‘Songe d’une nuit d’été’ (Théâtre Varia) – Foto J.P. Maurin

Leestijd 3 — 6 minuten

Songe d’une nuit d’été

Théâtre Varia, Brussel

Songe d’une nuit d’été – Midsummernights dream van Shakespeare blijft een vreemd stuk: drie verhaallijnen lopen parallel en kleuren op elkaar af; geen van de drie zijn duidelijk in een genre als komedie of tragedie onder te brengen.

Er is het hof en het aanstaande huwelijk van koningin Theseus met de amazonen-koningin Hyppolita, en met het dispuut tussen Lysander en Demetrius over Hermia, die verliefd is op Lysander maar door het vaderlijk gezag aan Demetrius is toegewezen. Volledig parallel daarmee loopt een ‘hofverhaal’ in de mythische wereld, waar Oberon en Titania in onmin leven waardoor de natuur niet tot bloei kan komen. Die parallel heeft Michel Dezoteux heel toepasselijk vormgegeven door dezelfde acteurs in de hofwereld en de mythische wereld te laten optreden als Titania/Hyppolita, Oberon/Theseus en hovelingen Philostrates/Puck. Tussen beide werelden in heb je dan nog het verhaal van zes handwerklieden die ter ere van het komende vorstelijke huwelijk een stuk willen opvoeren. Het personnage dat alles verbindt, door zijn lichtzinnige grollen, door de liefde her en der, maar vooral op de meest ongerijmde plaatsen, rond te strooien, is de bosgeest Puck. Het is nogal verleidelijk om de tekst te lezen als een mijmering over hoe ook de meest onverbiddelijke ordeningen – het hof er de natuur – door de verbeelding en de liefde op hun kop gezet worden. Maar precies die omstandigheid, dat een historische context de bouwstenen levert voor de drie verhaallijnen, maakt een opvoering problematisch. Het hof als ideaaltypische ordening, een half-mythische natuurvoorstelling en de quasi- onnozele maar vrij subversieve houding van de toneelmaker tegenover vooral dat eerste ‘grootse’ schouwspel, zijn niet meer, en leven ook niet meer in de gedachten van het publiek.

En hier heeft Michel Dezoteux een verkeerde kaart getrokken. Hij vergaapt zich aan Shakespeares bloemrijke taal en fantasievolle capriolen, en zet die als een ware Walt Disney nog eens extra in de verf. Geen moeite wordt gespaard, geen inval is te gek of ze wordt wel eens uitgeprobeerd, en daarbij worden de grote middelen – althans wat betreft machinerie, decorbouw en kostuums – niet geschuwd. Maar het blijven wel invallen, losse collages met de makkelijke poëzie van videoclips. Dezoteux neemt voetstoots aan dat uit die vrije beeldenwaterval het potentieel van de tekst naar voren zal komen, maar net het omgekeerde gebeurt natuurlijk. De signatuur van de maker van de voorstelling verdringt de schriftuur van de tekst; de tekst wordt snel, sentimenteel en opvallend ver-‘designed’. Walt Disney is onder andere: negeren van de historische context van een verhaal, en dat is precies wat hier gebeurt.

De beeldrijkdom heeft nog een ander, en wel zeer ironisch nadelig gevolg. De noodzaak van de aanwezigheid van de acteurs voor elkaar, en voor het publiek, is voortdurend zoek. Ze reageren niet op elkaar, maar voeren hun nummer op. De ingesleten sporen van een theatertraditie, van gezwollen declamatie tot overgrote gestiek, worden onder het oppervlak van de mise en scène voortdurend zichtbaar. Alsof de discipline van een opleiding – die teruggaat op finaal het Franse hoftheater – op bijna dwangmatige wijze opduikt daar waar geen ernstig werk gemaakt is van het denken over acteren. En ook daarin staat de voorstelling haaks op Shakespeares theater.

Niet alleen qua decor, maar ook door het aantal acteurs (17!) is dit een groot en duur spektakel, resultaat van een samenwerkingsverband tussen Le Cargo/Maison de la Culture de Grenoble/théâtre Varia. Helaas, alle inspaningen blijken een maat voor niets geweest te zijn.

Songe d’une nuit d’été.

Gezelschap: Théâtre Varia;

tekst: Shakespeare;

regie: Michel Dezoteux,

decor: Gérard Poli;

kleding: Catherine Somers;

met: Jacob Ahrend, Christoph Guichet, Christian Hecq, Philippe Jensette, Sophia Leboutte, David Quertiniez, Laetitia Reva e.a.;

produktie: Cargo/Maison de la Culture Grenoble en Théâtre Varia.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis. Hij richtte recensieplatform Pzazz op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!