‘Diep in het bos’ – Het muziek Lod / Patrick De Spiegelaere

Griet Vandeplas

Leestijd 4 — 7 minuten

Recht voor je neus

Griet Vandeplas en Piet Van Hecke zijn beiden zeventien en iopen school aan het Onze-Lieve-Vrouwinstituut Pulhof in Berchem. Begin dit seizoen maakten ze deel uit van de jongerenjury op Het Theaterfestival in Antwerpen.

Griet Vandeplas: ‘Ik zie graag theater en dacht dat het een leuk idee was om voor een goedkope prijs de voorstellingen van Het Theaterfestival te zien en zo in contact te komen met mensen die diezelfde interesse delen. Vóór Het Theaterfestival ging ik minder naar toneel dan nu. Ik nam ook niet vaak zelf het initiatief. Maar de laatste maand heb ik al vijf stukken gezien. Als je het oordeel van andere mensen hebt gehoord, kun je stukken meer appreciëren. Je weet beter wat erachter zit. Ook omdat we tijdens het festival met acteurs en regisseurs hebben gepraat. Nu weet ik dat alles een reden heeft en ben ik meer gaan letten op decor en licht en zo. Vroeger wou ik vooral het stuk volgen en elk woord begrijpen. Als ik nu de tekst niet begrijp, richt ik me op de dingen die ik wel begrijp. Ik ga ook wel eens naar een film, maar bij toneel kan ik meer emoties voelen. Ik kan er helemaal in meegaan. Buiten het stuk is er op dat moment voor mij niets meer. Ik ben ook altijd op zoek naar dingen die me aanstaan, al is het maar één acteur die ik graag zie. Het gezelschap vind ik wel belangrijker

dan de acteurs die meedoen. Als het gezelschap een collectief is, merk je dat aan de manier van spelen. Platonov [van ‘t Barre Land] vond ik heel knap. Het was precies alsof die mensen dat stuk zelf geschreven hadden. Zij konden zo goed acteren, ik stond echt met mijn mond vol tanden. De personages lagen erg uit elkaar qua karakter. Daarom was het een verhaal dat iedereen kon begrijpen. Maria Stuart [van de Roovers] vond ik niet zo geloofwaardig. Eerst zag je die acteurs serieuze mensen spelen en dan iets grappigs doen. Die voorstelling leek opgedeeld in stukken waarbij je geboeid moest zitten luisteren en stukken waarbij je moest lachen. De mooiste voorstelling – al is ‘mooi’ niet het juiste woord – op Het Theaterfestival vond ik Diep in het bos [van Het muziek Lod]. Op het moment zelf was ik tegelijkertijd ‘gedegouteerd’ en erdoor aangesproken. Prachtig hoe de acteurs zo’n gruwelijke dingen op zo’n vrolijke manier konden vertellen. Zo’n stuk moet je echt laten bezinken.

Na Het Theaterfestival is Aars! [van Het Toneelhuis] het mooiste wat ik gezien heb. De acteurs speelden goed op elkaar in, de muziek paste erbij… Heel mooi toneel, maar ook zeer modern. Ik denk wel dat oudere mensen erdoor gechoqueerd waren. Voor zoiets moet je openstaan, vind ik, en daarin heeft Het Theaterfestival me geholpen.’

Piet Van Hecke: ‘Als ik naar toneel ga, vind ik het ‘t leukst om er achteraf nog over te babbelen. Ik ga van kleins af naar het theater. Mijn ouders hebben me daarin altijd gestimuleerd. Toen ik in het vijfde en zesde studiejaar zat, heb ik ook zelf toneel gespeeld bij de Club van Tante Corry [in het vroegere kjt]. Vanaf mijn dertiende ben ik minder gaan zien, en vlak vóór Het Theaterfestival weer meer. Nu ga ik echt wekelijks. Mijn manier van kijken is veranderd, maar ik weet niet of dat door Het Theaterfestival komt. Meer dan vroeger kijk ik naar de mensen achter het stuk. Als toneelspelers hun eigen gevoelens in een tekst steken, is een stuk goed voor mij. Weg van Josse De Pauw zou ik vroeger nooit goed gevonden hebben, denk ik, en nu vind ik het een van de beste stukken die ik de laatste tijd heb gezien. Hij bracht het uit zichzelf, en ook de muziek was fantastisch.

Ik vind theater een van de knapste kunsten die er zijn omdat toneelspelers recht voor je neus staan. Er kan ook iets mislopen. Dat is bij film niet het geval. Ik ben ook met beeldende kunst bezig en daar zie je toch ook dat performances en installaties veel meer leven dan verf op doek. Omdat dat bij toneel van bij het begin het geval was, is toneel meer geëvolueerd. India Song [van Het Zuidelijk Toneel] vond ik daarom echt niet goed. Daar was te veel over nagedacht, het levende, het spontane was er af. Bêt noir [van Jan Decorte, Kaaitheater en De Onderneming] vind ik het beste wat we op Het Theaterfestival gezien hebben. Heel dat stuk was één groot gedicht, terwijl de andere stukken meer een visuele roman waren. Bij een gedicht heb je geen personages, er wordt meer op de gevoelens gespeeld. Bêt noir heeft mij het meest geraakt. De figuur van Jan Decorte paste bovendien zo goed bij Oedipus, dat je op den duur niet meer naar Oedipus zat te kijken. Net zoals er iets van de speler in het personage moet zitten, moet er ook iets van mezelf in een stuk zitten. Je probeert toch je eigen leven op het toneel te projecteren. Als kunst je daartoe kan verleiden, is ze geslaagd.

Ik maak een onderscheid tussen stukken waarbij ik me amuseer maar waarvan ik me drie dagen later het verhaal niet meer herinner, en stukken die me langer bijblijven. Na vijf minuten weet ik meestal wel welk van beide het wordt. Wat bijblijft, is altijd beter. Diep in het bos kon ik eerst moeilijk mooi vinden, maar nadien kreeg het zijn waarde. Op het moment zelf concentreer ik me op het stuk, achteraf stel ik vast of het mij geraakt heeft, en op welke manier.’

Opgetekend door Peter Anthonissen

 

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#74

15.12.2000

14.03.2001

Griet Vandeplas

artikel