OPUS – Opera Ballet Vlaanderen
Precisie als affect
Rudi Laermans
© Rio Staelens
Afgelopen vrijdag ging Play in première in Maastricht tijdens de Nederlandse Dansdagen. In dit werk vindt een zestal dansers hun kinderlijke verbeelding terug in een tijdperk en maatschappij waar werk, structuur, rigiditeit en efficiëntie hoger geprezen worden dan spel en spontaniteit.
In het begin van Play, als een spotlicht begint te schijnen op het midden van het podium, verschijnt één van de dansers zingend en deinend op een groot, zwart blok. Achter haar zingen mensen mee in het donker, maar het publiek kan ze niet zien. Het is Diana Ross’ lied ‘Reflections’: Through the mirror of my mind / Time after time / I see reflections of you and me. Het licht gaat weer uit.
Daarna beginnen harde riffs en een alarmerend geluid uit de speakers te klinken. De dansers verschijnen. Aan de kostuums te zien – grijs, kantoors, gestreken – bevinden we ons in een gestroomlijnde werkomgeving met een hoge druk en doelmatigheid. Omringd door grote zwarte blokken van verschillende groottes en met ronde gaten in de wanden, lopen de dansers op ruige muziek kriskras door de ruimte. Hun bewegingen zijn schokkerig en gespannen, op sommige momenten komt het woord ‘migraine’ in me op. De herhaling van hun hoekige bewegingen lijkt aan de eindeloosheid van het werk te refereren. Ze lijken uitgeput, ze rennen achter de feiten aan.

© Rio Staelens
Een aantal keer wordt dit onderbroken door videobeelden. Eén van de dansers, iedere keer afwisselend, maakt gebruik van een handheld-camera. Op een groot scherm ziet het publiek de danser een stuk speelgoed vlak voor de camera houden: legoblokken, een Barbie, een knuffelaap, een trapveer. Ze bespelen het speelgoed echter niet. Het is een aanschouwende, weemoedige blik naar de vroege kinderjaren die geen plaats meer hebben in het volwassen leven. De camera opent symbolisch een speelgoeddoos die gelijk weer weggelegd wordt. Dan vervolgt de dans van de uitputting.
Dit gebruik van een live-camera tijdens een voorstelling hoort de toeschouwer dichter op de huid van de danser te brengen. Tegenstrijdig verwijdert het mij verder van het schouwspel: het is een scherm wat ik (weer) moet aanschouwen, niet de lichamelijkheid en gebaren van de dansers waar ik voor naar het theater kom. Het gebruik van de camera kan echter ook worden gezien als een toevoeging in plaats van een vervanging: het is onderdeel van de scenografie, en niet bedoeld om een fysieke afstand te overbruggen.
“Na een – wellicht iets te lang – punt over het onophoudelijk vermoeiende bestaan in de werkgedreven samenleving, zijn de chaos en het spel meer dan welkom.”
Als er vervolgens weer in de speelgoeddoos wordt gekeken, verandert alles. Met een onuitputtelijke energie beginnen de dansers de blokken te verschuiven en kinderspellen te spelen: ze elastieken, springen touwtje, zingen liedjes in koor. De dansers beginnen een trein van een duizelingwekkende hoeveelheid aan radslagen. Eén van de dansers speelt haar Barbie na in een korte solo op spitzen. Er is eindelijk interactie met het speelgoed, wat het meer dan alleen object van nostalgie maakt. Na een – wellicht iets te lang – punt over de onophoudelijk vermoeiende bestaan in de werk gedreven samenleving, zijn de chaos en het spel meer dan welkom: het toneel mocht opblazen in energie en spontaniteit. Een gevoel van opluchting komt in me op, en ik zit op het puntje van mijn stoel te kijken naar het plezier dat op het podium gedeeld wordt door de dansers.
De catwalkscène is een van de laatste delen van Play. Het is een echo van Trajal Harrells The Romeo: de danser verschijnt in verschillende kostuums en gewaden, introduceert zichzelf –ditmaal als close-up voor de live-camera–, verdwijnt daarna om het vervolgens te herhalen in een ander jasje. Het is een vorm van zelfpresentatie, de viering van het zelf. In tegenstelling tot het eerste deel van de performance, komt in dit tweede deel de persoonlijkheid, of misschien liever de persona, van de dansers naar boven. De gezichten van het zestal lijken ineens zichtbaar te worden. Het is een feestelijk en bijna ondeugend gebeuren.
“Het lukt Play om op een verhalende manier de tegenstelling te laten zien tussen hoe rigide we momenteel leven en hoe we dat kunnen veranderen in een spontaner bestaan.”
Play is meer dan een kritiek op hedendaagse werkcultuur, en een commentaar op het gebrek aan spel en fantasie. Dat komt omdat het niet beleert, maar eerder een aanstekelijke aanmoediging is om onszelf los te schudden. Af en toe zijn de tegenstellingen te verwachten: tussen volwassen en kind, statisch en dynamisch, werkelijkheid en droom. Toch lukt het om op een verhalende manier de tegenstelling te laten zien tussen hoe rigide we momenteel leven, en hoe we dat kunnen veranderen in een spontaner bestaan. Het is een dans waar je van wil dansen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.