© Stine Sampers

Lara Staal

Leestijd 7 — 10 minuten

Over het theater dat het leven heet

Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In een nieuwe maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt.

Hoewel de theaters op dit moment nog nagenoeg gesloten zijn, heeft zich voor mij net een van de belangrijkste voorstellingen uit mijn leven afgespeeld: de antiracismedemonstratie op de Dam in Amsterdam op 1 juni. Ik realiseer me dat het woord ‘voorstelling’ in deze context misschien wat vreemd klinkt en al snel verkeerd begrepen zou kunnen worden. Maar ik zou de veronderstelling dat er op dit moment ‘geen theater’ is, willen uitdagen. Theater is namelijk niet beperkt tot het in nabijheid bijeenkomen van een grote groep mensen in een afgesloten ruimte om naar een voorstelling te kijken. Theater staat niet gelijk aan fictie. Theater gaat over performativiteit en we ‘performen’ de werkelijkheid net zoveel als de voorstellingen die we maken.

Of zoals Erving Goffman het in The Presentation of Self in Everyday Life (1956) zegt:

‘A “performance” may be defined as all the activity of a given participant on a given occasion which serves to influence in any way any of the other participants. (…) Thus, when the individual presents himself before others, his performance will tend to incorporate and exemplify the officially accredited values of the society, more so, in fact, than does his behavior as a whole.’

De enige twee voorwaarden om een gebeurtenis als theater te kunnen bestempelen zijn volgens mij, ten eerste, het besluit iets als voorstelling te bekijken en, ten tweede, de poging de werkelijkheid te (her)vormen. Dagelijks voeren we collectief een theaterstuk op dat we realiteit noemen. Theatervoorstellingen die deze intieme en infecterende verhouding tussen werkelijkheid en fictie als uitgangspunt nemen hebben dan ook mijn grote interesse, omdat ze ons eraan herinneren dat de scripts die we dagelijks uitvoeren er ook anders uit zouden kunnen zien. Dat wij nog altijd zelf collectief het narratief schrijven dat we werkelijkheid noemen. Voorstellingen die dat doen vormen plekken waar macht kan worden herverdeeld.

Zo bezien is het theater de afgelopen maanden nooit weggeweest. Nog altijd repeteren en spelen we dagelijks. Nog altijd bezoeken we dagelijks voorstellingen. We oefenen onze rollen, we observeren de choreografieën in de publieke ruimte, we voeren handelingen en rituelen uit die een bepaalde versie van de werkelijkheid bestendigen of juist proberen daar tegenin te gaan. Meespelen in dit theater brengt ook risico’s met zich mee. Denk maar aan kunstenaar Quincy Gario die in 2011 werd opgepakt tijdens een sinterklaasoptocht omdat hij een T-shirt droeg met het opschrift ‘Zwarte Piet is Racisme’. ‘Interests trump the truth, trump reality and trump justice,’ zei de Cubaanse kunstenares Tania Bruguera in de eerste aflevering van de School of Resistance, een tweewekelijkse livestream met kunstenaars, activisten, filosofen en politici. Het zijn de belangen, oftewel de machtsverhoudingen, die bepalen hoe de realiteit eruitziet.

“Theater staat niet gelijk aan fictie. Theater gaat over performativiteit en we ‘performen’ de werkelijkheid net zoveel als de voorstellingen die we maken.”

Het recht op protesteren

Het feit dat wat we eerder als ‘normaal’ of ‘werkelijk’ beschouwden plots door Covid-19 onderbroken werd, toont nog meer aan hoe het script van de ene op de andere dag kan veranderen. Die werkelijkheid wordt bepaald door de belangen van een klein groepje machthebbers en zij hebben er baat bij dat de werkelijkheid als onveranderbaar op ons overkomt. Maar de wereldwijde ‘lockdown’ liet zien hoe snel de realiteit kan veranderen. Het liet ook zien dat de natiestaat niet zo machteloos is als ze zich vaak voordoet en weldegelijk onze realiteit drastisch kan herschrijven.

De antiracismedemonstratie van afgelopen maandag toont zeer helder aan hoe de werkelijkheid een toneel vormt waarop de verschillende belangen worden uitgevochten. Uit een reconstructie van Het Parool – dat je zou kunnen lezen als een filmscript – kunnen we lezen hoe de aanloop van de demonstratie vele regisseurs en spelers kende en niemand precies wist hoe het af zou lopen. Pas een dag van tevoren, op 31 mei, werd de demonstratie aangekondigd. De organisatoren verwachtten ongeveer driehonderd mensen. Bij aanvang bleek het al om duizend mensen te gaan en dat aantal liep snel op tot ver over de vijfduizend.

“Deze tijd leert ons meer dan anders dat het theater nooit stopt, ook niet bij het applaus of het verlaten van de zaal. Het is overal om ons heen.”

De huidige anderhalvemetersamenleving in Nederland, als gevolg van corona, maakte de hele voorstelling extra precair. Omdat men rekening hield met een kleine groep mensen werd de voorstelling op de Dam gehouden. Toen bleek dat het om 5000 mensen ging, konden de afstandsregels op geen enkele manier gewaarborgd worden. Sindsdien is een deel van Nederland over de huidige Amsterdamse burgemeester Femke Halsema gevallen omdat ze besloot de vreedzame demonstratie tegen politiegeweld door te laten gaan en niet met politiemacht te ontruimen.

Post-performance is er nog steeds een strijd over de verschillende narratieven gaande. Was de demonstratie een symbool voor het verzet tegen racisme in Nederland? Of een teken dat het recht op protesteren nog altijd voorrang heeft op de coronamaatregelen? (De dood van George Floyd leert ons immers dat niet alleen virussen de dood brengen…) Sommigen zien in de demonstratie vooral de hand van een linkse, vrouwelijke burgemeester die haar politieke agenda laat prevaleren, voor anderen is het een toonbeeld van nonchalance als het gaat over het waarborgen van onze collectieve gezondheid.

Gesamtkunstwerk

Met welk narratief de demonstratie de geschiedenisboeken in zal gaan is nog niet duidelijk, maar het heeft de status quo flink door elkaar geschud, zoveel is zeker. Een aanzienlijk deel van de samenleving zegt racisme en ongelijkheid op de basis van kleur niet langer te accepteren. Etnisch profileren bij de politie, het feit dat instituten en besturen nog steeds door een overwegend witte groep worden gedomineerd, dat de arbeids- en woningmarkt niet voor iedereen gelijk toegankelijk is en we nog steeds worden omringd door historische beelden van zogenaamde helden die door middel van roof, moord en exploitatie rijkdommen vergaard hebben waar een land als Nederland op gebouwd is, is niet langer acceptabel.

Een goede voorstelling doet hetzelfde: het toont de mogelijkheid van een andere machtsverhouding waardoor iedereen opnieuw positie moet bepalen. De strijd tussen verschillende belangen wordt ontketend, wat maakt dat de discussies over een voorstelling of een gebeurtenis nog dagen- en wekenlang kunnen voortduren en pas weer gaan liggen als er een nieuw evenwicht is gevonden.

“Het verlangen naar een systemische machtsverschuiving is niet langer
een vraag, maar een eis.”

De antiracismedemonstratie op 1 juni vormde een ‘gesamtkunstwerk’ dat aantoont dat burgers en bestuur op dat moment voelden dat de eis voor een andere verdeling van de macht moest prevaleren over de anderhalvemetersamenleving. Ik heb het hier niet over een ‘gesamtkunstwerk’ in de wagneriaanse zin – het ideale samenspel van kunstdisciplines – maar eerder om een ideaal samenspel van theater en politiek, van geschiedenis en vertelling. Want het kan niet zo zijn dat het eventuele risico van besmetting ons als burgers monddood maakt. Ook in tijden waarin live bijeenkomen precair is, moet het mogelijk blijven ons te kunnen verzetten tegen onrechtvaardigheid. Juist de mensen op de Dam die het risico namen, weten wat het betekent om onbeschermd te zijn.

Hygiënisch theater

Deze tijd leert ons meer dan anders dat het theater nooit stopt, ook niet bij het applaus of het verlaten van de zaal. Het is overal om ons heen. We zijn het zelf die onze eigen posities voortdurend ‘stagen’. De disruptie van het vroegere normaal laat zien dat het theater niet voorbehouden is aan de zwarte doos. Het roept ons – theatermakers, spelers, schrijvers en regisseurs – op om het theater te herkennen dat zich om ons heen voortdurend aan het voltrekken is. En om het mee te schrijven, te beïnvloeden, inzichtelijk te maken.

Dit is niet de tijd voor hygiënisch theater op afstand waarin we met een klein groepje mensen verdeeld over een zaal ons best doen evenveel met de acteur mee te leven die zijn co-acteur niet langer mag aanraken. Misschien moet het theater zich nog meer dan anders laten informeren door dat andere theater dat zich om ons heen afspeelt. Het theater dat we zelf spelen zonder dat we het ons altijd bewust zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat we niet vast moeten blijven houden aan de termen werkelijkheid en fictie. Want niet alles is relatief. Zelfs al kan fictie vandaag of morgen werkelijkheid worden, niet iedereen is in een positie waar vrijelijk gespeculeerd kan worden over alternatieve scenario’s. Precies omdat wat vandaag realiteit is, bepaald wordt door macht, zijn de worstelingen van zij die onder aan de ladder staan meer dan reëel. ‘Waarheid’ en ‘werkelijkheid’ zijn cruciale termen als het gaat om de maatschappelijke posities van mensen die geen tot weinig invloed op hun omgeving kunnen uitoefenen. ‘Truth is concrete’ stond in grote letters op Bertolt Brechts bureau geschreven tijdens zijn Deense ballingschap.

Dat betekent niet dat de fictie in de realiteit herkennen en andersom geen emancipatorisch potentieel in zich draagt. Want hoe machteloos we soms ook zijn, het begint met de erkenning dat de werkelijkheid ook anders zou kunnen zijn. Ik moet denken aan een passage van Audre Lorde die theatermaakster Luanda Casella tijdens de seizoenspresentatie van NTGent aanhaalde en me hevig raakte:

‘As a very little girl, I remember shrinking from a particular sound, a hoarsely sharp, guttural rasp, because it often meant a nasty glob of grey spittle upon my coat or shoe an instant later. My mother wiped it off with little pieces of newspaper she always carried in her purse. Sometimes she fussed about low-class people who had no better sense nor manners than to spit into the wind no matter where they went, impressing upon me that this humiliation was totally random. It never occurred to me to doubt her.

(…) It was so typical of my mother when I was young that if she couldn’t stop white people from spitting on her children because they were Black, she would insist it was something else. It was so often her approach to the world: to change reality. If you can’t change reality, change your perceptions of it.’

Op woensdag 10 juni stond ik in het Nelson Mandelapark in Amsterdam tussen 11.500 mensen. Het is daar dat de kiem van nieuwe narratieven wordt gelegd. Voorlopig mijd ik dus nog even het anderhalvemetertheater en houd ik me op in het theater dat het leven heet. Het verlangen naar een systemische machtsverschuiving is niet langer een vraag, maar een eis. Ik ben er diep van overtuigd dat de mensen op en voor het podium in het Nelson Mandelapark het script van de toekomst zullen schrijven.

 

Dit artikel zal ook in Imaginations from the Lockdown (werktitel) verschijnen. David Weber-Krebs heeft 75 theaterprofessionals gevraagd hoe zij zich theater na covid-19 kunnen voorstellen. De antwoorden worden gecompileerd in een boek dat verkrijgbaar zal zijn in theaters als die weer open zullen zijn en bij uitgeverij Onomatopee.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

column
Leestijd 7 — 10 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Lara Staal

Lara Staal werkt als curator, schrijver, onderzoeker en theatermaker.