Leestijd 4 — 7 minuten

Rancunedemocratie

‘Cultuur – dat is het stelsel van regels en wetten om de mensen te verhinderen elkaar te vernietigen. Cultuur moet de mensen tegen zichzelf, tegen elkaar, tegen de wereld beschermen en hen optimale vrijheid verschaffen.’ (Tom Blokdijk, De cultuur van vóór de cultuur, Amsterdam 1993).

Als het waar is dat cultuur is ‘uitgevonden’ om te voorkomen dat mensen elkaar de hersens inslaan, dan heeft er in het voorbije half jaar in Nederland een culturele ommekeer plaatsgevonden die wij, kaaskoppen, ons nog zeer lang zullen heugen. Centraal in deze culturele ommekeer staat wijlen prof. dr. P. Fortuyn, een populistische plebejer, die op 6 maart de grootste verkiezingsoverwinning ooit behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam, vanaf die datum (met de Lijst Pim Fortuyn – LPF) afstevende op een landslide-overwinning bij de parlementsverkiezingen (in de peilingen stonden ze op een bepaald moment op één kwart van de parlementszetels). Prof. dr. P. Fortuyn werd op 6 mei, waarschijnlijk door een radicale veganist, doodgeschoten.

Zijn volgelingen kwamen op 15 mei vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer. In de zomervakantie heeft de LPF, met de liberalen en de christen-democraten, een regeerakkoord in elkaar gesleuteld. En vanaf het moment dat die regering, onder leiding van de jonge christen-democraat Balkenende (een soort Guy Verhofstadt, maar dan met een Harry Potter-kapsel), was geïnstalleerd, is de nieuwe politieke formatie LPF bezig geweest anderen en vooral élkaar de hersens in te slaan. Weinig cultuur, veel cultuurbarbarij. Tot zover de feiten.

Nederland – ik heb het in deze Etcetera-kolommen al eerder beweerd – is vooral een cabaret-land. Een cabaretier heeft recentelijk beweerd er, sinds het aantreden van de Lijst Pim Fortuyn, zesentwintig tekstschrijvers bij te hebben gekregen. Zélf kon prof. dr. P. Fortuyn, ‘Pim’ voor intimi, er trouwens ook wat van. Toen een Britse reporter, een week voor zijn dood, informeerde naar denkbare, mogelijke, voorstelbare overeenkomsten tussen zijn politieke krachtlijnen en die van Europese politici als Le Pen en Haider, antwoordde prof. dr. P. Fortuyn in onvervalst polder-Engels: ‘I am not an antisemitic people’. Wie zich daar overigens iets té luid en iets té publiekelijk vrolijk over maakte, kon de volgende dag, via e-mails of via de post (al dan niet voorzien van een doorgeladen pistool of enkele kogels) op regelrechte levensbedreigingen rekenen. De herkomst van die bedreigingen blijft vooralsnog duister. Iedereen lijkt zo ongeveer iedereen te bedreigen. Nederland lijkt collectief gek te zijn geworden.

Toen tijdens het parlementair debat over de regeringsverklaring de fractieleider van de Lijst Pim Fortuyn, de gewezen defensieambtenaar (en ondertussen ook weer fractieleider-af) Mat Herben, min of meer verklaarde dat bedreigde politici die bedreigingen aan zichzelf te danken hebben (omdat ze niet voldoende uiting geven aan de vox populi), waagde een linkse parlementariër het tegen die houding fel stelling te nemen. Zij – het betrof de Groen Links-politica Femke Halsema -werd vervolgens door de leden van de LPF-fractie naar haar bankje teruggesist: ‘Wegwezen jij!’ Deze vertoning werd door de Nederlandse publieke omroep live uitgezonden. Dezelfde publieke omroep overigens die door de politici van de nieuwe politieke formatie – door mij en mijn vrienden al aangeduid als de L(oze) P(olitieke) F(lodders) – kreeg aangezegd dat er nog wel wat appeltjes te schillen waren, omdat de LPF niet te spreken was over de negatieve berichtgeving die de LPF in de publieke omroep ten deel viel.

U begrijpt, dierbare Vlamingen, dat er ten noorden van Uw landstreken, een heus bananenkoninkrijk in wording is, waarin Uw bendes-van-Nijvel zijn getransformeerd tot genootschappen van in driedelig maatkostuum rondwandelende tweedehandsautohandelaren en in villawijken woonachtige patje-peeërs die zich de stem-des-volks hebben aangemeten en tegelijkertijd die stem omsmeden tot wat onze Oosterburen het ‘gesundenes Volksempfinden’ plegen te noemen.

Korter gezegd: de rancunedemocratie. )e bent ergens heel erg tégen en organiseert op basis daarvan een politiek geluid. Prof. dr. P. Fortuyn was daar, zo heb ik begrepen uit de ‘analyses’ van diverse, in hun gelaat wit weggetrokken, zittende politici, heel erg goed in. Die postume zaligverklaring van het fenomeen ‘Pim Fortuyn’ — en niet te vergeten zijn in talloze columns en boekjes vervatte ‘erfgoed’ (een traceerbaar politiek program had hij namelijk niet) – zegt aanmerkelijk meer over die zittende politici, dan over de voortijdig uit het politieke landschap weggeschoten mediahype Fortuyn.

Wat mij nog het meest beangstigt, is dat de griezels die op dit moment – binnen de regering en in het parlement – zijn erfgoed beheren, in de peilingen schrikbarend snel inzakken tot wat De Gaulle ooit een ‘groupuscu-le’ noemde. De burgers die op 15 mei op de LPF hebben gestemd, zitten barstensvol agressie tegen de gevestigde politiek. En die agressie laat zich niet in peilingen vatten, laat staan kooien. Ikzelf heb mijn democratisch stemrecht altijd beschouwd als de minimale mogelijkheid om ertoe bij te dragen dat de onredelijke geluiden die men kan horen aan de vis-kar, op de markt en aan de bar, in het publieke domein van het politieke debat op zijn minst in genuanceerde en redelijke standpunten zouden kunnen worden vertaald. Ik ben daar sinds de gebeurtenissen van de afgelopen zes maanden niet zo zeker meer over.

Wat een en ander betekent voor het Nederlandse kunstklimaat, daarover moet ik U vooralsnog in het ongewisse laten. Prof. dr. P. Fortuyn, wiens particuliere interieur wij met grote regelmaat op de televisie hebben mogen aanschouwen, had weliswaar een onvoorstelbare hoeveelheid kitsch (door hem als ‘kunst’ benoemd) in zijn huis hangen en staan, maar tot veel méér substantiële uitspraken over kunst en kunstbeleid dan dat er sprake moet zijn van sponsoring en profijtbeginsel, heeft dat niet geleid. De regering Balkenende (CDA, WD, LPF) heeft in haar regeringsverklaring niet één zin aan kunstbeleid gewijd. De staatssecretaris voor Cultuur, Mr. Drs. Cornelis Hubertus Johannes van Leeuwen (1951), komt uit de kringen van de fort-unistische politieke geluk- en goudzoekers. In zijn parlementsfractie LPF heeft vooral de voormalige conservatieve politieke journalist Ferry Hoogendijk zich over kunstbeleid uitgelaten. Dat waren geen verheffende geluiden. Onvoorstelbaar vond hij het dat opera en toneel door de overheid gesubsidieerd worden. Daar moeten toch sponsors aan te pas komen! De staatssecretaris zwijgt vooralsnog. De woordvoerder van de directeuren van Nederlandse toneelgezelschappen, Jaap Jong, prijst de staatssecretaris voorlopig, omdat hij (als advocaat) zo deskundig is op terreinen van arbeidsrecht. Jaap Jong: ‘Over zijn belangstelling voor cultuur is minder bekend, maar daarover maak ik mij niet zoveel zorgen. De ervaring leert dat je beter een goed bestuurder kunt hebben die je de liefde voor de kunsten snel bijbrengt, dan een bevlogene met eigen hobby’s en vooringenomenheden, maar weinig bestuurlijke daadkracht.’

In de vroege jaren zeventig was staatssecretaris Van Leeuwen als basgitarist betrokken bij de symfonische rockgroep Kayak. Wat te doen, kunstenaars?

Ik weet het niet. Impulsief adviseer ik: een popzender hard aanzetten, om het geluid te dempen van het werk aan de loopgraven.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#83

15.10.2002

14.01.2003

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!