Koen Broos

Mia Vaerman

Leestijd 9 — 12 minuten

‘Schrijven is alleen maar boeiend als je het op jezelf betrekt’

Auteur en acteur ontmoeten elkaar in Willem de Wolf

De wederopbouw van het Westen, Olga, Krenz, Bazel, Hannah en Martin, Vermogen, Desperado. En later dit jaar verschijnt ook The Marx Sisters, wanneer de gelijknamige voorstelling van de Koe en STAN in première gaat. ‘Dat is wel wonderlijk aan dat schrijven, dat ik dan dat stapeltje zie liggen. Het doet me wel wat’, zegt Willem de Wolf als hij aan tafel schuift.

Sinds ruim vier jaar maakt hij deel uit van de vaste ploeg van de Antwerpse compagnie de Koe. Als acteur, maar evengoed als auteur van sterk filosofisch en politiek getinte stukken. De Groninger begon zijn carrière meteen met spelen en schrijven tegelijk. Al in het eerste jaar op de toneelschool in Amsterdam creëerde hij een stuk met Ton Kas. ‘Er was meteen een verwantschap. Dat had waarschijnlijk te maken met de kleinburgerlijke opvoeding die we allebei kregen, en ons gevoel voor humor. We konden ons beiden vinden in de jongensachtige voorstellingen van Hauser Orkater.’ Ook Jan Joris Lamers en Matthias de Koning van Maatschappij Dis-cordia maakten grote indruk. ‘Het was een revelatie om te zien datje zo vrij theater kon maken. Zij gingen tegen alle wetten in, en die vrijheid hebben ze volgehouden, tot nu. Discordia is nog steeds een van de meest innovatieve groepen in het Nederlands taalgebied.’

Op de toneelschool vond de Wolf het al snel jammer dat het werk van een acteur beperkt bleef tot het interpreteren van tekst. Hij las niet graag toneelrepertoire, wél romans en filosofische werken. ‘Aan een enorm tempo, om de achterstand in te halen.’ Met het gezelschap Kas & De Wolf schreef en maakte hij een vijftiental stukken, waaronder Desperado. ‘Erg autobiografisch, in die zin dat het ging over onze vaders. Hun pretenties, hun machteloosheid en hun pijn.’ Zo’n twintig jaar bestond het gezelschap, waarvan zestien jaar zonder financiële steun. ‘In de jaren tachtig voelden podiumkunstenaars in Nederland nog weinig maatschappelijke druk om betaald werk te vinden. En we leefden heel zuinig. Als artiest kon je toen met behoud van uitkering werken, nu is dat uitgesloten. Onze eerste projectsubsidie kregen we cash. In Utrecht was dat. Drieduizend gulden op tafel! Toen kwamen er eindelijk subsidies voor een vierjaarlijks traject, en dan gooiden ze er ons meteen weer uit. Ik weet niet waarom. Ton en ik reden in een enorme BMW, men vond ons arrogant. Of ze vonden het op, kan ook.’

Kas stapte de filmwereld in, De Wolf ging Duitse literatuur studeren aan de Univer-siteit van Amsterdam. ‘Het is misschien sentimenteel om te zeggen, maar regelmatig was ik ontroerd tijdens colleges. Als Theo Kramer over Heinrich Heine begon te praten, kon je moeilijk blijven noteren, dat was geweldig! Hij wist ook ontzettend veel over Thomas Mann en Heinrich Mann. Heinrich was destijds populairder dan Thomas.’ Door diens De Toverberg kreeg De Wolf weer zin om te spelen. Bij de polycoproductie (een samenwerking tussen STAN, de Koe, Dood Paard en Maatschappij Discordia) lanceerde hij het idee om een voorstelling te maken over én het boek én het lezen ervan.

Hard werken en spaarzaam zijn

De Wolf blikt nostalgisch terug op zijn stu-dieperiode: ‘Op momenten van grote somberte denk ik wel eens dat ik weer moet gaan studeren. Over één onderwerp zou ik veel willen weten: het protestantisme. In Krenz heb ik het daar een beetje over: het stalinistisch communisme in Groningen (een streng en onverzettelijk soort vak-bondscommunisme o.l.v. Fré Meis dat vooral in de jaren 70 en 80 veel invloed had, nvdr) had protestantse trekjes – hoewel ze beweren eikaars grootste vijanden te zijn.’ In Zwart (De wederopbouw van het Westen) komt De Wolf ook altijd weer met Luther aandraven. ‘Ik zou er nog wel eens een voorstelling over willen maken.’

Waarover zou dat stuk dan precies gaan? ‘Vooral over strengheid, discipline, soberheid. Tot twee keer toe heb ik De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme van Max Weber gelezen, maar ik kan nog steeds niet parafraseren hoe hij een verband legt tussen protestantisme, hard werken, het oppotten van rijkdom en onberispelijkheid. Flard werken levert in de kunsten niet per definitie iets op. Bij het loodgietersbedrijf van mijn vader was dat wel het geval. Het was voor mij echt niet vanzelfsprekend om in dit milieu terecht te komen, en ik heb soms nog moeite om mezelf als kunstenaar te zien. Het zal je niet verbazen dat ik ongelooflijk gedisciplineerd ben. Als ik een dag om wat voor reden dan ook te kort heb gewerkt, moet ik dat de volgende dag inhalen. Ik wil daar ook graag een voorstelling over maken: over kunst en werk, en over toneelspelers en werk.’

‘Nu is het tijd om te vragen hoe ik bij de Koe kwam’, roept De Wolf plots uit. Met één sprong verlaat hij zo het strenge denken over arbeidsethos. Net als in zijn stukken: ook daar botsen gedachten over en door elkaar heen, stappen acteurs onverhoeds uit een scène. Komt de situatie vast te zitten, volgt opeens ontladende humor.

Dialectiek

De Wolf had met de Koe de polycoproducties Onomatopee en De Toverberg gemaakt toen Peter Van den Eede hem vroeg lid te worden van de artistieke kern van de Koe. ‘Met Natali en Peter is het ongelooflijk goed samenwerken. Naast het werken bij de Koe geef ik ook les aan het KASK in Gent en begeleid ik mensen bij de Antwerpse werkplaats detheatermaker. Het is wel erg fijn zoals mijn werk in Vlaanderen op prijs wordt gesteld. Misschien is dat protestantse denken erg interessant voor jullie? Die gedrevenheid en verbetenheid. Tot jullie erachter komen dat het gebakken lucht is’, lacht hij.

‘Bij de Koe schrijven Peter en ik samen, die dialectiek maakt de stukken. Peter kan het menselijk onvermogen van gesprekken briljant vormgeven, in gesprekken die altijd maar door zeveren. De vergadering in het Tsjechov-stuk Olga bijvoorbeeld, is ontzettend geestig. Tot op het moment dat het oeverloos wordt, dan moet ik Peter behoeden voor herhalingen. En ik denk dat hij me behoedt voor te veel protestantse bewijsdrift.’

Uiteindelijk beslist de hele groep over het eindproduct. En zo wil Willem de Wolf het ook. In geen enkel schrijven – met Kas & De Wolf, met Marien Jongewaard van Nieuw West, met Lineke Rijxman van mugmetdegoudentand, en nu met Peter Van den Eede – is hij volkomen autonoom. Ook wat De Wolf in eigen naam schrijft, gebeurt in overleg: voor Bazel, een voorstelling rond de megakunstbeurs Art Basel, kreeg hij hulp van Gerardjan Rijnders; Krenz, over zijn communistische opvoeding, was zijn afstudeerproject bij Theo Kramer.

Op dit ogenblik zit hij midden in het schrijfproces van The Marx Sisters, een tekst over de twee dochters van Karl Marx. Een eerste versie is klaar. Maar hij piekert volop. Of er wel genoeg in staat over de theorie van vader Marx. Of de tegengestelde houding van de twee dochters er wel uit komt. Het doet hem plezier te horen dat ik bij het lezen in tweestrijd raakte over wie me het nauwst aan het hart ligt: Tussy, de gedreven idéaliste die onversaagd haar vaders ideeën uitdraagt, of Laura, de onzekere, maar eerlijkere zus. Aan actrices Sara De Roo en Natali Broods leest hij nu telkens stukjes tekst voor. ‘Al wat alleen wordt geboren, moet uiteindelijk naar de groep. Een geweldig moment: het lezen van een nieuw stuk. Voor mij vaak spannender dan een première.’

Ruimte voor twijfel

Elk van De Wolfs stukken draait rond het gemis aan sturende ideologieën en vaste wereldbeelden. God is dood, de wetenschap is gereduceerd tot een reeks veranderlijke paradigma’s. Dus moeten we het zelf uitzoeken? ‘Watje nu aanbrengt is het postmoderne gedachtegoed. Ik hou niet van het begrip “postmodern”, maar je kan er moeilijk aan ontkomen. Nu, de Koe is echt een postmodern gezelschap in die zin dat we lenig, tegenstrijdig, kritisch, ironisch en eclectisch zijn.’

De schrijver/speler werpt veel vragen op. Het gedreven blijven zoeken naar mogelijke antwoorden tekent hem. Zijn denken lijkt zich overigens te ontrollen op het toneel zelf. Geen doorwrochte literatuur, maar dynamisch opgebouwde discussies. Daar ontmoet de schrijver de acteur. De Wolf is ook niet puriteins. ‘Je hebt schrijvers die vinden dat hun tekst af is en er niet meer aan moet gesleuteld worden. Dat zal ik niet snel doen. Het fijne aan acteren is dat het een teamsport is. Ondanks het feit dat het alleen schrijven zo vervullend is, hou ik van dat samen zoeken.’ Dat blijkt ook uit zijn dialogen, waar vaak twijfel doorheen zit geweven. Als toeschouwer stapje mee in het afwegen, het blijven vragen stellen, de wrevel, de gêne.

Kent hij zelf schaamte? ‘Ik denk tijdens het schrijven volkomen oprecht en schaamteloos te zijn. Ik ben wel altijd nieuwsgierig geweest naar de pretenties van waarheid, oprechtheid en vrijheid in ideologieën als het communisme, het liberalisme of het protestantisme. Soms ervaar ik het radicaal moeten zijn in de kunsten als ongelooflijk onvrij. Het losjes, door de vierde wand heen spelende theater, of het voor de voorstelling al op scène staan: het suggereert vrijheid en oprechtheid, maar ik denk wel eens dat het tijd is om dergelijke vormen opnieuw te bevragen. Net als de dogma’s van het niet psychologisch, niet verhalend en niet moraliserend mogen zijn. Het is een belangrijk thema in The Marx Sisters: wordt een standpunt, een mening, een plan, een ideologie sterker naarmate je oprechter en openlijker over het falen durft te zijn? Is die oprechtheid politiek verstandig of onverstandig? Het valt me op dat er een groot vertrouwen is in schone levens. De biografie die ik over Beckett lees is hartstikke interessant, maar ik zie nergens dat ie zich verveelde, dat ie heel gemeen was op een schoolplein. Het is nog altijd niet bon ton om te zeggen dat iets je niet lukt. Want iemand die het zeer goed weet, heeft nog steeds veel invloed, ook in de kunsten. Eerlijkheid is een moeilijk gegeven. Je kan wel zeggen dat je eerlijk bent, en je kan het zeker schrijven, maar je houdt altijd nog wel iets op.’

Doodgewoon

Tegenover de grote geschiedenis plaatst De Wolf verhalen van de kleine mens, tegenover machtige denkstromingen plaatst hij het lafhartiger voelen. In Hannah en Martin, over Arendt en Heidegger, confronteert hij de filosofische denkers met hun verliefdheid. ‘Je kan niet zeggen dat verliefdheid banaal is, integendeel, maar in Hannah en Martin zit er wel een vaudevilleachtige scène waarin ze die verliefdheid zo banaal spelen. Het is iets wat ik graag doe. “Ze zullen ook zó met elkaar omgaan”, denk ik dan. Iemand die The Marx Sisters al las vond het goed dat de rivaliteit tussen de zussen spreekt uit banale opmerkingen als “Wat ziet ze eruit!” of “Wat heeft ze nou weer aan!” Van de zusters Marx kan je de correspondentie wel lezen, maar ik vraag me werkelijk af hoe ze zouden hebben gepraat. Om de een of andere reden denken we dat intelligente mensen nooit domme dingen zeggen. Maar dat is natuurlijk wel zo. Ik ken heel veel intelligente mensen die neurotisch en bang zijn, en heel veel onzin uitkramen. Wordt een kunstenaar beter voor je naarmate je ook weet waar zijn banaliteit zit, of niet? Ik vind van wel, maar het is zeker geen vaststaand feit voor biografen of autobiografen. Het is niet vanzelfsprekend. Je zou denken dat het op prijs wordt gesteld als je ook je falen durft toe te geven. Ik ben er zelf altijd naar op zoek. In The Marx Sisters laat ik een van de zussen zeggen: “De kracht van onze vijand is dat ze niet aan zelfanalyse doen.’”

Bezeten van kunst

Toch spreekt uit De Wolfs stukken geen cynisme of nihilisme. ‘Over het algemeen ben ik behoorlijk vrolijk. Bazel (over een kunstverzamelaar die een illegale jongen wil versieren, nvdr) is wellicht mijn meest cynische stuk. Ik was toen kwaad op de kunstbeurs, maar vooral op mezelf. Schrijven is alleen maar boeiend als je het ook op jezelf betrekt. Ik was kwaad omdat ik op Art Basel rondliep en zo graag deel wilde uitmaken van de kunstscène. Ik wou dat ik al die kunst kon bezitten, ik wou dat ze mij met net zoveel egards zouden behandelen als de verzamelaar met wie ik daar was. Die jaloezie zit heel erg in Bazel.’ In het stuk groeit de revolte uit tot een heuse destructiegolf. ‘De rellen van 2008 in de banlieues van verschillende Franse steden maakten enorm veel indruk op me. Dat was de klik. Ik dacht: “Ik laat gewoon de banlieues optrekken naar de Kunstmesse en daar alles vernietigen.” De kans is groot dat ze de blanke, kunstliefhebbende mens als eerste pakken.’ Excessief gedrag met een politieke lading, het leunt aan bij fanatisme. Hoe verhoudt De Wolf zich daartoe? ‘Ik ben nogal bevlogen in mijn schrijven, en in mijn spelen. Vroeger deed ik veel aan sport, het was enorm vervullend. Die competitie, het duidelijke van het winnen en verliezen, ik was daarin heel fanatiek. Not done in de kunstwereld. In de kunst kun je met vernuft ook heel ver komen. In The Marx Sisters zegt Tussy op een gegeven moment tegen Laura: “Watje aan mij haat is dat ik zo fanatiek ben. Terwijl we juist dat zo nodig hebben.”

Politiek engagement

Misschien is zijn schrijven een zoeken naar een politieke uitweg voor zichzelf. ‘Een theatermaker is niet helemaal vrij om te maken wat hij wil. Uiteindelijk beantwoorden we als kunstenaars ook aan een vraag. Je zou met een beetje overdrijving kunnen zeggen dat in de thema’s die theatermakers de laatste decennia aandragen zich de weerzin tegen het neoliberalisme bundelt. Daarin moedigen makers en publiek, en ook critici, elkaar aan. Het publiek ziet natuurlijk graag zijn eigen politieke aspiraties op de scène terug. En dat is ook niet erg. Ik bevind me in ieder geval graag in die “links-humane” quarantainezone. Maar we zijn niet helemaal vrij van de termen die we bestrijden. Zoals bijvoorbeeld van de wetten van vraag en aanbod, prestatiedruk, concurrentie of competitie.’

Als theatermaker moetje volgens De Wolf persoonlijke thema’s aankaarten en daarin zowel schaamtevol als schaamteloos zijn. Er moet een zeker engagement zijn. ‘René Pollesch zei ooit in een interview: “Ik maak voorstellingen over de problematiek van de mensen die tegenwoordig links zijn.” Dat vind ik een geweldig uitgangspunt. Maar is dat zijn persoonlijk engagement of is dat enkel het onderwerp van zijn stukken? Ik denk dat daarin een verschil kan zitten. Al zien we graag beide samenvallen. We menen het zelfs te kunnen herkennen: daar waar iemands engagement samenvalt met zijn onderwerp. Omdat die noodzaak altijd weer verwacht wordt van een kunstenaar. Ik weet inmiddels dat mensen het op prijs stellen als ik het onontkoombare, het noodzakelijke in mijzelf oproep.’ Willem de Wolf is duidelijk nog niet uitverteld.

The Marx Sisters gaat op 21 oktober in première in de Brakke Grond (Amsterdam) en heeft een uitgebreide tournee in Vlaanderen, met als eerste halte de Kaaistudio’s (Brussel) op 6 november.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 9 — 12 minuten

#138

15.09.2014

14.12.2014

Mia Vaerman