next day

Martin Argylogro

Pieter T’Jonck

Leestijd 4 — 7 minuten

Kinderen als bedreigde groep

Next Day – Philippe Quesne / CAMPO

Op vraag van CAMPO regisseerde Philippe Quesne Next Day,gespeeld door dertien Gentse kinderen van acht tot elf jaar oud. Oppervlakkig gezien biedt dit werk een romantisch beeld van de kindertijd. De inzet is echter hoger: het gaat om een andere representatie van hoe kinderen zijn en denken, en finaal ook om een andere vorm van theater.

CAMPO heeft stilaan een traditie van voorstellingen met kindacteurs voor een volwassen publiek. Ze ving aan met Übung van Josse De Pauw in 2001, later volgden creaties van Tim Etchells en Gob Squad. Übung vertrok van een prachtige vondst: De Pauw liet kinderen de klankband van een zwart-witfilm dubben. De film toont vijf acteurs die met elkaar in de clinch liggen. Het stuk gaat zo als vanzelf over volwassen worden als een proces waarin kinderen zich via imitatie gaandeweg identificeren met ouderen.

De Pauw sloot zijn kindacteurs zo wel op in een strikt keurslijf. Hoe ze waren als ze niet in de schaduw van volwassenen stonden, kwam je niet te weten. Next Day doet het omgekeerde. De voorstelling is opgezet als een proefopstelling, een laboratorium om het uniek individuele van elk kind op het spoor te komen. Quesne gaf zijn kinderen slechts een beperkt stramien van mogelijke acties mee, en liet hen vervolgens hun gang gaan.

Daarmee gaat hij dwars in tegen de tijdgeest. Ouders monitoren hun kinderen dwangmatig om in strak geformatteerde activiteiten ‘rendabel’ gedrag te vertonen. Of ze eisen om bijna live foto’s en berichten van hun schat op kamp te ontvangen. Dat gedrag lijkt een karikatuur van de beeldvorming van kinderen die in de Verlichting opgang maakte. Plots waren kinderen niet langer volwassenen in het klein, met min of meer dezelfde capaciteiten en eigenaardigheden, maar een aparte soort, de mens in onbedorven staat, vol van beloften. Dat ideaal moeten kinderen nu maar waarmaken.

Next Day weigert dat. Kinderen worden hier niet opgevoerd als ‘kinderen in het algemeen’, als ‘soort’, maar als individuen met hun eigen, bijzondere handel- en denkwijze. Die blijkt inderdaad ‘anders’: minder handig, efficiënt, gedisciplineerd of rationeel, af en toe vol zotte fantasie. Maar kinderen verschillen onderling net zoveel als volwassenen, en ze hebben er ook veel mee gemeen.

Deze scherpe ideologische keuze spoort met de thema’s in Quesnes eerdere werk. Sinds hij zo’n tien jaar geleden Vivarium Studio oprichtte, creëerde hij in elke voorstelling een besloten wereld, een terrarium om de mens te bestuderen. De gelijkenis tussen Next Day en zijn vorige creatie Swamp Club is opvallend. In Swamp Club voert hij een bedreigde kunstenaarskolonie op, als een sprookjesversie van onze kunstenwerkplaatsen. De Swamp Club is een plaats waar mensen geduldig, in samenspraak, zoeken naar… schoonheid, zin? Het is een parabel over kunstenaars die in het moeras van een ondoorgrondelijke, van winst bezeten wereld een plek zoeken voor hun vragen, tegen beter weten in. Quesne was al lang in de weer met de kindacteurs van Next Day toen hij ze meetroonde naar Swamp Club. Waar ouders en campo-medewerkers vreesden dat de kinderen de voorstelling niet zouden vatten, bleken zij het stuk net enorm te smaken. Zij kozen Swamp Club als voorbeeld, het werd hun niet opgelegd.

Een close reading van Next Day bewijst dat het Quesne inderdaad om de empowerment van de kinderen gaat. Het ‘verhaal’ gaat over een groep kinderen die op eigen houtje, bij wijze van themavakantie, een trainingskamp voor toekomstige superhelden organiseren. Als het publiek binnenkomt zitten ze rond een overheadprojector, zonder acht te slaan op de bezoekers. Hun aandacht gaat naar samen tekeningen maken van een gevecht tussen verzonnen aliens. Tot een grote bolle lamp oplicht, rook van tussen schuimblokken het podium op rolt en de Trollendans uit Griegs Peer Gynt-suite uit de boxen loeit. Uitgelaten takelen de kinderen een bord omhoog met in fluorescerende letters Next Day op. Ze dansen eromheen. Hun ‘saga’ is begonnen.

Een achterdoek suggereert dat die zich afspeelt op een braakliggend terrein naast sjofele flatgebouwen. De kinderen hebben er het rijk voor zich. Ze slepen instrumenten aan voor hun eerste collectieve actie: een concert waarin ze ijverig Also sprach Zarathustra van Richard Strauss verminken. Toch klopt die keuze: net als in 2001: A Space Odyssey kondigt de muziek een groots nieuw begin aan. Mona De Broe dirigeert alsof ze nooit anders deed. Eén jongen doet niet mee: hij droomt liever weg bij een boek over de mooiste kastelen van België.

Een projectie deelt mee dat dit het eerste item was van de training. Vervolgens wordt ook het verdere programma, twaalf onderdelen in totaal, netjes afgewerkt. Geen suspense dus, maar totale voorspelbaarheid, zelfs in de keuze van de items: fictieve reclamespots, een lunch, een middagdutje, een aanval van buitenaardse wezens, de wederopbouw van de wereld the next day… Er valt zelfs geen spoortje onenigheid of geweld tussen de kinderen te bespeuren dat de actie zou kruiden.

Kan dat wel? Kinderen die zichzelf organiseren en dat volhouden? Anders dan in William Goldings Lord of the Flies breekt geen anomie uit, noch psychologische suspense. De kinderen houden zich aan hun zelf verzonnen programma, maar geven er allen een eigen draai aan. In tegenstelling tot Golding gelooft Quesne in kinderen. En zij in elkaar. Zo ontstaan de wonderlijkste ideeën. Zoals Flo Pauwels op het einde van het stuk zomaar – en elke avond anders – improviseert over zijn toekomst als volleerde superheld, dat doet geen acteur hem na.

Het stuk onthult zo bijna terloops, maar steeds treffend, de realiteit van kinderen. Hoe hun groei hun precaire zelfvertrouwen tekent bijvoorbeeld. Net na de aanval van aliens, bij de ‘wederopbouw’, bakt Mona Debroe, de kleinste, samen met Marthe Bollaert, die met kop en schouders boven de anderen uitsteekt, pannenkoeken voor de werkers. De oudste bemoedert de kleinste wat, maar blijkt toch minder zelfzeker. De kleinste moet immers nog niet afrekenen met een lijf dat plots zijn eigen gang gaat en nog wat onwennig aanvoelt.

In Next Day leven de kinderen zich ver van het toeziend oog van volwassenen en netjes aangeharkte speelpleinen uit. Die situatie is zeldzaam geworden, laat staan dat men ze tolereert. Het kan niet proper genoeg, al is de wereld dan bijna om zeep. Next Day stelt zo bijna terloops de vraag met welke wereld we onze kinderen opzadelden. Is hun fantasie verzet? Of kunst? Of verzetskunst?

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#138

15.09.2014

14.12.2014

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis.