© Marcel Van Oosten / Squiver.com

Leestijd 7 — 10 minuten

Pleidooi voor een digitale detox

Over de schermwereld en de grootscheepse aanval op onze aandacht

Wanneer ’s ochtends de wekker gaat, checken we snel op Facebook en Instagram of we tijdens onze slaap iets hebben gemist. Bij het ontbijt scrollen we door de nieuwsberichten en in de trein naar het bureau sturen we alvast een paar mailtjes. En zo gaat het de hele dag door. Wat doet al dat digitale geweld met onze eigen, innerlijke harde schijf? Volgens filosoof Hans Schnitzler betalen we een zware prijs: ons aandachtsvermogen gaat eraan, onze autonomie raken we kwijt, ons contact met de materiële wereld verwatert. In dit stuk reikt hij een strategie aan om onszelf terug te vinden.

Wat betekent het om offline te gaan in een wereld die altijd online is? Als je je telefoon opzijlegt, wat komt er dan voor in de plaats? Besta je überhaupt nog? Juist omdat we met onze tablets en smartphones altijd in een digitaal ervaringsbereik ondergedompeld zijn, biedt een tijdelijke digitale onthechting een uitzonderlijke gelegenheid ter doorgronding van onze digitale conditie. Dat is ook precies de reden waarom ik met mijn studenten aan de Bildung Academie — Amsterdamse broeiplaats voor zelfontplooiing en maatschappe­ lijke verantwoordelijkheid — een digitale onthouding van een week organiseer.

“Voor het aandachtschenkende dier dat de mens is, is het hoe langer hoe minder gegeven zélf te bepalen aan wie of wat hij aandacht schenkt; zijn aandacht ligt namelijk voortdurend onder vuur.”

Inmiddels heb ik zes generaties ‘detoxstudenten’ zien langskomen. Zou ik hun bevin­dingen in vier woorden samenvatten, dan luiden die: meer controle, meer vertrouwen. De oorzaak hiervan ligt in de heropleving van een schaarse menselijke hulpbron, die meestal niet als zodanig wordt herkend: aandacht. Wat de millennials meer controle en vertrouwen schonk, was het feit dat zij tijdens de detox hun focus hervonden. Zij wisten hun hulp­bron aandacht, die beperkt voorradig is en dus ook uitgeput kan raken, veel bewuster en gerichter aan te boren.

Stuk voor stuk ervoeren ze het volgende: enerzijds de sensatie van disconnectiviteit en fysiek isolement (dat in een enkel geval resulteerde in een gevoel van controleverlies), toegenomen onzekerheden en daadwerkelijk (sociaal) isolement. Anderzijds de opwin­ding van hernieuwde betrokkenheid op mens en omgeving, een vorm van connectiviteit die opvallend vaak leidde tot een opleving van het verantwoordelijkheidsgevoel, de spon­taniteit, de intuïtie en—ik zou haast zeggen: dus—van het zelfvertrouwen. Terwijl een enkeling aan zelfvertrouwen en zelfstandigheid inboette, ondervond de meerderheid van de detoxers juist een toename van diezelfde vermogens.

Zelfregulering

Zowel binnenshuis als buitenshuis wordt het multitaskende voetvolk dag in dag uit bestookt — getrackt en getarget, in het oorlogsjargon van Silicon Valley — door mailtjes, appjes, updates, likes, notificaties, alerts en andere geavanceerde precisieprojectielen gericht op zijn aandacht. Het betaalt hier, zoals Nicolas Carr in zijn boek The Shallows. What the Internet is Doing to Our Brains (2010) in navolging van hersenwetenschappers stelt, ‘omschakelkosten’ voor. Door het onafgebroken verleggen van zijn focus raakt zijn werkgeheugen vol, en dat gaat ten koste van zijn aandachts-­ en concentratievermogen.

De symptomatische prijs die hiervoor betaald wordt, staat ook wel bekend onder de verzamelnaam ADD (attention deficit disorder): aandachts-­ en concentratiestoornissen die vaak gepaard gaan met stressverschijnselen en slapeloosheidsproblemen. Zodra men stopt met het gebruik van ICT-­middelen, zijn dergelijke internetpathologieën overigens snel verholpen. Althans, dat was de ervaring van de detoxers. Zij merkten niet alleen hoe hun concentratievermogen sprongsgewijs toenam, maar verklaarden ook dieper en langer te hebben geslapen en zich in algemene zin tijdens hun digitale ascese stukken ontspannender te voelen.

Maken we de aandachtsbalans op, dan kunnen we de resultaten als volgt lezen: voor het aandachtschenkende dier dat de mens is, is het hoe langer hoe minder gegeven zélf te bepalen aan wie of wat hij aandacht schenkt; zijn aandacht ligt namelijk voortdurend onder vuur. Daarmee komt zijn zelfregulering en dus zijn zelfstandigheid in het geding. Verminderde zelfstandigheid betekent verminderde zelfredzaamheid en zal, zeker in tijden waarin het meritocratische adagium geldt dat wie zichzelf niet weet te redden dat aan zichzelf te wijten heeft, ten koste gaan van het zelfvertrouwen. Dit alles is de enigs­zins neerdrukkende uitkomst van de belegering van onze aandacht, in gang gezet door een techno-­industrieel complex dat met revolutionaire aandachtstechnologieën een heel nieuw terrein volledig onder controle probeert te krijgen, te weten: het menselijk gedrag.

Vangers van verlangens

In haar boek The Age of Surveillance Capitalism (2019) maakt Shoshana Zuboff, voormalig hoogleraar aan de Harvard Business School, inzichtelijk dat we middenin een historische economische mutatie zitten. Terwijl het kapitalisme aanvankelijk winsten genereerde via concrete producten en diensten, en zich daarna toelegde op winst uit speculatie, richt het zich nu vooral op winstmaximalisatie via de exploitatie van (toekomstig) gedrag. Zuboff reconstrueert in haar stuk hoe Google, dat zij als het moederschip van deze nieuwe economische logica ziet, de focus verlegde van het analyseren van gebruikersdata ter verbetering van de eigen dienstverlening, naar de commerciële ontginning en doorver­koop van diezelfde data. Deze strategieverandering markeert een historisch keerpunt: ze gaf de aanzet tot het ontstaan van zoiets als een internationale markt voor gedragsdata.

Waar Zuboff in haar boek minder bij stilstaat, is dat deze nieuwe vorm van winst maken gedijt onder een regime dat zich bekwaamd heeft in de kunst van de aandachttrekkerij, een constel­latie die ook wel in economische termen van schaarste begrepen wordt en derhalve aange­duid met de term ‘aandachtseconomie’. Een consument is namelijk een bewustzijn met een verlangen; weet men die verlangens in kaart te brengen, dan wordt het een koud kunstje om toekomstig aankoop-­ of keuzegedrag te voorspellen en het waar nodig te beïnvloeden en te modificeren. Inbreken in het hechte veld van (inter)menselijke aandachtsbetrekkingen is dan ook het belangrijkste onderdeel in het spel dat de vangers van verlangens met ons spelen.

“Een consument is een bewustzijn met een verlangen; weet men die verlangens in kaart te brengen, dan wordt het een koud kunstje om toekomstig aankoop- of keuzegedrag te voorspellen en te beïnvloeden.”

Data en algoritmen, de smeerolie waarop de internetindustrie drijft, zijn steeds beter in staat om in de hoofden van consumenten te kijken en zo hun doen en laten te voorspellen, en waar nodig bij te sturen en te genereren. Voorwaarde is wel dat die hoofden zich laten vastkoppelen aan een digitale machinerie waarmee de persoonlijke data geanalyseerd en geëxploiteerd kunnen worden.

Kortom, de expansiedrang van het Silicon-­rijk valt of staat met de succesvolle annexatie van onze aandacht. Hiertoe heeft het door een datadelirium beneveld opperbevel in het uiterste westen van de Verenigde Staten een informatie-­ en communicatieapocalyps op touw gezet die de datamens vrij letterlijk met stomheid slaat. Een en ander komt zoals gezegd met een prijs. De invasie van ons aandachtsterritorium gaat gepaard met wat in militaire kringen ook wel ‘bijkomstige schade’ wordt genoemd, dat wil zeggen: een wijd­verbreide destructie van aandacht.

Wie zich naar een gemiddelde boekenzaak begeeft en de stapels zelfhulplectuur overziet, kan zich ervan vergewissen dat de vraag naar de hulpbron aandacht groot is, en dat de dreigende uitputting ervan veel weg heeft van een mentale milieucrisis. Populaire zelf­hulpboeken als Don’t give a fuck (ondertitel: Opgeruimd in je hoofd), Nooit meer te druk (ondertitel: Een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld) en Deep Work (ondertitel: Rules for Focused Success in a Distracted World), suggereren dat veel bewoners hun digitale oikos—wat ‘huis’ betekent en waar, in dit verband veelzeggend, ons woord economie vandaan komt—als een huishouden van de zeventiende-­eeuwse schilder Jan Steen ervaren. De aanhoudende rommeligheid ervan leidt klaarblijkelijk af, we raken verstrooid en versnipperd, en dat doet het hoofd zogezegd op hol slaan.

© Bildung Academie

Hoezeer dit het geval is, werd ten enenmale bevestigd door de jongvolwassenen die dat huis tijdelijk verlieten en leerden wat het betekende om, zoals een van hen het formuleerde, ‘echt op eigen benen te staan’. Wat voor hen de belangrijkste les was van deze ervaring, laat zich in één zin samenvatten: hoe versnipperder de aandacht en concentratie, des te vloeibaarder, onzekerder en onoverzichtelijker de wereld.

Koks en glasblazers

De woorden van detoxer Sophie spreken boekdelen op dat vlak. In mijn boek Kleine filosofie van de digitale onthouding (2017) verklaart zij: ‘Het was echt heerlijk zonder de afleiding van je telefoon. Ik vond studeren veel leuker dan normaal. Het was een concentratie die ik niet echt kende van mezelf. Je kunt je normaal niet goed concentreren op één ding. Ik had nu echt een voldaan gevoel, meer genoten van de dingen die ik heb gedaan. Ik werd er vrolijk van. Normaal heb ik het gevoel dat ik nergens genoeg tijd voor hebt, dat ik daar­door niks echt volledig kan doen. Zonder digitale afleidingen kun je je volledig focussen en dingen echt afronden.’

“We zijn in de wereld gesitueerde wezens die handelingsbekwaam worden door aandachtig in contact te treden met de objecten (en mensen) om ons heen. De omgeving doet ter zake, veel meer dan we doorgaans denken.”

Sophies getuigenis leest als een levendige illustratie bij het boek The World Beyond Your Head: On Becoming an Individual in an Age of Distraction (2015) van de Amerikaanse filosoof Matthew Crawford. Daarin maakt hij inzichtelijk hoezeer ons onafhankelijkheids­besef—ook wel begrepen als autonomie—samenhangt met het vermogen tot concen­tratie en het geven van gerichte aandacht. Hij illustreert dit onder meer aan de hand van ambachtelijke activiteiten van topkoks en glasblazers, waarbij gedisciplineerde aandacht ervoor zorgt dat je jezelf meester maakt over iets, dat je ergens grip op of controle over krijgt. ‘Door een vaardigheid te oefenen neemt het zelf dat in de wereld handelt een bepaalde vorm aan. Het vindt aansluiting bij een wereld die het heeft begrepen’, stelt Crawford. Met andere woorden: een individu verwezenlijkt zichzelf in contact met zijn omgeving.

Wat voor de kok en de glasblazer geldt, geldt dus voor ons allemaal: we zijn in de wereld gesitueerde wezens die in vorm raken en handelingsbekwaam worden door aandachtig in contact te treden met de objecten (en mensen) om ons heen. De omgeving doet ter zake, veel meer dan we doorgaans denken. In de vaardige omgang met dingen, tot stand gebracht door er aandacht aan te schenken, leren we wat het betekent om zelfstandig in de wereld te staan.

Kortom, aandacht is niet primair een mentaal, naar binnen gericht gebeuren dat je passief en in relatief isolement zou kunnen voltrekken. Deze misvatting wordt veroorzaakt door wat Crawford ‘autonomiepraat’ noemt, een erfenis van de verlichting die de menselijke vrijheid en autonomie exclusief in de geest situeerde en ons heeft opgezadeld met de idee-­fixe dat we ons brein zijn — een mensopvatting die de materiële wereld als het ware tussen haakjes zet. Aandacht schenken is daarentegen een concrete activiteit die onmisbaar is om je in de weerbarstige wereld te kunnen oriënteren, om je handelingen er adequaat op te kunnen afstemmen en je er in thuis te kunnen voelen.

Aandacht als intimiteit

U weet het wellicht al: de digitalisering van onze alledaagse leefomgeving heeft veel moois en zinnigs te bieden, en de (in aanleg) open architectuur van het wereldwijde web biedt mogelijkheden die de zelfontplooiing ten goede kunnen komen. Maar omdat veel virtuele ervaringen nu eenmaal — los van het versjacheren van onze aandacht door aandachtshan­delaars — indirect en ontlijfd zijn en meestal weinig betrokkenheid of inspanning vereisen, gaat dit tegelijkertijd ten koste van het aandachtsvermogen.

Dat is geen vrijblijvende aangelegenheid. ‘Aandacht is wat het meest van onszelf is: in de normale gang van zaken bepalen wij zelf waaraan wij aandacht willen besteden. En in een zeer reële zin bepaalt dit wat reëel is voor ons, wat feitelijk present is voor ons bewustzijn. Het inpalmen van onze aandacht is dan ook een bijzonder intieme kwestie’, aldus Crawford. In zijn boek moedigt hij ons, schermmensen van het informatie-­ en communicatietijdperk, dan ook aan om rijke ecologieën van aandacht te creëren en om onze belichaamde werkelijkheid op te eisen. Dat is precies wat de digitale ascese van de studenten bewerkstelligde.

Tot besluit: met succes verdreven de detoxers voor eventjes de aandachtswoekeraars van de tech-­industrie uit hun persoonlijke ervaringstempel. Zij wisten hun aandachtsgebied te heroveren en hun aangetaste zelfstandigheid en zelfvertrouwen te herwinnen. Daarmee gaven zij invulling aan datgene wat voor mij de filosofische inzet van een dergelijk expe­riment is: de ethische vraag naar het ‘goede leven’. Dat is een inzet die niet tot doel heeft ons in digitaal geheelonthouders te veranderen, maar die wel alles te maken heeft met het bewaken van belichaamde aandachtsmomenten en die ons allemaal aangaat, of we nu tot de generatie X, Y of Z gerekend worden. Die missie luidt: wat betekent het om mens te zijn?

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 7 — 10 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Hans Schnitzler

Hans Schnitzler is filosoof en publicist. Onlangs verscheen van hem het boek Wij nihilisten.
Een zoektocht naar de geest van digitalisering (De Bezige Bij, 2021).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!