Ritsaert ten Cate

Leestijd 4 — 7 minuten

Ritsaert ten Cate

Kijkend naar een film op televisie, puur toeval, spits ik plotseling m’n oren: “wat vind je bijvoorbeeld van muziek, ballet, van kunst, van architectuur of theater?”. De vraag is minder voor de hand liggend als het nu hier moge lijken.

Een zeer gelovig revolutionair uit Iran bevindt zich in New York om, in opdracht van de huidige machthebbers, een voormalig Savak kolonel van kant te maken. De kolonel ontpopt zich bij nadere kennismaking als een uiterst aimabel, weldenkend en verstandig mens. Uiterst begaan met het lot van zijn land en met de mensheid in het algemeen. De vraag wordt gesteld aan de gelovige geheimagent die, met het moordtuig onder zijn oksel, toegesproken wordt door een jonge vrouw en vriendin van de kolonel, die zojuist haar pianospel, bij de koffie na een heerlijk gastvrij maal, heeft afgebroken. Ze vraagt het gepassioneerd. De geheimagent tegenover zich, lichtelijk weggezakt in een leunstoel, broeierig voor zich uitkijkend. Na een lange stilte waarin hij zich duidelijk op zit te winden, vraagt hij de vrouw hoe ze in ‘s hemelsnaam zo’n frivole vraag aan hem kan stellen op het moment dat de mensheid, meer in het bijzonder in Iran, gedood wordt, uitgebuit, noodlijdend is en op andere wijzen onderdrukt en gemarteld. (Voor de goede orde, hij praat over het Iran van vandaag en zit daar in opdracht van de Geestelijkheid).

Weer is het stil. De wijze kolonel interrumpeert en geeft blijk van gezond verstand door de twee kemphanen voor te houden dat dit gesprek nergens toe zal kunnen leiden. Of het zou ruzie moeten zijn. De donkere ogen van de vrouw fonkelen (dat denk ik tenminste, bij film weet je maar nooit), ze haalt adem en zegt: “Laat me de vraag dan anders stellen. We zitten in een wereld waarin geen honger is, geen uitbuiting, geen moord, en doodslag. Iedereen gaat prettig met elkaar om. Wat dan? Is er dan ruimte voor belangstelling voor de kunst, voor ballet, voor theater en architectuur, voor muziek, is dan die belangstelling toegestaan?”. Het antwoord komt zeer direct: “dat is dan toch zondig”. U begrijpt, ik sta er even van te kijken.

Even later bedenk ik me dat meer mensen, ook buiten Iran, er zo, typisch Europees dus stiekem, over moeten denken. Hoe is anders die agressie, die blinde wraakzucht, dat hartstochtelijk verzet te verklaren tegen alles wat maar een beetje vorm dreigt te krijgen? Waarom is alles wat met brood, en dus gerekend tot de eerste levensbehoeften — voor iedereen lijkt dat vanzelfsprekend te zijn — nuttig? Waarom is zoveel wat een andere honger zou kunnen opwekken, en af en toe bevredigen, blijkbaar controversieel en eigenlijk één van de eerste dingen die mogen verdwijnen? Ik stel de vraag maar vast en kom er zeker op terug.

Kunst zondig. Het verklaart een heleboel. Marijnen dus bezig met sacrilege; Jan Decorte volstrekt gestoord; Jan Fabre bezeten van een decadente vernietigingsdrang; Hugo De Greef zondig want die betaalt nog voor die troep ook; Jo Dekmine niet helemaal zondig omdat hij boete doet door ook prettige dingen te programmeren? Ik noem maar het eerste, trouwens ook wel het beste, wat me zo te binnen schiet aan België denkend. Ballet De Keersmaeker. Film Akerman. En een gevaarlijke gek die plotseling de opera in oproer brengt. Geen wonder dus dat de Belgische minister van kultuur via het programma Omnibus in Nederland laat weten dat kunst toch in de allereerste plaats zelf geld zal moeten vinden. Teveel aan zonde in evenwicht brengen met het kopen van een aflaat, denk ik.

Het is overigens niet zo dat je dat soort dingen in Nederland niet hoort. Iedereen moet inleveren, naar evenredigheid, dus de kunsten ook. Of beter nog, het stopwoord ‘sponsoring’ is ingevoerd en daarmee moet plotseling alles wat je niet echt graag wilde, worden betaald. Of de oude koe wordt van stal gehaald dat het publiek zelf meer moet betalen en, indien daartoe niet bereid, duidelijk niet geïnteresseerd is en dus gelijk heeft. Er moet een tijd geweest zijn waarin vanuit België naar het noorden kijkend een soort van Mekka voor theater en andere kunsten werd vernoemd. Alleen eten deed je beter in België. Hebt u de laatste tijd nog wel eens gekeken? Eindhoven wordt weer alleen lichtstad want Globe gaat aan financiële en bestuurlijke averij ten onder. Rotterdam? De gemeentediensten voor de kunsten weten bijna niet hoe snel ze alles af kunnen breken wat moeizaam en met veel geld werd opgebouwd. En Amsterdam dat vrolijke dorp waar alles mag? Nu de politieverordening op muziek maken op straat wat is versoepeld, lopen de politici te hoop erop te wijzen hoe prachtig het cultureel klimaat daar wel is, wijzend op de met toeters en bellen uitgedoste resten van het Festival of Fools, ondertussen wild geld bij elkaar harkend uit alle andere potten om straks de rekening te kunnen betalen van een betonnen paleis dat zowel het ballet als de opera moet gaan behuizen. Naar verwacht — en daar wordt aan gewerkt — zal veel van de andere activiteit dan zijn doodgebloed.

Kunst zondig. Verklaart dat de opleving in Parijs? De neergang in Berlijn en Londen, de vermoeidheid in Amsterdam, de verrechtsing van New York, de toch nog onverwachte bloei in het Belgische? We moesten onze contacten maar weer eens verbeteren, op een andere manier dan dat ik een verbijsterde brief aan uw minister van cultuur moet schrijven om te vragen of het werkelijk waar is dat het Kaaifestival ter ziele moet, of dat ik op mijn beurt afschrift ontvang van een dito brief door het Kaaifestival geschreven aan de Amsterdamse notabelen om te vragen of Mickery er inderdaad aan moet geloven. Kunstenaars die elkaar nog slechts per post adhesie kunnen betuigen, dat zou pas zonde zijn. Gelukkig is daar wat op gevonden, de posterijen staken deze dagen in Holland, tijd te over dus om prettig met de kunsten in de weer te blijven. M’n enig excuus die keer voor de morsige denktrant en nauwverholen heilsboodschap uit het noorden, is dat moeilijke omstandigheden gewoonlijk leiden tot een verhoogde activiteit in de kunsten en we in Mickery in twintig weken evenzovele produkties en andere activiteiten realiseren om te ontdekken hoeveel reliëf theater kan geven aan een citaat dat bij uitstek op deze tijd past: oh brave new world that has such people in it. En tussen alle drukte door kijken we af en toe lichtelijk jaloers naar het zondige zuiden.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

opinie
Leestijd 4 — 7 minuten

#5

15.01.1984

14.04.1984

Ritsaert ten Cate