© Irina Favero-Longo

Leestijd 5 — 8 minuten

Slime – Anastasia Guevel

Tactiliteit en technologie in het post-digitale tijdperk

Danser, choreograaf en beeldend kunstenaar Anastasia Guevel presenteerde de voorstelling Slime op Bâtardfestival. Slime wordt omschreven als een ‘post-digitaal choreografisch object dat de relatie tussen tactiliteit en technologie bevraagt’, maar wat houdt dat juist in? En vooral: levert het ook een gedenkwaardig performatief voorstel op? 

Van de post-digitale wereld, de wereld waarin wij leven, kan je zeggen dat de digitale revolutie zich er volledig in heeft voltrokken. Het gevolg is dat iedereen geaffecteerd is door de digitalisering. Het is een soort tweede – of zelfs eerste – natuur geworden. Digitaliteit kan niet langer los gezien worden van de huidige levensomstandigheden, hoewel de vormen, functies en effecten ervan niet altijd even zichtbaar zijn. Een vaak aangehaald voorbeeld is het zelfbeeld van de post-digitale mens, dat intrinsiek verbonden is met de beelden of profielen die die online van zichzelf creëert. Het virtuele en het analoge Ik zijn daarbij eigenlijk niet meer van elkaar te onderscheiden. In Slime wordt inderdaad de suggestie gewekt dat het scenografische landschap dat we op het podium aanschouwen, een uitvergrote weergave is van de post-digitale conditie. We zien een drietal kleurrijke muziekboxen staan, verspreid over de hoeken van de bühne, in het midden staat een laptop en ook een iPhone is deel van het speelveld. Elk van deze objecten zal een actieve rol in de voorstelling innemen.

Met die elementen maakt Guevel zoals ze zelf omschrijft een ‘choreografisch object’, waar zijzelf eveneens deel van uitmaakt. Aan het begin van de voorstelling bevindt zij zich achteraan links op het podium. Ze zit ineengedoken in wat lijkt op een yogahouding met haar rug naar het publiek. Haar gezicht is niet te zien, waardoor ook haar lichaam een soort objectvorm aanneemt. Vooraan rechts op de scène bevinden zich nog twee anderen: een geluidskunstenaar en iemand die technisch ondersteunt. Gedurende de voorstelling horen we verschillende soundscapes, die er mee voor zorgen dat we Slime als een totaalervaring opvatten: een object waar elk onderdeel evenwaardig is aan alle andere en tevens onlosmakelijk verbonden is mét die anderen. In deze constellatie is de term ‘choreografie’ dus eveneens meer post-dansant opgevat: de dans- en bewegingscompositie van een dansstuk” heeft niet langer enkel betrekking op mensen die bewegingen uitvoeren maar beslaat ook de agency van objecten,  geluiden, geuren etc. In dit geval gaat het dus over de agency van de soundscapes, de laptop, de iPhone en de boxen: zij vormen actief het choreografisch object.

Op een bepaald moment sluit Guevel haar iPhone aan op één van de boxen en horen we niet veel later de stem van de Belgische filosofe Vinciane Despret weerklinken. We luisteren naar een fragment uit een conferentie ‘Imaginaires des futurs possibles : 2ème enquête – Faire récit avec les animaux’. Despret heeft het over de taal van de Ulysse- of Syms- (oftewel ‘samens’)-gemeenschap, een imaginair volk dat zich zou uitdrukken in een taal die geen centrum heeft, maar waardoor gewandeld en gepasseerd wordt. Die taal is er één waarin het subject zich in een staat van wording bevindt, “in a multiplicity of acts that overflow it”. Deze taal sluit uiteraard perfect aan bij de objectgeoriënteerde ontologie die Guevel met Slime probeert vorm te geven. Terwijl we Desprets stem horen beweegt Guevel zich over de scène. Aanvankelijk laat ze zich leiden door de woorden uit het fragment: illustreert ze die met dans en lipt ze zelfs even mee met de tekst. Gaandeweg verwijderen haar bewegingen zich verder weg van de betekenis en gaat ze bijvoorbeeld liggen op de speaker, waardoor we niet meer kunnen horen wat er gezegd wordt en het gedempte geluid onze aandacht vestigt op de relatie tussen Guevels lichaam en het technologisch object. Op een metaniveau illustreert het wegvallen van de betekenis van de woorden uiteraard des te meer de ideeën die deze performance schragen aangezien Despret het net heeft over een taal waarin het menselijke subject slechts één van de zovele spelers is.

Het slijmerige, flou choreografisch object dat Slime is, probeert te ontsnappen aan de taal zoals wij die gebruiken.

Met dit choreografisch object tracht Guevel aldus de relatie tussen tactiliteit en technologie te bevragen. Guevel heeft zelf een achtergrond in fasciatherapie: een holistische therapie waarbij gebruik gemaakt wordt van handopleggingen op het lichaam. Een fasciatherapeut werkt op het niveau van de fascia’s: het bindweefsel dat onze spieren, beenderen en organen omgeeft om uiteindelijk pijn te verzachten of zelfs weg te nemen. In Slime brengt ze die praktijk voor het voetlicht: we zien haar op een gegeven moment in de weer met haar laptop: één hand op het scherm, één hand op haar eigen lichaam. Net zoals in fasciatherapie wordt gedaan, zet Guevel haar handen dus op twee verschillende plaatsen om zo het bindweefsel op die twee plaatsen te ‘activeren’ en doorstroom te genereren, waardoor de cliënt een holistischer proprioceptie verkrijgt. Vanuit een post-digitaal paradigma valt het te begrijpen dat de personal computer van Guevel deel uitmaakt van haar lichaam en dat er dus ook communicatie tussen het analoge en virtuele lichaam mogelijk is. Ook op andere momenten tijdens de voorstelling wordt de fasciatherapie aangewend als bewegingstaal in dit choreografische object en krijgen we zelfs het inwendig geluid mee van een lichaam dat zo’n therapeutische behandeling ondergaat.

Dergelijke beelden zorgen ervoor dat Slime zich vooral op een erg theoretische manier laat benaderen. Daarin schuilt de zwakte van deze voorstelling.  Het slijmerige, flou choreografisch object dat Slime is, probeert te ontsnappen aan de taal zoals wij die gebruiken en zoals die eveneens wordt bekritiseerd in het fragment van Vinciane Despret. Het is met andere woorden een op de spits gedreven weergave van een theoretisch paradigma dat de monopolie van de mens op betekenisverlening wil doorbreken en waar extra woorden dus niets meer aan kunnen toevoegen. Een filosofische patstelling…  en dat is helaas wat er in Slime zelf ook gebeurt.

Waar Guevel met Slime namelijk niet in geslaagd is, is om die relatie tussen tactiliteit en technologie daadwerkelijk te bevragen. Meer dan een vraag was de voorstelling dus een illustratie van een theoretisch model, met enkele ‘nieuwe vondsten’, zoals de fasciatherapie. Doordat je als toeschouwer voornamelijk kijkt naar uitbeeldingen van een academisch discours, – ‘showing’ dus (en zelfs een beetje ‘telling’ door Vinciane Despret) – zit er geen merkbare spanningsboog in de voorstelling. Slime is vlak, het geheel heeft nauwelijks power. Een duidelijkere vraagstelling als dramaturgische insteek had die boog wel degelijk kunnen genereren. Met een artistieke vraag creëer je namelijk een spanning met mogelijke antwoorden: een vraag impliceert dat er na A een B mogelijk is. Een mens heeft nu eenmaal die spanning nodig om geboeid te blijven.

Nieuw Materialisme, objectgeoriënteerde ontologie en andere gelijkaardige post-paradigmata kunnen overkomen als een middelvinger naar het publiek omdat de menselijke toeschouwer nu eenmaal de hegemonie op betekenisverlening verliest en zo een beetje in de kou blijft staan. Gestrand voor een patstelling. Ondertussen heb ik als toeschouwer, in mijn vruchteloze zoektocht naar betekenis, toch de nood om me opnieuw te kunnen verwarmen. Zeker wanneer er geen sprake is van enige tegemoetkoming of wanneer het niet langer voelbaar is dat er nog iets op het spel staat, dreig ik af te haken. Een voorstelling als Slime doet die tegemoetkoming helaas niet: voorlopig slaagt Guevel er dus niet in om een gedenkwaardig performatief voorstel te doen met haar choreografische object.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Elke is leraar in het secundair onderwijs en schrijft regelmatig recensies voor Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!