© Ilja Antonneau

Leestijd 5 — 8 minuten

SLOP – Goele Denil

Binnensijpelen in een vreemd kader

Met de solovoorstelling SLOP is Goele Denils theaterdebuut een vleesgeworden feit. De actrice studeerde enkele jaren geleden af aan het Antwerpse Conservatorium en toont nu haar werk op Love at First Sight, een festival voor nieuwe makers. Nieuwe makers, nieuwe referentiekaders. Altijd spannend om als toeschouwer op voorhand weinig te weten over wat je kan verwachten en om aldus – in zoverre dat mogelijk is – onbevooroordeeld toe te treden tot iemands artistieke verbeeldingswereld…

De afgelopen dagen regende het ongezien hard en veel in België. Zo ook op vrijdagavond 16 september, op de avond wanneer Goele Denil haar theaterdebuut SLOP speelt in De Studio. In de grote zaal waar de voorstelling getoond wordt, hoor je de regen op het dak tokkelen. Gek genoeg lijkt het ook binnen te regenen: bij het betreden van de zaal stapt een deel van het publiek over een plas water die zich al op de grond afgetekend heeft. Eens neergezegen op de bankjes, zien we dat er ook op andere plaatsen op de bühne regelmatig druppels naar beneden vallen. Gebeurt dit echt? Wordt ervoor gekozen om een stukje realiteit te laten binnensijpelen in deze voorstelling? En, als dat waar is, waarom deze keuze en niet gewoon verkassen naar een andere zaal?

Te midden van de regendruppels staat Goele Denil bij aanvang van de voorstelling met de rug naar het publiek in een eerder gecrispeerde houding. Ze draagt een outfit die je zou kunnen thuisbrengen onder de categorie: oubollig, wollig en sullig. Denils klederdracht doet meteen denken aan die van personages uit de komische televisieserie In de gloria, die  aan het begin van deze eeuw op de buis te zien was. Voor wie niet weet waar het over gaat: In de gloria was bedoeld als een satire op reality-tv en het reportageprogramma Man Bijt Hond en toonde de ‘gewone Vlaming’ in al zijn kleinigheden en ging daar zo ver in dat het vaak pijnlijk werd om aan te zien.

Na een paar minuten te luisteren naar Ruth, het personage dat wordt neergezet door Denil, blijkt de vergelijking met In de gloria nog aannemelijker en op zijn plaats te zijn. Denils personage komt uit een verknipte en gebroken familie: met een verbitterde moeder die alleen nog maar horizontaal leeft sinds het broertje, Rudy, een tragische dood stierf en een vader die  – volgens de moeder – ‘simpel’ is en die ook te sterven komt. Ruth, die vernoemd werd naar het dode broertje, kampt met een overweldigende onzekerheid en verlammende pleinvrees. Het liefst is ze gewoon onzichtbaar. Ze probeert er echter alles aan te doen om haar moeder te plezieren. Ze gaat daar heel ver in en kruipt zelfs bij haar vader in de doodskist om er toch voor te zorgen dat de moeder toch nog een foto kan maken van Ruth en haar verwekker. Hoe erg Ruth eraan toe is, wordt duidelijk uit dat soort anekdotes die verhaald worden door haarzelf.

“Van kop tot teen: alles vervormt en beweegt mee. Een vleesgeworden feit.”

Doorheen de voorstelling krijgen we op die manier een steeds vollediger beeld van het leven van deze intrieste figuur. Al snel wordt duidelijk: dit is een slippery slope, dit is grotesk en absurd. Het kan alleen maar erger worden, tot op het pijnlijke toe. Pijnlijk is het eigenlijk al van in het begin, dus hou je vast… De scène waarin Denil een conversatie tussen juf Nikki en Ruth neerzet, is daar een hoogtepunt van. Ruth moet dra een lied van Celine Dion brengen op het schoolfeest en juf Nikki spreekt Ruth toe. Eerst spreekt ze haar moed in, maar al snel maakt ze het kind met de grond gelijk door streng te oordelen over haar gezinssituatie. De juf is hier de ‘schadelijke derde’, die de harde waarheid schaamteloos onthult. Denil transformeert in deze scène schijnbaar moeiteloos van het ene in het andere personage. Als speler gooit ze haar hele lichaam in de strijd om de personages treffend te karakteriseren. Van kop tot teen: alles vervormt en beweegt mee. Een vleesgeworden feit. Dit vakmanschap is werkelijk indrukwekkend om te zien.  

“Waar begint de fictie en waar eindigt de realiteit?”

Gaandeweg begrijp je als toeschouwer dat de regen die binnensijpelt perfect past bij het soort leven dat Denil hier toont. Een leven dat op instorten staat, een wereldbeeld waar gaten in geslagen worden, een onfortuinlijk bestaan. Achteraf blijkt dat de druppels inherent bij het stuk horen en dat het geen echte regen was. Toch is het een mooi en dankbaar toeval dat de externe, druilerige realiteit binnen sijpelt en het waarheidsstatuut van wat je op scène ziet fluïde maakt. Waar begint de fictie en waar eindigt de realiteit? Soortgelijke vragen rezen niet alleen maar op door de weersomstandigheden en de scenografie, maar ook door het narratief zelf. Het is daar waar soms het mogelijke antwoord wat onbevredigend blijft.     

Van bij het begin rijst namelijk de vraag: waarnaar zitten we eigenlijk te kijken? Denil is een nieuwe maker; de toeschouwer heeft vooraf weinig referenties en verwachtingen. Het is interessant om te merken welke kaders deze voorstelling allemaal aanspreekt. Eerst en vooral denk je uiteraard aan humoristische televisieprogramma’s. Je ziet een actrice staan die overduidelijk ‘verkleed’ is als een gemarginaliseerd personage. De vergelijking met In de gloria werd reeds gemaakt, maar dat programma is ondertussen twintig jaar oud en je kan je afvragen waarom we hier anno 2022 naar kijken. En is het niet voldoende dat we dit soort van situationele humor, die geënt is op de existentiële leegte van de gewone, door en door Vlaamse mens, al in talloze televisieformats weerspiegeld zien? 

Dat schuift de vraag naar voren waarom iemand dit op het theater zou brengen. Kunnen we hier dan eerder naar kijken alsof het een soort stand-up comedy is? Het soort comedy waarbij een comedian een typetje neerzet dat ons confronteert met de mens in al zijn gebrekkigheden, à la Wim Helsen bijvoorbeeld? Wim Helsen is dé Vlaamse comedian die het zich kan permitteren om een eigen theatraal universum op te bouwen, waarin zulke groteske en absurde dingen gebeuren, dat je onmogelijk nog kan spreken van ‘directe’, reële maatschappijkritiek, zoals dat bij andere comedians wel vaak aan de hand is. Het typetje van Wim Helsen communiceert daarentegen iets over de condition humaine: in hoeverre we allemaal eeuwig prutsers zijn met een ontmaskeringsangst. Echter, voor Denil, om zich in het rijtje van Wim Helsen te kunnen plaatsen was de humor helaas niet subtiel of doortastend genoeg. De verhalen, het kostuum, de expressie waren allemaal té snel grotesk en potsierlijk, waardoor het van in het begin al zeer vervreemdend was en er een te grote afstand was ten aanzien van het personage en het vertelde. Het werd – anders gezegd – te snel pure fictie.

En dat is dan toch net de vraag die onbeantwoord overblijft: wat communiceert deze voorstelling nog over de wereld? Dat wil zeggen: waar begint de realiteit en waar stopt die allesoverheersende fictie? Door de vervreemding die van in het begin wordt geïnstalleerd, kom je als toeschouwer te weinig op een spanningsveld terecht: een plek vol geladenheid waar je je begint af te vragen of er, net zoals bij de regendruppels, geen stukje waarheid in de voorstelling sijpelt. Misschien zelfs de waarheid van Denil zelf? Een slimmere vermenging van het autobiografische en het theatrale zou de voorstelling gelaagder maken. De maker lijkt sociale klasse en sociale immobiliteit in de brede zin aan te kaarten. Relevante thema’s, maar Denil ha(a)kt nog nergens in.

Ontegensprekelijk is het intrigerend om van dichtbij te kunnen meemaken hoe iemand acteertechnisch volledig transformeert in verschillende personages. Hoewel deze humor en dit soort acteren eerder geschikt lijken voor televisie omdat er zulk een duidelijk appel wordt gedaan aan een fictioneel kader en een entertainende stemming, is het ook net om die reden dat Denil met deze voorstelling de geijkte referentiekaders uitdaagt en werkelijk aan het denken zet over het statuut van waar je precies naar aan het kijken bent. Toch zou er meer kunnen gebeuren voorbij de vierde wand, in het hoofd en hart van de toeschouwer, als er een soort regenachtige subtiliteit kan binnensluipen in Denils toekomstige werk. Een subtiliteit als een doordacht gebogen vishaakje dat ervoor zorgt dat de vervreemding van in den beginne nog niet te groot is, waardoor het nog mogelijk is om alternerend in en uit deze vreemdsoortige wereld te worden getrokken.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Elke is leraar in het secundair onderwijs en schrijft regelmatig recensies voor Etcetera.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!