‘The Hairy Ape’ – The Wooster Group / Mary Gearhart

Peter De Jonge

Leestijd 6 — 9 minuten

Revolte onder het promenadedek

Binnen het technologisch universum van The Wooster Group ligt een keuze voor teksten van Eugene O’Neill niet meteen voor de hand. Maar de grammatica van de beheersing die het New Yorkse gezelschap hanteert, doet de ontnuchterende visie op revolte alle eer aan, vindt Peter De Jonge.

Met grote stelligheid herhaalt Ron Vawter ‘I have to go’ vanop het grote TV-scherm. Telkens weer wrijft hij glycerine in zijn ogen om zijn tranen te tonen. Verwijzend naar zijn eigen verleden – hij was beroepsmilitair toen hij toevallig het repetitielokaal van The Wooster Group binnenwaaide en er bleef – speelt Vawter het Vershinin-personage, de afscheidnemende garnizoenscommandant uit De Drie Zusters, in Brace Up: Finished Story, Elizabeth LeComptes bewerking van Tsjechovs stuk. Brace Up: Finished story is de ultieme versie van Brace Up (1991) – de eerste drie bedrijven van De Drie Zusters – en Fish Story II (1993) – het laatste bedrijf. The Wooster Group heeft Tsjechov nog meer naar zijn hand gezet. De enkel op video aanwezige Vawter is het enige duidelijk herkenbare personage en Kate Valk raffelt bij het begin een korte beschrijving van de eerste drie bedrijven af.

Wat overblijft is het vierde bedrijf: een choreografie van tekstflarden, korte verschijningen van acteurs die nooit een personage worden, luchthartige dansjes en videobeelden als traag evoluerende stillevens. Elizabeth LeCompte neemt het standpunt in van een theaterregisseur uit Mars – of, om in haar fantasie te blijven, uit Japan. Nadat hij het hem onbekende stuk De Drie Zusters van Tsjechov zag opvoeren door het Staatstheater van Moskou, waarbij hij enkel formele aspecten zoals timbre en ritme zinvol kon interpreteren, wil hij met zijn eigen troep datzelfde stuk ensceneren. En het lukt wonderwel: we zien onbestemd af- en aangeloop, onbehaaglijke drukte, geforceerde vrolijkheid en een kleine dramatische gebeurtenis – een afscheid – die verreikender is dan ze op het eerste gezicht lijkt.

Het universum van The Wooster Group is technologisch. Theater komt bij hen niet meer tot stand door de tastbare aanwezigheid van fysieke lichamen in de Cartesiaanse lege ruimte van de scène. De ideologie van de natuurlijkheid is een gepasseerd station. Stemmen worden versterkt. De acteurs van The Wooster Group emuleren op scène noch zichzelf, noch hun personage. Zij zijn theateratleten die aantreden in een bepaalde discipline en deze perfect beheersen als een naturalisme van een hogere orde, zoals Kate Valk in The Emperor Jones met blackface comedy bijvoorbeeld. De ruimte waarin het theater van The Wooster Group ontstaat is heterogeen. De acteursarena, de traditionele, fysieke scène is slechts één element, geen ruimte meer maar een evenzeer geënsceneerd object, in Brace Up: Finished Story en The Emperor Jones voorgesteld door een stalen kooi, haast een kiosk, en in The Hairy Ape door een stalen bootconstructie. Dat de technische staf opzichtig naast de kiosk zit is geen toegeving aan de eisen van de natuurlijkheid en het spelen zonder coulissen, maar een enscenering van de grammatica van The Wooster Group: theater is technologie, beheersing en gelijktijdigheid van gemonteerde fysieke, sonore en electronische universa.

Aanwezigheid is bij The Wooster Group van een andere orde dan in het reguliere theater. Acteurs hoeven niet op de fysieke scène te staan. In The Emperor Jones zegt Willem Dafoe zijn teksten achter de kooi in een camera; enkel zijn videobeeld is ‘aanwezig’ op scène en ‘dialogeert’ met antagonist Kate Valk. Nabijheid is geen fysieke nabijheid meer, aangezicht tot aangezicht, maar is van de orde van de nabijheid van Internet en e-mail correspondenten of van een intercontinentaal telefoongesprek. Intimiteit kan bijgevolg ook voortspruiten uit een electronisch beeld, een close-up. Elizabeth LeCompte keert de traditionele hiërarchie tussen afbeelding en afgebeelde, afgeleide en oorsprong, om en haalt daarmee de laatste bestaansgrond van het theater anno 1996, nl. de intensiteit van interactie tussen een acteur en een publiek in dezelfde ruimte, onderuit. Bij haar is de afbeelding, het electronische beeld, de drager van intimiteit (de huivering die we voelen in de nabijheid van het reële of het ware) veeleer dan het afgebeelde, de acteur of het lichaam.

Niet toevallig is het meest intense moment uit de voorstellingenreeks die The Wooster Group in Brussel speelde de cérémonie des adieux van Ron Vawter: een overleden acteur die louter aanwezig is op video. Of beduidt de ontkrachtende herhaling van zijn ‘I have to go’ en de bijwijlen feestelijke onbevangenheid van Brace Up: Finished Story dat The Wooster Group dit niet als een afscheid beschouwt?

Het concept van Elizabeth LeCompte ruimt plaats in voor een acteur die enkel nog als herinnering en electronisch kan bestaan. En inderdaad: de programmablaadjes van de drie Brusselse voorstellingen vermelden Ron Vawter nog steeds als lid van The Wooster Group.

Blackface

In het licht van deze analyse van The Wooster Groups grammatica van de beheersing, zijn The Emperor Jones en The Hairy Ape opmerkelijke keuzes. De twee vroege teksten van Eugene O’Neill behandelen een gelijkaardige thematiek. Telkens wordt de langzame val getoond van een sociaal omhooggevallen protagonist die zichzelf meer macht toedicht dan hij in werkelijkheid bezit. Dit controleverlies gaat echter niet gepaard met de klassieke katharsis en loutering. Zowel Emperor Jones als Yank uit The Hairy Ape – hun namen zijn stoplappen op zich – zijn cartooneske figuren die blind blijven opboksen tegen de slagen die het noodlot hen uitdeelt. Zij zien niet in dat hun zelfbeeld niet beantwoordt aan de realiteit. Aangezien beide personages zinnebeelden zijn van een bepaalde klasse is hun Werdegang en strijd tegen de omgeving onvermijdelijk een revolte, een politieke strijd.

Jones uit The Emperor Jones is een évolué zwarte die zijn niggerverleden verdrongen heeft: Tse boss now’. Hij heeft zijn verleden van slavernij en chain-gang dwangarbeid ontvlucht en is keizer van een klein eiland. Jones brengt in de praktijk wat hij in de States van de blanken geleerd heeft en voelt zich ver verheven boven het primitivisme en bijgeloof van zijn zwarte onderdanen. Jones is een technoloog: hij meent zijn macht uit kennis te putten. Hij kent het bijgeloof van zijn onderdanen en heeft een instrument gemaakt, de Silver Bullet, die hem macht over hen verschaft: zij geloven dat hij onkwetsbaar is en enkel door deze kogel, die Jones steeds bij zich draagt als een talisman, gedood kan worden. Als The Emperor Jones begint, is er een revolutie ophanden: als volleerde dictator van een bananenrepubliek heeft Jones zijn zaakjes voor elkaar en neemt de voorbereide vluchtroute door het woud. Tijdens de tocht door het woud neemt de magie bij Jones de overhand: traumatische ervaringen uit zijn vorige levens als gevangene, slaaf en primitieve Afrikaanse inboorling spoken hem tegemoet. Jones regresseert en schiet al zijn kogels af op de fantomen. Na het verlies van de Silver Bullet gelooft hij zelf niet meer in zijn kansen en valt ten prooi aan zijn achtervolgers.

Kate Valks invulling van Jones duidt onmiddellijk aan dat er iets niet in de haak zit met diens aangemeten identiteit. Zij is immers vrouw, blank, draagt een kabuki-kostuum en speelt Jones met zwartgemaakt gezicht en Uncle Tom-accent volgens de blackface-traditie. Helemaal alleen op scène – de kiosk die nu echt een kooi is – is Valk het doelwit, niet van pittoreske mysterieuze oerkrachten zoals voorgeschreven in de regieaanwijzingen van O’Neill, maar van de theatermachine van The Wooster Group, het arsenaal van lichteffecten, videobeelden en electronische geluidsstormen dat zich als een net over haar spreidt en waar ze vruchteloos haar kogels op afvuurt.

Stalen constructie

Het beroete gezicht van Yank (Willem Dafoe) in The Hairy Ape tekent ook hem als een loser. Zijn semi-blackface voorspelt barsten in zijn identiteit. Nochtans voelt Yank zich perfect in zijn vel. Hij is de natuurlijke leider van een groep stokers op een stoomschip, dat hij als zijn eigendom beschouwt en waarmee hij zich volledig identificeert:’I’m part of the engines… I’m steel’. Het socialisme en de vervreemding die een oudere collega hem trachten aan te praten verwerpt Yank: ‘Dis is home you see…Who makes dis old tub run? Ain’t it us guys? Well den, we belong, don’t we?’.

Hij is er zich niet van bewust dat hij zich in het vooronder van de maatschappij, waarvan het schip met zijn verticale structuur de metafoor is, bevindt. Het bezoek van Mildred Douglas (Kate Valk), een verveelde rijkeluisdochter die aan volksopvoeding wil doen, aan het ruim is het begin van Yanks’ neergang. Wanneer zij plots met zijn schrikwekkende verschijning geconfronteerd wordt, valt ze bewusteloos. Haar woorden ‘Oh, the filthy beast’ halen zijn zelfbeeld onderuit: ‘I was scared… She didn’t belong’. Het dringt niet tot hem door dat haar reactie niet met zijn persoon, maar met zijn positie verbonden is. Yank gaat op het vasteland op zoek naar genoegdoening: bij de kapitalisten van First Avenue, bij de politie, bij een vakbond. Hij hoort nergens meer thuis. Zijn eindbestemming is de Zoo: als hij inderdaad een beest is, hoort hij daar. Maar hij sterft in de omarming van een gorilla die hij te dicht naderde…

The Wooster Group heeft The Hairy Ape geënsceneerd als een confrontatie tussen Yank en het schip – de maatschappij. Een imposante stalen constructie vult de scène en verbergt haast alle andere acteurs. Hun personages blijven één met het schip; hun lichamen zijn uitstulpingen ervan. Overal hangen microfoons: de dialogen, versterkt met een flinke portie echo, lijken geluiden voortgebracht door een krakend scheepsgebinte. Ook Mildred is niet los te zien van het schip: zij is er misschien wel de emanatie van. Haar witte, feeërieke verschijning wordt gedragen en voortbewogen door de aan het zicht onttrokken stokers; haar gil is als een dichtgeslagen metalen deur. Yanks’ gang naar de Zoo is bij The Wooster Group een tocht terug naar het schip: de kooi van de gorilla is een deel van de stalen constructie. Het schip voltrekt het vonnis: onder de gorillapels verbergt zich Mildred.

Beide teksten worden geënsceneerd als een gevecht om controle, waarbij de beperkte kennis en vaardigheden van het individu het moeten afleggen tegen de anonieme technologie van de macht. Jones en Yank verliezen omdat ze nooit beseffen welke strijd ze leveren. De visie van The Wooster Group en Eugene O’Neill is erg ontnuchterend. Revolte is bij hen geen zaak van hooggestemde gevoelens, maar van gewin, plantrekkerij of gekwetste trots. Jones en Yank staan mijlenver van het humanisme en engagement, van het ‘les hommes meurent et ils ne sont pas heureux’ van de orerende intellectuelen uit de hier ten lande weer erg in trek zijnde stukken van Camus. Mildred Douglas had, indien The Hairy Ape veertig jaar later was geschreven, waarschijnlijk Albert Camus gelezen op een promenadedek in een transatlantique.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#56-57

15.08.1996

14.11.1996

Peter De Jonge

recensie