© Koen Broos

Schopenhauer – Het Zuidelijk Toneel & Stefaan van Brabandt

Groot denker of cabaretier?

Theaterminnend Vlaanderen smult van oude filosofen. Dat bewees auteur Stefaan Van Brabandt eerder al met het succes van zijn stukken Socrates, Spinoza, Marx en Sartre & De Beauvoir. Arthur Schopenhauer is de vijfde in het lijstje van filosofische zwaargewichten. Met Schopenhauer wil Van Brabandt de leer van zijn lievelingsfilosoof – die tevens bekendstaat als de meest pessimistische onder de westerse denkers – toegankelijk maken en – naar eigen zeggen – ‘omvormen tot sprankelend theater’. Het is acteur Damiaan De Schrijver die deze zware taak op zich neemt.

Links vooraan op de scène wordt een bombastische luster door een metalen kubusvormige kooi omhooggehouden. Achteraan overspant een log wit doek de breedte van het podium. In het midden van de bühne staat een barkruk, rechts daarvan een dranktafeltje. Begeleid door opzwepende orkestmuziek komt De Schrijver op, om meteen weer in de coulissen te verdwijnen. Vrijwel onmiddellijk is hij terug. Dit warrige manoeuvre en het kluchtige karakter van de muziek zetten meteen de toon voor het beeld dat van ‘de grote Schopenhauer’ zal worden neergezet – het beeld van een paljas, een personage in een slapstickstuk.

Wanneer de muziek wegsterft, hakt De Schrijver er meteen in. ‘Weet je wat het allerbeste is? Niet geboren zijn. Het tweede beste? Zo snel mogelijk sterven.’ ‘Voilà’, concludeert hij vervolgens ironisch. ‘Ik dacht: ik begin met een positieve noot.’ De Schrijvers openingsboutade wordt op gelach onthaald. Schopenhauer mag dan wel een van de grootste zijn, vandaag zullen we vooral met hem lachen.

De wil als scheppende oerkracht

In de monoloog die volgt, zet De Schrijver de basislijnen uiteen van Schopenhauers denken, zoals hij die zelf twee eeuwen geleden neerpende in zijn magnum opus De wereld als wil en voorstelling. De realiteit, vertelt de filosoof daarin, is onderverdeeld in twee dimensies. Er is de wereld zoals we die kennen, beleven en zien – de wereld als ‘voorstelling’ – en de wereld zoals die op zichzelf is. Deze laatste – de wereld van de essentiële waarheden – is op zichzelf onkenbaar, maar onderschrijft wel de kenbare realiteit. Ze wordt volgens Schopenhauer geregeerd door een niet-aflatende kracht: een energie die er altijd is, die niet ontstaat maar ook niet vergaat, die de realiteit construeert, structureert en produceert. Schopenhauer noemt deze ‘de wil’: het zijn onze verlangens, driften, begeerten en lusten die de werkelijkheid scheppen.

Deze scheppende oerkracht is echter voor Schopenhauer tegelijkertijd ook de grond van alle ellende. Want, zo stelt hij, als willende wezens zijn we constant onbevredigd en onvoldaan. Volgens Schopenhauer zijn er in het leven dan ook twee tragedies: niet krijgen wat we willen, en krijgen wat we willen. Onvoldane verlangens maken een mens bitter en gefrustreerd. Worden onze begeerten echter wél bevredigd, dan begint de verveling en ontkiemen prompt weer nieuwe verlangens. Dit brengt ons bij de kern van Schopenhauers filosofie: als het leven willen is, en willen is lijden, dan is het leven lijden. Willen we het lijden stoppen, dan is de enige uitweg het stoppen van ons willen – dus het stoppen van ons leven.

“Wat zich in Schopenhauer op het podium afspeelt, voelt meer aan als een eindejaarsconferentie dan als een college.”

De filosofische uiteenzetting wordt met anekdotes en herinneringen doorspekt. Zo vertelt De Schrijver over Johanna Schopenhauer – zijn moeder en naar verluidt een ‘verschrikkelijk mens’ – en over de moeite die het hem heeft gekost om wijsbegeerte te mogen studeren. We leren ook dat Schopenhauer, toen hem een leerstoel aan de universiteit van Berlijn werd toegewezen, zijn lessen op exact hetzelfde moment inplande als die van tijdgenoot en aartsrivaal Hegel – namelijk om 5u ’s ochtends. Hegel, de toenmalige ‘vedette van den unief’, snoepte hem al zijn studenten af, waardoor Schopenhauer zijn positie als professor voorgoed vaarwel zei.

Tragikomedie of eindejaarsconferentie?

Wat zich in Schopenhauer op het podium afspeelt moet een van dergelijke hoorcolleges voorstellen. De filosoof uit zijn genoegen over het feit dat hij eindelijk de luister krijgt die hij verdient – want ‘wie trekt er twee eeuwen na zijn dood nog volle zalen?’ – en spreekt daarbij het publiek aan als waren we studenten in zijn auditorium.

Toch voelt het geheel meer aan als een eindejaarsconferentie dan als een college. De Schrijvers Schopenhauer is als een cabaretier die erop gebrand is om met alles en iedereen – de hele wereld, het leven en alle mensen – de spot te drijven. Mijn gevoel als kijker schiet echter alle kanten op: ik ga van geboeid en geamuseerd naar verveeld, tot soms zelfs geënerveerd. Schopenhauer vat aan als slim theater dat erin slaagt op luchtige wijze een zware theorie verteerbaar te maken. De manier waarop De Schrijver moeiteloos van de anekdotische hak terug op de filosofische tak springt, is oprecht bewonderenswaardig.

Maar door gratuite (woord)mopjes (met de naam Kant, bijvoorbeeld) , verliest het tragikomisch bedoelde stuk gaandeweg haar droefgeestige diepgang. Enkele thema’s – zoals seks, volgens Schopenhauer absoluut ‘negatief en destructief’, of Johanna, of zijn afgunst tegenover Hegel – worden in Van Brabandts tekst meermaals aangehaald en overdadig uitgemolken. Op deze momenten speelt De Schrijver de dynamiek kwijt en blijft er van Schopenhauer vooral één beeld hangen: dat van een verzuurde, cynische oude filosoof. Ik vraag me dan ook meermaals af: moet deze Schopenhauer een groot denker voorstellen, of vooral een cabaretier?

Nooit ben ik echter bij het lezen van Schopenhauer zelf door een dergelijk wrang gevoel overvallen – alsof hij er enkel op uit was de wereld te krankeren. Ik heb De wereld als wil en voorstelling steeds dubbelzinnig opgevat. Inderdaad: leven is willen is lijden en ontsnappen aan het lijden is ontsnappen aan het willen. Maar zelfmoord – de conventionele schopenhaueriaanse oplossing – als einde van ‘het willen’ is eveneens een wil om ‘het willen’ te stoppen. Zelfmoord is dan niks anders dan een oplossing die niets oplost, maar die eerder de zwarte kern van alle willen finaal en definitief bevestigt.

De boeddha van Frankfurt

Een te letterlijke lezing van Schopenhauer dreigt een groot deel van zijn leer – het letterlijk mooiste deel: zijn esthetica – over het hoofd te zien, en doet oneer aan de sterkte van zijn filosofie. In plaats van toe te geven aan de vernietigende kracht van de wil, pleit Schopenhauer ervoor om ons vooral door kunst te laten leiden. Want in het aanschouwen van schoonheid worden we verlost van alle willen. Schopenhauer – niet voor niets ‘de boeddha van Frankfurt’ genoemd – pleit dus vóór het leven, zij het wel op ascetische en esthetische wijze.

“In plaats van toe te geven aan de vernietigende kracht van de wil, pleit Schopenhauer ervoor om ons vooral door kunst te laten leiden.”

Aan deze hoopvolle dimensie lijken Van Brabant en De Schrijver helaas slechts in de slotmonoloog te willen raken. Vijf minuten voor het einde van Schopenhauer verandert dan ook vrij plots de teneur van het stuk. Een sentimenteel pianomuziekje komt opzetten en De Schrijver haalt ‘de mooiste herinnering’ uit Schopenhauers jeugd aan: een wandeling in de bergen in Zwitserland. Hij vertelt hoe de jonge filosoof daar, hoog boven het zeeniveau, onthecht van alle dagelijkse en menselijke sleur, plots het leven begrijpt. Dat hij begrijpt hoe ‘alles en iedereen met elkaar verbonden is’, hoe we allemaal ‘lijdende wezens’ zijn ‘in dezelfde woeste zee van willen’, hoe we in ons lijden ‘één zijn’. De ervaring die hij daar beschrijft is een schoonheidservaring pur sang.

Maar dat een uur cynisme wordt afgesloten met een boutade over liefde voor de medemens en zachtheid voor elkaar, voelt tegenstrijdig en incoherent aan. Deze eindmonoloog is als een suikerzoete kers die de nasmaak van een verzuurde taart moet wegspoelen. Helaas kan dit de indruk die deze Schopenhauer doorheen de voorstelling op me naliet, als doorwinterd pessimist en cynische cabaretier, niet maskeren. Schopenhauer is niet het ‘sprankelende’ theater dat het ambieerde te zijn, maar laat me met een wrang en onvoldaan gevoel achter.

Hoogstwaarschijnlijk zou de filosoof zelf me slechts één ding te vertellen hebben: dat het nu eenmaal mijn lot is om als willend wezen nooit bevredigd te zijn. Als troost grijp ik liever naar de papieren Schopenhauer terug.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

Tilde De Vylder

Tilde De Vylder is architecte en filosofe. Ze is ook mede-oprichter van atelier tilafolie en safe(r) space collectief LEDA.collective.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater Aan Zee 2025

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!