Dirk Vanhaute

Leestijd 7 — 10 minuten

Signaal ’96 uit de bocht

Jukebox

In Jukebox worden reacties, standpunten en kritieken m.b.t. uiteenlopende initiatieven, gebeurtenissen en produkties ten gehore gebracht.

Sinds 1986 wordt jaarlijks een Signaaldag georganiseerd. Deze dag wil ‘een stimulans zijn voor het kinder- en jeugdtheater in Vlaanderen’ (dixit FeVeCC). Alle middelen zijn hier volgens organisator FeVeCC (de koepel van de culturele centra) goed voor: een prijs, een jury die het voorbije seizoen evalueert, een commissie die studieopdrachten geeft, andere organisaties die mee gemobiliseerd worden (Afdeling Jeugdwerk, Ministerie van Cultuur, sponsors, gezelschappen, opleidingen,…), de publicatie van boeken, presentatie van voorstellingen, enz. Het hoogtepunt moet de Signaaldag zelf zijn. Omdat FeVeCC een belangenorganisatie is moet ze de kerk in het midden houden en zoveel mogelijk culturele centra de kans geven om die dag te organiseren. Zo is het een rondreizend evenement geworden.

De editie ’96 vond plaats op 22 mei jl. in de Stadsschouwburg van Kortrijk. Enkele dagen later verscheen in De Standaard een boeiend artikel. De koppen waren duidelijk: ‘De magie is zoek’ en ‘Beter in Nederland’. Zo staat het Vlaamse kindertheater er dus blijkbaar voor. En het moet gezegd, journalist Peter Jacobs heeft goed geluisterd naar wat er op de Signaaldag allemaal gezegd is. Sprekers (vooral Johan Thielemans) hadden het moeilijk met het kindertheater, het juryrapport was behoorlijk negatief over het aanbod van kindertheater in het seizoen ’95-’96, tijdens de informele momenten werd angstvallig met een bocht rond de kritieken heengegaan.

Het betreffende artikel is dus goed geschreven. Maar is het dat wat Signaal ’96 (en daarmee ook organisator FeVeCC) voor ogen had? Ik bedoel: slaat Signaal niet volledig de bal mis door op deze manier ‘het jaarlijkse evenement voor het kindertheater’ te organiseren? Kritiek is belangrijk en noodzakelijk. Het kindertheater lijdt aan een chronisch gebrek aan degelijke kritiek. Ik ben dus blij met de geleverde bijdragen en was regelmatig akkoord met de inhoud ervan. Maar het is niet die kritiek die voor de problemen gezorgd heeft.

Sfeerzetting

Sinds enkele maanden komen op het Vlaams Theater Instituut betrokkenen uit het kindertheater samen om, in een informele sfeer, van gedachten te wisselen over wat goed gaat, maar vooral over wat problematisch is. De samenstelling van de groep is heterogeen, iedereen spreekt vrijuit. In de laatste gesprekken ging het er regelmatig over dat er duidelijk een negatieve spiraal werkzaam is, een ongrijpbare sfeerzetting i.v.m. het kindertheater. Vanuit verschillende invalshoeken werd daarom geprobeerd te duiden hoe het zou komen dat het plots ‘zo slecht zou gaan’? Diverse paden werden bewandeld, waaronder het belang van de opleidingen (= thema Signaal 96), de rol van de overheid (voldoet de regelgeving?), het spreidingsprobleem, de zwakte van festivals en prijzen (Vlaanderen is een zakdoek groot, maar kent wel vier festivals en met een prijs van 1oo.ooofr maak je geen nieuwe produktie), de eenzijdigheid van de receptieve sector (veel schoolvoorstellingen en weinig familievoorstellingen), de rol van de media, de druk van de schijnbaar grenzeloze groei van culturele centra, enz. Door kritiek en zelfkritiek kwam deze groep tot een boeiende opsomming van probleemgebieden en mogelijkheden om er wat aan te doen. Daarmee wordt de kracht en tegelijkertijd de zwakte van deze vergadering aangetoond. Want verder dan een opsomming komt men niet.

Maar dat is niet erg, want er zijn het vti (onderzoek en ondersteuning), de vdp (belangenbehartiging van de gezelschappen), de commissie jeugdtheater binnen de FeVeCC (belangenbehartiging van de culturele centra), de verschillende aparte gezelschappen, kinderkunstencentra en culturele centra en natuurlijk ook Signaal (prikkelend en ondersteunend). Mogelijkheden genoeg dus om stevig inhoudelijk door te gaan. Gelukkig gebeurt dat ook op verschillende vlakken: zo houdt het vti in haar studie m.b.t. aanpassingen van het decreet rekening met het kindertheater en zijn bij de vdp de belangrijkste kindertheatergezelschappen aangesloten. Maar vooral zijn er dagdagelijks veel mensen op hun thuisfront hard aan het werk om goede dingen te doen. In het bestek van dit artikel gaat het te ver om hierover uit te wijden. Ik verwijs dan ook graag naar het artikel van Johan De Feyter in Courant nr. 29.

Ook Signaal wil een rol spelen. Zo kunnen we nog in het laatste FeVeCC-schrift (Gekken die op het podium kruipen. 10 jaar Signaal) lezen dat ‘FeVeCC en de Afdeling Jeugdwerk geloven dat Signaal zijn functie van gangmaker, vragensteller en stimulator waarmaakt.’

Gekken… toont aan dat Signaal zeker een rol speelt in het kindertheater. Het boekje laat de tien voorbije prijswinnaars aan het woord. Hoewel het bijna allemaal mensen zijn die gepassioneerd met het medium bezig zijn of waren (en daardoor goed geplaatst om een mening over Signaal te geven), is het meest opmerkelijke toch dat vooral het rapport en de prijs als meest prikkelend gezien worden. De andere zaken waar Signaal mee bezig is, hebben blijkbaar veel minder invloed. Dat stemt al tot nadenken.

Geamuseerd

Op Signaal ’96 ging het echter goed fout. Met als gevolg dat Signaal ’96 niet stimulerend heeft gewerkt en, erger nog, geen rol heeft gespeeld in het ombuigen van de negatieve spiraal. Het heeft enkel de platte mening dat het ‘niet goed zou gaan versterkt. Hoe komt dit?

Signaal ’96 was een zeer beperkte momentopname, waarin vooral zijdelings betrokkenen de toon mochten bepalen. Dit gaf aanleiding tot spitse en soms nieuwe invalshoeken (wat enkel toe te juichen is), maar de frustratie is dat deze verder niet gedekt werden door echt gemotiveerde, onderbouwde ideeën, studies en standpunten. Men vertelde maar wat. De schitterende animator van die dag, Warre Borgmans, strooide nog wat verse peterselie over deze soep en iedereen bleek gelukkig te zijn. Ook ik heb mij geamuseerd. Boksers van Deinze die spitante stellingen mochten wegboksen, een zeer grappige presentatie van het juryrapport en de prijs, Johan Thielemansdie in een arena aanschouwelijk het kindertheater onderuit haalde, eindelijk eens echt en goed eten. Zoiets maakt een dag goed. Maar de vorm bedekte de inhoud. Enkele voorbeelden:

1. Je mag zo een dag niet overlaten aan toevallige passanten. Johan Thielemans, Warre Borgmans, Karel Hermans, minister Martens, Herman Heyns, Kathy Lindekens, Gregie De Maeyer: het zijn geïnteresseerden, maar geen specialisten. Zij mogen het zout in de soep zijn, maar het is wel de kok die het voor het zeggen moet hebben. Maar als de kok enkel achter zijn fornuis staat, zal hij nooit een goed kookboek schrijven.

2. De jury moet een juryrapport schrijven over en een prijs geven aan wat haar in het voorbije seizoen geraakt heeft. Hoe hard ze ook gewerkt heeft, het juryrapport was niet interessant. Hoe dat komt, weet ik niet, maar iedereen zou de verhalen van de jury eens moeten horen over het tijdstip van hun aanstelling (oktober ’95!), over de chaos van het gaan kijken naar alle voorstellingen (een 60-tal?), over het ontbreken van een honorering, maar vooral over het gebrek aan begeleiding vanuit de FeVeCC. Elk jurylid deed dit voor de eerste keer, er was dus geen continuïteit. Er was geen kader, geen duidelijke opdracht. Zo werden zij het moeras ingestuurd. Kan zo’n jury degelijk werk afleveren? Met alle respect voor de leden, maar ik denk het niet.

3. Het thema van de dag was het gebrek aan aandacht voor het kindertheater bij de theateropleidingen. Een débat en een presentatie van een werkproces door studenten van het Conservatorium van Gent stonden op het menu. Het debat werd aangestoken door Johan Thielemans die, voor 80% naast de kwestie, zijn frustraties over het kindertheater kwam uiteenzetten. Hier moest de toevallige moderator Borgmans op inpikken om te komen tot een drie kwartier durend ‘iets’ waarin kinderkunstencentra promotie mochten voeren voor hun activiteiten en Johan Thielemans en Jef Demedts elkaar mochten uitschelden voor onbekwaamheid. Waarom dit debat? Wie heeft dat voorbereid? Wie moest dat leiden?

Profileringsprobleem

Signaal zit met een profileringsprobleem. Het wil alles zijn, maar dan zonder middelen. De prijs moet prestigieus zijn; er moeten inhoudelijk interessante dingen gebeuren; het moet een plek zijn voor informele ontmoetingen; men wil een seizoen evalueren; er moeten signalementen gegeven worden aan nieuwe initiatieven; het zou een festival moeten zijn; er moet ook een niet-professioneel publiek op af kunnen komen; de betere gezelschappen moeten er hun gading in kunnen vinden; programmatoren van culturele centra worden lichtjes gedwongen om deel te nemen; het onderwijs moet telkens betrokken worden; het moet een nationale weerklank hebben.

Heel dit gamma moet jaarlijks aan bod komen. De dag moet echter zonder noemenswaardig budget in mekaar gestoken worden door een ploeg vrijwilligers, bijgestaan door het kleine FeVeCC-secretariaat. Er is dus niemand die professioneel bezig is met de inhoudelijke en praktische uitbouw van die dag. FeVeCC heeft ook niet de sterke persoon in huis die zoiets als Signaal kan voortstuwen. Als FeVeCC dan niet de nodige bescheidenheid aan de dag legt, en Signaal ook nog beschouwt als uithangbord voor haar eigen werking, kom je na de sympathieke startjaren voor onoverkomelijke problemen te staan. Dat hiervoor op geregelde tijdstippen een minister wordt opgetrommeld om de lof te zingen over het kindertheater doet enkel de wrevel groeien. Versta me niet verkeerd: natuurlijk is het goed om af en toe een minister tot uitspraken te dwingen, zeker als dit (zoals dit jaar) resulteert in een zin als: ‘Zonder op de fundamentele discussie vooruit te lopen, die te maken heeft met een grondige herziening van het decreet, wil ik hierbij stellen dat de bijzondere aandacht van de overheid voor de kinder- en jeugdtheatersector in één of andere vorm moet behouden blijven.’ Signaal verdient echter zo’n uitspraak niet omdat ze het kader niet aanreikt waarbinnen zo’n vage intentieverklaring later kan resulteren in effectieve beleidsdaden.

Toekomst

Hoe moet het verder? Enkele hints:

1. Signaal moet zijn eigen doelstellingen duidelijk definiëren en stroomlijnen. Wil het inhoudelijk werken? ok, maar dan past een prijs daar niet bij. Wil het een seizoen evalueren? ok, maar dan moet er een heus ‘best of’-festival georganiseerd worden.

De verschillende festivals moeten hun verantwoordelijkheid misschien eens nemen en de koppen bij elkaar steken. Waarom niet komen tot twee festivals: één kleinschalig, inhoudelijk, voor de professionelen en één grootschalig, een overzichtsfestival, voor het brede publiek, met een prijs.

2. Signaal moet ook eerlijk zijn. Het is een FeVeCC-initiatief. Daar is niets verkeerds aan. Maar onder het mom van ‘voor ‘t algemeen nut van ‘t kindertheater’ wordt een loyaliteit gevraagd aan de sector, die regelmatig beschaamd wordt. Ik denk hierbij aan de manier waarop de minister tijdens Signaal ’96 omringd en aangemaand wordt om iets te doen aan de onderbemanning van het FeVeCC-secretariaat. Ook de onwil om met het vti samen te werken is stuitend. Nog nooit heeft iemand van FeVeCC duidelijk gezegd waarom dit niet gebeurt.

Ik denk dat Signaal best een aparte vzw wordt, met minstens één full-time werkkracht en gedragen door alle belangrijke instellingen van Vlaanderen.

3. Het jaarlijks veranderen van standplaats schept onduidelijkheid. Je voelt ook dat je telkens in een wat amateuristische omgeving binnenkomt. Dat kan ook niet anders als elke keer opnieuw het warm water moet uitgevonden worden.

4. De Signaalprijs is sinds enkele jaren een prijs van de Vlaamse Gemeenschap. Dat is goed voor de uitstraling ervan. Het probleem is dat die prijs uitgereikt wordt tijdens een dag die door FeVECC georganiseerd wordt. Wil de prijs echt aan uitstraling en invloed winnen, dan moet hij op neutraler terrein terechtkomen. Een samengaan met de belangrijkste Nederlandsekindertheaterprijs (Hans Snoeck-prijs) is m.i. aangewezen.

5. Er is een denkpiste dat Signaal jaarlijks een beurs zou toekennen aan een jong interessant initiatief. Het idee moet uitgewerkt worden, maar Ik denk dat het niet goed is dat Signaal als producent zou optreden.

6. Er moet dringend gewerkt worden aan een visie op lange termijn. Het jaarlijks van nul beginnen is niet rendabel.

Signaal ’97 komt er al aan. Niemand weet wat het zal worden. Het wordt echt tijd dat iemand zich dit aantrekt.

 

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#56-57

15.08.1996

14.11.1996

Dirk Vanhaute

Dirk Vanhaute is gewezen zakelijk leider van Het Gevolg.