Leestijd 3 — 6 minuten

Ranking

Op 15 februari kregen alle 356 aanvragers van twee- of vierjarige subsidie in het kader van het kunstendecreet een preadvies over hun dossier voor 2013-2014/16 in de bus.

De organisaties en gezelschappen kregen enkel hun eigen advies te lezen. Er was geen algemene communicatie vanuit de commissies of vanuit Kunsten en Erfgoed met betrekking tot het kader waarbinnen was gewerkt. En dus was het puzzelen voor wie een beeld wou krijgen van het globale plaatje.

Een eerste vaststelling is dat er onder de reacties maar weinig vreugde te bespeuren viel. Sommige indieners krijgen weliswaar een verdere groei in het vooruitzicht gesteld. Maar veel zijn het er blijkbaar niet, en het lijkt toch vooral om kleinere groepen of organisaties te gaan. Na bijna twintig jaar van sprongsgewijze groei lijkt zeker voor de groteren het plafond van wat haalbaar is te zijn bereikt. Dit is overigens geen verrassing, het ligt in de lijn van de verwachtingen.

Voor een aantal andere kandidaten dreigt de stopzetting. Dat is altijd het geval. Nieuw is echter dat een aantal gegadigden die een goed rapport behaalden er in één adem door bij te horen kregen dat ze het in de toekomst wellicht met minder zullen moeten doen. Hier en daar – en dan gaat het uiteraard wel om kritische rapporten – is sprake van halveringen.

In het licht van al het voorgaande halen degenen die een status quo als advies meekregen opgelucht adem.

Opvallend is dat ook van de drie stadstheaters ondanks positieve rapporten wordt gevraagd om in de toekomst met minder door het leven te gaan. De reden die daarvoor wordt opgegeven is: ‘uit solidariteit’. Eén ding is zeker: dit zet de deur open voor een stevig rondje politiek lobby- werk. Want zeg nu zelf, wie zou er niet alles aan doen om te vermijden dat hij na een goed rapport financieel wordt afgestraft?

Waardering op papier is één ding. Wat echt telt, zijn de centen. Achteraf kun je nog altijd solidair zijn, bijvoorbeeld door een samenwerking aan te gaan met een partner die er minder goed is uitgekomen. In dat geval is het wel een eigen artistieke keuze. Maar misschien verwacht de commissie niet veel van dat soort solidariteit?

Hier wreekt zich het gebrek aan transparantie rond de preadviezen. De gezelschappen moeten wel solidair zijn, maar ze mogen niet weten waarmee of met wie.

Ook nieuw – en voor de annalen zeker het vermelden waard – is dat elk preadvies dezelfde afsluitende standaardparagraaf bevat waarin wordt meegegeven dat het ook wel eens niets zou kunnen worden. Uiteraard kon dit vroeger ook al het geval zijn. Als het geld op is, is het op. Maar toch is het vandaag ook anders. Er is namelijk een heel nieuw element: de ranking.

Zelfs al is een advies op zowel artistiek als zakelijk vlak positief, dan nog is subsidiëring afhankelijk van de plaats die de organisatie of het gezelschap in kwestie krijgt in de door de commissies op te stellen ranking. Wie onder de grens zit van waar geld voor beschikbaar zal zijn, valt eruit.

Deze ranking is omstreden. Praktisch is ze immers erg moeilijk te realiseren. Op basis van welke criteria dient ze te worden opgemaakt? Zuiver artistieke? Begin er als commissie maar eens aan. Of spelen ook andere elementen een rol? De grootte van het gezelschap? De regionale verankering of spreiding? Dit is geen appelen met peren vergelijken, zet er de tomaten en de pompoenen ook maar bij.

Vanuit overheid noch veld is er een fundamentele discussie over welk kunstenlandschap we eigenlijk willen. Te vrezen valt dus dat het veld over enkele maanden weliswaar hertekend zal zijn, maar op arbitraire wijze en zonder veel visie. Zal dan de financiële crisis als non-argument worden gebruikt om daarover geen verantwoording te moeten afleggen en ook in de toekomst geen debat te moeten voeren?

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#128

01.03.2012

31.05.2012

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!