© Phile Deprez

Leestijd 3 — 6 minuten

Serenade – Louis Janssens / Desnor

Weltschmerz op tentoongesteld matras

Hoe zit de romantische kunstenaar er anno 2021 uit? Louis Janssens brengt een authentieke ode aan schoonheid in pijn en liefde, boordevol intertekstualiteit.

Romantiek en grootse gevoelens. Louis Janssens, die samen met Ferre Marnef de artistieke kern vormt van Compagnie Desnor, noemt zijn voorstelling Serenade zelf ‘een ode aan de liefde in al haar complexe facetten’. We treffen Janssens in een intieme setting. Het publiek zit in een halve kring om een beslapen matras, beschenen door het licht van een laptopscherm en door een cirkel boven het bed waarop wolkenlucht wordt geprojecteerd. Tussen de dekens zit Janssens plomp in een knullige pyjama. Zijn laptop en een biografie van Schubert vormen de enige rekwisieten. Dit is de setting van een persoon die te veel tijd alleen in zijn slaapkamer heeft doorgebracht, de blik naar binnen. Met muziek, anekdotes over levens van kunstenaars en beschrijvingen van filmscenes spiegelt Janssens zijn eigen gevoelswereld, dromen en levenslijn, die opvallende overeenkomsten met Schubert blijkt te hebben. Alsof we bij hem thuis zijn aanbeland en hij ons zijn gekoesterde platencollectie laat horen, zichzelf verliest in enthousiasme en onverhoeds veel van zichzelf blootgeeft.

Janssens heeft een sprekende aanwezigheid. Alsof spelen en leven dusdanig verkleefd zijn geraakt dat ze nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn. Zijn ietwat onbeholpen motoriek wordt geaccentueerd door het matras waarop hij heen en weer loopt, playbackt, woelt en met Liesbeth List uitroept: ‘Heb het leven lief!’. Hij durft lelijk en ongefilterd te zijn in zijn presence en zang. Het is ontwapenend, maar ook uitgesproken extravert. Dat kan het publiek, dat dicht op het matras zit, gevoelsmatig naar achteren doen deinzen. Janssens enthousiasme is aanstekelijk wanneer hij een droom naspeelt. Hij is de koningin van de nacht uit Mozarts Toverfluit. Zingend wordt hij, in zijn verbeelding, in een bad vol schuim vanuit de lucht het toneel opgetakeld, zijn witte deken verzamelt hij als badschuim om zich heen.

De bronnen waaruit Janssens put zijn divers en rijk, van de prachtige film Mommy van Xavier Dolan tot muziek van Patti Smith en een knullige ontmoeting met de legendarische regisseur Robert Wilson. Zoals vaker het geval bij voorstellingen die leunen op intertekstualiteit, zit er een kracht in het openen van het bronmateriaal, dat bij elke toeschouwer anders zal resoneren. Het risico is echter dat sommige toeschouwers onvoldoende haakjes vinden, of een persoonlijke verbinding met het bronmateriaal ontberen. Janssens weet dit materiaal in ieder geval geïnspireerd aan te reiken en vanuit romantische thematieken als liefde, dood en depressie aan elkaar en aan zijn eigen leven te verbinden. Zijn liefde en respect voor het materiaal en de kunstenaars erachter zijn voelbaar. Zo heeft hij zijn bronnen zorgvuldig gekozen en onderzocht, en kapt hij geen muziekstuk voortijdig af.

De lijdende kunstenaar is een bekend motief uit de romantiek dat nog altijd veel aandacht krijgt, vooral als het gaat over componisten van klassieke muziek. We beluisteren een muziekstuk van Schubert. Weten dat hij dit componeerde ter nagedachtenis aan zijn overleden moeder doet dat wat met onze ervaring. Tegelijkertijd kan het tentoonstellen van intieme gevoelens iets plats hebben. Een van de anekdotes van Janssens verhaalt over de beeldend kunstenaar Robert Rauschenberg, die na een verbroken relatie zijn matras beschildert, in tweeën snijdt en tentoonstelt. Het werk werd wisselend ontvangen. Het vergt moed om zoiets intiems te tonen en bovendien raakt het aan het verlangen van de toeschouwer om door een sleutelgat naar iemands intieme leven te kijken. Maar je kan je ook afvragen of het tentoonstellen van je privé een vorm is van ‘intimiteitsporno’. Wordt het persoonlijke leven van de kunstenaar ermee te veel op een voetstuk geplaatst en gemystificeerd? En wanneer wordt het tonen van je ‘authentieke zelf’, dat we inmiddels ook kennen van Instagram, iets theatraals dat meer bestaat om de buitenwereld te behagen dan als een integere expressie van kwetsbaarheid? Janssens spreekt zich hier niet over uit, maar presenteert zich als romantische kunstenaar die een ode brengt aan schoonheid in pijn en liefde. Of die ode je raakt, zal afhankelijk zijn van persoonlijke voorkeuren en kunstopvattingen.

Janssens toont zich in Serenade een authentieke performer. Hij bezingt en viert de primaire emoties die het leven diepte geven en die tegelijkertijd destructief kunnen zijn. En uiteindelijk biedt hij een uitweg uit de vicieuze innerlijke draaikolk van gevoelens. De dichter Allen Ginsberg las, kort na het overlijden van zijn moeder, een briefje dat ze aan hem schreef: ‘The key is in the sunlight at the window’. Janssens staart naar de cirkelvormige wolkenlucht en dekt zijn bed op. In een van de kussens maakt hij zorgvuldig een kuiltje om iemands afwezigheid zichtbaar te maken. Serenade is egodocument en collage ineen, een intiem portret van een extraverte jonge kunstenaar, die romantiek niet schuwt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Joost Segers

Joost Segers werkt als dramaturg. Hij is artistiek ontwikkelaar bij VIA ZUID in Nederlands Limburg en hoofd van SPRING Academy, onderdeel van SPRING performing arts festival in Utrecht.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!