Altered Natives van Cecila Bengolea en Francois Chaignaud

Pieter T’Jonck

Leestijd 5 — 8 minuten

Selfies op het podium van Theater der Welt

Hoe persoonlijk is het werk van Leonardo Moreira en Kim Noble?

Onlangs vroeg De Groene Amsterdammer zich in een dubbeldik zomernummer af waar de rage van de ‘selfie’ vandaan kwam. Is de drang om je onophoudelijk te etaleren op het web een symptoom van het dolgedraaide narcisme dat Christopher Lasch al in 1979 in The Culture of Narcissism aankloeg? Ontlenen we een groter gevoel van zelfwaarde aan de wetenschap dat anderen ons bekijken? Zijn we dan meer onszelf? Of foppen we vooral onszelf?

Het tijdschrift stak over deze kwestie zowat overal zijn licht op, behalve bij acteurs. Dat zijn nochtans bij uitstek ervaringsdeskundigen in het zich blootgeven aan onbekenden. Op het afgelopen Theater der Welt in Mannheim bleek dat stukken met een autobiografische inslag ons wel wat kunnen leren over identiteit en zelfkennis (of zelfbedrog) in het internettijdperk.

De Braziliaan Leonardo Moreira vroeg vijf acteurs van zijn Companhia Hiato om uit eigen herinneringen een solo van één uur te puren. Die vijf solo’s samen vormden Ficçâo, dat ondanks zijn lange duur geen minuut verveelde. Kim Noble deed in You Are Not Alone relaas van zijn hopeloze pogingen om contact te leggen met anderen, onder meer via sociale media. In beide stukken leek de identiteit van de makers je echter ondanks de openhartigheid en intimiteit steeds meer te ontglippen. Maar vooral leken ook zijzelf steeds minder van zichzelf te snappen.

Het zelfportret van Kim Noble verraadt zelfs een grondig gestoorde persoonlijkheidsstructuur. Alles wat hem overkomt documenteert hij. Zijn laptop is een archief van zijn leven, met talloze mails, tweets, webcamfilmpjes, Facebookberichten. Dat materiaal zet hij in om het publiek een inkijk te bieden in zijn getormenteerde geest. Het begon allemaal met het vertrek van zijn vriendin. De reden laat hij in het ongewisse. Maar hij staat wel uitvoerig stil bij zijn plotse gevoeligheid voor het lawaai dat de bovenburen maken bij het vrijen. Dat kwelt hem nochtans niet omdat hij zelf geen partner meer heeft. Het irriteert hem naar eigen zeggen vooral dat ze zullen denken dat hij de liefde niet (meer) bedrijft. Uit schaamte of ongemak, dat blijft in het midden, laat hij de klank van pornofilms tegen het plafond schallen. Zo lijkt er niets aan de hand.

Net zo wil hij Keith, een man aan de kassa van de supermarkt, doen geloven dat hij een ‘gewoon’ leven heeft door eersthonderden condooms te kopen en vervolgens pampers en babyvoeding. Noble schaamt er zich dus niet voor om alleen gelukkig te zijn, zoals Sartre destijds. Hij schaamt zich om alleen ongelukkig te zijn. Hij is een loser, een eenzaat. Daaraan wil hij echter op een wel erg vreemde manier een mouw passen: hij probeert incognito om anderen gelukkig te maken, dat wil zeggen: minder eenzaam. Alsof dat ook hem zou helpen.

Noble gaat daar heel verin. Ofwel identificeert hij zich totaal met anderen. Ofwel biedt hij zich aan anderen – vooral mannen – aan als het object van hun verlangen. In een chat met een truckchauffeur maakt hij de man wijs een vrouw te zijn die geilt op hem. Hij post zelfs een foto van zijn kaalgeschoren geslacht, dat hij met kippenbillen transformeert tot een vochtige vagina. Het lijkt wel alsof Noble gelooft dat de bevrediging van de ander via een omweg ook zijn deel zal worden. Hoe dat mogelijk is legt hij niet uit. Maar hij laat wel in full close-up, op film en live, zien hoe hij te werk gaat.

Uiteraard valt hij geregeld door de mand. In films, opgenomen met een candid camera, zien we het afgrijzen op het gezicht van zijn ‘vrienden’ wanneer ze ontdekken wie hun chatpart-ner werkelijk is. Het rare is dat hij die ontmaskering bijna moedwillig zelf uitlokt. Alsof hij zijn spelletjes zelf ook haat. Ook zijn onbaatzuchtigheid blijkt dubbelzinnig. Ze ontaardt vaak in nauwelijks verholen getreiter. Een beetje psycholoog zou over zo’n man boeken schrijven. Noble houdt vast aan de bewering dat hij mensen wil helpen om liefde te vinden. Het punt is dat zijn hele charade maar mogelijk en werkelijk wordt door het internet. Daar bestaat geen reality check, zodat je eindeloos kunt valsspelen tot je het op den duur zelf vergeet, terwijl er toch een schijn van ‘echte’ contacten blijft. Het uitzonderlijke van Nobles performance is dat de gebeurtenissen aannemelijk blijven. Het komt nauwelijks bij je op dat Noble hier maar een rol zou spelen. Daarvoor lijken zijn fysieke inspanningen en zelfmutilaties te echt. Dat is paradoxaal, want tegelijk is het moeilijk voorstelbaar dat zo’n verknipte man in staat zou zijn om avond aan avond dit verhaal op te dissen. Dit moet spel zijn, maar het schuurt blijkbaar wel ongemakkelijk dicht aan tegen de mens, niet de acteur, Kim Noble. Nog onbehaaglijker is de herkenbaarheid van dit verhaal, ondanks zijn groteske overdrijvingen. Dit is niet ondenkbaar, verre van. De gore details herinneren ons aan hetgeen waartoe we zelf allemaal in staat zouden zijn om emotionele voldoening te scoren. Noble houdt ons een spiegel voor die toont dat ‘identiteit’ en persoonlijkheid’ bij dat streven gemakkelijk ontaarden wanneer de ‘checks and balances’ van het sociale contact ontbreken. Zoals op het internet.

Moreira’s Ficçâo wordt nergens zo ongemakkelijk. De tweede solo, van Aline Filócomo, laat echter ook niet zoveel heel van de idee van persoonlijke waarachtigheid. Filócomo is een explosieve podiumpersoonlijkheid. Met haar wilde gesticulatie en grote verbale aandrang neemt ze het publiek meteen voor zich in. Maar ze valt ook voortdurend uit haar rol. Het probleem, legt ze uit, is dat er te veel Alines zijn, te veel rollen die haar toegedicht of opgelegd worden.

In feite, besluit ze plots, zijn onze levens inwisselbaar. We beleven allemaal ongeveer hetzelfde. Verschil maak je maar aan het begin en het einde. Niet geboren worden of niet sterven, dat is origineel. Vermits ze al geboren is, rest haar alleen de optie niet te sterven. Onsterfelijk te worden dus. Wat haar meteen op het spoor brengt van andere ‘onster-felijken’ zoals Shakespeare. Wanneer ze zich echter aan een interpretatie van Lady Macbeth waagt – als ik het me goed herinner – blijkt die ijdelheid niet bestand tegen de realiteit van het podium. Ook deze rol maakt ze niet helemaal waar. Het blijkt ook maar een verhaaltje. Deze solo is de meest briljante van de vijf in Ficçâo. Filócomo brengt je met haar vertelkunst daar waar ze je hebben wil. Je vergeet op de duur haar wilde redeneringen, ook wanneer die nauwelijks hout snijden. Maar dat enthousiasme is fragiel: de kleinste aarzeling of twijfel van de actrice volstaat om het hele kaartenhuisje te laten inzakken. Vervolgens grijpt ze zo’n uitschuiver toch weer aan om een nieuw verhaal te beginnen. Zo gaat het maar door. Op het einde lijkt ze zelf wat beduusd. Veel verhaaltjes maar weinig werkelijkheid, dat is wat overblijft.

Van deze vrouw zelf kwamen we dus, alweer, niet zo bar veel te weten. Toch geloofden we in haar zo lang ze bleef vertellen. De actrice is wat ze vertelt. Waarachtigheid is hier het effect van een gedeeld enthousiasme tussen de vertelster en haar publiek. De mens is een vertellend dier. En dat vertellen houdt hem/haar overeind, maakt hem/ haar waar. Dat er op het internet niet meer verteld wordt, omdat er ook geen echt publiek is, zou daarom wel eens minder onschuldig kunnen zijn dan het lijkt voor het voortbestaan van de mens zoals we hem tot dusver kenden. Fabuleren zonder publiek is een doos van Pandora. Dat maakte Kim Noble dan weer duidelijk.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#138

15.09.2014

14.12.2014

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis.