Leestijd 4 — 7 minuten

Romeo en Julia

Koninklijk Ballet van Vlaanderen, Antwerpen

De Russische muziek uit de Stalintijd heeft alvast een goed, ouderwets ballet opgeleverd: Romeo en Julia van Serge Prokofieff. Het zit vol meeslepende melodieën, heeft een wat verrassende orkestratie en drijft op stuwende ritmes. Het heeft alles om te behagen: grote stukken voor pure virtuositeit, en even belangrijke fragmenten die baden in hevige emoties.

Panov heeft deze stof voor zijn tweede avondvullend ballet gekozen. Deze lange prestatie (drie uur ballet!) laat toe om zowel de huidige situatie van het Ballet van Vlaanderen als het talent van Panov te beoordelen. Uit de vertoning komt men met zeer gemengde gevoelens naar buiten. Het is duidelijk dat Panov een uitstekende balletmeester is. Het corps de ballet heeft sterk aan présence gewonnen en de technische prestaties van de dansers staan op een hoog peil. Er kan geen twijfel over bestaan dat het ballet als materiaal in sterke mate verbeterd is.

Het wordt natuurlijk minder prettig als men moet vaststellen dat er buiten deze techniek niet veel te beleven valt. Het is pijnlijk maar waar: Panov heeft evenveel slechte smaak als hij over techniek beschikt. Dat uit zich op zowat alle vlakken van deze voorstelling: laten we dat even op een rijtje zetten en bij het minst belangrijke beginnen. Het decor van David Sharir zou in 1950 indruk gemaakt hebben door zijn abstraherende soberheid, maar de dag van vandaag krijgt men de griezels bij het zien van de ‘symbolische’ speren die de twee strijdende huizen suggereren. Daarnaast is er een bonte, oranje-rode belichting die het doet in oppervlakkige televisieshows of flauwe Broadwaytoestanden. Daarin dwarrelen dan de ‘duizenden’ kostuums van de dansers (die evenveel tijd in de kleerkamer als op de scène moeten slijten, lijkt het wel), zonder dat iets essentieels gezegd wordt (tenzij dat er geld was voor een dure produktie). De dansers zelf krijgen een bijna onmogelijke taak. Ben Van Cauwenbergh als Romeo mag de meeste hoogstandjes leveren: Julia (Vivien Loeber) twee keer door de lucht gooien en haar opvangen (oh), haar op één hand de lucht in steken (ah), en tussendoor met veel getrippel de vloer met haar aanvegen (ohah). Dat is allemaal heel moeilijk, maar het essentiële ontbreekt: deze Romeo heeft niet de minste uitstraling. Van Cauwenbergh blijkt hier een technicus zonder poëzie. Maar of dit zijn schuld is, is een open vraag, want alles wat Panov in deze vertoning aanraakt, is van een bedroevende zielloosheid. Alles wat met drie passen kan getoond worden, krijgt er van Panov tenminste tien. Hier wordt in de vrijscène (pas-de-deux heet dat in deftige ballettaai) gelopen, gesprongen, getrippeld, gewenteld. Maar één juist gebaar dat verliefde menselijke lichamen maken is er niet te zien. Romeoen Julia of de koele minnaars van Antwerpen.

Romeo en Julia – foto J.M. Bottequin

De enige die de drukte overleeft is Koen Onzia. Hij weet doorheen dit gekkenspel een grote innerlijke kracht uit te stralen. Als hij in het tweede bedrijf als Mercutio sterft, gaat er een grote vlaag van spijt door de zaal: niet alleen geeft een sympathiek personage de geest, maar meteen verdwijnt de beste danser véél te vroeg van de scène. Voor de rest van de lange avond moeten we het dan stellen met de overblijvende mechanische poppen. Maar het mooiste heb ik voor het einde gehouden, le clou als het ware. Panov heeft er niets beters op gevonden dan van de monnik een dansende figuur te maken. Wat de arme jongen in pij mag uitspoken heeft geen naam. Wie dol is op ’the worst of mag voor deze twee korte momenten de vertoning echt niet missen.

Wat leren we hieruit? Het Ballet van Vlaanderen heeft zich iemand aangeschaft die dansers technisch heel ver kan brengen. Als balletmeester zal hij wel tot de topklasse behoren. Alleen heeft het Ballet van Vlaanderen nu heel dringend een choreograaf nodig.

Bij de première werd het gebrek aan smaak en tact nog even voortgezet tijdens het groeten: er lagen zoveel ruikers op de bühne dat ik vermoed dat er die avond geen verwelkte bloem in gelijk welke Antwerpse bloemenzaak overschoot. Ik vond het wel vreemd dat de ruikers nog in het cellofaanpapier zaten. Later hoorde ik dat de volgende dag al evenveel ruikers door de mensen van de public relations werden gegooid. Wellicht waren het dezelfde van de avond tevoren, wat de verpakking natuurlijk zou verklaren.

Romeo en Julia

muziek: Sergei Prokofiev;

choreografie: Valery Panov;

decor: David Sharir;

dirigent: Robert Groslot;

kostuums: Leon Bei;

belichting: Guido Cantijn;

Romeo: Ben van Cauwenbergh;

Julia: Vivien Loeber;

Tybalt: Tom van Cauwenbergh;

Mercutio: Koen Onzia.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#10

15.04.1985

—

14.07.1985

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!