© Erik Bogaerts

Leestijd 6 — 9 minuten

Sam Bogaerts (1948-2021), Boosaardige Speelvogel

Lisaboa Houbrechts kijkt terug op gedenkwaardige ontmoetingen met regisseur, acteur, auteur en docent Sam Bogaerts.

In het regenachtige Londen bewandel je vastberaden en met stevige tred de kaden van de Theems op je rode Crocs en in een blauwe salopette. Je wijst met de stok van je paraplu de richting van The Globe aan. In het begin van elk academiejaar drijf je de nieuwe kudde studenten langs de Londense straten het wereldtheater van de Bard in. In 2010 sta ik aan je zijde, maar in dat houten theater waar de acteurs in zeventiende eeuwse kostuums de scène bestijgen, ben ik vooral onder de indruk van jouw excentrieke verschijning; je zwaar postuur, je grijze, borstelige wenkbrauwen en het werkman-pak waarin je jezelf hebt gehesen. Jij bent een eigentijdse nar, maar wel een nar die zijn verantwoordelijkheid neemt. 

’s Avonds slaap je met ons in de te kleine bedjes van een hostel en de volgende ochtend eten we onze boterhammen in de ochtendzon van Regent’s Park. Je spreekt over je verleden terwijl we wandelen naar de Eurostar die in St. Pancras op ons te wachten staat. We waarderen hoe je openlijk praat over onderwerpen die taboe zijn. Het geeft ons vertrouwen. Het geeft ons de moed om te spreken waar we over zwijgen. We delen gedachten over depressie, verslaving en trauma. Dat is voor velen een redding. Je bent de mysterieuze verschijning die zijn licht en zijn schaduw in één beweging draagt en ons motiveert te leven.

Eind jaren zeventig ben je een ophefmakend theatermaker na een korte carrière als marktkramer, trucker en boekhouder. Je hebt het potentieel van een Ivo Van Hove of een Luk Perceval, maar je bent niet geïnteresseerd in een gevestigd, internationaal regisseursschap. Je richt het theatergezelschap De Witte Kraai en De Bloedgroep op. Je geeft je over aan eten, drank en drugs en verdwijnt even in de duistere tijd van een psychose. In 2005 stelt departementshoofd Jan Rispens je aan als opleidingshoofd van de opleiding Drama in Gent. Een nieuwe kans en tevens de vondst van je roeping. Je trekt de opleiding uit het duffe conservatorium in de Hoogstraat en implanteert het in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten aan de Bijloke. De verhuis naar de Bijloke maakt het mogelijk om een totale hervorming door te voeren. De studenten drama bewegen zich plots tussen de beeldhouwers, filmmakers, architecten, schilders en modeontwerpers. Het lukt je om speler en theatermaker Jan Steen warm te krijgen voor je project. Hij stelt je voor aan Paola Bartoletti, Eva Kamala Rodenburg en Chokri Ben Chikha. Iyengar yoga, Afrikaanse dans en power-training staan nu mee op het uurrooster. 

Wat met het theoretische luik? Je laat de studenten aansluiten op de reeds bestaande theoretische lessen van de academie en voegt er vakspecifieke theorie aan toe. Kan het diploma Drama daardoor gelijk worden gesteld met een academische Bachelor en Master van de Hogeschool Gent? In het vroegere conservatorium kregen de studenten maar achttien uren les en zaten ze het meeste van hun tijd te verdoen in de rokerige cafetaria’s.  Jouw studenten echter kunnen werken, iedere dag, van 9u ’s ochtends tot 18 uur ’s avonds en ze zullen ervoor worden beloond met een diploma dat hen werkelijk erkent. Zo hijg je na van de gedachten die op een avond door je hoofd razen. Je zal met een onstuimig hart in één ruk de hele opleiding omverwerpen en heropbouwen om de studenten van de toekomst een nieuwe richting te geven. Het gaat niet langer om jou maar over wat je voor anderen kan doen. Je zal als een feniks herrijzen uit de assen van je waardigheid, maar je zal wel een heel geestige feniks zijn. 

Op de broeierige Bijlokesite in Gent tref ik je in het dramasalon. Je vraagt me of ik vind dat Marc Dutroux gecastreerd moet worden. Aan de hand van mijn antwoord peil je mijn inlevingsvermogen. Elke dag wandel je op je plastieken Crocs-klompen en in je salopette door de school die eens een ziekenhuis was. In de aanpalende gangen en tuinen zie je beeldhouwers hun sculpturen lassen en toekomstige architecten miniatuurstoeltjes in hun testmaquettes plakken. Voor de aanvang van onze lessen zie je ons spurten door de schoolgangen als opwarming. We hijgen en zweten tussen de andere studenten die sjouwen met instrumenten, paspoppen, schilderdoeken en cameramaterialen terwijl we hardop onze tekst doorheen de ruimten scanderen. Je lacht en legt je hand op je zware buik. Je stimuleert ons denken over een multidisciplinair theater en vindt het belangrijk dat we worden geconfronteerd met een beeldende kunstpraktijk. Je vormt daarmee niet alleen de opleiding om, maar ook de verlangens en het profiel van de theatermakers van de toekomst. We zullen hier niet afstuderen als acteurs, actrices of regisseurs maar als drama-kunstenaars. 

De daaropvolgende jaren worden we deel van wat Jan Steen en jij toepasselijk ‘ateliers’ hebben genoemd in plaats van ‘lessen’. Het zijn lange tijdsblokken van zowel gezamenlijk als individueel onderzoek. Jan Steen schrijft zijn doctoraat Het zijn in het spelen en onderzoekt praktische oefeningen in uitzonderlijke ‘zijnstoestanden’. Hij vraagt me om in zijn atelier het woord ‘moeder’ – en wat zij voor me betekent – te bewegen. In mijn wildedans vraagt hij me plots om Richard III uit Shakespeare’s koningsdrama fysiek ‘te beeldhouwen’ en zijn woede als ‘rode verf uit te smeren op een doek’. Het taalgebruik is letterlijk verbonden aan de praktijk van de kunstschilders om de hoek. Aan het einde van het academiejaar wil je me apart spreken. Je zegt: “Scheer je haar af. Stop met acteren. Probeer eens iets te maken.” Ik ben razend maar ik toon het niet. 

© Erik Bogaerts

In je atelier ‘complexe tekst’ werk ik met je aan de Hamletmachine van Heiner Müller. Ik ben onder de indruk van je tekstuele bewerking van het Duitstalige stuk. Je zegt dat je geen woord Duits verstaat en dat het je daarom zo goed is gelukt. Ik lach. Ik breng je eerste zin: “Ik was Hamlet. Ik stond aan de kust en sprak met de branding BLABLA”. Ik sta op je werktafel en je zegt dat ik me moet overgeven aan mijn impuls. Ik weet niet wat die impuls is of moet zijn. Moet ik springen? Moet ik roepen? Wat betekent die zin? Je zegt me dat je teksten moet spelen om ze te begrijpen. Je moet ze niet begrijpen om ze te kunnen spelen. Een aha-erlebnis. Ik neem je zin opnieuw in mijn mond. Plots stromen allerlei beelden naar binnen. De beelden zijn niet voor mij. Niet voor mij. Voor anderen. Ik wil hier weg. 

Ik sta nog maar drie minuten op de tafel van je atelier en je trekt plots je jas over je salopette aan. De les is gedaan. Klaar. Ik mag naar mijn kot gaan. In mijn kot aan de Verloren Kost ijsbeer ik uren over de vijfentwintig vierkante meter die me daar is gegeven, met jouw Hamletmachine in mijn hand. De beeldenstoet trekt verder over de wanden, onder de lakens van mijn bed, ze kruipt in de kussenslopen waarin ik mijn hoofd heb gelegd om de dromen van binnenuit op te snuiven. De volgende keer dat ik je zie vertel ik je dat ik wil regisseren en je vraagt prompt of je mee mag spelen in mijn stuk. Wat volgt is onze geschiedenis, lieve Sam.

Mensen worden na hun overlijden vaak heilig gemaakt. De dode wordt daardoor ontmenselijkt. Een nar maak je niet heilig na zijn dood. Dat doet geen eer aan zijn leven. Een leven zoals dat van jou, zo intens geleefd, slijp je niet glad. Jij bent geen heilige. Te veel details houden je de onwaarschijnlijk schone en geestige mens die je was. Als ik aan je denk, dan zie ik een boosaardige speelvogel voor me. Je haalt een duivels plezier uit schunnigheden en ondeugdelijkheden en valt voor een plompe perversiteit. In mijn afstudeervoorstelling The Winter’s Tale plaats ik je als Don Camillo op scène in een grote witte slip die je tussen je billen propt als een string. In de Minardschouwburg tongzoen je hartstochtelijk met performer en medestudent Seppe Decubber nadat hij water in je aarsje heeft gespuwd. Je gilt van plezier. Voor elke voorstelling steek je een paar sokken in je onderbroek zodat je penis groter zou lijken. Je heult je van het herderskostuum van Don Camillo in dat van Koning Theseus die je zo fijngevoelig en teder speelt en dan, onverwachts, klop je op de tafel en zingt bruut ‘de pompbak, de pompbak, de pompbak is kapot’. Ik begrijp het niet. Een oude truc van je zo blijkt, en je knipoogt naar Viviane De Muynck die in de zaal zit. In 1987 maakte je met haar een bewerking van Who’s afraid of Virginia Woolf maar je besloot het tweede deel af te voeren en Viviane enkele smartlappen te laten zingen. Onversaagd. Ik lach en klap in mijn handen maar ik vraag je toch om de volgende keer niet meer over die pompbak te zingen. Je kijkt me vertederd en vol waardering aan.

Je opmerkingen en handelingen zijn zowel onpeilbaar, mysterieus, grappig of – in sommige theatrale contexten – heerlijk obsceen. Je excentriciteit is nooit eenduidig. Je bent radicaal met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en zonder ego. Het tegen de schenen schoppen zoals je graag doet – met name ook tegen de malaise van de instituten of de overheid – doe je vooral om de wonden aan te duiden en ze trachten te helen. Jouw verhaal is niet louter een verhaal van grollen en schoppen maar vooral van bouwen en herrijzen uit een zwakke plek met de nodige zelfrelativering. Plots sta je weer voor me met een brede glimlach en zoals altijd op je rode Crocs en in je blauwe salopette. Je slaat je grote en warme armen om me heen en in je armen besef ik pas dat ik jouw levensomhelzing zo nodig had.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

in memoriam
Leestijd 6 — 9 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Lisaboa Houbrechts

Lisaboa Houbrechts (1992) voltooide in 2016 de masteropleiding Drama aan de School of Arts | KASK Gent. Ze is schrijver en regisseur. In haar theaterwerk evoceert ze de geschiedenis en klassiek repertoire in een rituele daad. Haar meest recente werk is Bruegel (2019). De première van het nieuwe I Silenti is vanwege Covid-19 tot een nog te bepalen datum uitgesteld.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!