Leestijd 2 — 5 minuten

Seksstaking

Jan Decorte herschrijft de Bacchanten. Inne Goris en Pieter De Buysser laten zich inspireren door Medea. Raven Ruëll regisseert Philoktetes. In de Munt speelt Elektra. Enzovoorts. Het regent antieke tragedies (of bewerkingen daarvan) op onze scènes.

Hoe komt dat? In Het zwijgen van de tragedie (2007) heeft Stefan Hertmans het over de (ironische) rol van het Griekse koor. Over de oude ruzie tussen literatuur en filosofie, zoals ze ook al bij Plato opduikt, schrijft hij: ‘de filosoof gebruikt de ironie als een middel om tot waarheid te komen, de literatuur duikt er helemaal in en relativeert het spreken over waarheid zélf ’.

Ivo Kuyl bespreekt in dit nummer een boek van Rudolf Boehm dat de bijdrage van de tragedie aan de filosofische traditie in kaart brengt. Centraal staat de in onze geschiedenis telkens weer opduikende spanningsverhouding tussen de tragedie en het tragische enerzijds en het westerse ideaal van de rationaliteit anderzijds.

Is het toeval, zo vraagt Boehm zich af, dat elk van de grote bloeiperiodes van de tragedie samenvalt met één van de grote periodes in de ontwikkeling van de filosofie?

De Grieken hebben ons ook een aantal komedies nagelaten. Van Aristofanes zijn er elf bewaard gebleven. Hoewel ze recent nog, in de jaren negentig, alle werden vertaald en ook keurig werden uitgegeven, zijn ze nooit op het toneel te zien.

Hoe komt dat? Ik heb er wel eens een regisseur naar gevraagd. Het antwoord was telkens dat humor tijd- en plaatsgebonden is. Wat 2400 jaar geleden als grappig werd ervaren, is dat vandaag niet meer. En wat moet je met een komedie als er niets te lachen valt?

Vertaler Hein van Dolen is het daar niet mee eens. De toespelingen op oud-Griekse situaties en personen heeft hij in zijn vertalingen veralgemeend. De humor van Aristofanes, zo zegt hij, heeft trekken die van alle tijden zijn. Welke theatermaker neemt de handschoen op en demonstreert zijn gelijk?

Er is één Grieks blijspel dat nog wel regelmatig de planken haalt: Lysistrata. Daarin gaan de vrouwen in seksstaking zolang hun mannen oorlog blijven voeren. Geef toe, de premisse was en blijft sterk.

Van dit stuk werden in 2003 in de aanloop naar de Irakoorlog meer dan 1000 opvoeringen of geënsceneerde lezingen gegeven in maar liefst 59 verschillende landen en dit onder impuls van twee actrices uit New York. Niet dat het veel zoden aan de dijk heeft gezet. Er zijn voor zover bekend geen partners van soldaten in staking gegaan, en twee weken later was de oorlog een feit.

Onlangs werd het stuk gespeeld door Tutti Fratelli in een regie van Reinhilde Decleir, gemaakt op verzoek van het Antwerps Platform voor Generatiearmen. Eerder maakten ze al een Luizenopera, naar Bertolt Brecht. De spelersgroep bestaat uit maatschappelijk kwetsbaren. Deze Lysistrata laat zien, zo schrijft Kristien Hemmerechts in dit nummer, dat mensen veel kunnen bereiken als ze zich eendrachtig inzetten voor hetzelfde doel. ‘Die boodschap wordt twee keer verteld: in het stuk zelf, maar ook door het traject dat de spelers hebben afgelegd.’

Ook deze Lysistrata zal de oorlog niet stoppen, maar ze heeft dan toch al dàt bereikt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!