© Monika Rittershaus

Leestijd 5 — 8 minuten

Romeo Castellucci – Das Rheingold

Wagner als probleem

Wanneer Romeo Castellucci aan de slag gaat met een monument uit de muziekgeschiedenis als Richard Wagners tetralogie Der Ring des Nibelungen (1876), dan is het knap lastig om je niet met héél hoge verwachtingen neer te vleien in het rode pluche van de Muntopera. De radicaliteit waarmee de Italiaanse sterregisseur het operarepertoire naar zijn hand kan zetten, doet niemand hem na. En toch bestaat het: een middelmatige Castellucci-voorstelling. Das Rheingold, de eerste van de vier Ring-producties die Castellucci de komende jaren in Brussel maakt, is er zo eentje.

Aan pluspunten nochtans geen gebrek. Het fantasy-achtige plot van Das Rheingold is een flink stuk spannender dan wat je in het gros van de operalibretti aantreft. In de prelude van de Ring-cyclus clashen verschillende mythische werelden met elkaar. De dwerg Alberich uit het koninkrijk der Nibelungen steelt de goudschat van de Rijndochters, en brengt daarmee niet alleen hun wereld op de bodem van de rivier uit balans, maar ook de zijne. Door een ring te smeden van het Rijngoud verwerft hij absolute macht, een macht die hij misbruikt om van zijn soortgenoten slaven te maken, aanhangsels van een industriële machine.

In de wereld van de Goden, hoog op een bergtop, zit ook een serieuze haar in de boter. De reuzen Fasolt en Fafner bouwden op vraag van oppergod Wotan een nieuwe burcht, het Walhalla, en nu die klaar is komen ze bij hem om hun beloofde loon vragen: Freia, de godin van de jeugd en de vruchtbaarheid. Maar zonder de appels die zij teelt, zullen de Goden hun onsterfelijkheid verliezen. Loge, een goedlachs personage dat zich vrijelijk heen en weer beweegt tussen de verschillende werelden, stelt voor om de reuzen in plaats van Freia het Rijngoud te schenken. Samen met Wotan trekt hij daarop naar het koninkrijk der Nibelungen, om er de schat van Alberich weg te snoepen.

“Je merkt een nauwkeurige aandacht voor de verschillende materialiteit die elk van de leidmotieven kenmerkt: nu eens diep aards, dan weer etherisch of industrieel.”

De driehoeksverhouding die zo ontstaat tussen de werelden van de Goden, de Rijndochters en de Nibelungen, roept een aantal van de Typische Tijdloze Thema’s op: liefde, lust, het verlangen naar en de corrumpering door rijkdom en macht. Tegelijk wortelen een aantal verhaallijnen van Das Rheingold ook in Wagners eigen negentiende eeuw, met de oprukkende industrialisering, de onderwerping van de natuurlijke omgeving, de scherpe klassentegenstellingen.

De vernieuwende compositie moet het publiek honderdvijftig jaar geleden in het Schauspielhaus in Bayreuth als buitenaards in de oren hebben geklonken, maar zelfs vandaag is misschien wel nog iets van die initiële opwinding voelbaar. Das Rheingold is een twee en een half uur durend doorgecomponeerd muziekdrama, met verschillende leidmotieven die op ingenieuze manieren worden geïntroduceerd, ontwikkeld en met elkaar gecombineerd. Ondertussen is het een komen en gaan van personages, en reizen we heen en weer tussen de drie verschillende werelden. Ondanks die narratieve sprongen wordt de ‘unendliche Melodie‘ nergens onderbroken. Het traditionele hiërarchische onderscheid tussen de recitatieven en de aria’s – waarin de dramatische handeling een tijdlang wordt opgeschort om de Grote Emoties de vrije loop te laten – vervalt. Alain Antinoglu dirigeert een orkest dat niet zo uitgebreid is als Wagner voorschreef, maar toch groter is dan normaal in De Munt. Onder zijn leiding klinken Wagners muziekweefsels vol en gelaagd. Je merkt een nauwkeurige aandacht voor de verschillende materialiteit die elk van de leidmotieven kenmerkt: nu eens diep aards, dan weer etherisch of industrieel.

De enscenering telt zeker een paar fraaie toneelbeelden, met originele ruimtelijke composities en belichtingen met wonderlijke kleurenmengsels. Prachtig zijn de verticale theaterwolken in het eerste deel, wanneer het verhaal zich afspeelt op de bodem van de Rijn. We zien geen toneelrook, maar hele fijne druppels die met verschillende snelheden en texturen vanaf het plafond neerdalen. Of neem het vleespak waarin de speler-zanger zit die Alberich vertolkt: de fysieke houterigheid die dat kostuum genereert past erg goed bij het unheimische personage van de totalitaire dwerg.

 

Een uitdaging waar Wagners muziekdrama de operaregisseur voor stelt is dat van de contradictie tussen de doorlopende melodie en de verhaalsprongen in ruimte en tijd. Castellucci maakte samen met uitvoerend scenografe Paola Villani een vernuftig technisch dispositief waarbij het ene decor gradueel transformeert in het andere. De meest indrukwekkendste decorwissel is die tussen het eerste en het tweede deel, wanneer we van de Rijnbodem naar de Godenwereld schakelen. Een donkere, metaalachtige vloer wordt dramatisch omhoog getild; hagelwitte wanden en sculpturen dalen neer uit het toneelzwerk; vanuit een spleet onder de witte achterwand komen tientallen halfnaakte lichamen het podium opgerold, waar ze minutenlang als een vlezige zee op en neer blijven golven.

“Wat Castellucci’s benadering van Das Rheingold precies inhoudt, blijft onduidelijk.”

In de credits lees je dat Castellucci naar goede gewoonte zowel de regie, de scenografie, de kostumering als het licht verzorgde – uiteraard met de nodige hulp van een team uitvoerende assistenten. Af en toe vangen we glimpen op van de visuele magie die we ondertussen van hem kennen. Maar over het algemeen blijft de ontmoeting tussen de eenentwintigste eeuwse Italiaanse totaalkunstenaar en zijn Duitse evenknie uit de negentiende eeuw wat lauwtjes.

Tijdens een persmoment voorafgaand aan de première zegt Castellucci op een bepaald ogenblik: ‘Wagner is a problem. We have to assume that problem’. Waarschijnlijk is het dat wat deze enscenering van Das Rheingold mist: een interessant hedendaags perspectief op Wagner-als-probleem, op de Ring-als-probleem, een perspectief dat voor dramaturgische samenhang, diepgang, urgentie kan zorgen. Zo’n lezing van het werk hoeft trouwens helemaal niet ‘politiek’ te zijn – een optie waar de regisseur zich tijdens het persmoment expliciet van distantieert – maar wat Castellucci’s benadering van Das Rheingold dan precies wél inhoudt, blijft onduidelijk. De regisseur geeft ook nog mee dat elk van zijn Ring-producties een heel andere vorm zal aannemen. Dat de eerste twee en een half uur dus niet representatief zijn voor de in totaal zestien uur durende cyclus is alvast goed nieuws.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#173

15.09.2023

14.12.2023

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx was van 2014 tot 2022 kernlid van de redactie van Etcetera. Hij schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!