© Nika Prokopenka

Leestijd 5 — 8 minuten

PREY – Kris Verdonck / A Two Dogs Company & Muziektheater Transparant

Wat we van een krokodil kunnen leren  

In 1985 overleefde de Australische ecofeministe en filosofe Val Plumwood nipt een doorgaans dodelijke krokodilaanval in Kakadu National Park. De confrontatie met dit imposante roofdier leidde tot een diepgewortelde shift in Plumwoods denken over de mens en de dood: ze stelde dat de westerse mens zichzelf moest leren zien als voedsel — als een vergankelijk lichaam dat evenzeer deel uitmaakt van de dierlijke en stoffelijke wereld. In zijn nieuwste creatie ‘PREY’, een samenwerking met componiste Annelies Van Parys, transformeert Kris Verdonck de ecologische inzichten van Plumwood tot een muzikale voorstelling. Het resultaat is een gestileerde performance die het nederige mensbeeld van Plumwood prachtig verbeeldt, maar ook vragen oproept over de verhouding tussen vorm en inhoud. 

In Verdoncks vorige voorstellingen CONVERSATIONS (at the end of the world) (2017) en SOMETHING (out of nothing) (2019) bevond de mens zich al in onbewoonbare landschappen, geteisterd door nakende eindes, ecologische catastrofe en uitsterving. PREY, een productie van A Two Dogs Company en Muziektheater Transparant, borduurt voort op die aandacht voor het einde van de mensheid, maar situeert die eindigheid deze keer in het menselijk lichaam. Op een sobere, zwarte scène geven drie vrouwelijke performers achtereenvolgens gestalte aan Plumwoods bijna-doodervaring en ecofilosofisch denken: eerst via tekst (Katelijne Damen), vervolgens in zang (Anna Clare Hauf) en tenslotte als dans (Mooni Van Tichel). 

De drie solo’s worden telkens ingezet door de uitgepuurde, soms unheimische compositie van Annelies Van Parys, prachtig live uitgevoerd door muziekensemble ICTUS. Een korte tik, gevolgd door een lange, doordringende toon opent de voorstelling, en daarmee ook de monoloog van Katelijne Damen. Gehuld in een grijze outfit, verhaalt de actrice de impact van de krokodilaanval op Plumwoods denken, zoals omschreven in het postuum uitgegeven The Eye of the Crocodile (2012). Ze vertelt in de derde persoon, als een alwetende verteller die ons met zeggingskracht door het leven en denken van Plumwood gidst. We krijgen te horen hoe Plumwood tijdens de krokodilaanval niet alleen een stuk dijbeen verliest, maar ook plotsklaps de illusie kwijtraakt dat ze als mens boven de voedselketen staat. Het prooi-zijn transporteerde Plumwood onherroepelijk naar een ander wereldbeeld, waarin de mens gewoon voedsel is: wij zijn nederig vlees, klinkt het. In beeldende zinnen schetst Damen hoe Plumwood zich met dit perspectief radicaal afzette tegen het westerse, mannelijke dualisme dat lichaam en natuur naar de achtergrond verdrongen heeft. In het gezelschap van haar wombat en de Australische jungle probeert ze vorm te geven aan een andere visie waarin het (dode) lichaam geen eindpunt of achtergrond vormt, maar net een voedingsbodem is voor ander leven. 

“In beeldende zinnen schetst Katelijne Damen hoe Val Plumwood zich radicaal afzette tegen het westerse, mannelijke dualisme dat lichaam en natuur naar de achtergrond verdrongen heeft.”

Door de beschrijvende toon en het afstandelijke vertelperspectief voelt deze eerste monoloog soms wat aan als een (theoretische) introductie op PREY, maar ze maakt de shift in Plumwoods denken wel inzichtelijk. Bovendien legt de tekst ook een link bloot tussen Plumwoods visie en de dramaturgische structuur van de voorstelling. In de programmatekst kunnen we lezen dat PREY de driedelige structuur van het Japanse Noh-theater volgt, waarin een verhaal dikwijls drie keer verteld wordt: eerst afstandelijk, vervolgens door een getuige en tot slot als in een droom. Het gebruik van die cyclische opbouw spiegelt de zoektocht van Plumwood naar andere manieren om de wereld en het zelf te ervaren, zoals ook geëxpliciteerd wordt aan het einde van Damens monoloog. De specifieke opeenvolging van tekst, zang en dans in PREY zou je in die zin ook kunnen lezen als een soort vormonderzoek — als een zoektocht naar manieren om Plumwoods lichamelijke ervaring te verbeelden. 

In het tweede deel van PREY bezingt Hauf de eigenlijke confrontatie tussen Plumwood en de krokodil, deze keer vanuit een ik-standpunt. Haar zang is grillig, soms zuiver en hoog, dan weer rauw en haast dierlijk, en spiegelt de wisselende emoties die met deze bijna-doodervaring gepaard gaan: het schipperen tussen angst, strijd en overgave. In samenspel met de muziek maakt het libretto tastbaar hoe Plumwood zich, bij iedere death roll door de krokodil, ook iets meer bevrijd voelt van het antropocentrische zelf: I am the prey I longed to be, klink het als een wederkerend mantra. Die shift naar een nederig mens-zijn wordt ook slim versterkt door de introductie van een sculptuurachtig doek, dat vanuit de hoogte neerdaalt en vervolgens via kabels over de scène ontvouwd wordt. Je zou in de bruinachtige stof een krokodil kunnen zien, of een boom, maar het creëert vooral een sprekend scènebeeld: Hauf staat nu, ondanks haar krachtige stem en podiumpresence, als een klein wezen naast een rijzig object. 

Tijdens het laatste deel van PREY danst Mooni Van Tichel onder deze stoffen constructie, die nu horizontaal over de bühne hangt. Met een geconcentreerde blik beweegt ze over de scène — eerst in draaibewegingen en hoge sprongen, maar daarna steeds dichter bij de grond. Door de vertellingen die aan Van Tichels monoloog voorafgingen, is het verleidelijk om in haar bewegingen naar concrete uitingen te zoeken van Plumwoods denken. Zo zou je de glijdende bewegingen over de speelvloer kunnen zien als een worsteling, waarbij de danseres zowel de jager als de prooi lijkt te zijn. Of je zou de (intrigerende) sequentie waarin Van Tichel op haar hoofd staat, kunnen lezen als de omkering van een perspectief op de wereld. Door de abstracte bewegingen ontsnapt de dans echter ook aan die poging, en vormt ze zo de minst letterlijke uitdrukking van Plumwoods universum. Terwijl de compositie van Van Parys steeds intenser wordt, geeft Van Tichel vooral gestalte aan de lichamelijkheid die zo centraal stond in Plumwoods ervaring en denken.  

Het is opmerkelijk dat PREY, ondanks de slotfocus op lichamelijkheid en de atypische, cyclische structuur, toch een vrij mimetische en traditionele voorstelling blijft, die de perspectiefshift van Plumwood mooi verbeeldt en representeert, maar zelf nooit echt aan de dominante kijkkaders wrikt. Dat heeft deels te maken met de eerste monoloog, die een tekstuele laag over de gehele voorstelling legt, maar het vloeit gek genoeg ook voort uit de schoonheid en de artistieke kunde die PREY aan de dag legt. Het samenspel van de sterke performers, de perfect getimede muziek en de betoverende sculptuur creëren een esthetische en secuur opgebouwde voorstelling, maar die uitgekiende enscenering vormt ook een (intrigerend) contrast met de inhoud van de voorstelling: waar we via de vertellingen worden meegenomen in een ontwrichtende en nederige ervaring, schemert in de vorm toch vooral de mens door die zijn metier en omgeving goed beheerst. In afwachting van een persoonlijke ontmoeting met een krokodil, vormt PREY niettemin een eerste, waardevolle uitnodiging in Plumwoods dierlijke universum. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#171

15.03.2023

31.05.2023

Lieze Roels

Lieze Roels studeerde in 2016 af als master in de theater- en filmwetenschap (UA), en volgde een avondprogramma Wijsbegeerte (UA).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!