© Wendy Marijnissen

Leestijd 6 — 9 minuten

Schaambot – SKaGeN & De Studio

Recht op stilte en ruimte

‘The road to hell is paved with good intentions’ zeggen ze wel eens in het Engels. Dat geldt zeker in het geval van misogynoir, de term die Moya Bailey in 2010 heeft gegeven aan de intersectie tussen seksisme en racisme. In Schaambot brengen Valentijn Dhaenens en Musia Mwankumi dit op een prangende manier aan bod, met Black Venus van Jef Geeraerts in het middelpunt. Er worden vragen gesteld, ontweken, onbeantwoord gelaten. De interactie tussen Dhaenens en Mwankumi zweeft tussen comfortabel en gespannen. Een zachte, maar duidelijke confrontatie die zijn tijd neemt, maar voor sommigen misschien wat spannender had gemogen.

Black Venus van Jef Geeraerts was lang een typisch leeslijst-boek. Het heeft echter een bewogen geschiedenis achter de rug. Het kreeg in 1969 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza, werd in 2015 opgenomen in de literaire canon en er in 2020 weer uitgegooid, wat voor een intense discussie zorgde. In een interview voor De Standaard legt Valentijn Dhaenens uit waar zijn fascinatie voor dit boek vandaan kwam. De literaire stijl sprak hem aan, het geweld naar zwarte vrouwen uiteraard helemaal niet. En zoals het een maker betaamt, was het tijd voor een creatief (verwerkings)proces, samen met Musia Mwankumi. Daarbij was er voor haar één voorwaarde: ze gingen het boek niet gewoon opvoeren, maar als middelpunt nemen van een bredere discussie over misogynoir en hoe het boek verder leeft in onze huidige maatschappij. 

Schaambot begint daarbij echter niet meteen met een hevige discussie, maar met een aantal bollen, met blauwe en oker strepen, op een wit tapijt. Op sommige bollen zijn tekstfragmenten te zien, maar te klein om leesbaar te zijn voor het publiek. Op een orkestraal nummer ontwaakt Dhaenens, met een grote bol over zijn hoofd. Hij ‘kijkt’ rond. Ondertussen verschijnt de hand van Mwankumi met een exemplaar van Black Venus uit de hoop bollen. Dhaenens zet zijn bol af, neemt Black Venus en slaagt het open. Hij blaast stof van het boek, een symbolische en humoristische daad, gezien de status van het boek, en laat het even vliegen als een vogel. Dit moment is het meest mime-achtige deel van de voorstelling. Vanaf dit punt volgen verschillende scènes die elk zullen opbouwen tot het grootste probleem dat de voorstelling aankaart: hoe is het om als zwarte vrouw afgebeeld te worden zoals Geeraerts dat doet, en wat heb je daar als witte man eigenlijk op te zeggen?

“Het gaat in Schaambot niet om het antwoord, maar om het feit dat de vraag gesteld mag worden.”

Ook al is Schaamboot geen directe toneeladaptatie, er wordt veel voorgelezen en gespeeld. Dhaenens begint voor te dragen, maar stopt al snel bij “kwetsende woorden”, waarbij hij raad vraagt bij Mwankumi, die zacht, maar ook oncomfortabel uitlegt wat Dhaenens het best zegt. Iets later neemt Mwankumi het voorlezen over. Dan speelt Dhaenens, met een bijna onmerkbare overgang, Jef Geeraerts zelf. Met de opmerking ‘speelt precies wel lekker’ zet Mwankumi meteen de toon voor hun interactie. Terwijl Dhaenens met voelbare naïviteit wil overpeinzen wat we met Geeraerts zijn nalatenschap kunnen doen, wil Mwankumi heel duidelijk laten voelen wat dat nalatenschap zelf al doet. Dhaenens zijn positie tot de witte mannelijke figuren wordt door Mwankumi ook vakkundig aangekaart. Terwijl hij een afstand kan houden, voelt Mwankumi hoe dichtbij de zwarte figuren bij hun komen. 

Tussen Mwankumi en Dhaenens zit doorheen de voorstelling een fijn spelplezier. Beide acteurs zijn duidelijk gedreven spelers, die weten hoe ze moeiteloos een ruimte vullen met taal. Ze spelen Jef en Eleonore Vigenon, de vrouw van. Niet spottend, maar precies. Op een moment neemt Mwankumi de rol van Jef over, wanneer het te oncomfortabel is voor Dhaenens. Zelfs verkrachtingsscènes worden natuurlijk voorgelezen, zonder al veel walging of spot te tonen, maar ook met aandacht voor wat er staat. Er wordt niets uitvergroot, maar ook niet geminimaliseerd. Dit natuurlijk spel wordt ook duidelijk op het ongelukkige moment dat Mwankumi spottend zegt: ‘mensen komen hier om Valentijn Dhaenens te zien’ terwijl een toeschouwer net de zaal verlaat. Alsof het deel is van het spel wijst Dhaenens subtiel naar de zaalverlater en schudt hij zacht zijn hoofd, waarop Mwankumi ook vlot reageert met: ‘Oké, die niet’. Er wordt even gelachen in het publiek, maar bij Mwankumi en Dhaenens vloeit de voorstelling weer verder.

Er zit, naast deze scherpe interacties, ook iets teders tussen Mwankumi en Dhaenens. Hun conversatie over vaders, mannen als bedachtzame stenen en penetratieve mannelijkheid, voelt bijzonder persoonlijk aan. Ze praten over welke kansen ze hebben gekregen en hoe ze die willen ontwikkelen. Over het voordeel dat Dhaenens misschien wel heeft. Over het ongemak dat Mwankumi voelt van iets te moeten representeren. Daarbij drukt ze een pijnlijke wonde aan. Die vertelt over diens ervaringen met seksisme, met colorism, met racisme. Met de ‘goed bedoelde’ opmerking: ‘Jij bent wel mooi voor een zwarte vrouw’ of de typische vragen van Dhaenens over haartypes en -stijlen. Wanneer Mwankumi doelbewust vraagt hoe oud Dhaenens zijn oudste dochter is, vlak nadat vermeld wordt dat een meisje in een scène van Black Venus maar negen is, is de stilte na het antwoord ‘ze is tien’ betekenisvol. Dhaenens probeert niet meer een antwoord te bieden op de vele vragen.

 

Het zijn vragen die heel doelgericht het stuk en Dhaenens zijn (goede) intenties ontmantelen. Het gaat vaak niet om het antwoord, maar om het feit dat de vraag gesteld mag worden. En echt gehoord wordt. Gehoord worden is ook waar het einde om draait. De bollen met tekst op worden door Mwankumi opgepakt. Die leest stuk voor stuk de tekst voor en nu wordt duidelijk wat al die fragmenten zijn: beschrijvingen die Jef Geeraerts geschreven heeft over de vele vrouwen in het boek. Mwankumi neemt hiervoor haar tijd door elke bol voor te lezen, van het koord te trekken, te laten vallen en met diens ogen te volgen tot stilstand, om dan pas weer verder te lezen. Schaambot neemt tijd en ruimte in. Dat is echter iets dat niet iedereen gewaardeerd heeft. Eens bijvoorbeeld duidelijk wordt dat Mwankumi wel echt een heel aantal bollen gaat voorlezen, vormt er zich een spanning bij sommige toeschouwers. Iemand wijst subtiel (of niet) naar hoe lang het koord is en trekt hun wenkbrauwen op. De confrontatie die Mwankumi aangaat met de tekst, door die gewoon te bundelen en voor te dragen, is echter krachtig. Het gaat prachtig samen met de stilte van Dhaenens, niet omdat hij het zwijgen is opgelegd, maar omdat hij door lijkt te hebben dat hij niets wezenlijks te zeggen heeft op dat moment. Zowel Dhaenens als Mwankumi hadden geen schreeuwende verontwaardiging nodig om een punt te maken.

Wie ooit als niet-dominante stem een moeilijk gesprek heeft gehad over privilege met een goede vriend, collega of familielid die dat privilege heeft, zal de interactie tussen Mwankumi en Dhaenens enorm erkennen. De ‘goedbedoelde’vragen, de druk om iets te representeren, om een antwoord te bieden. Daarbij ook de nood om niet te hard te zijn, om het echt duidelijk te willen maken. De twijfel of je wel echt gehoord wordt. In Schaambot wordt die ruimte gecreëerd. Om naar Black Venus te luisteren, om de taal erin te overpeinzen, om na te denken over Jef Geeraerts en zijn schrijverschap, om te dialogeren over persoonlijke ervaringen. Om een vraag te stellen en daarna geen haastig antwoord te krijgen, maar weloverdachte stilte. En dan even te geloven dat het nu wel bij de ander doordringt. Je kan dan enkel hopen dat de ander stil is omdat die luistert, en niet omdat die aftelt tot de laatste bol is uitgelezen.

Schaambot is op tournee tot februari 2024. Zie SKaGeN.be. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#173

15.09.2023

—

14.12.2023

Noah Lena Vercauteren

Noah Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en Theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent, waar hen momenteel doctoreert. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans en lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!