1948: Arthur Miller, 33 jaar oud, schrijft een stuk, dat zijn vriend Kurt Weill “het beste stuk dat ooit geschreven werd” noemde. Nu veertig jaar later heeft de tekst het wat moeilijker, want Miller heeft alles toen zeer nadrukkelijk gezegd, en onze perceptie is zo versneld, dat veel van de replieken overbodig lijken. Perfect is het dus niet meer, maar in de centrale momenten van het stuk, blijft het wel diep aangrijpend.
Johan Thielemans
recensie 15.06.1989