Gerardjan Rijnders

Leestijd 7 — 10 minuten

State of the Union

In zijn State of the Union bij de opening van het Theaterfestival in Antwerpen vraagt Gerardjan Rijnders, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, zich af welk theater nog iets te zeggen heeft over een wereld die uit zijn voegen gaat.

De state of the union, dames en heren, is het amerikaanse equivalent van de nederlandse troonrede. Alleen houdt de president van de verenigde staten twee troonredes. Een over het binnenland: de state of the union, en een over de rest van de wereld: the state of the world. Die splitsing is kenmerkend voor het denken van heel veel amerikanen, een denken dat gezien de omvang van dat land misschien begrijpelijk is maar in nederland of in het nederlandse taalgebied of in dat stuk wereld dat naar een 50-er jaren stofzuiger lijkt te zijn vernoemd, de benelux, nogal bekrompen overkomt. Een state of the union hier moet ook een state of the world zijn want die wereld bepaalt onze ‘state’, toestand.

Nu was ik recent ook in veel wereld. Ik was in vietnam en dan ben je in heel veel plekken tegelijk en in heel veel geschiedenis tegelijk. Vietnam is z.o. azie, maar ook koloniaal frankrijk, vietnam is de mekong delta, de ‘perfume river’ maar ook voormalig oost berlijn. Het is nu, het is eeuwen oude boeddha’s en het is die oorlog. Spreekt een riksha bestuurder eens vloeiend ameri-kaans, blijkt ie dat 2 jaar lang in texas te hebben geleerd want eigenlijk is ie straaljagerpiloot. Die zat dus fout in ’75 en je kunt alleen maar vermoeden wat die man sindsdien allemaal heeft doorgemaakt voordat ie weer op zo’n fietsje mocht. Vietnam is een ‘culture shock’ dacht ik, tot ik weer terug was in amsterdam. In hanoi wemelde het nog van de fietsers, van de bedelaars, van de handelaars, van mismaakten en invaliden, terug in amsterdam, ‘t was ook nog zo’n ellendige zondag, was er helemaal niets. Lege straten, af en toe een groepje toeristen dat zich vergaapte aan een keurig opgeverfde etalage met daarin een keurig geverfd hobbelpaard uit de vorige eeuw naast een leuke blikken bromtol.

Amsterdam is een culture shock. Alsof er niets meer gebeurt, alsof het stil staat, alsof het alleen maar bezig is zich terug te trekken in een reservaat van keurigheid, netheid, verf en vernis. Een roestvrije stad, een historisch museum opgetrokken uit siliconen. Bij de post lag wel nog een oproep: hi bastards, you wanna make art? come to sarajewo! Ik vermoedde dat ik daar nog minder te zoeken had dan in vietnam, waar ik overigens wel de laatste anti-malaria medicijnen moest slikken waar die malaria muggen natuurlijk ook weer resistent tegen worden zodat de vietnamezen ook die nieuwste medicijnen moeten slikken die uiteraard weer veel en veel duurder zijn en ze zijn al zo arm…

In het vliegtuig van hanoi naar Singapore las ik in time, buitenlandse kranten zijn in noord vietnam nauwelijks te krijgen, dat de koning der belgen was overleden, heart failure, meer stond er niet over boudewijn. Er was die week ook nog een oude holly-wood acteur gestorven en waarschijnlijk ook nog een beroemde wetenschapper, afgezien van al die duizenden die het vermelden niet waard zijn. Terug in nederland bleek de koning inmiddels al begraven. Het was een indrukwekkende plechtigheid geweest met veel gekroonde hoofden, een echte volkszanger en een huilende prostituee. Alle sympathie was uitgegaan naar fabiola. Niemand had het gebeuren op video opgenomen, helaas. Wel was ik op tijd terug om de beëdiging van koning albert te kunnen bekijken. Hij trilde heel erg. Ik dacht, want ik ken dat probleem, emotionele trillingen heet dat, waarom geven ze die man geen beta-blokkers. Die neem ik zelf ook altijd in dat soort situaties, en ook nu dus, en die helpen heel goed. Of zou het iets anders zijn, zou het misschien parkinson zijn? Ik was niet de enige die dat dacht en de volgende dag was dit vermoeden zelfs gewoon in de krant te lezen dus haastte het hof zich alles rigoreus te ontkennen en daarmee was de zaak afgedaan. Het krasje op het vernis was gerestaureerd, het open lucht museum der lage landen was weer smetteloos. Een week later moest alleen nog maar een frans tijdschrift met een onaardige cartoon bij de grenzen worden geweerd.

Tijdens diezelfde beëdiging hoorde ik een kamerlid, dat ik overigens nooit erg sympathiek of betrouwbaar heb gevonden, ineens iets roepen dat mij al jaren nogal zinnig lijkt. Ik bedoel, een monarchie is natuurlijk een anachronisme, en anachronismen doen het redelijk goed op het toneel maar wat moet je er mee in een grote mensen wereld? De man riep ‘leve de europese republiek’ en iedereen was ineens heel erg boos. Waarom? Je mag in een parlement toch je voorkeur voor de republikeinse staatsvorm kenbaar maken zoals je in het theater toch ook duidelijk mag maken dat je de voorstelling niet kunt waarderen. Dat mocht dus niet, zelfs een collega van het kamerlid, een door mij gewaardeerd theatermaker distantieerde zich van de leuze. Het rumoer was gelukkig al snel verstomd.

Gelukkig gebeurde er ook weer iets in nederland. De ministerpresident was er bij, de minister van cultuur en ook leden van het koninklijk huis. Er gebeurde dus echt iets. We kregen er een nieuw theater bij en weer eens een echte musical: het spook van de opera zou die in het nederlands moeten heten maar hij heet gewoon the phantom of the opera. Alles er aan is fantastisch: de w.c.’s in het theater, de effecten op het toneel, de kaartjesverkoop, de hoofdrolspelers, de marketing, de p.r. en vooral de producent die het maar weer ‘s had geflikt. Zelfs de NOS en de VARA besteedden er in het aktualiteitenprogramma nova uitgebreid aandacht aan, uitsluitend superlatieven en leken niet gedeerd door het feit dat ze geen toestemming hadden gekregen om opnames van het spektakel zelf te laten zien. Dat vertelden ze er ook eerlijk bij. Maar heel Nederland had die beelden een dag eerder al uitgebreid kunnen bekijken op de commerciële zender, begeleid door uitsluitend superlatieven natuurlijk.

Ook las ik een interview met de regisseur van ‘het spook’. Dat lijkt me een sympathieke, verstandige man. Hij beklaagde zich erover dat het publiek tegenwoordig alleen nog maar behoefte heeft aan sprookjes in plaats van aan realiteit. Zelfs een musical als ‘west side story’ zou hij niet meer kunnen regisseren, op broadway of in het circustheater, er zou onvoldoende publiek voor zijn, het verwijst te duidelijk naar een vervelende maatschappelijke realiteit. Het publiek kan niet alleen maar heerlijk wegdromen in een lawine van oog en oorstrelende effekten. Natuurlijk verslinden de mensen alle roddels en alle nieuwtjes. Vorstenhuizen, smeergeldschandalen, michael jacksons pedofiele uitstapjes, het wordt allemaal genoten maar vooral vrees ik omdat je er verder toch niet over hoeft na te denken, omdat je het eigenlijk altijd al geweten hebt en omdat het geen enkele consequentie heeft behalve misschien voor de c.d. omzet van michael maar daar kunnen we ook niet echt mee zitten. Net als deze plastic superster, die dus misschien goddank niet alleen maar van plastic is, leven wij inmiddels in een bijna perfect pretpark, met ongekende attracties, met vooral onbeperkte mogelijkheden tot afleiding. Ook wij leven inmiddels in een maar al te echt ‘neverland’.

Eerder dit jaar stapte in nederland een staatssecretaris op. Ze had ruzie gekregen met haar partijgenoten en die hadden haar als een baksteen laten vallen. Op de televisie konden wij zien hoe zij, elske ter veld, haar aftreden bekend maakte, in tranen uitbarstte en werd afgevoerd door een vriendin. Het waren dramatische beelden. Men sprak er schande van, het zou te privé zijn geweest. Zelden hoorde ik iets hypocrieters. Iedere dag razen er meer programma’s over het tv scherm die alleen maar bedoeld lijken om tranen te genereren, bij de deelnemers aan de programma’s en bij de kijkers. En dan zie je ineens een niet gerepeteerde traan, een echte emotie in een troebele politieke situatie en landelijke gene slaat toe. Voor iets wat niet tot op de sekonde is geregisseerd bestaat in neverland kennelijk geen ruimte.

Is er nog ruimte voor kunst in neverland? Het culturele seizoen is weer begonnen en we zijn inmiddels alweer overstelpt met krantjes, folders, brochures, beschouwingen en inleidingen. Het aanbod lijkt alweer groter dan ooit, de meningen, de vooroordelen ook. Het repertoire van gezelschap A lijkt wat traditioneel dus minder spannend. Gezelschap B doet twee onbekende stukken van X, dat belooft dus wel avontuur, als toneelgroep C een blijspel op het repertoire neemt mag dat dus beschouwd worden als een geintje. Het theaterfestival beleeft nu zijn zevende editie, te voorspellen was dat er een artikeltje moest verschijnen waarin dit evenement voorspelbaarheid verweten wordt. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat die foldertjes en krantjes etc er alleen maar zijn omdat ze er moeten zijn, dat die artikeltjes geschreven worden omdat dat ze nu eenmaal geschreven moeten, dat er een zevende theaterfestival georganiseerd wordt omdat er ooit een eerste is geweest. Dat er toneel gemaakt wordt omdat er nu eenmaal subsidie is, of een sponsor. Dat als er in neverland iets ontstaat, dat het dan eigenlijk alleen nog maar kan verdwijnen maar dat het er verder helemaal niet toe doet en dat het ook helemaal niets uitmaakt. Kunst, en dus ook toneel, is vervelend want je hebt er niet om gevraagd maar je moet er toch eigenlijk wel iets van vinden.

Het is kenmerkend voor neverland nu dat het te maken heeft, of misschien ook helemaal niet, met een oorlog, in het voormalige Joegoslavië, waar we geen zinnig woord over kunnen of willen zeggen en die dus maar gewoon doorgaat en die we verschrikkelijk vinden en waar we helemaal niks aan kunnen doen behalve af en toe een vliegtuig sturen en een handjevol gewonden opereren. Het kost ons al moeite genoeg om niet al te duidelijk te laten merken dat het ons absoluut helemaal niets interesseert, zoals niets ons meer interesseert dat de lengte van een videoclip overschrijdt, dat dieper gaat dan het glansje op een glossy-magazine, dat om een standpunt vraagt, dat tot een ruzie uitnodigt, dat zich niet alleen maar houdt aan onze afspraken, onze vooroordelen.

Wat moet je doen als theatermaker in zo’n landschap waar een geestelijke agent orange, een cultureel ontbladeringsmiddel overheen is gegaan? Dames en heren, ik zou het bij god niet weten. Ik weet dat het onzin is om toneel te maken. Dat je alleen maar onmiddellijk terecht komt in een zinloze carrousel van instanties, deskundigen, jury’s, vscd-tralala en geldschieters. Het enige wat ik me zou kunnen voorstellen is dat ik een soort toneel zou maken waarin ik alleen nog maar met het publiek te maken heb. Dat ik iets maak waar eigenlijk niemand iets van weet, dat er op een gegeven moment gewoon is. Geen affiches, geen reclame, geen kritieken, wat mij betreft niet eens een kassa, en al helemaal geen marketing, het is er, ergens, en toevallig raken er een aantal toeschouwers in verzeild, ze weten nauwelijks waarin, want programma’s zijn er natuurlijk ook niet, laat staan een reisschema, want de voorstelling reist niet, en die toeschouwers kijken en huilen en lachen en ze vertellen aan vrienden en kennissen over wat ze hebben gezien en die komen dan natuurkijk ook weer kijken en die vertellen weer enz. enz. en dan is het er dus eindelijk, toneel dat er eigenlijk helemaal niet kan zijn, dat zich aan alles en iedereen onttrekt, waar ik dus verder weinig over kan zeggen, dat er wel ooit moet komen en de titel van die voorsteling is uiteraard: neverland.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#43

15.11.1993

14.02.1994

Gerardjan Rijnders

artikel