Leestijd 4 — 7 minuten

Serial Drummer Girls – Koen Theys, ChampdAction & Escautville

Niets blijft bestaan en alles gaat verloren. In zijn groots opgezette performance Serial Drummer Girls brengt Koen Theys de stroming van de atonale, seriële muziek naar de uitverkoop. Maar dat doet hij in stijl en met een overdaad aan pracht en praal die niet moet onderdoen voor die van het autosalon. De seriële muziek is dood, leve de seriële muziek! Of toch niet?

In het midden van de zaal staat een cirkelvormig, traag ronddraaiend podium van drie verdiepingen dat niet zou misstaan in de showroom van een BMW-verkoper. Het podium (dat meer doet denken aan een gigantische bruiloftstaart) is volgestouwd met percussie-instrumenten, keyboards, bandrecorders en vibrafoons. De drummer girls van dienst zijn een dertigtal jonge, overdadig opgemaakte meisjes, gekleed in wulpse hostesse-uniformpjes, die tussen de instrumenten zitten en liggen, en er verleidelijk hun blote benen over uitstrekken. Om hun lippen dragen ze allemaal dezelfde brede, stralende, volstrekt fake glimlach. Ze kijken het publiek recht in de ogen, lachen hun witte tanden bloot, en beroeren van tijd tot tijd met een achteloos gebaar hun instrumenten. Af en toe zingt iemand een paar noten, nooit meer dan enkele flarden van een zanglijn, om daarna weer in het geposeerde glimlachen te hervallen. Op gezette tijden bouwen de meisjes op naar een climax van lukrake klanken, een opeenstapeling van ongecoördineerde ritmes en willekeurige aanslagen, die daarna versterft en plaatsmaakt voor stilte. Ziedaar de handeling van deze performance, die in al zijn statigheid meer iets weg heeft van een indrukwekkend tableau vivant.

Wie bekend is met het oeuvre van Koen Theys, zal meteen het verband leggen met zijn vorige werk Death Fucking Metal (2014). Daarin voerde hij (op hetzelfde ronddraaiende toonzaalpodium) een leger oude, afgeleefde rockmuzikanten op, die uitgeput en halfdood tussen hun instrumenten hingen. Af en toe klonk er het vermoeide begin van een gitaarrif, of een krachteloze, half gefluisterde zin uit een songtekst. Wat Theys in die performance deed, namelijk het opzijzetten van de rockmuziek als een uitgeleefd genre waarvan enkel nog de vermoeide clichés zijn overgebleven, beoogt hij ook in deze voorstelling. Hij voert de atonale, seriële muziek op als een leeg gebaar, een doodgebloed fenomeen.

In het publiek zitten enkele mensen geconcentreerd en met gesloten ogen te luisteren, maar muzikale verdienste is het laatste wat hier aan de orde is. Er is namelijk geen muziek. Er zijn ook geen muzikanten. Er is alleen het lukrake lawaai van een groep hostessen die zomaar wat aanmodderen op een verzameling instrumenten en die bijna per ongeluk een vaag idee van atonale muziek oproepen. In eerste instantie lijkt de voorstelling niet meer dan de spotzieke, bijna komische opbaring van een gestorven genre.

Maar dan kantelt er iets in het begrip – misschien alleen maar door de duur en de onveranderlijkheid van de performance, waardoor de toeschouwer ertoe wordt aangezet zijn interpretatie voortdurend te herkauwen. Langzaam worden de verschillende betekenislagen zichtbaar, en wat eerst een vrij oppervlakkige opvoering leek, verdiept zich uiteindelijk tot een scherpe reflectie over de tijden en het politieke en economische systeem waarin wij leven. Meer dan een statement omtrent de ‘dood’ van de seriële muziek, is deze voorstelling een reflectie over de Westerse cultuur en de waarden die daarin de boventoon voeren.

Om te begrijpen wat de seriële muziek daarmee te maken heeft, moeten we terugkeren naar haar oorsprong. Deze stroming ontstond vlak na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd die werd beheerst door vernieuwingsdrift en afkeer van het oude en traditionele. Ze vloeide voort uit de twaalftoonsmuziek (dodecafonie), een atonale compositietechniek waarbij de twaalf tonen van de chromatische toonladder op een willekeurige en gelijkwaardige manier werden gerangschikt. Bij de seriële muziek werden daarnaast ook toonlengte, articulatie en dynamiek in reeksen geordend. Het resultaat was een nieuwe muzikale grammatica, die echter op veel weerstand en onbegrip botste. Harmonie, samenhang en sentimentaliteit waren opgeheven, de nieuwe muziek was abstract en ongrijpbaar. Ze liet zich beluisteren met de hersenen in plaats van met het hart. De traditionele thematische ontwikkeling was overboord geworpen en had plaatsgemaakt voor een onthechte, louter op mathematische reeksen gefundeerde muziek. Deze omwenteling deed de muziekwereld op zijn grondvesten daveren.

In wezen was de seriële muziek een vorm van verzet tegen alle muzikale conventies. In deze performance is ze echter van al haar revolutionaire kracht ontdaan en wordt ze braaf op een presenteerblaadje aangeboden, als een amuse-gueule op een chique receptie. Het verzet is ondermijnd, de energie versmoord, het systeem heeft overwonnen. Tussen de instrumenten staan grote schermen waarop in stemmig zwart-wit de portretten prijken van de helden van deze stroming: Anton Webern, Arnold Schönberg, Karlheinz Stockhausen, Karel Goeyvaerts, en vele anderen. Het zijn de pleitbezorgers van een muzikale stroming die zich ooit radicaal afzette tegen iedere traditie. Maar de revolutionairen van vroeger zijn tegenwoordig gedegradeerd tot merknamen – brands. Je zou ze kunnen vergelijken met Che Guevarra die zich verzette tegen het kapitalistisch systeem maar door datzelfde systeem werd gebroken en verorberd (tegenwoordig dient zijn beroemde portretfoto als een lucratieve bron van inkomsten). De seriële muziek is op dezelfde manier ontmanteld. De subversieve kracht ervan is uitgeschakeld, niemand bekommert zich nog om de hetze die ze vroeger veroorzaakte. De componisten zijn verworden tot merknamen en hun composities worden opgediend als economische producten, versnaperingen uitgestald in een blinkende toonzaal. Het systeem heeft hen verzwolgen en voor haar eigen doeleinden ingezet.

De boodschap die Koen Theys lijkt uit te dragen, is dat het geen zin heeft om je tegen de kapitalistische maatschappij te verzetten. Ieder verzet zal er uiteindelijk door worden afgebroken en in haar eigen voordeel worden uitgespeeld. Is verzet dan volstrekt onmogelijk? Neen, maar het zal andere vormen moeten aannemen. Het heeft geen zin je radicaal af te keren. Ontsnappen het dominante poltieke en economische regime kan niet. Maar je kan wel proberen om het van binnenuit te ondermijnen. Theys geeft daar met zijn performance een prachtig voorbeeld van. Hij legt de verborgen dynamieken die het kapitalistische systeem beheersen bloot en slaagt er op die manier in de onverzadigbare vraatzucht en meedogenloosheid ervan te onthullen. Pas wanneer mensen daarvan bewust worden gemaakt, kan er een kritisch inzicht ontstaan dat misschien, in het gunstigste geval, tot een mentaliteitsverandering zal leiden. Verandering kan alleen maar duurzaam zijn wanneer ze gedragen wordt door een algemene wijziging in denken en handelen.

Voor wie dit mooie staaltje van kritiek en slinkse subversiviteit heeft gemist, is er goed nieuws. De performance Serial Drummer Girls is volledig gefilmd en zal door de kunstenaar worden verwerkt tot een video-installatie die op haar beurt tentoon zal worden gesteld. Ik kan u alleen maar aanraden uzelf met een bezoek aan dit uitdagende, intelligente kunstwerk te verrijken.

Gezien op 12 maart 2016 in deSingel, Antwerpen

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!