'Koning Oedipous, een queeste' - Paul Peyskens/Stuc - Foto's uit een videoregistratie van de voorstelling

Luk Van den Dries

Leestijd 3 — 6 minuten

Paul Peyskens regisseert Koning Oedipous, een queeste

Stuc heeft begrepen dat blijvende vernieuwing in het theater van onderaan moet beginnen. Daarom treedt het niet alleen met veel feeling en smaak op als receptieve schouwburg, ook intervenieert het zelf op de theatermarkt met een eigen acteursopleiding en producties die daar in het verlengde van liggen. De acteur zoals die daar te zien is, is geen te kneden en inpasbaar materiaal, is niet de slaapwandelende afwezige; integendeel, zeer wakker en onbevangen is hij bereid elke avond opnieuw de confrontatie met medespelers en een tekst aan te gaan. Dat geeft spits spelplezier dat een verademing is voor de anders zo moeë en wegglijdende theateravonden.

Men koos Koning Oedipous van Sophocles: een mythe die in ieders bagage zit; in ieders achterkamer ook, zegt Freud; als fundamentele obstructie die ook het onderbewustzijn aan ‘familialisme’ bindt, zeggen Deleuze en Guattari (L’Anti-Oedipe). Het is een verhaal over een zoektocht naar waarheid achter verdubbelingen, verbergingen, driesprongen; een zich langzaam afpellende waarheid. Tenminste voor Oedipous. De anderen in deze voorstelling weten van bij de aanvang: Teiresias, de ziener, is op de hoogte van Oedipous’ ware identiteit en laat dat venijnig doorklinken; ook Kreoon weet het en neemt al met vanzelfsprekende zekerheid Oedipous’ plaats in. En Jokaste weet het natuurlijk beter dan wie ook, maar verzwijgt uit een vreemd soort genegenheid. Hun verhouding staat centraal in deze productie, de waarheid speelt zich in kikkerperspectief af onder haar kleed (de blauwe ruimte). In deze lectuur is het logisch dat zij ook de herder speelt die Oedipous’ laatste oogschellen laat vallen, Alleen Oedipous is blind, en in zijn blinde razernij schopt hij tegen alles aan: een nukkig kind dat zijn zin niet krijgt en dan maar gaat chanteren, smeken, dreigen, slaan, wegkruipen desnoods. De onwetende is zielig en belachelijk.

De spanning tussen ‘zien’ (dat in allerlei samenstellingen en afgeleiden in de tekst aanwezig is) en ‘weten’ bepaalt de hele voorstelling. (Maar zien betekent niet noodzakelijk inzien: een hevige lichtbron is ook oorzaak van verblinding.) Het kenmerkt ook de houding van de toeschouwer: hij kent de afloop en kan zich enkel verbazen over de manier waarop. Deze kijkfunctie wordt overgenomen door het koor (Vic Mees) die het gebeuren nauwgezet volgt en is ook inherent aanwezig in de ruimte (een laboratorium, een zeteltje op een galerij, een rij zetels op de scène). Niet alleen sluit het aan bij het onderzoeksthema van dit stuk, het belet ook dat acteurs gaan schuiven, vals beginnen te spelen. Want deze productie is ook een zoeken naar een realistisch acteren. Dat klinkt tot aan de zeer pathetische slotmonoloog (het uitsteken van de ogen), daar laten de personages het afweten en moet de toeschouwer/het koor het verder zien te Maren. Zeer amusant proeft hij daar de onmogelijkheid van een tekst. De waarheid kwam aan het licht, de acteurs worden nu toeschouwers, en ook het decor wordt afgepeld: achter het blauw, het wit; daarachter de blote houtskleur, en achter de ramen de Leuvense skyline.

Het is de kracht van deze productie dat ze vertrekt van een intelligente tekstanalyse waarvan de rijkdom niet wordt opgedrongen in vette symboliek, maar aangegeven wordt met een minimum aan tekens (Meuren; een losgeknoopte das is een ander personage; een stukje sirtaki en retsina tijdens de pauze als verwijzing naar de plaats van gebeuren… ) en een zeer concreet scenisch gebeuren. Acteurs reageren op een tekst en op mekaar (dus niet op een idee over de tekst, of op aanwijzingen van): wanneer Oedipous Jokaste een harde Map geeft, krijgt hij die wat later even hard terug. Het immense plateau van het tweede deel is niet alleen teken van verhoudingen, maar ook een te overbruggen afstand, een fysieke hindernis als de trap in de Keulse Der Menschenfeind. Deze mensen staan op het toneel. En als toeschouwer heb je het gevoel: kijk, er staat wat er staat.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#84

15.12.2002

14.03.2003

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.