Foto Jane Bown

Johan Callens

Leestijd 4 — 7 minuten

Samuel Beckett, 1906-89

“I shall try and go on all the same, a little longer, my thoughts elsewhere, I can’t stay here. I shall hear myself talking, afar off,…talking of myself, my mind wandering, far from here, among its ruins.” (Malone Dies)

Samuel Beckett behoort ongetwijfeld tot de grootste schrijvers van de twintigste eeuw. Het begin van zijn carrière is nochtans uiterst moeizaam verlopen. Aanvankelijk leek het of hij zou door het academische bestel ingekapseld worden. Na zijn studies moderne talen (Frans en Italiaans) aan Trinity College, Dublin, was hij gedurende twee jaar lector Engels aan de Ecole Normale Superieure te Parijs. Bij zijn terugkeer werd hij docent Frans aan zijn Alma Mater en behaalde er een Masters diploma. Maar anderhalf jaar later, op reis in Duitsland, diende hij per brief zijn ontslag in. Hij wilde immers schrijver worden en vestigde zich daarom in Frankrijk.

Het voornemen klinkt kordaat maar heeft hem bloed en tranen gekost; hij moest opboksen tegen zijn provinciaal- burgerlijke, protestants-Ierse afkomst, een dominante moeder, psychosomatische problemen, een langdurige psychiatrische behandeling in London, weifelende uitgevers (meer dan veertig weigerden Murphy), en een oorlog die uitbrak net toen het leek of hij zijn roeping gevonden had. Tijdens die oorlog, doorgebracht in Parijs en Roussillon, was hij lid van het verzet, wat hem enkele onderscheidingen opleverde. Later kwamen daar nog de Engelse en Ierse censuur bij. Uiteindelijk leek het hem allemaal verloren tijd. Geen wonder dat hij in een onbevangen moment met de gedachte speelde om in de leer te gaan bij Eisenstein en cineast te worden, zelfs piloot.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Schrijven was ‘kruipen’ voor Beckett, afdalen in de krochten van de geest. Verdwalen om zichzelf en de ander te vinden. Deze obsessieve bezigheid, gedoemd tot mislukken, noemde hij opgravingswerk, onto-speleologie. Eerst was ze sterk persoonlijk gekleurd. Geleidelijk echter slaagde hij erin om de (zelfportretten, herinneringen, en concreet-realistische verwijzingen dusdanig te bewerken dat ze onherkenbaar werden of slechts de mens en zijn wereld lieten doorschemeren. Tijdens een alchemistisch proces in tientallen fasen herschikte hij het biografische materiaal, simplifieerde het zodanig dat het zijn genetische structuur vrij gaf.

Horten en stoten

Van de woordspelingen en erudiete allusies in Whoroscope en Murphy ging het naar de mathematische en intellectuele spelletjes in Watt, via de uitgesponnen aftakeling van Molloy, Malone en de/hetOnnoembaretot het minimalisme van de latere hortende, stotende tekstfragmenten. Het symbolische eindpunt leek reeds bereikt met Breath : een kortstondig kreunende adem, aangewakkerd en uitgedoofd door een eenzame spot; de levensloop van geboortekreet tot expiratie, samengeperst in één moment. Net zoals in “33”, het stuk voor piano van John Cage waarin geen noot weerklinkt, zit ervoor Beckett muziek en betekenis in ruis.

Toch slaagde hij erin om verder te schrijven aan gene zijde van dit eindpunt. Voorbij die grens van onthechting, ontheming en desincarnatie werd minder meer. Dit geldt vooral in zijn stukken voor theater, radio en televisie. Hierin probeerde hij zich te ontspannen en te ontsnappen aan zijn proza, dat hij veel belangrijker vond. Maar hij raakte er even onherroepelijk in verstrikt. Toch voegen de uitpuring en condensatie van dit werk er een lyrische, visionaire en metafysische dimensie aan toe. Tijd en ruimte, plot en personage, tempo en toon, geluid en stilte, stilstand en beweging, licht en donker worden naar hun existentiële en artistieke waarde geschat in wat sommigen zien als een nieuw genre: performance poems. Verhaal en ervaring worden afgekalfd tot op hun dramatisch bot. Representatie en presentatie neigen trillend naar elkaar. Voeg daarbij Becketts vertalingen van eigen en andermans geschriften, waarin zijn omstandig, strak gedisciplineerd onderzoek naar de taligheid van het bestaan als schrijver en mens een extra dimensie kreeg.

Schrijven en leven vielen samen voor hem. Beide zijn onverwoestbaar, niettegenstaande zijn schijnbaar pessimisme en de ontmenselijking van zijn personages tot eenzame stemmen. “We are born astride the grave.” Of: “Birth was the death of him.” En : “From the word go. The word begone.” Deze chronische doodstrijd gaf Beckett het gevoel nooit geboren, dood-geboren te zijn. Maar hij volhardde, Mr. Rooney indachtig: “No, I cannot be said to be well. But l am no worse. Indeed, l am better than I ever was. The loss of my sight was a great fillip. If I could go deaf and dumb I might pant on to be a hundred.” Naar het Nobelprijs comité : hij maakte van de menselijke ellende zijn triomf. Zijn werk is een fluïdum, continuüm, één tragikomische, meerstemmige monoloog, waarbij personages verwisselbaar zijn, fragmenten van één tekst elders weer opduiken. Het zal herlezen en heropgevoerd worden want de molm van de tijd is erin vereeuwigd.

Perfectionisme

Misschien geeft Becketts literaire nalatenschap ons meer inzicht in het scheppingsproces. Geenszins kan ze het magnetisme van zijn creaties teniet doen. Of ze hun integriteit zullen bewaren is een andere zaak. In al zijn perfectionisme heeft Beckett er tijdens zijn leven angstvallig over gewaakt dat zijn teksten niet werden bewerkt of misbruikt. Dit ging van onooglijke details tot radicalere ingrepen, zoals produkties van Wachten op Godot met enkel zwarte of vrouwelijke acteurs, produkties die hij enkel met de grootste tegenzin toeliet wanneer hij ze niet kon verhinderen. Video- en radio-opnames bewaren nu wel Becketts eigen regie maar met museumkunst is niemand gediend.

Om nog te zwijgen van de irriterende critici, wier hete adem Beckett steeds in zijn nek voelde. Voor de Ier geen vuiger scheldwoord dan ‘criticus.’ Ofwel vergeleken ze hem met Joyce -om zijn vroege stijl, oogkwalen of late huwelijk – ofwel pestten ze hem met hun gezeur over bedoeling en betekenis. Wanneer hij ze niet kon afwimpelen met woorden – “No symbolism where none intended;” “Make sense who may;” een zelf-parodie als Catastrophe – vluchtte hij dan maar naar Ussy in de buurt van Reims of naar het zuiden, op zoek naar privacy, warmte, rust en inspiratie. Allicht zullen die critici zich nu met hand en tand op zijn leven en werk storten. Het toeval, Becketts aanvankelijke financiële nood en latere vrijgevigheid zorgden er wel voor dat zijn manuscripten grondig verspreid raakten (Reading, Dartmouth, Texas, Ohio State, Washington, enz.). Zijn werklust en groeiend belang leidden tot produkties over de ganse wereld en een omvangrijke zakelijke en persoonlijke correspondentie (bv. met Thomas McGreevy.) De taak van toekomstige biografen en exegeten is enorm. Zo licht Beckett het gebroed posthuum het been en blijft ongenaakbaar tijd en ruimte ijken, “[b]uried in who knows what profounds of mind.”

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Johan Callens