Reizen Jihad

Stef Depover

Evelyne Coussens

Leestijd 3 — 6 minuten

Reizen Jihad – SINCOLLECTIEF (,t Arsenaal/Monty)

Reizen Jihad: een poging tot vormelijke analyse

Een Vlaamse islamitische bekeerlinge reist af naar oorlogsgebied en laat haar vader en grootmoeder achter in verwarring. Wat bezielt haar? Maar ook: wat heeft al haar historische voorgangers bezield? Met Reizen Jihad probeert het Antwerpse SINCOLLECTIEF een breder historisch en sociaal perspectief te openen op het fenomeen van geradicaliseerde (politieke, religieuze) ‘vertrekkers’. Het onderwerp brandt, bij de makers en in de actualiteit, maar waarom wordt in Reizen Jihad dat vuur geblust door zo’n belegen theatervormen?

De mate waarin nieuwe, autonome kunstvormen zich kunnen ontwikkelen is een toetssteen voor het revolutionaire potentieel van een samenleving, zo meende de Duitse filosoof Theodor Adorno. Volgens Adorno had het geen zin te spreken over revolutie in mainstream kunstvormen: een klassiek drama in vier bedrijven met een ‘ontvlambare’ inhoud kan nooit radicaal zijn, aangezien de bourgeois- van de vorm de inhoud op slag onschadelijk maakt. Iets dergelijks lijkt aan de hand te zijn met Reizen Jihad: de noodzaak van de mededeling voelt onontkoombaar – daarvan getuigt de opwinding die de voorstelling genereert – maar de klassieke theatrale vertaling legt dat potentieel direct weer lam.

De tekst van Fikry El Azzouzi verweeft de stemmen van vier personages met elkaar: grootmoeder Godelieve (Hilde Van haesendonck), wiens ouders ‘fout’ waren in de oorlog en die zich in een soort verlate boetdoening op de Zuid-Afrikaanse goede zaak werpt, maar intussen haar eigen zoon uit het oog verliest. Deze Mario (Michael De Cock), de vader van bekeerlinge Kersje, groeit op met het gevoel nooit geaccepteerd te zijn en heeft zich op zijn beurt voorgenomen elke keuze van zijn dochter te respecteren. De cynische bedrijfsleider (Rashif El Kaoui) van ‘reisbureau’ ‘Reizen Jihad’ is een  extreme neoliberaal die vertrekkers voorziet van een ‘enkeltje’ oorlog en zich vrijpleit van elke ethische implicatie. En dan is er nog Ayoub (Said Boumazoughe), een jonge kerel die zijn plek niet vindt in de samenleving en gekweld wordt door liefdesverdriet – hij hoopt met zijn afreis zijn gekwetste ego te repareren.

Het zijn beschadigde personages, elk met een andere reden tot verbittering en revolte – in die gelaagdheid boort El Azzouzi alvast een rijkere nuance aan dan het beeld dat in de media vaak van ‘vertrekkers’ verschijnt. Tegelijkertijd is de speeltekst klassiek opgebouwd volgens een gekend vertelprocedé: in een eerste deel ontwikkelt de monologue intérieur van de personages zich gelijkmatig in verschillende naast elkaar geplaatste stukken, in een tweede gedeelte komt er een meer dialogische versnelling die uitloopt op een krachtige reeks slotmonologen, waarin de vertwijfeling van elk personage een plaats krijgt. Dat er in de tekst gebruik wordt gemaakt van Berbers dialect, dat een personage spreekt in cyphers, dat er liedjes en moppen in de tekst vervat zitten brengt kleur en variatie in het ‘vlees’ van de tekst, maar structureel boort Reizen Jihad geen nieuwe vertelcodes aan.

Ook in de regie van Junior Mthombeni kan ik weinig revolutionairs ontdekken – eerder het tegendeel. De regie roept in zijn eclectisme soms ongemakkelijke referenties op aan het Vlaamse theater van eind de jaren 1990 (zelf dacht ik aan het Gentse Publiekstheater waarin de generatie Domien Van der Meiren, Michael De Cock startte). Het lijken wel uitlopers van een postmodernisme dat al een tijdje belegen aandoet: de wat gezochte clash tussen video (Kristof Bilsen) en spel (zonder dat de video inhoudelijke meerwaarde levert – de beelden zijn vooral illustratief), de inlassing van een vervreemdende passage met butoh-dansers die een sterk ritualisme oproept, de fysiek heftige passage waarin de personages zichzelf insmeren met klei en bloed, de wel erg symbolische dans van de derwisjen… Het is al twintig jaar een gekend idioom binnen een bepaald theatersegment uit de Lage Landen. Het sterkst schemert dat register overigens door in de acteursregie, met typische procedés als dubbelspraak, koorspraak of het gefragmenteerd door elkaar roepen van tekstflarden. Eens waren het tekenen van recalcitrante vormvernieuwing, vandaag zijn het op zijn minst geaccepteerde mainstreamvormen, en ver daarvoorbij. Niet alle acteurs slagen er overigens even goed in om in dat eclectisme op een natuurlijke manier overeind te blijven.

Het punt is uiteraard niet dat de theatertekst of de regie niet ‘vernieuwend’ genoeg zijn – vernieuwing an sich is nooit een doel – wel dat ze hun mededeling niet dienen, dat ze het ‘revolutionaire potentieel’ van hun boodschap in de kiem smoren. Neen, dan Wachten op Gorro, een stuk meer ‘onaf’ in zijn vormelijkheid, maar zoveel opwindender – omdat net die onafheid van de vormen de zoekende, woedende, broeiende boodschap vleugels geeft. Of Rumble in da Jungle, waar het statement ‘Wij zijn hier’ niet alleen wordt gezegd, maar ook wordt waargemaakt door een onbeheerst feest van dans, muziek en metaforisch gevecht. Een voorstelling moet zijn mededeling niet uitschreeuwen of benoemen; het moet die mededeling zijn. Reizen Jihad krijgt de hartstocht van zijn mededeling op een artistiek niveau niet gedeeld, doordat zijn ‘verpakking’ haar geen recht doet. Omdat alle woede, angst, afkeer en liefde ingekaderd wordt in deze brave en theatraal wat achterhaalde vorm. Het gevolg is dat ik er zo weinig van geloof. Dat lijkt me, bij uitstek voor deze programmatische productie, toch wel een probleem.

Evelyne Coussens schreef ook een bijhorende analyse rond deze voorstelling.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#141

15.06.2015

14.09.2015

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.