Het Swan Theatre rond 1596 / tekening van Johannes de Witt

Günther Samson en Jan Van Looy

Leestijd 9 — 12 minuten

Shakespeares Globe

Patrimonium of pandemonium?

In Londen werd The Globe heropgebouwd. Shakespeare klinkt er wel goed, stellen Günther Samson en Jan Van Looy vast, maar is dit meer dan een toeristische gimmick?

In deze tijden van cybernetica en virtual reality heeft men in Londen het vierhonderd jaar oude Globe Theatre van Shakespeare heropgebouwd. Zelfs voor een metropool als Londen is het een immense onderneming geworden, met een kostprijs van om en bij de 30 miljoen ponden, een slordige 1,8 miljard frank. Het geld komt vrijwel uitsluitend van sponsors.

The Wooden O

Het theater van William Shakespeare werd afgelopen zomer, na zeventien jaar hard labeur, aan het wereldpubliek voorgesteld. Zeventien jaar is lang, maar het project had dan ook nogal wat voeten in de aarde. De toneelbal ging aan het rollen toen de Amerikaanse acteur en Shakespeare-fan Sam Wannamaker in 1949 Londen bezocht in de veronderstelling er een Shakespeare-theater aan te treffen. Toen hij zag dat dat niet zo was, besloot hij er zelf een te bouwen. Wannamaker slaagde erin om bouwmeesters, architecten en historici warm te maken voor zijn droom.

In 1970 werd op de Banksite, aan de Thames, 1.2 hectare vrijgemaakt voor de wederopbouw, op 200 yards van de oorspronkelijke site. Maar pas in ’87 was het nodige geld gevonden en werden de eerste funderingen gegraven en pas in ’93 werd met de eigenlijke bouw begonnen. Wannamaker stierf op 18 december van hetzelfde jaar en heeft nooit zijn droom zien verwezenlijkt worden. Op dat moment waren pas twaalf van de vijftien delen van The Globe klaar. Eind 1995 werd het gebouw eindelijk voltooid.

Volgens de makers is The Globe een zo exact mogelijke kopie van de ronde schouwburg die in 1598 werd gebouwd. Een sterke uitspraak, want over de authentieke Globe is weinig geweten: het gebouw brandde volledig af in 1613, na een al te realistisch kanonschot in een voorstelling van Henry V. Een tweede Globe, nog in hetzelfde jaar gebouwd, werd in 1642 door de puriteinen gesloten en twee jaar later afgebroken. De enige geloofwaardige schetsen van The Globe zijn van de hand van de Nederlander Johannes de Witt, die omstreeks 1596 Londen bezocht. Hij zag er vier theaters die hem aan ‘Romeinse gebouwen’ deden denken, zoals hij in zijn Observationes Londinenses schreef. Van de grootste, The Swan Theatre, de voorloper van The Globe, maakte hij een snelle schets. De schets werd gekopieerd en rust nu in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht.

Daarnaast geven de stukken van Shakespeare zelf – summiere – aanwijzingen over het gebouw. Shakespeare was als acteur verbonden aan The Globe en schreef zijn teksten om ze daar te laten opvoeren, zoals andere acteurs hun stukken schreven voor hun schouwburg. Zo maant het koor van Henry V in de inleiding de kijker aan om zijn fantasie te gebruiken: ‘Can this cockpit hold the vasty fields of France? Or may we cram within this Wooden O the very casques that did afright the air at Agincourt?'(Henry V, I, 11-14) en even later: ‘And let us, ciphers to this great accompt, on your imaginary forces work. Suppose within the girdle of these walls are now confin’d two mighty monarchies.’ (Henry V, I, 17-20) Het zegt iets over het gebouw – de ‘Wooden O’ is een beroemd synoniem voor The Globe geworden – maar veel is het niet.

Fun

Toch werden kosten noch moeite gespaard om het theater zo getrouw mogelijk te herbouwen. Eigenlijk valt het, zoals De Witt opmerkte, nog het best te vergelijken met een Romeinse arena, zij het dan een ronde met drie verdiepingen. Op de grond, voor de scène, zijn de staanplaatsen. Voor vijf pond sta je onder de blote hemel. Voor een zitje onder het rieten dak betaal je twaalf tot zestien pond. En zo was het al in Shakespeares tijd: de groundlings, zoals het voetvolk voor de scène werd en wordt genoemd, betaalden één penny, de meer respectabelen uit de maatschappij moesten twee en drie pennies neertellen om zich op een bank, met of zonder kussentje, neer te kunnen vleien.

Vanop de grond geeft het openluchttheater een overweldigende indruk: de enorme steunbalken, de balkons, de scène, de banken, alles is van hout en werd, naar analogie met de zestiende eeuw, met de hand vervaardigd en in elkaar gezet. Zonder modern gegraaf en ge-boor werden alle delen van de ronde, vijftien in totaal, apart gemaakt en in elkaar gezet. Het riet op het dak werd met de hand geoogst en samengebonden en volgens de folders zit in het hele gebouw niet één spijker. Zulk een zin voor detail is misschien wat vergezocht en mist soms zijn effect: de twintigste eeuw blijft alomtegenwoordig, op het dak prijkt een brandwerende installatie en tijdens de pauze kan je cola kopen, uit de ijskast gehaald door een waiter in net geen authentieke kledij.

Een voorstelling in The Globe is zoals Bach op authentieke instrumenten: los van de vraag of het zo geklonken heeft, zoveel eeuwen terug, klinkt het ook wel mooi. We weten niet of er vroeger zo werd gespeeld in The Globe maar we moeten wel toegeven dat Shakespeare in dit gebouw wèrkt. “When you do Shakespeare here, it works better than in any other theatre”, meldde Globe-directeur en acteur Mark Rylance vorig jaar, en dat is waar. Het hangt er alleen van af voor welke Shakespeare je kiest. In deze periode waarin de teksten van Shakespeare worden gesampled, gemengd, hertaald in ‘slang’, herwerkt tot nieuwe stukken, spelen de acteurs van the Globe met veel verve, ze amuseren zichzelf en het publiek. Theater in het Globe-gebouw is vooral een kwestie van fun. De groundlings stappen zalig rond, er wordt geklapt, gefloten en gejoeld en dat zorgt voor sfeer, temeer daar het publiek verscheiden is. In de zestiende eeuw keken de rijken vanop de verdiepingen neer op de armen en de armen stonden niet zonder trots dapper op de grond. De drie verdiepingen van de arena doen denken aan een diagram van de wereld zoals de toeschouwer en de toneelschrijver die in de zestiende eeuw zagen: de Goden, het Hof en het Volk. Vertaald naar de twintigste eeuw wordt dat: Britse dames en heren tussen zwetende toeristen, Engelsen naast Fransen, klikkende Japanners tussen luidruchtige Amerikanen.

In The Globe sta je graag tussen het Volk, al was het maar omdat er kan worden rondgelopen. De acteurs moeten het inderdaad vooral hebben van de fantasie van het publiek, want veel staat er niet op de scène. Een voorbeeld: in de tweede act van Two gentlemen of Verona – vorig jaar zagen we deze voorstelling in een vooropening van The Globe – moet het regenen, en het is genoeg dat Proteus zijn kap over zijn hoofd trekt en de scène afrent. Als in hetzelfde stuk wordt gezegd ‘The sun is setting’, dan vormen de meteorologische sfeer en de ondergaande zon in de openluchtschouwburg voor een verbluffend decor. Af en toe wordt een stoel op de scène gezet als troon en dat is dan dat.

The Zulu Macbeth

Toch rijst de twijfel of de Globe nu een triomfantelijke wedergeboorte van een authentiek genre is, dan wel een toeristische gimmick. Het is vreemd om te constateren dat je in The Globe niet naar een voorstelling gaat om een goeie acteur of compagnie te zien, maar om het gebouw waarin zij spelen. En daar is reden toe: naast het theater is in het Globe-complex ook een museum ondergebracht, een winkel, een café, een Education Centre, een restaurant en een klein zaaltje met podium voor workshops rond Shakespeare. De tegels op het binnenplein en in het theatergebouw zelf vermelden opvallend en foeilelijk de ontelbare sponsors.

Komt daarbij dat het Globe-seizoen zich afspeelt van mei tot en met augustus, net in die periode dat het Londenseculturele leven op een laag pitje staat (de eeuwig uitverkochte musicals buiten beschouwing gelaten). In september valt het doek voor acht maanden over de Globe-scène.

In Groot-Brittannië is de discussie sinds de heropbouw aan de gang. Ze verdeelt het Londense theaterpubliek in twee delen: pro of contra Globe, theaterkenner versus toerist, diepgang haaks op plat gelach, culturele ernst tegenover pretentieloos plezier.

Daarnaast draagt het programma van The Globe ook bij tot de discussie: het houdt immers niet op met The Complete Works of William Shakespeare. Voor deze openingszomer werd ondermeer een Macbeth gespeeld door het Johannesburg Civic Theatre. In het Zoeloes. De voorstelling Umabatha, The Zulu Macbeth dateert van 1970 en is gebaseerd op de krijger-koning Shaka, de koning van de Zoeloes. Ze toerde de wereld rond en belandde uiteindelijk in The Globe voor het openingsfestival. Volgens de regisseur, Welcome Msomi, zijn de ruzies tussen de Schotse clans in Macbeth een doorslag van de stammenoorlogen in het vroege Afrika. Duncan werd Dangane, Banquo werd Bhangane. Macbeth is Mabatha en zijn vrouw, Lady Macbeth werd omgedoopt tot Kamadonsela. Nelson Mandek, die de voorstelling in New York bijwoonde, schreef: “It is epic in scope, a caleidoscope of spectacle and action. I truly believe that audiences everywhere will be spellbound by Umabatha. (…) It was a truly illuminating and uplifting experience.” The Zulu Macbeth is, zoals je verwacht en voorziet, het verhaal van Macbeth in een Afrikaans kleedje. Er wordt gedanst, de drummers leiden elk bedrijf in en uit en tussendoor wordt het verhaal verteld van Macbeth die door aandringen van zijn vrouw de Schotsekoning doodt en uiteindelijk, om de kroon te behouden, zelf omkomt in het strijdgewoel. Als toeschouwer merk je evenwel dat de show belangrijk is, en het is heel goeie show. Maar bij het buitenkomen blijven de drums nazinderen in je oren, en niet de roemloze ondergang van een hoogmoedig man. Net zoals je bij het naar buiten gaan nog even een blik werpt op het kleurrijk geschilderd podium en bedenkt dat het toch maar imposant is, dit gebouw, ‘zo zonder één spijker’.

En zo vergaat het ook de voorstellingen van de compagnie van eigen bodem: de programmatoren van het Globe Theatre hebben als doel gesteld om het publiek risicoloos te entertainen, mee te nemen op een reis, vierhonderd jaar terug in de tijd.

Een voorstelling zoals Henry V, het officiële openingsstuk van Shakespeares Globe, verwordt van politiek statement tot lichtgewicht komedie, en daar is de Globe ideaal voor. Nergens is een Henry V zo komisch, maar nergens ook zo overbodig, want veel diepgang hoef je niet te zoeken. Hoewel de acteurs -onder wie directeur Mark Rylance als Henry V – wellicht technisch in staat zijn om het stil en minutieus te maken, is het alsof de ruimte niet verdraagt dat er gezwegen wordt. Wellicht heeft het ongewilde rumoer van de Groundlings er mee te maken maar de hele voorstelling gaat gebukt onder een schreeuwerige laag barok entertainment, die weliswaar wel grappig is maar na anderhalf uur flink begint te vervelen zodat je op de duur verlangt naar een stilte.

Mark Rylance zet een getormenteerde koning neer, die als een stormram over het toneel dendert en alles en iedereen dwingt om hem te volgen. Als actie kan dat tellen, maar dat doet hij ook als hij de hand van Katherine, de Franseprinses, vraagt. Daardoor wordt hij nogal lomp en dus grappig, tot groot jolijt van het publiek dat blijft joelen en klappen als hun koning en de Franse Katherine zich alleen op de scène bevinden. Een Engelse krant blokletterde na de voorstelling: “Absolutely marvellous, darlings. Fabulous, wonderful – can’t recommend it too highly. (…) The production (…) proves that Shakespeare wrote for the people. The story is told with clarity, vulgarity and much hilarity. The audience is involved throughout – and to think that you can stand there and take part in such a splendid pageant for just 5 pounds. How different from the pompous intellectual snobbery which has made Shakespeare inaccessible for generations. Book now.”

Deze recensie is niet mis te verstaan. Het maakt komaf met een traditie van theatermakers die zich buigen over Shakespeare en er proberen achter te komen wat de kracht van een zestiende-eeuwse tekst kan zijn in de twintigste eeuw. In The Globe gebeurt dat discours op het moment van de voorstelling. Door samen met de acteurs ‘opgesloten’ te zijn in het gebouw (want dat gevoel bekruipt je wel lichtjes als de grote poorten dichtklappen) wordt de kijker deelgenoot van de voorstelling en speelt er een actieve rol in. De illusie, met name ‘400 jaar terug in de tijd’, is compleet want iedereen maakt er deel van uit: de acteurs, het publiek en het gebouw. Terwijl honderd meter verder de resten van de oude Globe als een icoon in de grond zitten, leeft dit theater als een artificieel icoon verder.

Wellicht is het net twintigste-eeuws om een project als The Globe te beginnen: het willen teruggrijpen naar een nooit gespeeld verleden in de hoop om meester te zijn van de tijd en de geschiedenis. De teksten van Shakespeare zullen hier blijven boeien omdat het gebouw dat doet en aan de stukken een meerwaarde verleent.

Andere auteurs zullen in het gebouw weinig aan bod komen en dat is ook de bedoeling, maar het sluit een zekere credibiliteit als Shakespeare-theatercentrum uit. Nu staat immers al vast welk een toekomst The Globe zal krijgen: dezelfde als nu. Maar Shakespeare blijft publiek aantrekken, in het geval van The Globe zoals een voetbalwedstrijd dat doet: ‘a kingdom for a stage, princes to act and monarchs to behold the swelling scene.’ Londen staan nog veel Shakespeare-wedstrijden te wachten en we zijn benieuwd wat de programmatoren gaan doen nadat alle stukken van de bard gespeeld zullen zijn. A rato van twee stukken per seizoen is dat een zorg voor binnen achttien jaar.

The Globe heeft op zich genomen om de kloof tussen de ‘moeilijke’ Shakespeare en het publiek te verkleinen en daar slaagt ze ook in. Ze wil het volk gewoon plezieren tijdens de zomermaanden: een Shakespeare meepikken en hup de wagen in en naar de pub. Intussen draait de Shakespeare-machineook in eigen land op volle toeren en zijn de krachtmetingen om Shakespeare toegankelijker te maken niet van mindere aard. De Roovers, Dood Paard, NTG,… hebben zich op The merchant of Venice, Othello, Titus Andronicus en A Midsummer-Night’s Dream gestort en de veelgeprezen toneelmarathon Ten Oorlog van Blauwe Maandag Compagnie is bezig om zelf ook al een mythe, een icoon te worden en beoogt eigenlijk hetzelfde principe als The Globe: naast Shakespeare is The Globe ook het fantastische gebouw zoals Ten Oorlog naast Shakespeare ook elf uur theater is. Met een titel als Risjaar Modderfokker den Derde wordt bij BMC de toon gezet. Met het slang van Tom Lanoye wordt een taal gespuwd die in de schouwburgen van Gent, Amsterdam en Antwerpen op de duur misschien een beetje kaal wordt en net een Globe-theater nodig heeft voor reactie, geboe en gesis van het publiek.

 

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 9 — 12 minuten

#63

15.03.1998

14.06.1998

Günther Samson en Jan Van Looy

Günther Samson volgde een opleiding theater en woordkunst aan het Lemmensinstituut in Leuven. Momenteel is hij docent theater aan het Oostendse conservatorium en geeft hij theaterworkshops rond Beckett.

Jan Van Looy is germanist.