© Michiel Devijver

Vincent Focquet

Leestijd 4 — 7 minuten

Rijgen – Sarah Moeremans & Joachim Robbrecht / NTGent

Laten we het nog eens over de liefde hebben. Zoiets moeten Sarah Moeremans en Joachim Robbrecht gedacht hebben toen ze aan Rijgen begonnen. Vertrekken doet het geroutineerde duo van Arthur Schnitzlers zedenkomedie Reigen uit 1897. Dit schandaalstuk timmeren ze om tot een komische opeenvolging van verscheidene liefdesvormen die de 21e eeuw rijk is. Maar wat voor plaats krijgen die verschillende intimiteiten hier toebedeeld en op welke manier laat Rijgen toe ze te bekijken?

Sarah Moeremans heeft van repertoirewerk haar ambacht gemaakt. Zo getuigt bijvoorbeeld het veelbesproken drieluik Crashtest Ibsen (2014-2017) van haar ter ziele gegane collectief Moeremans & Sons, waarvan ook Joachim Robbrecht deel uitmaakte. Zoals ze in haar recente State of the Union nog eens benadrukte, gaat Moeremans in canonieke oeuvres als dat van Hendrik Ibsen en zijn tijdgenoot Schnitzler niet op zoek naar ‘actualiteitswaarde’ of universaliteit. Schnitzler’s Freudiaanse ontkenning van elke burgerlijke waarde heeft een hedendaags publiek nog weinig te vertellen. Daarom gooit Moeremans’ enscenering het over een andere boeg door de minder zichtbare van hedendaagse verschijningsvormen van intimiteit te belichten.

Van Schnitzlers originele tekst blijft dus enkel het thema over: de liefde en haar zinnelijke uitingen. Het expliciete seksisme en cynisme over de (burgerlijke) moraal worden achterwege gelaten. De Oostenrijkse arts en schrijver baseerde zijn strikte vorm op de reidans. In zijn stuk wordt een soort doorschuifsysteem gehanteerd waarin een dialoog tussen twee personages steevast uitmondt op seks waarop een van die personages zich in de volgende scène in de armen van een ander stort. Die reidans bouwt Moeremans om tot een carrousel van liefdesconstellaties, waarin een aantal personages hun voorkeuren en ervaringen delen. Hier geen focus op lust en onvermijdelijke ontrouw, maar op de diversiteit aan intimiteiten. Voor een decor dat bestaat uit even abstracte als nihilistisch fonkelende volumes, belichamen Ariane van Vliet, Peter Seynaeve en Louis van der Waal afwisselend een aantal hedendaagse en meer tijdloze uitingen van liefde en seks. Er is het koppel dat al eeuwig getrouwd lijkt te zijn, maar ook de camgirl, de zoöfiel, de pedofiele relatie en een incestueus liefdesverhaal. Wanneer een van hen niet deelneemt aan het hoofdplot neemt die vlot de rol van verteller of zijpersonage aan. Zo rijgt het trio de intieme verhalen, bekentenissen en dromen van verschillende personages naadloos aan elkaar.

Deze radicale bewerking toont toch één opvallende gelijkenis met Schnitzlers laat negentiende-eeuwse tekst: de karikaturale personages. De overtuigde single is een neoliberale patser die vooral op zoek is naar efficiëntie en ervan overtuigd is dat er toch niemand aan hemzelf kan tippen. De vrouw die op paarden valt draagt – hoe kan het ook anders – een cowboyhoed. Waar Schnitzlers zedenschets echter met verontwaardiging, geweld en uiteindelijk een verbod onthaald werd, zijn het in Moeremans’ Rijgen lachsalvo’s die de acteurs ten deel vallen. Dat zou meteen wel eens het grote pijnpunt van de voorstelling kunnen zijn. Wanneer bijvoorbeeld Seynaeve en Van der Waal de gedaante van een camgirl aannemen en al dansend op een populaire beat bij online geilaards om tokens te bedelen, is dat wel komisch, maar het zegt teleurstellend weinig over wat intimiteit precies betekent voor een camgirl.

Staat Rijgen ons zo toe – zoals de tekst naar het einde toe het publiek toe lijkt te willen aanmoedigen – voorbij taboes te kijken? Of bevinden we ons in een soort rariteitenkabinet waarin verschil in de eerste plaats wordt weggelachen in de plaats van dat het onze dominante en inderdaad beperkende noties van intimiteit, liefde en seksualiteit uitdaagt? Omdat Rijgen op geen enkel moment ongemakkelijk wordt, lijkt het antwoord eerder naar de tweede optie te neigen. Liefde en intimiteit staan nooit echt op het spel. Dat heeft te maken met de veilige afstand die de karikatuur creëert tussen het fictieve ‘ons’ van het publiek en pakweg de zoöfiel. De besproken intimiteit wordt zo paradoxaal genoeg nooit echt intiem. Eerder wordt ze door grotesk spel en kostuum veilig weggezet als een absurd en aberrant verschijnsel. We kunnen dus wel lachen om iemand die na lang aarzelen volmondig toegeeft dat ze op paarden en pony’s valt, maar wat komt er na die lach? Dat oprechte engagement met wat op het eerste zicht lachwekkend kan lijken, blijft uit.

Dit engagement wordt niet alleen in de weg gestaan door het karikaturale van Rijgen, maar ook door zijn dramaturgische format. De snelle aaneenschakeling van biechten en fantasieën brengt onvermijdelijk een zekere vervlakking met zich mee. De meeste diepte krijgen de personages waartussen een pedofiele relatie gethematiseerd wordt. Deze passage doet denken aan Ted Van Lieshouts autobiografische Mijn Meneer (2012) waarin hij door de ogen van een elfjarige jongen het ontstaan van een pedofiele relatie schetst. Ook Rijgen brengt hier geen makkelijke verkettering maar een schets van hoe affectie tussen een volwassene en een kind kan uitgroeien tot een scheve seksuele verhouding. Waar Van Lieshout echter een volledig boek de tijd neemt om zijn lezer voorzichtig de psychologie en intimiteit van de betrokkenen binnen te gidsen, is de scène tussen Seynaeve en van der Waal maar een van de vele verhoudingen die de revue passeert. Door deze snelheid maakt Rijgen het zichzelf quasi onmogelijk om nieuwe perspectieven te bieden op een thematiek die al zo met discours beladen is. Hetzelfde geldt voor de manier waarop aseksualiteit behandeld wordt. Opvallend genoeg gaat deze scène eigenlijk maar zijdelings over de persoon die met zijn aseksualiteit geconfronteerd wordt. Centraal staat zijn verwarde partner die niet weet hoe met hun seksueel verleden om te gaan noch hoe hij zijn seksualiteit vandaag zou kunnen beleven.

Dit voorbeeld toont goed aan hoe niet alleen de snelheid van Moeremans’ liefdescarrousel voor problemen zorgt. Dat doet ook de keuze om zoveel verschillende thematieken naast elkaar te zetten. Het publiek lijkt zo te swipen tussen uiteenlopende liefdesvormen. Dat zou je als een beschouwing over liefde in het 21e -eeuwse Westen kunnen zien, maar inhoudelijk belemmert het Rijgen vooral. Het aaneenschakelen van zulke diverse, singuliere en gelaagde thematieken als pedofilie, aseksualiteit en internetliefde voelt al snel als reductie. Door het opsommen van ‘andersheden’ worden ze tegelijkertijd bevestigd in hun ‘andersheid’ én gereduceerd tot hetzelfde. Zo stript de vlotte humor van Rijgen ongewone intimiteiten van hun scherpe kantjes.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Vincent Focquet

Vincent Focquet is theaterwetenschapper, maakt deel uit van de grote redactie van rekto:verso en recenseert voor Etcetera.  

recensie