‘Jan, scènes uit het land’ (Stan)

Dirk Verstockt

Leestijd 4 — 7 minuten

Stan

Antwerpen

STAN staat voor Yolente De Keersmaeker, Waas Gramser, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen. Zij studeerden vorig jaar af aan het Antwerpse Conservatorium en monteerden als eindexamen twee voorstellingen: Yvonne op/achter de canapé (naar Gombrowicz) en Jan, scènes uit het land (naar Tsjechov).

De ‘eerste’ sporen van Yolente De Keersmaeker, Waas Gramser en Damiaan De Schrijver zijn te vinden in de produktie Dialogen van Cis Bierinckx (Etcetera 14, juli 1986). Damiaan De Schrijver speelde ook mee in produkties van De Blauwe Maandag Compagnie (Oedipoes / Kommentaaf) en De Tijd (Don Carlos). In Dantons Dood van Büchner werkten zij voor het eerst samen. Yvonne op/achter de canapé en Jan bleken beiden een meer dan aangename verrassing. Dankzij de steun van de NMBS (Nieuwpoort, Monty, Beursschouwburg en Stuc) die hen niet alleen programmeerden, maar ook zorgden voor de promotie en produktionele ondersteuning, vond Stan zijn weg naar een breder publiek in Vlaanderen en Nederland. En gaf kleur aan een tot nu toe dof seizoen.

Yvonne op/ achter de canapé

In een regie van Matthias De Koning stortte Stan zich in een uitbenen van Yvonne, Prinses van Bourgondië van de Pool Witold Gombrowicz. In hun belangstelling voor deze schrijver staan zij niet alleen. In 1984 ensceneerde Dito Dito Maagdelijkheid en Van Dijck, De Hollander en Turbiasz baseerden zich op Kosmos, een absurd en fantastisch detectiveverhaal, voor Marche funèbre pour chat (zie Etcetera 27). Deze laatste voorstelling ging in première gedurende Bruzzle en kent nu een rijp en rijker leven in het NMBS-circuit en Nederland.

Yvonne, prinses van Bourgondië, geschreven in 1935, is het verhaal van een lelijke prinses (volgens de gangbare normen) die een verstandsverloving aangaat met een prins. De prins neemt haar mee naar het hof, waar koning en koningin en met hen de hele hofhouding dat schepsel afwijst. Haar aanwezigheid confronteert hen te nadrukkelijk met de eigen onvolkomenheden en gebreken. De prins kiest in eerste instantie voor de prinses, tot zij op hem verliefd wordt. Dan krabbelt hij terug en het hof gaat aan het complotteren om de prinses te vermoorden. Men arrangeert het zo dat het op een ongeluk ‘van bovenaf zal lij -ken. Gedurende een banket wordt de misdaad gepleegd.

In tegenstelling tot de hieronder besproken Jan, heeft de aanwezigheid van een regisseur als Matthias De Koning een grote impact op de uiteindelijke voorstelling. De tekst werd op een genadeloze manier gedecoupeerd en geconfronteerd met passages uit teksten van zeer uiteenlopende aard: fragmenten uit andere stukken van Gombrowicz, Pinter, Pasolini, Herodotos, Mamet, Lorca, Dallas en nog een tiental. Stof voor een belezenheidsspelletje. Dit dramaturgische materiaal wordt mee verweven in de voorstelling. Tegelijk hiermee wisselen de personages uit het stuk voortdurend van speler. De spelers spreken elkaar aan met de voornaam en elke thematiek uit het stuk wordt rigoureus losgekoppeld van de personages. Dat levert een voorstelling op waarbij de aandacht geen ogenblik mag verslappen of het wordt onmogelijk de puzzle bij te benen. Dit deconstrueren trekt men door in het decor, zelfs in de pauze. Op de speelvloer, opgesteld als in de toonzaal van een tiendehandswinkel, liggen of staan een verfrommelde laag doeken, vier versleten leren zetels, vlak daarachter een rij van zeven dwarsgeplaatste tafeltjes en afgedankte stoelen. Rechts op tafel aarden potten met verdroogde planten. Op de achterscène hangen een serie zwarte doeken, links en rechts van een centrale gang die de andere kamers van het paleis ‘suggereren’.

Een halsbrekend tempo stuwt de spelers door het stuk, met als enige rustpunten passages uit de andere teksten die vaak als monoloog gezegd worden. Er wordt of heel sec gespeeld of heel overtrokken : aanvallen van woede komen als bij donderslag uit de hemel vallen, niets wordt gemotiveerd. Op uitbundige Napolitaanse volksmuziek van Nano Manieri volgt de banketfinale : de tafel wordt ‘gegooid’ en niet gedekt, stapels borden suizen door de lucht, tussendoor schreeuwt men nog onverstaanbare replieken. Plots wordt het heel stil en met de spelers keurig op een rijtje vlak voor het publiek volgt de droge vaststelling dat de prinses gestorven is.

Spel- en kijkplezier, dicht op elkaar. Een zeer discordiaanse voorstelling, zo vaak een garantie voor kwaliteit. Ook hier.

Jan, scènes uit het land

Een hesp, een aangesneden klomp kaas en een achteloos neergegooide bos treurige herfstrozen. Nature morte. Verstilling in het gevecht der machtelozen. Gevechten in de achterhoede van de liefde, in de uitzichtloosheid van verteerde levens en uitgebluste idealen, in het oplaaien van verlangen. Verloren strijd tegen de verveling, tegen de vernieling van pastorale overvloed, tegen bodemloze frustratie. Mannen en vrouwen die troost bij elkaar zoeken, maar ook die niet kunnen geven omdat het eigen verlangen te groot, te overweldigend is. En ook dat verlangen, dat weten zij, is uitzichtloos. Omdat de nabijheid schuurt en de tegenstrijdigheid tot andere keuzes dwingt.

Maar ook tedere worsteling met het acteren, met het niet willen invullen van emotionaliteit en die net daardoor accentueren. Soms daar niet in slagen. Snijden langs de uitgezette lijn van een strak ritme. Soms even haperen, net iets te lang of iets te kort. Subtiel verlies en schijnbaar zonder moeite weer herwinnen. Het spektakel rigoureus afwijzen. Op de zatte scènes na. Personages die bijna voortdurend langs de hoge groenige wanden schuifelen of zitten. Af en toe loskomen en zich op het speelvlak bewegen. Haast schrikken en weer terugkeren naar de veilige muren.

Jan, een doorgedreven bewerking van Oom Wanja van Tsjechov. Gedurende het repetitieproces speelde Josse De Pauw voor gepriviligeerde toeschouwer en wandelde een eindje mee. In deze lezing van Oom Wanja bleven slechts de vijf protagonisten over (Jelena, Sonja, Wanja, Astrow en de Professor). Als betrokkenen en als getuigen draaien zij rond elkaar. In hun onderlinge confrontaties stuiten zij altijd weer op de stugge en egocentrische Professor. Reeds bij het eerste samenkomen in het hoekje van de kamer, in moeilijke stiltes en onnozel weglachen van niet weten wat te zeggen, toveren kleine gebaren en blikken tevoorschijn wie in welke verhouding tot wie staat. En dat lijntje van ingehouden spel, met af en toe een uitbarsting, wikkelen zij helder af. De humor verzacht en versterkt de wrangheid. Met heel veel mededogen tekenen zij al dat kleine menselijke gewriemel en gepruts, dat hopeloze onvermogen.

In een warm decor (een houten vloer en hoge heel lichtgroene wanden), dat op enkele stoelen, flessen en een bandopnemer na, kaal blijft en voortdurend baadt in zacht licht laat deze Jan, scènes uit het land een glanzend spoor na. De rest kan geschiedenis worden.

Yvonne op/achter de cannapé

Gezelschap : STAN;

auteur : Gombrowicz, Godard, Plato, Sonntag e.v.a.;

regie: Matthias De Koning;

kostuum : An D’huys;

techniek : Geert Cautereels;

spelers : Yolente De Keersmaeker, Waas Gramser, Damiaan De Schrijver, Frank Vercruyssen.

Gezien in Zwarte Zaal op 5 februari te Antwerpen en in Stuc op 23 november 1989 te Leuven.

Jan, scènes uit het land

auteur : Tsjechov;

begeleiding ; Josse De Pauw;

spelers : Yolente De Keersmaeker, Waas Gramser, Damiaan De Schrijver, Frank Vercruyssen.

Gezien in Zwarte Zaal op 4 juni te Antwerpen en in Nieuwpoort op 7 november 1989 te Gent.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#28

15.12.1989

14.03.1990

Dirk Verstockt

recensie