Gerardjan Rijnders

Leestijd 2 — 5 minuten

Repliek

Geachte Redactie,

Citaat uit Etcetera 25/89: ‘Toneelgroep Amsterdam van Gerardjan Rijnders vindt de juiste aanpak niet om met recht te kunnen zeggen dat ze in een grote schouwburg thuishoort. Bewijs? Het feit dat ze als ze naar Brussel uitwijken, steevast terecht kunnen in de Beursschouwburg.’

Neen, Johan Thielemans, het zit zo: Toneelgroep Amsterdam bespeelt in Amsterdam zowel de Stadsschouwburg als Theater Bellevue. We maken dus grotezaal produkties (Stadsschouwburg) en kleine-zaalprodukties (Bellevue). Met beide soorten voorstellingen wordt frekwent gereisd, o.a. graag, naar Brussel. Helaas, naar Brussel komen we inderdaad bijna uitsluitend met onze kleine-zaalprodukties die we dan spelen in de Beursschouwburg. Zo vertoonden we daar o.a. De Twaalf Gezworenen, Mein Kampf en Tulpenvulpen. Graag hadden wij ook onze grote-zaal produkties laten zien zoals Titus, geen ShakespeareMedea en Vrijdag. Jammer genoeg is er echter nooit een zaal beschikbaar en/of groot genoeg, ondanks alle zorgzame inspanningen van Hugo de Greef.

Terug in de Woestijn hebben we wel in Brussel gespeeld, in de KVS. Dat hadden we niet moeten doen. Het dekor kon er van geen kanten in, de vertoning werd een ramp.

Wie maakt er nu ten onrechte aanspraak op een grote schouwburg : Toneelgroep Amsterdam of Brussel ?

Met vriendelijke groeten, Gerardjan Rijnders

Geachte Mevrouw, Geachte Heer,

Wij hebben met interesse het dossier Brussel in de reeks “Stad en Theater” gelezen en hopen samen met u dat in de toekomst het theaterbeleid voor deze stad duidelijker en meer gecoördineerd kan aangepakt worden. Wij willen wel wijzen op een lacune in uw berichtgeving over de “beleidsmakers”. De Nederlandse Cultuurcommissie heeft herhaalde malen officiële adviezen gegeven aan de Gemeenschapsminister voor Cultuur over de situatie van het nederlandstalige theaterleven te Brussel. Deze adviezen werden echter in de besluitvorming slechts ten dele gevolgd. Daarenboven is aan de expliciete vraag naar “overleg om de steun aan het theaterleven te Brussel een meer globale gestalte te geven” (advies van 23 november 1983) nooit echt gevolg gegeven. Mogen wij u ook wijzen op enkele onvolledigheden in uw gouden gids van het Brusselse theater ? De “Ancienne Belgique” is over het hoofd gezien en enkele kleine theaterinitiatieven met een Brusselse oorsprong werden niet vermeld. (De Parade, Initiatief, Monoliet). Ook de verklaring van de letterwoorden en de spelling van de adressen missen soms precisie (bijvoorbeeld Auguste Orts). Hoe dan ook, dit dossier, evenals de kritische aanpak in de overige artikels, staat opnieuw op het hoge niveau dat we van Etcetera gewend zijn.

Met de meeste hoogachting,

J. Beghin, Voorzitter.

A. Monteyne, Beleidsverantwoordelijke Culturele Uitstraling

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

open brief
Leestijd 2 — 5 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Gerardjan Rijnders