© Sofie Knijf

Leestijd 7 — 10 minuten

Shut Up and Play With Me – Het Zuidelijk Toneel

Een ode aan het spel, of kunstschaatsen met plastiek zakken

Spel is een basiselement van het theater, maar ook van cultuur, zo stelde de Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga in zijn klassieker ‘Homo Ludens’. Samen met dramaturg Joachim Robbrecht brengt regisseur Sarah Moeremans in Shut Up and Play With Me een ode aan de spelende mens. Het resultaat, ten tonele gebracht door Joep van der Geest en Louis van der Waal, is een ludiek kleinood, dat verbaast door zijn verbeeldingskracht en knettert van het spelplezier.

Joep van der Geest en Louis van der Waal zijn druk in de weer wanneer we de zaal betreden. Ze plakken lijnen af met tape en zeulen voorwerpen als borstels, bezems, zwabbers en touwen het speelvlak op. Die stallen ze netjes tegen de achterwand. Het duo ziet er hilarisch uit. Beide heren dragen een stoffig, bruin kostuum en typische seventies brillen. Van der Geest vervolledigt zijn look met een dikke snor, strak met gel naar achter gekamde haren en een doorzichtige, lange regenjas. Van der Waal vult zijn outfit aan met een bruine, wollen anorak en een paardenstaart omhoog gehouden door een zwarte fluwelen strik. 

Onverstaanbaar smiespelen ze onder elkaar. Zijn ze nog bezig met de voorbereiding? Dan loopt Van der Geest met een kookwekker richting de technieker. Hij mompelt en gebaart wat, stelt de timer af, loopt naar beneden en neemt plaats naast zijn kompaan. De heren – in hun kostuums zien ze er uit als kunstenaarsduo Gilbert & George – knikken. De speeltijd kan beginnen.

Eerst gaan gaat de regenjas van van der Geest uit. Hij houdt het plastieken ding voor zich en, voor we het goed en wel beseffen, loopt van der Waal op hem af met zijn handen op zijn hoofd als de hoorns van een stier. Van der Geest kan hem maar net ontwijken. Daarna proppen ze dezelfde jas op tot een bal, wat leidt tot een dolkomisch partijtje basketbal met een buislamp als ring. Het gaat er wild en energiek aan toe. Tot de nochtans veel kleinere van der Waal met uitstekend verdedigingswerk zijn tegenspeler in het nauw drijft tegen een zijmuur. Daar ontdekt het tweetal de lichtschakelaars. Een heerlijk, onverwachts drumconcert volgt.

Alles wat ze ontdekken in de ruimte leidt tot één of ander spel. Als je ligt, ben je een boot. Met bezemstelen kan je jongleren, stuiteren of muziek maken. Een ordinaire vuilnisbak blijkt een onderwater monster. Gelukkig voor het tweetal zijn er plastieken zakjes die dienst doen als duikmateriaal. Met diezelfde zakjes kan je overigens uitstekend kunstschaatsen. Rekkertjes worden katapulten en de inzet voor goocheltrucjes. Ook kan je ze gebruiken om je gezicht te vervormen.

De spelletjes volgen elkaar in snel tempo op en vloeien daarbij organisch over in elkaar. Wordt er eerst nog met bezemstelen riddertje gespeeld en gevochten, dan zijn diezelfde houten stokken vervolgens de inzet van een ondeugende strip-mikado. Wie een stok weghaalt en de andere stokken daarbij beweegt, moet een kledingstuk uittrekken. Beide heren verliezen al hun kleren, waarna ze even later met ontbloot klokkenspel op de stokken voorbij galopperen. Dat leidt dan weer tot een ernstig wedstrijdje dressuur. 

Het gaat enkel en alleen om spelen, spelen om te spelen. Het doel van het spel is het spel zélf.

De spelletjes waarmee het duo zich zichtbaar vermaakt, lijken geen enkel nut te hebben. Het gaat hier niet om winnen of de andere aftroeven, want voor je het weet zijn ze al bezig met een nieuw spel. De spelletjes hebben ook geen dieper liggende betekenis en vertellen geen overkoepelend verhaal. Het gaat enkel en alleen om spelen, spelen om te spelen. Het doel van het spel is het spel zélf.

De kettingreactie van spelletjes waar het tweetal in verzeild raakt, is amper te volgen. Met een hoog tempo tuimelen ze van het éne spel in het andere. Toch valt op dat al dat spelen de initieel nette theaterzaal doet ontploffen. Bovendien transformeren de twee acteurs van deftige heertjes in pak tot hijgende kinderen met blauwe zwembroeken als hoofddeksel. Het is zowat de enige, maar wel subtiele en doordachte, vorm van opbouw of ontwikkeling die je tijdens de voorstelling kan ontwaren. 

Als kinderen op een speelplein geven de twee heren zich volledig over aan het spel en laten dat wat het spel in petto voor hen heeft volledig over zich heen komen. Het is heerlijk om te zien, en niet alleen door hun uitgelatenheid en baldadigheid. Van er Waal en van der Geest geloven oprecht in de spelletjes, spelen fanatiek mee, beschouwen ze als ‘heilige ernst’. Stokken zijn echte paarden, het onderwater monster echt levensgevaarlijk. Plezier en ernst zijn hier geen antoniemen, net zomin als ernst en spel. Sterker, de twee tonen dat je het spel serieus moet nemen om plezier te hebben.

De twee nemen elk spel zo serieus, gaan er zo hard in op, dat je soms het gevoel krijgt dat het spel en niet zij meester zijn van de situatie op het speelvlak. Het is alsof het spel vraagt de spelers mee te spelen, vooral geen spelbreker te zijn. Het is een interessante gedachte. Is spelen ook niet altijd ‘gespeeld worden’? Je laten meevoeren door het spel?

Van der Geest en van der Waal ‘spelen’ ook niet, als in doen alsof. Laatstgenoemde bonkt echt op volle snelheid pijnlijk hard tegen de muur, de rekkers rond hun gezicht doen echt pijn, ze delen elkaar echte rake klappen uit. Hier is geen sprake van slapstick of pantomime, al doet hun chemie vaak denken aan Laurel en Hardy, of eerder ‘de lange en de korte’.

Van der Geest en van der Waal ontzien elkaar niet tijdens de spelletjes. Toch is de eventuele pijn die dat veroorzaakt van korte duur, want het volgende spel loert al om de hoek. En ondanks al dat geklop, gevecht en getimmer op elkaar en een schijnbaar onschuldige vuilnisbak, is hier van agressie geen sprake. Af en toe nemen de twee spelers zelfs de tijd voor een verontschuldigend gebaar of een moment van zorg of rust, naar elkaar of het publiek, dat soms moet wegduiken voor een rondvliegende stok of rekkertjes die doelbewust op hen gericht worden.

Bang om een spelbreker te zijn, gaan we gewillig mee in hun gekkigheid.

Dat publiek speelt in Shut up and play with me een niet onbelangrijke bijrol. Van der Geest en van der Waal betrekken het verschillende keren in hun spielerei op het podium. Zo krijgt het sinaasappels aangereikt, om hulp gevraagd wanneer de rekkertjes te strak om een gezicht zitten, is het een schietschijf en krijgt het high fives bij gelukte trucjes. Af en toe werpen de twee ook uitdagende blikken of knipogen naar het publiek. Je voelt de ‘héb je dát gezien?’. Het is alsof we de ouders zijn van deze twee kwajongens of leerkrachten die toezicht houden op de speelplaats. We maken onvermijdelijk deel uit van het spel, of we het nu willen of niet. Bang om een spelbreker te zijn, gaan we gewillig mee in hun gekkigheid.

In al zijn speelsheid is Shut up and play with me is een oprechte en heerlijke ode aan de spelende mens en zijn haast onuitputbare verbeeldingskracht. Het toont het spel in al zijn facetten en maakt duidelijk dat spelen heel wat plezier, vrijheid en creativiteit met zich meebrengt. Tegelijk demonstreert het dat ‘het speelse’ serieus dient genomen te worden. Spelen creëert samenhorigheid en gemeenschap. Dat is vooral duidelijk in de momenten waarop het spel escaleert. Het brengt vriendschap en zorg voor elkaar voort. De spelende mens is een vredelievend mens, met oog voor de ander.

Huizinga wist het al. De mens is meer dan een rationeel en redelijk wezen met natuurlijke driften als slapen en eten. Het heeft een andere wereld nodig, ‘make-believe’, zoals de cultuurhistoricus dat noemde. De spelwerkelijkheid waar we ons in willen en kunnen verliezen is essentieel en is zo een onontbeerlijk element van een gezonde een veerkrachtige samenleving. Dat toont Shut up and play with me met verve. Tot de kookwekker afloopt natuurlijk en die, net als een schoolbel, het einde van de speeltijd aankondigt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#170

15.12.2022

—

14.03.2023

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!