Zita Swoon / Bert Dentant

Koen Gisen

Leestijd 14 — 17 minuten

Popmuziek in Vlaanderen!?

Cowboy- en andere verhalen uit een avontuurlijke branche

Het recente muziekdecreet (1998) zet de deur op een kier voor andere genres dan klassieke muziek. Wat gebeurt er wanneer een commercieel georganiseerd muziekgenre als de popmuziek de gesubsidieerde wereld binnentuimelt? Koen Gisen en Marleen Baeten spraken begin april met Teddy Hillaert, manager van o.a. Zita Swoon, de eerste gesubsidieerde popgroep in Vlaanderen.

Teddy Hillaert is manager van professie, en dan nog wel in de popmuziek, een sector waar de cowboyverhalen schering en inslag zijn. Tot zijn protégés behoren onder andere Zita Swoon, de ophefmakende band van voormalig dEus-bassist Stef Kamil Carlens, en de éénvrouwsformatie van Rock-Rallyfinaliste en actrice An Pierlé. Ook ‘grote’ acts als het Portugese Madredeus en vroeger Zap Mama mogen en mochten op zijn diensten rekenen. Onlangs sleepte hij een heuse primeur in de wacht: ‘zijn’ groep Zita Swoon kreeg een erkenning én een subsidie via het nieuwe muziekdecreet.

De popmuziek staat alom bekend als een weinig ‘georganiseerde’ sector – hoe kan het ook anders, wegens louter commercieel georiënteerd – waarin de artiest zelf dikwijls niet de best vertegenwoordigde partij is. En daar gaat men nog prat op ook! Een wereld van ‘winners’ of ‘losers’, een predikaat dat meestal wordt ‘verdiend’ door mee- of tegenvallende cd-verkoopcijfers. Twee categorieën, met daar schijnbaar weinig of niets tussenin. Een naar theaternormen redelijk vreemd landschap.

Maar in die ongeorganiseerdheid en min of meer gekoesterde chaos zou wel eens een klein beetje verandering kunnen komen, sinds een aantal popartiesten in aanmerking meent te komen voor overheidssubsidie en die overheid nu ook voorziet in een muziekdecreet waar popmuzikanten plots welkom zijn. Dat komt niet echt ‘out of the blue’, want de popsector in Vlaanderen bloeit als nooit tevoren. Het internationale succes van dEus, Zita Swoon, Hooverphonic en anderen, heeft zelfs een behoorlijk hoerasfeertje veroorzaakt in de Vlaamse popmuziekscène. Een gesprek met een bevoorrecht getuige over het wel en wee in een snel evoluerende sector. Wij gooiden het volgende balletje op: Is die hausse terecht? Is er nu meer talent dan vroeger? En, niet onbelangrijk, brengt het méér op?

Hillaert: Meer talent dan vroeger? Neen, ik denk alleen dat jonge gasten zich tegenwoordig beter organiseren en informeren. Ze weten sneller hun weg te vinden naar een platencontract, naar ‘het huis in Werchter’ (Rock Werchter, nvdr) of naar andere boekingskantoren. Talent heeft altijd bestaan. Grappig, gisteren een disco-cd gekocht in Londen, en daar staat een nummer op van Two Man Sound, de vroegere band van Lou Depryck, dat in 1979 in Engeland in de top-40 heeft gestaan. Wist jij dat? Ook toen zaten wij met popartiesten in het buitenland. Alleen waren de media daar toen niet zo fier over. Ik vind dat ze nu eigenlijk aan het overhypen zijn.

En nochtans – dat mag je aan al mijn Belgische collega’s vragen – iedereen scheurt nog steeds zijn broek aan Belgische popmuziek -ik heb het hier niet over de Helmut Lotti’s en zo. Het exporteren van rockmuziek kost enorm veel. Als manager gaat je investering ook veel dieper dan pakweg die van een agent. Een agent boekt en krijgt zijn commissie, dat is een parking. Voor een manager is de kans op een return die evenredig is aan zijn tijdsinvestering vrijwel nihil. Het is ook heel arbeidsintensief. Je moet altijd beschikbaar zijn en je aanwezigheid wordt dikwijls verwacht. Tel dat eens op hé, je tijd, je bureau, kosten… Voor je dat terugverdient, moet je al een artiest van een stevig kaliber hebben. In de praktijk krijg je zelfs zelden de kans om ook maar break-even te geraken. Kijk maar naar dEus, een groot verhaal, maar dEus is ‘underrecouped’, langs alle kanten. Zita Swoon is ook een mooi verhaal aan het worden, maar we zijn nog steeds erg verlieslatend.

Management

Hillaert: Management is kiezen voor één of een paar artiesten en die met alle denkbare middelen proberen zo ver mogelijk te krijgen, hen daar te houden, hen proberen te beschermen tegen de industrie, maar ook proberen om hen de goede kanten van die industrie te laten ervaren. Een artiest wil natuurlijk zijn of haar cd wereldkundig maken, op zijn of haar manier. Wanneer de platenmaatschappij dat niet op dezelfde manier ziet, is het ook de taak van de manager om die twee visies – de commerciële en de artistieke – proberen samen te brengen. En verder ben je bezig met contractonderhandelingen, met muziekuitgevers, publiciteitsbedrijven, buitenlandse agenten, bookers, festivals,… Een verbinding zijn tussen de artiest en een zakelijke-belangenbehartiger. Een zakelijke structuur opzetten, dat kan heel klein zijn, een vzw met een goede boekhouder naast de artiest. En de artiest in contact brengen met een advocaat waar hij of zij zich goed bij voelt. Als je begint, moet je namelijk een structuur hebben, vooral om boekhoudkundige redenen. Dat kan een vzw zijn, of, als die carrière echt een expansie krijgt, zoals nu bij Zita Swoon of vroeger bij Zap Mama, een bvba naast de vzw. De vzw is bij Zita Swoon nu bijvoorbeeld de contactpersoon met de overheden, want we zijn nu gesubsidieerd en een bvba kán niet gesubsidieerd worden. De bvba houdt zich bijgevolg bezig met de commerciële activiteiten en de vzw behartigt de lonen.

Sociale rechten & subsidies versus de cowboystijl

Hillaert: De wettelijke voorzieningen voor de popmuzikant zijn beperkt. Een voorbeeld? De meeste artiesten worden niet betaald wanneer ze de studio ingaan. Dat is eigenlijk onwettig, want de artiest is op dat moment aan het presteren. Wel, zelfs de platenfirma’s begrijpen niet dat iemand daarvoor een loon zou moeten krijgen. Pas op, ik heb het nu niet over sessiemuzikanten, hé. Die worden natuurlijk per opdracht betaald. Ik heb het over de artiest die een platencontract heeft. De platenfirma gaat uit van een budget voor een plaat waarin aan alle aspecten wordt gedacht – studiohuur, materiaalhuur, sessiemuzikanten, een producer – maar niet aan de artiest. Dat kan eigenlijk niet. Wij proberen een deel van het opnamebudget, meestal het voorschot, over te maken aan de vzw, zodat de artiest een loon kan ontvangen.

Het is eigenlijk nog altijd niet duidelijk hoe een popartiest moet werken. Men gaat ervan uit dat de organisator de sociale zekerheid betaalt, maar dat gebeurt niet. Het is evenmin duidelijk wié de artiest moet betalen tijdens het creatieproces. Dat is een groot verschil met de theatersector, ook qua mentaliteit. Bij Plage Tattoo een productie van Zita Swoon, Les Ballets C de la B en Dirk Roofthooft – maar die is nu weggevallen -, hadden Transparant voor Dirk Roofthooft en Les Ballets C de la B voor Koen Augustijnen een duidelijk eisenpakketje klaar, en wij zitten daar tussen als brave beestjes die eigenlijk niet veel eisen, of niet weten wat zij mogen eisen. De discrepantie in de lonen tijdens de creatieperiode is enorm! Dirk heeft natuurlijk een status, maar van de muzikanten wordt bijna verwacht dat ze gratis zouden meecreëren! De theatersector functioneert ook anders. Ik merk nu, bijvoorbeeld bij het boeken van die tour dit najaar en volgend jaar, dat theater en popmuziek met totaal andere snelheden werken. Ik weet nu nog altijd niet wat ik in mei ga doen met Zita Swoon. Er kan nog altijd vanalles gebeuren. Bij het theater is dat onmogelijk, maar men gaat er wél nog altijd van uit dat dat popgroepke zich wel zal aanpassen aan de theaterwereld. En dan heb ik het niet alleen over de planning, maar ook financieel en zo… Wij zijn cowboys hè. Popmuziek: dat is cowboystijl.

Waarom gaat iedereen ervan uit dat het creatieproces van een popmuzikant gratis moet zijn? De platenfirma denkt: als die plaat uit is, zal hij wel veel centen verdienen met zijn royalties! Ondertussen wordt in de meeste contracten elke kost – tot de koffie die gedronken wordt bij de onderhandeling – verhaald op de artiest. Die schuld is dus enorm en maakt het voor een platenfirma gemakkelijk om vat te krijgen op een artiest en hem zelfs te gaan manipuleren.

Wanneer een circusartiest of een goochelaar voor een tv-show gevraagd wordt, dan komt die niet gratis, maar van popmuzikanten verwacht men dat ze er nog bij op hun knieën gaan zitten ook, om te bedanken dat ze naar de studio mógen komen. Ze worden niet betaald, want dat is toch promotie, zeker? En dat is niet alleen dat tv-station, ook de platenfirma vindt dat de artiest dat móet doen. Dank zij óns mag je in dat tv-programma komen, zo wordt er geredeneerd. Ik vind dat je daar als manager constant tegen moet vechten. In de contracten die ik de jongste jaren heb afgesloten is die recoup (het recupereren van onkosten op de royalties van de artiest, nvdr) nog altijd aanwezig, maar met mate. Warner Music betaalt nu lonen uit wanneer Zita Swoon een week naar Engeland gaat. Natuurlijk is dat nog altijd gedeeltelijk recoupable op hun royalties. Maar ze hebben begrepen dat een artiest moeilijk op een bak bier en twee pistolets per dag kan leven en ‘s nachts ergens in een vochtig kot mag gaan slapen – want dat is toch rock ‘n roll, hé. Bedank ons maar dat je bij ons hebt mógen tekenen. Heb je het geluk dat je morgen opgepikt wordt door het publiek en dat je massaal veel gaat verkopen, dan word je door de platenfirma op een schoteltje rondgedragen en kan je beginnen verdienen, maar voordien?

Etcetera: Nochtans is het risicodragend aandeel van de platenfirma in de beginfase eigenlijk beperkt, niet? Zeker als je de mogelijke verdienste bekijkt. De platenindustrie investeert steeds minder in mensen – in artiesten – dan in producten en engageert zich enkel zolang het product loopt. In het theater ligt dat anders. In een aantal Vlaamse productiehuizen kiest men duidelijk voor een artiest. Men redeneert: dat is een interessante mens, met een mogelijk interessant parcours, op termijn zitten daar verschillende mogelijke producties in. Men kijkt vooral naar het artistieke groeipotentieel. Net zo goed een soort ‘investering’, maar wel één op langere termijn.

Hillaert: Die mentaliteit hangt ook nauw samen met de recente veranderingen in de mediasector. Als je naar de radio luistert, merk je dat. Ze werken allemaal met een selector, een computer die het programma samenstelt op basis van bepaalde criteria. Het wordt hoe langer hoe moeilijker om een plaat op de radio te krijgen. Een platenfirma gaat dan ook almaar selectiever te werk. Ze halen veel binnen. Iedereen krijgt een beetje geld om iets in elkaar te knutselen. Dan smijten ze die plaatjes tegen de muur en als er ééntje blijft plakken, investeren ze erin. Als je de tonnen releases ziet die er nu wekelijks zijn… negenennegentig procent daarvan is gedoemd om te floppen. Dat is heel fout. Alle ‘majors’, Warner, Geffen, noem maar op, zijn groot geworden omdat ze op een bepaald moment geloofd hebben in een aantal artiesten. Die firma’s zijn met hun artiesten meegegroeid. Dat kan vandaag niet meer. Je contract met de platenfirma mag nóg zo goed zijn: op een bepaald moment maakt men de rekening. Indien het saldo negatief is, zeggen ze: ‘Brave jongen, het is goed geweest, maar nu, buiten.’ Het is best mogelijk dat men je nadien nog chanteert ook: je bent buiten, maar o wee als je morgen tekent bij een andere platenfirma. Je moet ons nog altijd inlichten, hé. We kunnen nog altijd het ‘offer matchen’ of zo.

Wat ik wel een plezante evolutie vind: er zijn meer en meer goede, jonge juristen die zich haast uitsluitend met muziek en entertainment bezighouden. Het verandert dus wel. Je hebt een verhaal tegen een platenfirma. Je kan dingen eisen. Maar arbeidsrecht, dat ként een platenfirma niet! De dag dat men bij de belastingen zegt: ‘Hola, jullie maken hier platen, jullie zijn dus aan het werken!’ Als ze dan zouden checken bij de platenfirma’s of die gasten wel ingeschreven zijn… Dat is een geweldig probleem!

Etcetera: Dat is toch wel één van de hiaten van het decreet. Het verwijst expliciet naar cao ‘s. Jullie vallen nu onder het decreet en zullen daarmee te maken krijgen, maar de platenfirma’s blijven buiten schot. Ressorteren jullie onder een cao?

Hillaert: Neen, totnogtoe niet, maar ik weet niet hoe dat nu met dat muziekdecreet zal zijn. Ik weet nog maar sinds een week dat Zita Swoon structureel gesubsidieerd wordt. Voor klassieke muziek bestaat er wel een cao. Orkesten werken met uitvoerende artiesten, die hebben allemaal één of ander statuut en die presteren op het ogenblik van de repetitie of het optreden. Maar popmuziek valt daar helemaal buiten. Dat is allemaal zeer mistig. En de industrie gaat ervan uit dat popmensen werken uit liefde voor de muziek, hé. Want die roadie of die geluidstechnicus die om twee uur ‘s nachts, als hij al zestien uur aan het werk is, ergens op een toren mag kruipen om een spot naar beneden te halen, die dan enkele uren in de bus slaapt om vervolgens ergens in Parijs te herbeginnen… die dóet dat omdat hij dat graag mag. En die zal na een paar jaar ook wel zijn rekening maken en zich afvragen waar hij in godsnaam mee bezig is en een paar eisen gaan stellen. Er is geen enkele structuur.

Maar anderzijds: moet je die anarchie, die vrijheid niet een beetje bewaren? Kan het allemaal nog wel als je het in een strak kader wringt. Volgens mij kan de muziek dan niet meer leven… Want muziek borrelt op in clubkes en kelderkes. Als je dat gaat doodsubsidiëren…

Zita Swoon is nu in Engeland enkele concerten gaan spelen voor 50 £ per avond. Vijftig pond! Drieduizend frank! Voor de hele groep! In mijn budget kom ik aan een kost van 85.000 fr. per dag. Per avond kom ik dus 82.000 fr. te kort. Daarover negotieer je dan met de platenfirma. En dan kom je op het beruchte item ‘toursupport’, dat in veel gevallen 100% recoupable is op de royalties die je later ooit zal verdienen. Dat is dus eigenlijk een lening die de bank, euh, de platenfirma je geeft. Als je beter genegotieerd hebt dan is misschien slechts de helft of een vierde recoupable. Maar dan begint de discussie, want dan vraagt iemand: waarom staan er lonen voor de muzikanten in het contract? Je moet dat telkens weer opnieuw gaan verdedigen. De meeste platenmaatschappijen waarmee ik al gewerkt heb begrijpen die problematiek en willen het loon gaan verdedigen bij de internationale moedermaatschappij. Want in Londen moet men er zijn handtekening onder zetten. Maar als je morgen in de States gaat toeren… dan vraagt men: waarom moet die gast een loon hebben? Als morgen zijn plaat verkoopt, dankzij ons, dan verdient hij veel geld.

Etcetera: Er is nu eindelijk een muziekdecreet dat ook open staat voor popmuziek, maar wat wordt er dan precies gesubsidieerd? In het geval van Zita Swoon: wat kunnen jullie concreet doen met die werkingssubsidie?

Hillaert: Ik weet het niet. Men zou me binnenkort bellen om een afspraak te maken en me alles eens uit te leggen. Ik hoop in elk geval dat wij nu niet plots onder die CAO van de orkesten gaan vallen, want dan gaan wij dood. Wat de subsidies van Vlaams Cultureel Ambassadeur betreft, dat is duidelijk, die helpen je reiskosten dekken. Maar met die structurele subsidie kom ik inderdaad in conflict met de platenfirma, die zou kunnen zeggen: ‘Tof, jullie hebben nu subsidie… dus als jullie nog een keer naar Engeland gaan, moeten wij dat toch niet meer betalen?’

Etcetera: Waarvoor heb je het geld aangevraagd?

Hillaert: Voor drie dingen. Eén: Zita Swoon als rockgroep. De industrie betaalt de cd’s, de opnames en de marketing. Daartegenover staat dat de rock- of popartiest moet kunnen creëren. Hij moet kunnen beschikken over een repetitieruimte, hij moet materiaal kopen, gaande van snaren tot een nieuw instrument. En verder ook voor de lonen tijdens het creatieproces. Twee: de productie van Plage Tattoo, als geheel. Het derde, nog in te vullen luik, behelst het ontwikkelen van soortgelijke initiatieven als Plage Tattoo. Zoals indertijd Sunrise, de soundtrack bij de stomme film van Murnau. We hebben natuurlijk niet zoveel gekregen als we gevraagd hebben, anderhalf miljoen, daar loop je niet ver mee. En bovendien, wanneer wij daardoor plots moeten voldoen aan een cao, dan vrees ik dat wij onze subsidie moeten teruggeven. Maar als aanloop naar de toekomst is deze subsidie belangrijk. Stef heeft nu vier jaar de tijd om te tonen dat hij serieus kan werken binnen de popcultuur. Als de popcarrière van Zita Swoon mislukt, als Warner zegt: ‘Jongens, het is goed geweest’, kan Zita Swoon zich verder ontwikkelen als ensemble.

Voor mij was die structurele subsidieaanvraag een aanloop naar een tweede dossier dat we hadden ingediend om een projectsubsidie aan te vragen voor Plage Tattoo. Iedereen zei: ‘Teddy, ge zijt zot.’ Maar de timing van de twee subsidietoekenningen ten opzichte van elkaar was te risicovol om uitsluitend op de projectsubsidie te gokken. Toen we de structurele subsidie voor Zita Swoon kregen waren we zeer verrast.

Etcetera: In het muziekdecreet staat ook een bepaling over plaatopnames. Ie kan een cd-opname gesubsidieerd krijgen. Opent dat geen perspectieven?

Hillaert: Ik vraag me af hoe klassieke ensembles omspringen met plaatopnames. Als het over hedendaagse muziek gaat, weet je al op voorhand dat je daar niets aan verdient. Dat kan alleen maar met subsidies worden gerealiseerd. Binnen de popmuziek is het zeer de vraag of de raad van advies je aanvraag zal weerhouden. Maar, inderdaad, de bepalingen zijn heel open. Stel dat we met An Pierlé, een getalenteerd maar niet zo evident artiest, niet getekend hadden bij Warner en we het geld niet hadden om de plaat te bekostigen: we dienen een subsidie-aanvraag in, we maken onze master en we hebben een afgemixte band. Dan zoeken we een distributeur… Welke argumenten geef je om te motiveren dat je niet bij een platenfirma gaat?

Etcetera: Bijvoorbeeld dat je iemands artistieke parcours verdedigt, los van een mogelijke lucratieve platenverkoop. Ik begrijp dat dat niet strookt met de hypercommerciële visie van de platensector op ‘de markt’. Wat vind jij ervan dat de platenindustrie om marketingredenen weinig nieuws of ‘afwijkends’ wil verkopen en alles gaat ‘tunen’? Je kan de radio niet meer openzetten, of je hoort altijd hetzelfde, dezelfde soort productie, dezelfde ‘sound’, dezelfde compressie, mastering-saus…

Hillaert: Er komt inderdaad stilaan reactie tegen dat fenomeen. Meer en meer mensen zoeken via andere wegen naar de ‘betere’ muziek. Via het internet kan je heel obscure plaatjes bestellen, ergens in een uithoek van Canada, en twee dagen later heb je ze. Dat publiek, vooral jongeren, groeit. Al die majors hebben niets kleins meer in huis dat opborrelt. Ze kopen alleen maar over, op het moment dat het al niet klein meer is. Ze doen ook niet meer écht aan scouting. Ze kunnen dat niet meer, dat is allemaal ‘corporate business’. Niemand durft nog een risico te nemen.

Etcetera: Kan een subsidiërende overheid daar geen stimulerende rol in spelen? Totnogtoe worden er, behalve ‘het clubcircuit’, geen intermediairen gesubsidieerd. De popwereld is niet georganiseerd, heeft geen organen zoals in het theater, geen VDP, VTI, noem maar op. Een theaterproductiehuis als Victoria hoeft niet uitsluitend grote commerciële dingen te realiseren, wél projecten die op termijn artistiek relevant zijn of dat kunnen worden. Waarom kan dat niet in de pop?

Hillaert: Dat is ongeveer wat Filip Eyckmans onlangs in Humo zei. Ja, dan moet je op een bepaald moment organisaties als Musickness gaan subsidiëren. Maar waarom hebben ze popmuziek nu toegevoegd aan dat muziekdecreet? Omdat er de jongste jaren een sterke lobby is geweest vanuit de clubs. Jan De Boever van De Media,… Jari De Meulemeester met zijn grote AB-tempel die wat mee is gaan roepen met de kleine clubs. En ja, ze hebben nu allemaal iets gekregen. Maar zal dat nu wezenlijk iets veranderen aan die werking? Pas op, ik vind de vraag van die clubs gerechtvaardigd, hé. Misschien dat ze nu eindelijk het loon van een medewerker kunnen betalen… Want wat ze hebben gekregen is een peulschil. En per slot van rekening, we zijn hier bezig over een klein segment van de popcultuur. En dan nog enkel over de propere kant ervan. Zoals Musickness of wij management bedrijven… dat is allemaal vrij correct. Dat gebeurt nog steeds uit liefde voor de muziek en de artiest. Er zijn er andere…

Etcetera: Sommigen beweren dat het subsidiëren van het popcircuit de industrie kapotmaakt.

Hillaert: Ik ben het er niet helemaal mee eens. Wat is het verschil tussen een promotor die een internationaal gerenommeerd artiest naar België haalt, voor eigen rekening, die vanuit commercieel standpunt en ongesubsidieerd een zaal huurt en alles organiseert, en een organisatie met een eigen zaal die met bankbiljetten zwaaiend haar eigen kostenplaatje vervalst en dankzij die subsidiëring aan concurrentievervalsing doet? Want die heeft niet alleen een eigen zaal, ze krijgt ook nog werkingssubsidie toe! Dat klopt toch niet? Ik vind dat daar, in dat specifieke geval door de overheid moet worden ingegrepen. Ik heb het niet over deSingel die Pina Bausch of Peter Brook naar België haalt, hé. Maar stel dat deSingel R.E.M. brengt, dan is dat een ander verhaal. Als wij R.E.M. doen, financieren we alles zelf en misschien verdienen we er nog iets aan, het blijft een risico. Maar als ze er bij deSingel nog een smak subsidiegeld bij op tafel kunnen leggen, ja, dan kunnen wij wel inpakken… Ik heb het concreet over iets dat onlangs in Humo stond: dEus en AB. Dat Musicness en Filip Eyckmans uiteindelijk kiezen voor de ab kan je hen niet kwalijk nemen, wanneer ze hen daar zo’n pateeke op tafel zetten. Maar ik vind dat de ab als centrum voor populaire muziek een totaal andere opdracht heeft. Natuurlijk moeten zij niet elk klein groepje meteen op hun groot plateau zetten, maar ze moeten wel ‘bouwen’. Ik vind dat ze nu veel te vaak alleen maar de top programmeren. Mag een gesubsidieerde structuur opbieden voor een artiest die in het commerciële circuit terechtkan? Je kan je in dat geval afvragen of de overheid popmuziek moet subsidiëren. Maar als je probeert het nieuwe wat opborrelt vooruit te helpen, met een mooie structuur eronder en een mooie lijn naar boven, dan heeft het wel zin.

Etcetera: Dat is het probleem van elke gesubsidieerdestructuur. Het fenomeen dat de structuren meegroeien met hun artiesten. Het lijkt mij niet onredelijk dat de overheid hier remedieert, dat het dat vacuüm dat is ontstaan tenminste wat werkingsmiddelen toebedeelt, of niet?

Hillaert: Op dat niveau zeker wel. Echte problemen stellen zich maar op het ogenblik dat er een vermenging ontstaat van commerciële en gesubsidieerde initiatieven in éénzelfde circuit, dan krijgt de ene structuur een onverantwoorde voorsprong op de andere. En dat conflict zit eigenlijk ingebakken in de popindustrie, terwijl dat in het theater twee totaal gescheiden circuits zijn. Het lijkt me ook betrekkelijk nieuw dat popmuzikanten zelf in een bepaalde richting opschuiven, in die zin dat zij ook meer en meer aandacht en belangstelling hebben voor een aantal niet-commerciële aspecten en toepassingen van hun muziek.

Ik heb lang geleden zelf zeven jaar de programmering gedaan van de AB. En ik weet ook dat onze planeet intussen zó klein geworden is dat er niets nieuws meer is, maar wij zochten in die tijd naar wereldmuziek, naar eigenzinnige stromingen in de rock, etc. En dat streven, dat zie ik vandaag niet meer. Iets nieuws brengen, daarvoor geld krijgen van de overheid, dat is okay, om aan iets te bouwen. Maar nu, ze willen volle zalen. Ik vind dat onnozel. Wordt dan een commerciële zaal, zoals l’Olympia in Parijs. In het buitenland zie je die scheiding veel duidelijker. In Londen bijvoorbeeld voeren de gesubsidieerde zalen een totaal verschillende programmapolitiek dan de commerciële. Er zit zo weinig lijn in tegenwoordig, de gesubsidieerde muziekcentra hebben geen duidelijk profiel meer. Iedereen wil blijkbaar een kleine Herman Schueremans zijn, maar dan wel gesubsidieerd. Tja.

Met Zita Swoon willen wij die subsidie gebruiken om alles op te starten. Mocht Stef binnen vier jaar een megarockster zijn, zou ik het oneerlijk vinden dat hij nog subsidies zou aanvragen. Dat geld moet dan weer naar de starters gaan. Anders klopt er iets niet.

Etcetera: Ja, maar in het geval van Zita Swoon gaat het toch al om goed georganiseerde starters?

Hillaert: Je kan hen toch moeilijk verwijten dat ze goed georganiseerd zijn? Toen ik met hen begon was het een puinhoop. Maar inderdaad, ik verdien maar als mijn artiest verdient. En binnen dat decreet is niet duidelijk gestipuleerd hoe ik betaald word, want er mogen geen commissies worden genomen. Nochtans werkt dat zo, ik verdien mijzelf.

Etcetera: En, krijg jij ook een commissie op de binnengerijfde subsidiegelden?

Hillaert: Neen, dat kan niet. En mezelf als zakelijk leider aanstellen? Dat zou straf zijn, dan zou ik de subsidie gewoon in mijn eentje opsouperen. Kijk, het werk dat mensen als Musickness of wij doen, dat is alleen maar mogelijk bij de gratie van… noem het maar ‘sponsors’. Wij hebben de Rock Werchter-structuur achter ons, zij de familie… Zo zit dat. Maar dat decreet vind ik zeker een grote stap voorwaarts, alleen al het feit dat popcultuur erkend wordt. Dat is symbolisch. Ik hoop alleen dat er nog serieus aan geschaafd wordt.

 

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 14 — 17 minuten

#68

15.06.1999

14.09.1999

Koen Gisen