Oud België © Lies Willaert

Leestijd 5 — 8 minuten

Oud België – Indra Siera naar een scenario van Peter Van Den begin en Stany Crets

De reeks Oud België is geïnspireerd op de jeugdherinneringen van acteur, tv- en theatermaker Peter Van den Begin aan de in 1980 ter ziele gegane Ancienne Belgique in Antwerpen. Na een eerste reeks uitzendingen op tv zijn de zes afleveringen uit op dvd.

Oud België beschrijft de strijd en teloorgang van dit variététheater door de ogen van de negenjarige Eddy. Strijd wordt er amper nog geleverd, het gaat eerder om de laatste stuiptrekkingen van een onafwendbare teloorgang. Dat maakt de basisverhaallijn (en de filosofische bedenkingen rond de contradictie ‘vasthouden aan het verleden’ versus ‘geloven in vooruitgang’) op slag minder spannend: als kijker weet je dat alle wanhopige reddingspogingen gedoemd zijn te mislukken. Wie blijft geloven in de redding, doet naïef aan. Je mag wat weemoedig worden om vergane glorie, maar je moet vooral mee met de toekomst en de vernieuwing. Zo zijn er de shows op de toenmalige BRT, die de artiesten wegkoopt bij de AB, terwijl enkele artiesten zich koppig verzetten om daar in mee te gaan. Hun weliswaar aandoenlijke en oprechte vasthoudendheid getuigt in de serie eerder van een blinde vasthoudendheid dan van een realistisch inzicht en geloof in de toekomst van de AB.

De ware dramatische lijn van Oud België verstopt zich achter de coulissen van het theater. Vooral de onderlinge relaties komen aan bod, met als kloppend hart de vriendschapsrelatie tussen Willy Van den Begin en boezemvriend Marcel, en hun liefdesperikelen: de amoureuze avonturen van rokkenjager Marcel en de midlifecrisis van de getrouwde Willy.

De afleveringen worden in- en uitgeleid door een inmiddels volwassen Eddy (stem van Tom Dewispelaere) die samen met de kijker terugblikt op die zorgeloze kinderjaren waarin hij met toenemende verwondering naar de wereld rondom zich keek en met kinderlijke afstand de laatste dagen van de Ancienne Belgique beleefde. Die vertelstructuur is duidelijk geïnspireerd op The Wonder Years, de populaire Amerikaanse tv-serie die eind de jaren 80, begin de jaren 90 zowel op onze openbare omroep BRT als op de Nederlandse VPRO werd uitgezonden. Daarin blikt de volwassen Kevin Arnold terug op zijn leven als twaalfjarige in de jaren 60 en 70, en op de manier waarop hij opgroeide tegen de sociaaleconomische en politieke achtergrond van de VS tijdens de Vietnamoorlog. Eenzelfde procedé laat de makers van Oud België toe om terug te blikken zonder een uitgesproken positie te moeten innemen tegenover het verdwijnen van de AB. De negenjarige Eddy ziet het aan, hoort de meningen van de betrokkenen, maar hoeft geen standpunten in te nemen. Vooruitgang is soms pijnlijk, maar is niet te stoppen, dat is wat Eddy om zich heen ervaart. De manier waarop Oud België het leven in de jaren 70 schetst is schoon, aandoenlijk en herkenbaar voor wie het meegemaakt heeft. De geelgroene keukenkasten, de typische koffiezetapparaten die iedereen had (en die enkel in hun typische felle seventieskleur van elkaar verschilden) of het oude logo van de toenmalige BRT katapulteren je terug naar vervlogen dagen. Maar de kostuums en vooral de kapsels van een aantal personages zijn niet altijd even geloofwaardig. Variétéregisseur Jack (Warre Borgmans) blijft er zowel op als achter het podium uitzien als een man met een pruik en een bril. Toegegeven, zijn personage is niet het sympathiekste, en Borgmans speelt de rol van de zelfingenomen regisseur die moet wijken voor de jongere, opgeklommen bloemist Willy Van den Begin lang niet slecht, maar hij blijft zo eerder een clown dan een schertsfiguur.

Waar Oud België in de scènes op de planken volledig de kaart van de karikatuur trekt (dames verkleed als soepballetjes incluis), met een soms pijnlijk komisch dan weer tragikomisch effect, werkt dat in de scènes achter de coulissen minder. Daar is de serie het sterkst als ze net wél gaat voor de eerder realistische, intimistische en (klein)menselijke emoties. Ook het personage van AB-directeur Leonard balanceert niet altijd even harmonieus tussen de uitvergrote karikatuur van de zwijgzame theaterdirecteur (die alles gadeslaat vanuit zijn donkere bureau, sigaren rookt en alleen zijn mond opendoet als het echt nodig is) en de tragische figuur die zijn levenswerk en zijn huwelijk haast ten onder ziet gaan. Dat heeft niet alleen te maken met het stilzwijgen van het personage. Een voice-over die de gedachtegang van een personage vertolkt wérkt, zeker bij een stil karakter, of bij personages die duidelijk niet communiceren. Maar als die techniek wordt ingezet om dialogen tussen personages van het ene moment op het andere te laten verdergaan in een denkbeeldig vervolg van dat gesprek, terwijl de personages nog tegenover elkaar staan, lijkt het bij momenten of de lipsynchronisatie is weggevallen. Daardoor ondergraaft de serie soms zelf de kracht van de momenten waarop het onzegbare voelbaar of zichtbaar maar onuitgesproken aanwezig is. Terwijl Oud België op andere ogenblikken net aangeeft dat het daar eigenlijk heel goed in is, bijvoorbeeld wanneer de theaterdirecteur aan de kleine Eddy vraagt of hij coureur wil worden: diens antwoord, een schouderophalend ‘ik weet het niet’, wordt beantwoord door een schouderophalen van de directeur, waardoor je een fysieke, non-verbale maar veelzeggende communicatie krijgt tussen twee generaties.

Helaas doorbreekt de serie in meerdere gevallen de stilte om te onderstrepen wat er gebeurt of om letterlijk te zeggen wat er op dat moment gedacht of visueel gecommuniceerd wordt. Daarin onderschat ze de kijker schromelijk. Dat is meteen ook het grootste euvel van deze reeks: het uitleggerige, al te expliciete karakter – iets waar wel meer Vlaamse series last van hebben. Het euvel komt op verschillende niveaus tot uiting. Enerzijds zijn er de dialogen of scènes die net een keertje te veel herhalen wat al non-verbaal aangekondigd werd. Zo is van in de eerste aflevering duidelijk dat souffleur Germaine (overigens schitterend gespeeld door Viviane De Muynck) ongeneeslijk ziek is – haar oogopslag bij het lezen van de brief zegt genoeg – maar er volgen net iets te veel hints die ervan uitgaan dat de kijker nog niet weet wat er aan de hand is. Anderzijds worden er soms letterlijk beeldfragmenten of flarden gesprek herhaald. Als die dienst doen als verwijzing naar de emotionele toestand van een personage (dat bijvoorbeeld gekweld wordt door een gesprek dat hem door het hoofd blijft spoken, zoals dat bij Willy het geval is nadat hij ruzie heeft gehad met echtgenote José), dan werkt het procedé sterk, maar als geheugensteuntje voor iets wat de onoplettende kijker tien minuten eerder misschien ontgaan is stoort het – zie bijvoorbeeld het geknipoog in de coulissen bij het geheimzinnige bezoek van enkele ‘Nederlandse impresario’s’ aan het variététheater. Waar de herhaling dient als vormelijke verwijzing naar de ‘stilstand’ van de personages of de dood van de AB krijgt het opnieuw dat uitleggerig kantje. Het langoureuze zwelgen in nostalgie bij de bühnebeelden wil bijvoorbeeld bewust tonen hoe niet alles even rooskleurig was ten tijde van de AB, hoe er nood was aan vernieuwing, aan vooruitgang.

De montage doorbreekt hier en daar het vloeiende karakter met een plotse cut in de overgangen. Dat is opmerkelijk en getuigt van originaliteit, maar de cut is niet altijd zo getimed dat ze meer doet dan enkel de aandacht op zichzelf betrekken. Ook het ritme, de afwisseling tussen de eerder langgerekte melancholische passages en de kortere, actievere scènes, is niet altijd evenwichtig.

Toch maken de niet altijd geslaagde maar opmerkelijke experimenten in montage of ritme samen met de visueel knappe beeldvorming nieuwsgierig naar meer werk van de regisseur en scenarioschrijvers. Die honger is ook te danken aan het talent dat spreekt uit bepaalde dialogen, bijvoorbeeld uit het gesprek van Eddy aan het graf van Germaine dat begint met ‘Hey Germaine, kende mij nog….’ en eindigt op ‘ik ben hier niet alleen. Alleman is hier’, waarna de camera zwenkt en inzoomt op de rouwende menigte achter de kist van de gestorven Leonard. De slaande ruzie tussen Willy en José is nu al een van de meest doorleefde, echtelijke ruzies van de Vlaamse televisie. Dat heeft uiteraard alles te maken met het acteertalent van Stany Crets en Els Dottermans. Samen zetten ze een huwelijk neer om u tegen te zeggen. Hun personages, net als het personage van Kristine Van Pellicom (Lucienne) en Peter Van den Begin, zijn het meest uitgewerkt. Met een duo als Crets en Van den Begin als scenarioschrijvers (en hoofdacteurs) kan dat moeilijk anders.  un spel, net als dat van een rits andere sterke Vlaamse acteurs, zoals Geert Van Rampelberg (Leonard Junior), en Frieda Pittoors (mevrouw Leonard), maken dat de serie, ondanks zijn gebreken, toch meer dan het bekijken waard is.

Oud België is een productie van Eyeworks en Elisabeth in opdracht van één. Scenario: Peter Van den Begin en Stany Crets. Regie: Indra Siera. Met o.a. Peter Van den Begin, Stany Crets, Arnold Willems, Kristine Van Pellicom, Els Dottermans, Charlotte Dommershausen, Ben Van Den Heuvel, Viviane De Muynck, …

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#122

01.09.2010

30.11.2010

Karlien Vanhoonacker

Karlien Vanhoonacker werkt als artistiek coördinator voor de Pianofabriek Kunstenwerkplaats in Sint-Gillis, en is artistiek adviseur voor Spring International Performing Arts in Utrecht.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!