Leestijd 17 — 20 minuten

Salzburg lied to us

De jongste editie van Sommerszene, het performancefestival in het Oostenrijkse Salzburg, stelde zich als thema Redefining Action(ism). De artistieke directie richtte een republiek op met kunstenaars als ministers, zag de stad als een uitgestrekt podium en inwoners als toeschouwers.

De Republiek Salzburg

Politiek is hip, actionisme is in. De laatste jaren ontwikkelt zich steeds duidelijker een tendens waarbij artiesten de veilige muren van het theater inruilen voor de jungle van de stad. Kunstenaars gooien zich met overgave op de alledaagse realiteit van de modale burger. In het kielzog van hun veelal vergeten voorgangers van het actionisme en het situationisme, wil de kunstenaar zijn praktijk opentrekken naar een maatschappelijke realiteit. In die praxis komt hij vaak oog in oog te staan met de verwonderde, onbegrijpende, ongeïnteresseerde of geïrriteerde bewoner van deze andere wereld. De gewone mens, die van al deze nieuwlichterij niets moet weten. Mensen zoals u en ik?

Vaak ontbreekt het de nieuwe actionisten aan een duidelijk plan. Als blinde don Quichotes trekken ze ten strijde tegen een vijand die zich maar heel moeilijk laat vastpinnen. De commercialisering van onze leefwereld? De globale economie? De overmediatisering van de realiteit? Het gebrek aan communicatie dat daaruit ontstaat? Een vijand die niet is gepersonaliseerd, blijkt in vele gevallen ook maar moeilijk te verschalken. In het slechtste geval krijgt de kunstenaar zijn goedbedoelde intenties zonder al te veel pardon opnieuw in het gezicht geslingerd. Doordat zijn actie simpelweg wordt genegeerd en in het stadsgewoel verdwijnt. Of erger nog, omdat de artistieke ingreep met weinig overweging opnieuw wordt ingeschakeld in de zo verwenste entertainmentindustrie waartegen hij nu net was ingezet.

Geconfronteerd met een man die op straat geld stond uit te delen, vroeg een Amerikaans jongetje zijn moeder om uitleg. Haar antwoord was tekenend: ‘I think it’s art, honey‘, zei ze argeloos. Hiermee sprak de vrouw zich duidelijk uit over de weinig gearticuleerde acties die zich ontplooiden in de drukke shoppingstraat van Salzburg. Kunst betekende in haar ogen ‘onbegrijpelijk, onlogisch maar evengoed onschadelijk entertainment’. Kunst, gereduceerd tot een ongevaarlijk tussendoortje, ingekramd tussen de Mozart Ktigeln en Schwarzwald Torte.

Deze actie maakte deel uit van het Redefining Action(ism)-programma, georganiseerd door de Sommerszene Salzburg, en de kunstenaar in kwestie was Davis Freeman, die net als een tiental andere kunstenaars de opdracht had gekregen om vanuit de nieuw opgerichte Republic of the Arts een onderzoek te voeren naar nieuwe vormen van actionisme. Elke kunstenaar werd gevraagd een eigen Ministerie op te richten, en de leiding van de republiek lag in handen van presidente Meg Stuart. Naast de Regering was er ook plaats voor de creatie van een onafhankelijke pers, die zich naar keuze als propagandaschrijvers of als kritische toeschouwers in het project konden inschakelen. Tijdens de tien dagen van het festival bleek de Republiek evenwel nog enkele andere organen in leven te hebben geroepen. Zoals een Supreme Administration, die zonder pardon de uitspraken van de ministers en zelfs de president bleek te kunnen ondergraven en die gelieerd was aan de échte Republic: het hoofdkwartier van Szene Salzburg zelf. Ergens tussen de lijnen verschenen ook de teksten van een duistere cel van de Geheime Dienst, die zijn bevindingen van politieke, persoonlijke en al te persoonlijke aard eveneens met de artistieke en burgergemeenschap kon delen.

Redefining Action(ism) is slechts één van de voorbeelden waarmee vele goedbedoelende programmatoren hun politiek blazoen willen schoonspuiten. Het is een poging om de kunst opnieuw een plaats te geven in de samenleving. Maar dan wel gedurende een afgebakende periode van een tiental dagen tijdens de anders toch wel erg ledige zomer. En in de rand van een verder behoorlijk burgervriendelijk programma dat namen bevatte als Wim Vandekeybus en David Bowie.

Volgens artistiek leider Michael Stolhofer was het festival erop gericht precies de gesloten receptieve festivalstructuur te doorbreken. Naast het economische credo dat kunst ook geld moet opbrengen, wilde het festival de ruimte bieden voor het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Door de kunstenaars de straat op te sturen, werd gehoopt bij de bevolking een grotere sensibiliteit te creëren voor de artistieke beweging die zich normaliter binnen de vier muren van het theater afspeelt. Hiertoe werden ook grote aanplakborden op strategische plaatsen in de stad geplaatst, waarop de acties van de Ministeries en de commentaren van de ‘onafhankelijke’ pers van de republiek werden gepubliceerd, (zie quotes)

Om het plaatje compleet te maken werd aan de aanwezige artiesten gevraagd elke ochtend een Ministerraad te houden, waarin de acties voor deze dag werden besproken, waarna de pers op de hoogte werd gebracht door de minister van Communicatie. Daar begon de onderneming al een klein beetje scheef te lopen. De uitgenodigde kunstenaars bleken niet altijd even geïnteresseerd om hun rol op te nemen binnen de regering. Bovendien bleek hun artistieke praktijk er ook niet altijd op gericht om hun rol in de gemeenschap op zo’n letterlijke manier in te vullen. En last but not least, betekent het op een hoop gooien van interessante kunstenaars nog niet noodzakelijk dat je hier ook interessante kunst mee vergaart…

Eén en ander bleek dus al van bij aanvang problematisch. De openingspersconferentie van het festival zette de toon door de ministers met afgezakte broek achter de conferentietafel te plaatsen, waarna elke vraag uit de zaal met een vraag werd beantwoord. ‘Are we a group? Does the artist have a mission? Do you consider this an action? Do you consider this a press conference? Can we have action without planning it? Where is the Minister of Invisibility? Could you define reality?‘ Interessante vragen die gedurende dagen van vrij onduidelijke antwoorden werden voorzien. Isabelle Schad en Benoît Lachambre omwikkelden elkaar in hun White Wall actie uiterst langzaam met toiletpapier. Presidente Meg Stuart maakte in uniform haar opwachting op de Love Parade. Dezelfde presidente praatte in een geblindeerde wagen, maar wel met een luidspreker op het dak, op de traditionele Mozart-platz over de fetisjistische meerwaarde van de Mozart Kügeln voor koppels van middelbare leeftijd die hun seksleven willen opwaarderen. ‘Shove them up your ass’, was de boodschap. De Russische Elena Kovylina drapeerde op diezelfde Mozartplatz haar weelderige, maar ook volledig ontblote lichaam over een vleugelpiano. Dit was de dag nadat ze haar lichaam op de straten van Salzburg aan de welwillige mannelijke voorbijgangers had verkocht, en de klanten vervolgens had gewezen op de artistieke aard van deze uitwisseling. Waarna ze de volgende dag, voor het oog van iedereen in de Republiek, hun geld konden komen terughalen. Superamas organiseerde een casting voor de nieuwe intendant van de Salzburger Festspiele en ensceneerden filmopnames in de stad met bereidwillige voorbijgangers. Sarah Chase nodigde mensen uit hun verhaal te komen vertellen, en gaf in ruil een verhaal terug. En de actie van het oorspronkelijke Ministry of Unreality bestond er onder andere in om elke dag de naam van het Ministerie te veranderen tot ze uitkwamen bij het veel eenvoudiger Entertainment. Dat was de dag voor ze met behulp van een ingenieuze videoprojectie de hele Republiek in vlammen lieten opgaan. Verder was er ook nog de actie standing on a chair, waarbij aan iedereen werd gevraagd om iedere dag op eenzelfde tijdstip vijf minuten op een stoel te gaan staan, waar die ook stond, om zijn/haar onvrede met de wereld uit te drukken.

Het openingsnummer dat de persconferentie begeleidde luidde: ‘I don’t give a fuck, I don’t give a fuck,…‘ en werd later vervangen door het volkslied van de Republiek: ‘Stuck in the middle with you‘, op speciale vraag van de presidente, die in haar Confession-actie haar complete Ministerie afzweert, en een dag voor het einde van het programma ook haar ontslag indient.

‘Clowns on the left of me, Jokers to the right, / Here I am, stuck in the middle with you.’

The Minister of Poor White Trash Entertainment

De minister die opvallend afwezig bleef was Benjamin Verdonck van het Ministry of Poor White Trash Entertainment. Nadat zijn oorspronkelijk minister statement door de Supreme Administration was gekelderd, bleek hij, ondanks heel veel over en weer gemail, toch niet de stap naar Salzburg te willen zetten. Opvallend was het feit dat dit statement was geweigerd omwille van zijn provocatieve karakter. Benjamin Verdonck: ‘Als minister werd mij dringend verzocht een statement te formuleren, om de publiciteit rond het festival op gang te trekken. In eerste instantie stond ik daar wat weigerachtig tegenover, maar omdat de druk steeds groter werd, heb ik uiteindelijk toch een uitspraak doorgestuurd. Op dat ogenblik stond in de krant net het Abu Ghraib-schandaalop de voorpagina’s: de foltering van Iraakse gevangenen door Amerikanen. Wat mij opviel in de reacties was dat de verontwaardiging rechtstreeks ging naar de soldaten die dit effectief hadden uitgevoerd. Ik dacht, met opzet zetten ze daar gewoon simpele mannen, goed wetende dat als ze die 48 dagen met honden en roepende gevangenen opsluiten, er zich wel eens één te buiten zal gaan. De reden tot verontwaardiging lag voor mij totaal niet bij die soldaten, maar wel bij de Bush-administratie. Ik vond dat echt. En toen mij dus dringend om een statement werd gevraagd, heb ik dat gebruikt. Dat ik om vergeving en rehabilitatie vraag voor die soldaten, want zij weten niet wat ze doen. Ik heb in het begin van de brief duidelijk gezegd dat het niet ging om een statement, maar dat, als het hard genoeg werd geroepen, het wel zo zou kunnen functioneren. Daarnaast had ik ook nog een bedenking met betrekking tot de kunsten geformuleerd: dat ik vond dat kunst zijn elitaire functie moest behouden. Dat is een mooi evenwicht, dacht ik.’

Dit statement bleek echter niet in het kraam te passen van de Supreme Administration, oftewel de organisatie van het Sommer Szene festival, die het statement afdeed als een goedkope provocatie en om de opheffing van het pas opgerichte Ministerie vroeg. Vanuit de overtuiging dat het hier ging om een actionistische tegenzet, mailde Verdonck met zoveel woorden terug vanuit zijn Ministerie dat hij dit een fascistische actie vond.

Benjamin Verdonck: ‘Groot was mijn verbazing en verontwaardiging toen bleek dat het helemaal geen spel was. Ik heb een hele mail gestuurd, waarin ik uitlegde waar die uitspraak vandaan kwam, dat het op zijn minst een bedenking was, en zeker geen goedkope provocatie. In dat geval had ik evengoed een close-up van mijn reet kunnen sturen. Daar heb ik ook over nagedacht, hoor. Stel nu, je fotografeert jezelf met een stijve, en je zegt: dit is de poster van mijn nieuwe voorstelling, en je publiceert dat beeld in het boekje van deSingei. Dat roept gegarandeerd enige controverse op, maar terecht dient de organiserende partij zich dan af te vragen of ze dit wel nodig of gelegitimeerd vindt. Als je vraagt om de rehabilitatie van Amerikanen die Irakezen hebben gemarteld, dat is dan wel controversieel. In eerste instantie kon ik dat begrijpen, maar bij Stolhofers persoonlijke brief, die zei dat het gegeven te complex was, dat zijn publiek dat niet zou begrijpen, en dat de pers alleen daarover zou praten en niet over zijn hele festival, had ik toch bedenkingen. Ik dacht: maar jij wil een politiek platform opzetten, je vraagt mensen om eraan deel te nemen, en van zodra zij iets aanbrengen waarvan je denkt dat je publiek het niet zal begrijpen (lees: mogelijk niet meer geamuseerd is, geïrriteerd raakt of besluit een showtje minder mee te pikken), voer je ze af. Wel, programmeer dan alleen wat je publiek wel begrijpt, en vraag niet aan kunstenaars om daaraan deel te nemen.’

Je zou dit conflict makkelijk kunnen afdoen als de simpele onenigheid tussen een artistiek directeur en een kunstenaar. Het problematische is echter, dat dit voorval eerder functioneert als een signaal voor een groter kwaad: de kritiekloze politisering van het kunstdiscours door makers en programmatoren, die tegelijkertijd hun handen niet willen vuil maken aan de consequenties die deze overstap naar een maatschappelijke realiteit meebrengt. Consequenties op het vlak van productiestructuren (een shift van het economische publieksgerichte denken naar een meer fundamentele vraagstelling over het functioneren van de artistieke praktijk), machtshiërarchieën (de programmator die zich niet langer de president van zijn publiek acht, maar zijn macht aan kunstenaars overdraagt, moet zich ook bewust zijn van de anarchie in betekenisgeving die hieruit ontstaat), en politieke correctheid (het feit dat de uitspraak van Verdonck provocerend is voor Stolhofer of zijn personeel, of vooral mogelijk schadelijk voor het imago van het festival naar de pers toe, zou eigenlijk niet bepalend mogen zijn indien de structuur van de Republic of the Arts zoals die in het Redefining Action(ism) programma is vormgegeven, serieus is genomen).

Benjamin Verdonck: ‘Tijdens het mailverkeer voelde ik een definitie van actie bovenkomen die begon te lijken op “laten we de modale burger choqueren”. Laten we eens raar doen zodat de toerist zich niet op zijn gemak voelt. Dat is totaal niet mijn definitie van actie voeren. Mijn gevoel daaromtrent is heel dubbel. Ik heb met de punkbeweging in Antwerpen rondgehangen, en ik heb uit die betogingsgeneratie geleerd dat dat niet mijn ding is. Ik hou er niet van in het openbaar op de bourgeoisie te spuwen of hard te schreeuwen waar ik allemaal tegen ben. Ik heb geleerd -door de dingen te maken die ik maak- dat ik mensen op allerlei andere manieren kan prikkelen, en dat interesseert mij gewoon veel meer. Wantrouwen alom dus, en dat werd dan nog eens in extreme mate bevestigd door de foto op het programmaboekje: iemand in een terroristisch aandoende outfit: zwarte legging en rode bivakmuts. Sluipend in een actiepak. Dat vond ik echt pervers. Ik vraag mij af of je in een wereld waarin terrorisme een brandende kwestie is, en waarin er wel degelijk mensen rondlopen in zwarte kleren met een bom op hun lijf, of je zo’n beeld op zo’n ondoordachte manier mag transponeren als promotie voor je festival. Dat cumuleerde voor mij allemaal in die foto: die rode bivakmuts die zegt “het is kunst, en het is redefining, dus weten we niet hoe het eruit zal gaan zien.” Met een onderwerp dat zo heftig en zo ernstig is zomaar een plaatje maken om je eigen kunst een air van belangrijkheid te geven, dat vind ik echt problematisch.’

Hoewel Benjamin Verdonck tijdens het festival wel werd opgepikt, en presidente Meg Stuart zelf een uitdrukkelijke uitnodiging schreef om hem alsnog in Salzburg te krijgen, bleek het water te diep. Tussen de intenties van het festival en de individualiteit van de maker. Maar ook tussen een kunstenaar met een eigen praktijk en traject, en een organisatie die die kunst restloos wil binnenrijven in een politiek correcte context.

Rebel, rebel-kunst als politiek schaamlapje

Uit de gesprekken met Benjamin Verdonck en andere kunstenaars ontwikkelde zich langzamerhand een heel andere invulling van politiek theatermaken. Een invulling die niets vandoen heeft met de politiek correcte beweging die sinds de jaren ’80 het Vlaamse kunstenlandschap teistert, en waarin voorstellingen pas interessant worden als er met gedegen dramaturgische ijver in elke letter naar mogelijke actualisering wordt gespeurd. Toen de politiek in de vorm van nieuwsberichten, samples en politieke herschrijvingen zijn opwachting maakte in het theaterlandschap, leek opeens alles aan maatschappelijke reoriëntatie onderhevig. Het VTi lanceerde de reeks Strategieën tegen Extreem Rechts en overal doken referenties op naar het Vlaams Blok, of nog extremer, naar nazisme en fascisme, als de dreigend opgestoken vinger van een zichzelf op de borst slaand kunstenlandschap. Iedere actuele lezing die in Shakespeare een voorafspiegeling van een fascistische samenzwering vermoedde, bracht theatraal Vlaanderen een stapje dichter bij de politieke verkleutering waar een groot deel van het landschap tegenwoordig aan lijdt. Toen speelde dit genoegzaam spelletje zich nog af in het theater, nu moet de boodschap ook worden uitgedragen over de stad. Zoals Benjamin Verdonck terecht opmerkt, is er iets grondig fout aan een organisatie die een kunstenaar inzet als politiek schaamlapje op een festival dat grof geld inzet voor het binnenhalen van een publiekstrekker: ‘David Bowie die Rebel, rebel zingt, maar daarnaast met een Evian-spotje ongehoorde fortuinen binnenrijft. En daarnaast Redefining Action, de stomme lullen die voor 1000 euro een maand lang oprecht gaan proberen de wereld te verbeteren. Dat illustreert het probleem. En dat is een stuk interessanter dan dat ik ga bepalen wat wel of niet politiek is.’ Het ondermijnen van deze versimpelde verantwoordelijkheidsmoraal vraagt veel tijd en veel moeite. Dat is een project dat zich niet afspeelt in een drukbezet, volgepland podiumseizoen, ergens tussen het salonfähige colloquium en het hipjonge caféfeestje. Dat is een debat dat zich weerspiegelt in productiestructuren, in een herschrijving van de hiërarchische posities binnen de organisatie en in een moeilijk bevochten discours dat zich ent op onderzoek, en zich uit in gerichte actie. Op dat ogenblik gaat het er niet om of dat project zich op de straat of in het theater voltrekt. Het draait dan wel om de vraag of de kunstenaar zijn individueel kunstenaarschap durft laten opgaan in de rol die hij maatschappelijk op zich wil nemen. Zoals bijvoorbeeld Els Dietvorst deed tijdens haar project De terugkeer van de Zwaluwen in de Anneessenswijk in Brussel. De eerste twee jaar van haar vijf jaar durende residentie in de wijk besteedde ze voor een groot stuk aan sociale dienstverlening: het in orde maken van papieren van haar medewerkers, die ze op straat had geronseld. Dat is kunst die zich in haar omgeving durft te verliezen, omdat de prioriteitsvragen op zo’n moment ineens een stuk moeilijker te beantwoorden worden. Dat is een beweging die zich niet installeert in de confrontatie van de ‘op te voeden burger’, maar die van binnenuit tot volle kracht komt.

Zoiets vraagt meer dan een creatieve dramaturgie of een anders-kleurige performer in het gezelschap. Het vraagt om een shift in perceptie. Een voortdurende kritische doorlichting van je eigen uitgangspunten. En dat is een stuk moeilijker dan een neger te maken van Achilles.

 

As the president clearly stated in her opening speech, and as was brought back to our attention in a piercingly loud musical statement, the government turns to the people, saying loud and clear: ‘I don’t give a fuck, I don’t give a fuck, I don’t give a fuck’…
As a representative of these very same people, I ask myself if this is the kind of government we want to confide in. The kind of Ministry that will take into account our everyday concerns, and not overrule our petty discomforts by burying them under either highly intellectual meta-arts discourse, or disconcerting interventions, that might shed an undesirable light on the ongoing political struggle in the Republic of Salzburg.
(uit Obscenity Rules/f. Von Bingen)

 

Benoît Lachambre:
For me an action is primarily oriented on creating a kind of noise that becomes complementary to the environment in which it is created and simply underlines this environment or people’s reactions. File action at that point becomes a kind of vessel for their perception or thoughts. No more than a point of reference for a memory that passes by. You could see the action as a catalyst for thoughts, without reading this necessarily as a political statement.
Personally, i really have a lot of problems with the naming of the Republic and the form of the Government. In my practice I rather search for a bit of anarchy. For the rethinking or dismantling of structures, instead of creating them. I tend to be kind of sarcastic about politics, because I find it impossible at this point still to believe in them. When I hear words like ‘Cabinet’ or ‘Ministers’, or whatever, I feel the hairs on my back rise in discontent.

In a letter to the mysteriously banned Minister of Poor White Trash Entertainment, the President also indicated that she thought that ‘Perhaps your absence is the most effective action you can make at this moment for this fake government in a fairytale city.’ But more than that, she also confided to the absent Minister that ‘Disturbances are invited/Terrorism encouraged’, which is a proof of the President resenting the former negative stand the Supreme Administration has taken towards the presumed ‘provocative statements’ of the Ministry of Poor White Trash Entertainment. She also clearly stated she wanted the Minister to come and join the Government after all. It is not clear if the Minister of Poor White Trash Entertainment will consent to this invitation.
(
uit President confesses: Republic is falling apart/ Aude Thensiau)

 

‘Was machst du?’
‘Ich stehe hier.’
‘Warum stehst du hier?’
‘Ich mache Sex.’
‘Welchen Sex?’
‘Ich mache alles.’
‘Auch anal im Auto?’
‘Nein, nur im Hotel.’
(over actie Elena Kovylina, opgetekend door Coran)

– It’s about a bunch of artists coming together and performing actions in town. -1 don’t care about art, art bores me to death, let’s talk about something real.
Something that changes the world.
– Like soccer?
(Uit Salzburg lied to us/Superamas)

 

Their program is clear and simple: to offer the people a new view on things, to prick the bubble of quotidian habituation. For this they developed different strategies that were all countered by very different reactions. Confronted with the dog-performer Bemd, who only barked in answer to their questions, the police put the following progression of questions to Lilia, the accompanying secretary of the Minister of Urban Development: ‘Is this your friend? Is this your dog? Is this your husband? Are you a dominatrix?’
Since her answer to all questions was unambiguously positive, they left her alone, and took off smiling. This friendly behavior contrasted harshly with the aggressive approach some of their colleagues took to performers lying down in the Salzburg streets. Asked for the exact rules that prevented people from lying down in a public space, they reacted with an angry demand for passports and ID. Just like an unsatisfied stander-by answered after being asked what she thought of the performance, that she thought ‘they’d better do it in their own country, because it would be better for them and for Salzburg’.
(over Ministry of Urban Society /I think it’s art, honey / Elke Van Campenhout)

 

Meg Stuart / president
dear republic,
it is time to act. count your breath, forget the pain, shake vigorously, rehearse love, make the first move, rewind the tape, don’t pause, act. kissing is allowed, passion is inevitable, caress your fear, collapse if necessary, abandon the plan, restart, get informed, act.
overact. be brave, stage your anger, practice, it will come, react, polish your doubts.
broadcast your failures, entertain your vanity, you are lucky, you’ve always been lucky, improvise the past, open the window, stand on a chair, become someone else, share your provisions, embrace the crowds, fill the gaps, cross the bridges, help! make speeches for children, hold hands even if they’re sweaty, art is freedom, erase the tape, document the absence, there is no republic, there is always the republic, spin faster, exaggerate the possibilities and don’t underestimate the impact, enjoy your stay.

 

Elena Kovylina nahm Gebrauch von ihren Rechten und Pflichten als Ministerin für Macht und Kontrolle. Passantenwurden gestern von Kovylina von 17 bis 19 Uhr in der Innenstadt aufgehalten und nach dem Ausweis gefragt. Es regnet. Das Kamerateam und ich quetschen uns unter einen Schirm und folgen der russischen Polizistin im Dienste der Republik unauffällig und gespielt desinteressiert. In der Getreidegasse die ersten Opfer. Ein junges Mädchen -keine Touristin- zeigt widerstandslos ihren Ausweis und geht dann etwas verwirrt weiter. Eine Japanerin Tuft leicht in Panik ‘Polizei!’, eilt zu ihrem Begleiter und kramt aus dem Rucksack die gefragten Papiere hervor. Touristen erweisen sich im Verlauf der Kontrollegenerell als folgsame, leicht verschreckte Passanten. Dann Widerstände: die Gegenfrage des Mannes:’Können Sie sich ausweisen? Sie sehen nicht aus wie eine Polizistin. Sie sind keine Österreicherin.’
(Judith Reisinger)

 

What is action?
On Monday’s daily governmental meeting, the ministers of the Republic severely discussed the question what action is. After long deliberation, that led into ten contradicting views upon the issue, the government decided to keep the following generic set of formulations:

1. The state or process of acting or doing.
2. A deed.
3. Organized activity to accomplish an objective.
4. The causation of change by the exertion of power.
5. A movement or a series of movements, as of an actor.
6. Habitual or vigorous activity; energy.
7. A physical change, as in position, mass, or energy, that an object or a system undergoes.
8. The series of events and episodes that form the plot of a story or play.
9. Armed encounter.
10. The most important or exciting work or activity in a specific field or area.
(Communicatie van het Ministry of Communication)

 

In the first montage of the film shoots, shown yesterday at Republic, every identical scene ends with the hysterical crying out of the phrase ‘Salzburg lied to me!’ How are we to understand this?

Superamas: ‘We personally very much like this sentence. It provides the city with an identifiable identity, with a personal connotation. At the other hand it shows off Salzburg as a place filled to the brim with people’s projections and romantic, esthetic or moral expectations. We show this projection in our project. Because it is exactly this projection that makes up the image of Salzburg: a series of romantic anticipations that condition the way we construct our lives. The Sound of Music, or the romantic imagination, these apprehensions are crudely confronted with the very basic scenario of the shooting in which no encounter or not even any dialogue is taking place. We focus on the deception, on a very contemporary and even ugly concept of realit.
(interview met Superamas over Salzburg lied to us / Ministry of Reality / Elke Van Campenhout)

 

Elena Kovylina:
‘Ich habe schon so viele Aktionen gemacht, dass die Crenzen zwischen Aktionund meinem eigenen Leben verschwimmen.
Es gibt keine Trennung zwischen Kunst und Nicht-Kunst.’

Report #3, July 5,2004 von: Secret Sen/ice am: 05-07-2004,15:28:02

CHAMPIONSHIP Delicate investigation at the Kunstraum where a part of the government of the ‘State of the Arts’ met to watch TV. One of our agents sneaked in discretely and found out there were no fans of Greece in the group sitting in there. Davis FREEMAN passed the agent standing close to the toilet, very emotional, deeply depressed. Twin Peaks-music was played after the match was finished, (source 016, oral report by the agent) The analysis in the group of investigators taking place at around 1.00 a.m. today went into the direction that the ‘State of the Arts’ has an incomplete understanding of what Europe represents. So the agents tried to sing a Fado but failed, tried to dance Sirtaki – and failed.

CONFESSION Yesterday afternoon, president STUART did a solo action inside the dome of Salzburg. Two more people were involved, and one agent, who met this person per coincidence after this act, got information about it (the SSSA will maybe publish the name of this person later on). Stuart, so the informant told our agent, was doing a confession. About the contents of this confession the information is not very clear, (source 016, oral report) There were two videos shot. It is not clear whether one of these videos will be presented to the public or not. On the other hand it’s obvious that Stuart is really pissed about the slow dynamics of the government.

INDEPENDENCE DAY Neither the American Independence Day nor the second anniversary of the ‘State of the Arts’ seemed to affect the government. Our agent investigating Kunstraum saw that on one of the walls somebody wrote: ‘State of the Farts’, (source 017, oral report) The SSSA allows itself to comment on this as very funny. The ‘State of the Arts’ behaves as if it would be the location of the film ‘Independence Day’. Where are the space ships? What is an action?

SEX The daily meetings of the government are decribed as not very sexy. Also, the writings of the author’s group seem to be lacking inspiration, (source 018/019, phone call unspecified and website) Here, the SSSA feels obliged to mention, that the structures of the

‘State of the Arts’ are already totally rotten. A press department which doesn’t fuck the system, partly naive texts. The SSSA proposes a complete relaunch of the approach towards the text and the medium.

INTRUDER It is reported that a so far unknown ariist should arrive during the next days. She is vaguely described as a woman around her 30s, is involved in music and theory, has published several articles in high quality media, and is the owner of two dogs.

SICKNESS Further it is reported, that Benoît LACHAMBRE didn’t feel well today. The SSSA is concerned and discretely asks for information about this rumour.

HORSESHITTwo of our agents were talking with one of the men who clean the streets of Salzburg from horseshit. From what they understood, they depicted that he expressed quite some aggression against the city, the horses, and the tourists here. He saw the action of SUPERAMAS a bit and felt interested. A guy tried to fuck a girl on one of the souvenir stands, he laughed.

 

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 17 — 20 minuten

#94

15.12.2004

14.03.2005

Elke Van Campenhout

Elke Van Campenhout is redacteur van Etcetera, is freelance publicist voor diverse kunsttijdschriften, en werkt als curator en dramaturg.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!