OPUS – Opera Ballet Vlaanderen
Precisie als affect
Rudi Laermans
© Cyril Moreau/Bestimage
Je vertrekt wat vroeger uit de actievergadering van Extinction Rebellion om naar ‘Room With a View’ te gaan kijken, een groots opgezette dansvoorstelling rond ‘klimaatcatastrofes, wereldwijde conflicten en de algemene ineenstorting van de beschaving’. Binnen milieuactivistische middens wordt soms gezocht naar ‘positieve boodschappen’ – er heerst namelijk de overtuiging dat het catastrofisme een van dé redenen is waarom zoveel potentiële deelnemers wegblijven van acties. De onheilspellende communicatietekst van ‘Room With a View’ blijkt alvast geen negatieve impact te hebben gehad op de toeschouwersaantallen: de enorme zaal van het Brusselse Théâtre National loopt helemaal vol.
In één oogopslag lees je het monsterachtige decor als een zoveelste variatie op een dystopisch landschap, van het genre dat je terugvindt in de filmfranchise The Hunger Games of de videoclip van Stromae’s Ta Fête. Een massieve, vals-betonnen muur snijdt de achterhoek van de scène côté jardin diagonaal af. In die muur is een vierkante ruimte uitgespaard, een kamer met een groot raam waar koud, wit licht doorheen valt. Het publiek heeft zelf geen toegang tot de view uit de titel van de voorstelling, dat laten de zichtlijnen niet toe, maar het is overduidelijk dat we van de buitenwereld niet veel goeds meer hoeven te verwachten. Wanneer even later een grijze wand neer dondert die het raam afsluit, vraag je je af: is dit een bunker die de bewoners bescherming biedt, of eerder een gevangenis?
Het is eerst en vooral een party cave. In de kamer staat een DJ met zijn rug naar ons toe muziek te draaien, een luide, sinistere mix van harde beats en een orkestrale soundscape met galmende koorstemmen en onweersklanken. Erg subtiel is het niet. De dwingende muziek- en geluidsscore van Rone blijft een voorstelling lang hardnekkig doorlopen – het is maar een van de vele facetten die van Room With a View een aanslag maken op je uithoudingsvermogen.
Stelselmatig druppelen de jongeren – een diverse groep op vlak van huidskleur en genderidentiteit – binnen in de kleine ruimte rond de DJ-boot. Hun hippe kleren en kapsels roepen mee de sfeer op van een Berlijnse nachtclub. De jongeren dansen niet met elkaar maar elk op hun eigen vloerperkje, met stuurse blikken en snelle, hoekige bewegingen die de hardheid van de beats mimeren. Dit feestje lijkt er eentje op coke.
Room With a View brengt dans met een narratieve inslag. Niet enkel de audiovisuele setting suggereert een verhaal, ook veel van de dansbewegingen zelf doen dat. Naast party dancing zien we doorheen de voorstelling ook nog dansant kussende en vrijende koppeltjes, een vuistgevecht, groepsopstootjes; op een bepaald moment steken de clubbers collectief hun middelvinger op naar het publiek, en af en toe gaat een stoere verzetsvuist in de lucht. Het geheel lijkt een driehoeksverhouding voor te willen stellen tussen (1) de transgressie van het technofeest, (2) politieke subversie en (3) de kracht van de jeugd. Maar ja, natuurlijk… If I can’t dance, it’s not my revolution!
Staat de dansvloer als metafoor vandaag voor een oord van verzet of eerder een van escapisme?
Staat de dansvloer als metafoor vandaag voor een oord van verzet of eerder een van escapisme? In Room With a View valt de driehoeksverhouding alvast helemaal plat. Eenmaal ze zijn afgedaald van de muur, lopen de 18 dansers plompverloren in de leegte van een veel te grote scène, als was het een treurige nachtclub op de rand van het faillissement. Ook Rone zien we op een bepaald moment beneden opduiken. Met een zelfverzekerde performativiteit en een brede glimlach die ongepast overkomt in deze grauwe, apocalyptische setting, beent hij naar zijn tweede draaitafel, nu op de begane grond. Als deze DJ een god is, dan mist hij toch flink wat gelovigen, want de dansers slagen er niet in om de leegte van de dansvloer te vullen.
De danstaal die de choreografen van (LA) HORDE (Marine Brutti, Jonathan Debrouwer en Arthur Harel) creëerden, blijft dan weer te vaak steken in ‘uitbeeldertje’: de wildheid, ongehoorzaamheid en durf die de dansers etaleren zijn stuk voor stuk representaties van wildheid, ongehoorzaamheid en durf. Ook wanneer de danstaal ontsnapt aan al dat brave gerepresenteer, mist ze gelaagdheid en een originele, spannende signatuur. Idem dito voor de choreografie. Die staat bol van effectbejag, van gemakkelijke contrasten tussen versnelde en vertraagde bewegingen, saaie unisono, verdubbelingen en verdriedubbelingen van krak dezelfde solo’s en duetten, zonder toegevoegde waarde. Tot slot kent het dystopische verhaaltje dat Room With a View met grove borstel aanzet, ook nauwelijks enige interessante ontwikkeling. Al snel strandt het in een lang uitgesponnen ‘sfeer’ met verschuivende intensiteiten. We ervaren climax na climax na climax, verwaterd tot voortkabbelende variaties op hetzelfde thema, …
Ik vrees dat daarmee, wat mij betreft, min of meer alles is gezegd wat over de dramaturgie van deze voorstelling te zeggen valt.
Als hedendaags cultuurfenomeen roept Room With a View wel nog een moeilijk te ontwarren kluwen van vragen op. Om een leefbare wereld min of meer in stand te houden, hebben we nood aan een totale sociaaleconomische omslag – eerder gisteren dan vandaag. Wanneer je er, net als ikzelf, vanuit gaat dat het ‘spektakel’, zoals beschreven door Guy Debord, een van de belangrijkste obstakels is voor die omslag, doet dit soort van voorstellingen dan niet meer kwaad dan goed? (Of gaan voorstellingen grotendeels voorbij aan ‘het goede’ en ‘het kwade’?) Welke ‘kleine spektakels’ gaan eigenlijk niet naadloos op in het ‘grote spektakel’, die moloch die er zelfs in slaagt om begrippen als duurzaamheid, catastrofe en rebellie in zijn maalstroom van wereldvervreemdende beelden mee te sleuren?
Bestaan er ‘activistische kunstwerken’ die de aandacht niet afleiden naar ongevaarlijke, symbolische contexten? Als het kunstwerk in catastrofale tijden net alles behalve activistisch moet zijn, wat dan wel? En wat is de verhouding tussen spectacularisering en institutionalisering? Of, vertaald naar de concrete casus van Room With a View: wat zijn de oorzaken en gevolgen van het absurde fenomeen dat elitaire cultuurinstellingen als het Ballet national de Marseille, Théâtre National en De Munt (co-presentator van deze productie in Brussel) zich vandaag mee bekeren tot het ‘artivisme’? Indien ze zich daar beter niet door zouden laten meesleuren, wat kunnen ze in catastrofale tijden dan wel nog doen? De kloof dichten tussen het gematigd progressieve discours en sommige door en door reactionaire praktijken – zie bijvoorbeeld De Munt die zich nog steeds laat sponsoren door fossiele enablers als Fluxys en BNP Paribas – zou een goed begin kunnen zijn.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.