‘Richard Everzwijn’ (NTG)

Henk Pringels

Leestijd 3 — 6 minuten

Richard Everzwijn

NTG, Gent

Er zijn tijden geweest, dat een Shakespeare ensceneren kinderspel was. Men had er niet eens een regisseur voor nodig. Alle zonden en vunzigheden van de troonsbezeten en misvormde schurk Richard III, hertog van Gloster, werden zonder omwegen op de schouders van de hoofdacteur geladen, die met bravoure het kwaad in al zijn geledingen belichaamde. Zo is Richard nu eenmaal – van in den beginne verkeerdelijk – de geschiedenis ingegaan.

Maar in de loop van de 20e eeuw is het mensbeeld van gewetenloze alleenheersers à la Richard grondig bijgeschaafd, wat blijkt uit Claus’ stuk: een ‘propere rotzak’ van dergelijke afmetingen is een produkt van zijn tijd en echte Richards zijn in het beschaafde Westen (voorlopig) enkel nog curiosa, hoewel een Hitier, Stalin of Ceaucescu nog vers in het geheugen liggen. In ieder geval heeft Claus een dergelijk figuur niet meer het voorrecht van een tragische existentie gegeven, maar Richard met humor gerelativeerd, er een groteske figuur van gemaakt die zelfs nu en dan medelij opwekt en wat aan een stripverhaalbandiet doet denken.

Dat maakte de keuze van regisseur Eddy Vereycken meteen een stuk lichter. Claus mikte op een ‘Vlaamse burleske’, dus speel je Richard ook min of meer zo. Richard Everzwijn is dus geen stuk voor Shakespeare-getrouwen, wel voor liefhebbers van Claus’ puntige en lichamelijke taal.

En toch zat Vereycken nooit op de door hem gewenste golflengte. Uit de theatrale formulering van zijn ideeën spreekt twijfel. Door de veelheid van ensceneringsmogelijkheden? Postmoderne twijfel, zou je het kunnen noemen.

Vereycken is een David Lynch-fanaat (wie niet tegenwoordig?). Het was dan ook zijn bedoeling die ‘bestuiving’ uit bepaalde scènes te laten blijken. Wanneer twee nymfomanen in opdracht de hertog van Clarence in de Tower komen afmaken, leven we inderdaad een ogenblik lang in de grotesk wreedaardige sfeer, die door haar vermenging met perversie een enorme intensiteit kan bereiken. Richard zelf zou gelijkenissen vertonen met een gekende Lynch-figuur. Maar toch is die spanning niet als een constante voedingsstroom aanwezig.

In nog wat andere details verraadt Vereycken zijn inspiratiebron. De vrij vlotte scènewisseling is weliswaar vooral op de schriftuur terug te voeren, maar toont ook aan dat de regisseur filmisch heeft gewerkt. De ‘opnames’ van deze ‘gedramatiseerde voorstelling’ zijn gemaakt in een schaars aangeklede ‘studio’, met alle aandacht gericht op de personages en met een trap – naar de troon, het schavot, de kerker, de grafkelder of de strop – als centraal beeld. Op deze ‘setting’ komen de personages hun zegje doen, staan, zitten, komen aan hun einde, maar mogen geen overbodige bewegingen doen. Chris Boni, de tevergeefs waarschuwende weduwe van de vermoorde Hendrik VI, krijst als een bezetene. Blanka Heirman ziet als Koningin Elizabeth haar kroost uitgemoord en is in een paar goede ogenblikken een echt getroffen moeder. De meest overtuigende vertolking is die van Chris Thys, als schoonzuster van Edward IV op de lijkkist van haar vermoorde man genomen door Richard en later diens vrouw.

Wie niet op de planken staat, luistert mee, in een rij gezeten aan de rand van het podium (steeds meer te zien!). Vereycken had hier liever een minder statische opbouw in de vorm van een labyrinth gezien. Deze wat Brechtiaanse enscenering werkt dus maar gedeeltelijk en sommige acteurs trappen zelfs in de val van de declamatie. Coessens echter speelt een geslaagde maffiabaas, een Clausiaanse burleske smeerlap en overtreft daarin zichzelf.

Filmisch is ook de ‘soundtrack’ (Pol De Couter) bij de groteske, vlot uitgevoerde precisiemoorden. En toch wint de opvoering maar echt aan intensiteit, wanneer bijvoorbeeld drie rouwende moeders hun diepe treurnis met een hartverscheurende klaagzang begeleiden. Die theatrale hoogtepunten liggen schaars verspreid over de opvoering en hadden door een hogere frequentie van Richard Everzwijn een intenser theatergebeuren kunnen maken.

Richard Everzwijn.

Gezelschap: NTG;

tekst: Hugo Claus;

regie: Eddy Vereycken;

decor: Luk Goedertier;

met: Herman Coessens, Chris Boni, Blanca Heirman, Chris Thijs, Bob van der Veken, Nolle Versyp, Carla Hoogewijs, Geert Dauwe, Mark van den Bos, Mark Verstraete.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Henk Pringels

recensie