kunstverzamelaar een afspraakje regelt; als het maar geil en als het maar kwetsbaar is. Een afspraakje dat natuurlijk misloopt met alle tragikomische details van dien.
In de woorden van De Wolf en prettig onhandig gespeeld door Biesheuvel en Rijnders, blijkt deze bernhardiaanse tirade naadloos aan te sluiten bij de rest van het repertoire van Dood Paard. Maar het ging mis, denkt Allurie. Bij het Japanse jongetje met z’n rode gymbroek op z’n knieën in de bosjes van Central Park, ging het mis. Toen begonnen ze te liegen. Toen zeiden ze: the superficiality of our times.
De voorstelling Onomatopee is ook op een andere manier van belang geweest voor deze STOCK à DEUX. Niet alleen vonden vijf leden van verwante groepen uit België en Nederland elkaar, waaronder Biesheuvel en De Wolf, maar ook werd daar het klassieke toneelspelersmétier in een moderne omgeving opnieuw onderzocht. Er werd een vrolijke chaos gecreëerd waarin alles zat: praten om het praten, mime, klankexperimenten, poëzie, diepzinnige uitspraken, absurdistische beelden, spiegelingen en omkeringen. De voorstelling Mannetje met de lange lul van Kuno Bakker en Jorn Heijdenrijk staat in eenzelfde traditie. Het is de slapstick die lucht en perspectief geeft aan de filosofische, literaire of maatschappijkritische uitspraken. Mens versus materie, zoals Loek Zonneveld het verwoordde: de eindeloosheid van de repeterende breuk die slapstick heet.
De voorstelling opent en sluit met teksten van de negentiende-eeuwse Franse filosoof De la Mettrie, waarbij de spelers het woord filosoferen vervangen hebben door toneelspelen. De toneelspeler als filosoof van deze tijd? Twee huwelijksdrama’s worden in dit anarchistische toneelspelersduet ten tonele gevoerd: het klassieke Het huwelijk onder Lodewijk XV van Alexandre Dumas père en het moderne Vernissage van Vaclav Havel.
Het gearrangeerde huwelijk bij Dumas mag dan een gevangenis lijken, het is vrijer en gelijkwaardiger dan de open huwelijken die Havel ons voorspiegelt met zijn oppervlakkige harmonie waaronder de leugen verborgen ligt. Omdat de mens niet kon samenleven heeft hij de deugd en de ondeugd bedacht; een politieke uitvinding dat is waar, maar het werkt zegt Dumas met De la Mettrie, zolang je maar vals speelt. Waar bij Dumas, onder het mom van deugdzaamheid, schaamteloos en openlijk wordt gelogen en het genot wordt nagejaagd, zet Havel de rede en eerlijkheid in als beschaafd alternatief voor het door drift gestuurde bestaan.
Alle rollen worden gespeeld door de twee spelers, er wordt veel heen en weer gerend en gestruikeld, doek na doek wordt opgehesen, laag na laag komt tevoorschijn, en er wordt alles behalve verlegen en voorzichtig geacteerd. In deze voorstelling lijken de twee stukken niet alleen te staan voor twee verschillende opvattingen over het huwelijk/moraal, maar ook voor twee verschillende voorliefdes om de wereld op het toneel te tonen. Dood Paard spreekt in moderne woorden in zijn voorstellingen vaak zijn woede uit over het falen van idealen; hoe de onderdrukte pijn, frustratie, seksuele verlangens en leugens door de gewenste harmonie en de goede bedoelingen heen barsten. Maatschappij Discordia komt veelal met repertoire waarin de erkenning van het paradoxale van het bestaan een opening zou kunnen bieden, de hoop biedt om de idealen van vrijheid alsnog te bereiken. Deze twee voorliefdes gaan een duet aan en het is De la Mettrie die ze verbindt: Ik wil net zo vrij zijn op het toneel als daarbuiten. En net zo vrij daarbuiten als op het toneel.
Halverwege de voorstelling, midden in een scène, valt achter op het toneel per ongeluk het einddoek. Er gaat iets mis. Het spel wordt stilgelegd. Zonder einddoek gaat het niet. Het publiek begint onhandig te lachen, dit is immers wat toneel zo spannend maakt; er kan altijd iets fout gaan. En met dit fout gaan wordt gespeeld; een soort dramaturgie van mislukking. Het ritme van de voorstelling wordt onderbroken en zo wordt er een gat gecreëerd van waaruit een nieuwe inzet kan worden gemaakt. In een dramaturgie van mislukking kan de toneelspeler ontsnappen aan zichzelf en zijn vastgeroeste gewoontes en ideeën. Het helpt hem om verder te komen en het publiek daar in mee te nemen. De realiteit van de vloer–het hier en nu–is immers de realiteit van de mogelijke mislukking en de mislukking maakt de weg vrij voor de verbeelding. Het toeval wordt georkestreerd en houdt zo het spelen alert. Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan, is het devies. De amorele uitspraken van De la Mettrie in combinatie met een toneelspel vol overgave en plezier maken van Mannetje met de lange lul een theatraal statement.
De voorstelling Deconstructie begint met een hilarisch YouTube-filmpje van iemand die probeert in te parkeren op een net te nauwe plek; eindeloos veel pogingen en verwoed geschakel later druipt de auto onverrichter zake af. Het blijkt een voorslag te zijn op wat volgt, want ook door Anouk Driessen van ’t Barre Land en Gillis Biesheuvel wordt gebruik gemaakt van de dramaturgie van mislukking. Chaos wordt met opzet geënsceneerd, het bakken van twee eieren verprutst om te kunnen fantaseren over hoe mooi de scène had kunnen zijn. De mislukking maakt wederom de weg vrij naar de verbeelding. Met vooral teksten van Rijnders, Handke en Bernhard toont de voorstelling hoe verschil van perspectief de verbeelding en herinneringen over de werkelijkheid kan vervormen. Hier geen grote uitspraken over de wereld, maar gedetailleerde observaties en constateringen over het individu zelf. Een verwonderd kijken naar zichzelf in die wereld. In plaats van de leugen wordt hier de oprechtheid onderzocht. Een andere samenwerking veroorzaakt immers ook andere vragen. De voorstelling is als de grote tekening van Moritz Ebinger in het decor; heel veel losse brokstukken en krabbeltjes die samen een fragmentarisch geheel vormen; soms gaat er iets af, soms komt er iets bij, en soms duikt er plotseling ergens een nieuwe betekenis op. Iedereen leeft ten minste drie levens, het daadwerkelijke leven, een verzonnen leven en een niet waargenomen leven.
Anders dan groepen als ’t Barre Land en Discordia, die spreken via bestaand toneelrepertoire en zo de nodige afstand creëren – alleen al in tijd – om te kunnen beschouwen, heeft Dood Paard steeds zelf het toneelrepertoire herschreven. Altijd op zoek naar eigen woorden en actuele beelden om zich kritisch tot de wereld van nu te verhouden, kwamen Oscar van Woensel en/of Rob de Graaf met nieuwgeschreven toneelteksten waar o.a. schrijvers als Bernhard, Wilde, Albee, Handke, Duras en Goethe in doorklonken (eigenlijk is Shakespeare de enige schrijver waar ze met regelmaat oorspronkelijke teksten van spelen).
Klinkt in Schuur van Rob de Graaf Albee nog door of is het meer Botho Strauss? Strauss die de intellectuele mens met zijn verlangen naar het goede en mooie beschrijft, de mens die hopeloos verzand raakt en daadloos alleen nog maar terug kan zien op puinhopen en verloren illusies. Ook bij De Graaf gaan de personages zwaar gebukt onder de verantwoordelijkheid van het onder ogen zien; wir haben es gewusst. Als karikaturen uit een graphic novel zetten Manja Topper en Oscar van Woensel de personages uit de oude krakersbeweging neer in een scherpe speelstijl die bij vlagen doet denken aan Absolutely Fabulous; een goed contrast met de reflecterende poëtische teksten van Rob de Graaf.
Er was niets en er is niets gebeurd. Er is nog nooit iets gebeurd. Het enige dat er gebeurde was dat het leven en de karikatuur van een leven met elkaar samenvielen.
Bij het herschrijven van de oude Grieken maakte Dood Paard ooit met MedEia een zelfportret waarin de getroebleerde betrokkenheid bij de wereld tegelijk extreem expliciet en tegelijk zeer poëtisch verwoord werd; het koor dat niet kan handelen spreekt. De rol van de beschouwer is altijd paradoxaal en het leven gecompliceerd. Is de toneelspeler een machteloze toeschouwer? De samenwerkingen in STOCK à DEUX verbreden en versterken het denken daarover. Ongetwijfeld zal in een volgende samenwerking van Dood Paard (ditmaal met Nieuw West) de georganiseerde chaos alweer tot een nieuwe en verrassende ontmoeting leiden.
De ontmoeting vindt heel anders plaats dan bedacht. Dat is de vondst. En door op te staan en naar de tramhalte te lopen breid je het aantal niet te voorspellen mogelijkheden uit. Hoe de ontmoeting straks plaatsvindt en zal worden naverteld, lijkt niet op de ontmoeting zoals hij was bedacht.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.