Christoph De Boeck

Leestijd 4 — 7 minuten

Politiek theater?

Een reactie van Christoph De Boeck op Etcetera 58

– Loop ne keer zo hard dat ge kunt.’ ‘- Dat gaat niet. De wereld is in mijn benen geslagen op een dag. Van wat weet ‘k niet – ik dacht: Wat is dat? Ineens was het licht in mijn hoofd, al mijn zware gedachten waren naar beneden in mijn benen gezakt! Zo is dat gebeurd.’ (Arne Sierens)

Etcetera heeft in het vorige nummer (Schijnbeweging, nr 58, december 1996) een kleine round-up gegeven van het politieke theater van vandaag, of wat daarvoor moet doorgaan. Enkele zaken werden daarbij – bewust of onbewust? – over het hoofd gezien.

Het gaat eigenlijk al goed fout wanneer Marianne Van Kerkhoven haar eerste essay in dit nummer afsluit met romantische verzuchtingen omtrent de ‘Witte Beweging’, het ‘vertrouwen in het werk van de kunstenaar’ en een oproep tot collectieve bezinning. Echoën hier les années ’69 al door, dan gaat het zowaar tochten van diezelfde revolutionaire adem in haar geschiedenisschets van het politieke theater (Luisteren naar wie niet wordt gehoord). Van Kerkhoven plaatst de hedendaagse variant van dat politieke theater argeloos in het verlengde van zijn marxistische verleden. Alsof er de afgelopen decennia niets veranderd is: geen overrompeling van beelden en media, geen failliet van ideologische blokken, geen hypermarketing van ideeën, geen intensifiëring en legitimering van pop- en jongerencultuur. Neen hoor, niets aan de hand.

Ze somt een handvol voorstellingen op die ofwel aansluiten bij de Stan-stijl, ofwel uitgesproken geëngageerde teksten op het podium brengen; in ieder geval producties die gemakkelijk in het traditionele, marxistische (?) kader gevat kunnen worden. Vervolgens geeft ze de drie ‘tijdloze’ paradoxen waar ‘het politieke theater van welke historische periode dan ook’ mee te kampen heeft. Zij gaat dus uit van één of andere vastbepaalde bodemstructuur die elke politiek geladen voorstelling determineert en die ook telkens een aantal weerkerende probleemkernen voortbrengt. Vanuit haar oogpunt concludeert zij dan ook: ‘Van het ontstaan van een nieuwe politieke dramaturgie kunnen we voorlopig nog niet spreken.’ Misschien is het nu net door haar vooringenomen blikveld dat ze de nieuwe vonken mist van een theater dat zich niet expliciet politiek profileert, maar dat wel degelijk die aspecten in zich draagt. Er wordt in dit Etcetera-nummer gewoon geen ruimte vrij gemaakt voor een dergelijke theatervorm. Het lijkt mij interessanter en verfrissender om in plaats van de overeenkomsten met de historische Brecht-dramaturgie en de klassieke politieke jaren ’70, nu eindelijk eens aandacht te besteden aan de verschillen die de hedendaagse producties onderscheiden van het cliché politieke theater.

Zo zijn er verschillende werken van Alain Platel (en van Arne Sierens) die politiek gelezen kunnen worden zonder opdringerig propagandistisch te zijn en die daarmee ook politiek-dramaturgisch anders in elkaar zitten. Enkel Jef Aerts haalt Bernadetje aan als ‘ontgrenzend’ theater. Het blijft echter bij aanhalen en de voorstelling belandt zodoende in de marge van dit nummer. Hij noemt het ‘het eenvoudigweg tonen van een homp realiteit’. Dat is het ook: een spie werkelijkheid die het lelijke in de kunst durft te injecteren. Zo ook bij Moeder en Kind en La Tristeza Complice. In deze laatste productie wordt zelfs één van die afzichtelijke stationsvuilnismanden op de bühne gezet; er zijn ook plastic perronbankjes en een barak. We zien een plein waarop een skater iemand hardhandig wegduwt, een jongetje een mindervalide uitlacht, een jonge zwarte Michael Jackson speelt, iemand die zichzelf ophangt, een bezeken, brullende man. Een zingende vrouw wordt aangerand en verliest haar toonhoogte: als een beeld voor een theater dat het anti-esthetische toont en daarvoor kiest. De ongestileerde, gewone maar rukkerige bewegingen uit Bonjour Madame lokten in Avignon al extreme, conservatieve reacties uit van kunstminnaars. Zo zorgden de ‘spastische’ uitvallen van danser Sam Louwyck zelfs voor de censuur van een dEus-video in Groot-Brittannië. Is dat dan geen politiek? Het is de weigering om schone Kunst af te leveren, de keuze om de realiteit bloot voor het publiek te zetten, haast zonder interpretatie, niet recupereerbaar, resisting semiotics.

Er zijn nog andere voorbeelden van niet voor de hand liggend, politiek te lezen theater. Bijvoorbeeld Benjamin Verdonck die op de scène een joint opsteekt en na een niet bepaald gemakkelijke literaire tekst van Cortázar moeiteloos stopt met spelen en overschakelt op zijn correspondentie met het Antwerpse stadhuis betreffende hun weigering een Speaker’s Corner door te laten gaan op een drukke plaats.

Anders dan Marianne Van Kerkhoven heeft Herman Asselberghs wel begrepen dat de parameters in de jaren ’90 veranderd zijn, maar in plaats van daar creatief mee om te springen om bepaalde voorstellingen in een nieuw licht te zetten, gaat hij een productie aanvallen die vanuit heel verschillende uitgangspunten vertrekt dan hijzelf, wat hij de theatermakers dan nog eens verwijt ook. Asselberghs wijst erop dat Stan zelf selectieve informatie aanbiedt over George Jackson, zoals de US-overheid dat doet aangaande het gevangeniswezen en het rechtssysteem. Ze verzwijgen namelijk dat Jackson heel wat misogyne en homofobe brieffragmenten heeft geschreven. Dat is het punt natuurlijk ook helemaal niet: het is een voorstelling over een zwarte woede. Asselberghs lijkt hier wel een voorspreker van de Political Correctness. Ik kan me niet voorstellen dat elk theaterstuk vanaf nu geëvalueerd zal worden op de vermeende verwaarlozing van welke minderheid dan ook. Ik denk dan ook niet dat theater de plaats is voor Kritisch Onderzoek (concept designed by Geert Sels in zijn recensie van Een bron a well awel). Zoals Marc Holthof aangeeft in De Digitale Badplaats, kan je tegen irrationele structuren enkel reageren door zelf over te schakelen naar een irrationele strategie. Jouw perfect uitgebalanceerde en genuanceerde visie haalt niets uit als ze geabsorbeerd wordt door de propaganda van de tegenstander. Je moet met andere woorden werken met de wapens van je vijand. Je eigen propaganda tegen die van de US authorities.

Trouwens, Stan heeft een begeleidend dramaturgisch boekwerkje uitgebracht. Alle informatie waarvan je denkt onthouden te zijn, kan je daar terugvinden. Deconstructie gedeconstrueerd.

Ook andere teksten in dit nummer blinken niet uit door actualiteit of kort-op-de-bal-gehalte. Er wordt in het artikel van Marianne Van Kerkhoven wel beweerd dat door het gebrek aan engagement bij de acteurs een opvoering als Een bron a well awel de mist inging. Waarom dan een lege tekst als die van Dirk Opstaele als manifest van dit nummer (met als enige boodschap dat theater ‘levend’ moet zijn – god, wat een INZICHT – en daar flink wat retoriek omgewonden), en niet iets van de auteur Olyslaeghers die op deze manier wel kwijt zou kunnen wat met de productie (althans volgens Van Kerkhoven) niet gelukt is.

De meest positieve noot in deze Etcetera-aflevering komt van Pascal Gielen. Hij rekent af met het sérieux van het Grote Theaterfestival in het Grote Kaaitheater en pleit voor organisaties of personen (Jan Decorte of de Beursschouwburg) die zowat overal tussenvallen. En die daardoor zowat onrecupereerbaar zijn. En dus politiek.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

lezersbrief
Leestijd 4 — 7 minuten

#59

15.03.1997

14.06.1997

Christoph De Boeck

Christoph De Boeck bereidt een doctoraat scriptie voor over politiek theater aan de UI Antwerpen.