Leestijd 3 — 6 minuten

Orlando

Janusgroep, Aalst

Je hebt niets met theater te maken, bent zonder beroepskaart en niet verbonden aan een gesubsidieerd gezelschap, en toch wil je kost wat kost aan theater. Hoe doe je dat ? Je kan je theatrale aandrang wat in toom proberen te houden en eerst toneelschool volgen, met het risico evenmin aan de slag te kunnen en bovendien ook je oorspronkelijke impulsen te verleren. Of je kan je in de schulden steken, de produktie maken en hopen dat ze ‘ontdekt’ wordt.

Dat is met Jan Fabre zo gegaan, maar je mag niet vergeten dat er tussen de opzet en het hopelijk toekomstige succes maanden liggen van hard werken in absolute onzekerheid, met mensen die vrijgesteld zijn van stempelcontrole, zonder inkomen, in vaak belabberde omstandigheden. Het vraagt een enorme kracht en moed om je oorspronkelijke bezetenheid ondanks alles door te drukken én daarbij ook professionele kwaliteit te bereiken.

René van Gijsegem zit met de Janusgroep qua produktieomstandigheden in hetzelfde vaarwater. De leningen zijn hoog, men repeteert her en der in de beschikbare tijd. Net als Fabre is Van Gijsegem beeldend kunstenaar. Met behulp van schetsen en schilderijen worden scènische ontwerpen gemaakt die dan via acteer-materiaal veranderd en ‘levend’ gemaakt worden. Hier houdt de gelijkenis op. Tegenover de picturale ascese van Fabre staan de wilde strepen en vegen in helle kleuren van Van Gijsegem. Hij borstelt wilde dromen, chaotisch en fantasierijk. Bosch en Breugel zijn de kunsthistorische referenties. En met Van Gogh zit je ook in de buurt.

Goede adelbrieven, maar hoe ziet dat er op scène uit? De eerste indruk is verrassend: je betreedt een grote ruimte die omringd is met een metershoog ijzeren raster. Rondom rond is een smalle gang opengelaten als wandelruimte voor het publiek. De eerste minuten loop je wat onwennig langs de kooi en bekijkt de tentoongestelde objecten: een douchecabine, een heuse boot, een vleugelpiano, een cirkel van televisies, een zandhoop, een vijver, veel ‘aangespoelde’ schoenen, speelgoed, een filmscherm, te veel om op te noemen. Dan komt de eerste acteur op: een klein jongetje dat voor aap speelt. Door de tralies kijk je in de dierentuin. Plots stormen de overige acteurs binnen, in een rare mengelmoes van kostuums of naakt. Vanaf dat moment heerst een chaos van geluiden, beelden, bewegingen. Moeizaam door het smalle gangetje murwend probeer je alles te volgen. Je kiest voor een bepaalde actie, constant met het gevoel dat het elders interessanter is. Kiezen met de frustratie niet God te zijn, of de technicus die alles van boven bekijkt. Verzoend met de aardse status, begin je te sprokkelen in het chaotische materiaal. Als de archeoloog die in het zand de contouren van een schip opgraaft, ontdek je de lijnen van een verhaal: de ark, de dieren, het water, worden samengepast in de bijbelse parabel over het einde van de beschaving en Noah die er met zijn schip van onder muist. Ik heb mij dat verhaal altijd heel vreedzaam en ordentelijk voorgesteld: twee aan twee schepen de dieren, overtuigd van hun nobele zending, braafjes in ; een archetypisch beeld van een normerende samenleving. In de versie van Van Gijsegem kan Orlando/Noah de rust niet bewaren. De dieren (vogel, lama, wolvin, reptiel, insect) komen in opstand, plegen muiterij. Er wordt verkracht en gemoord. De groep als uiting van een harmonieuze gemeenschap heeft een knik gekregen en wankelt.

Naast dit ‘verhaal’ zijn er nog talloze andere verhaalsegmenten, of gebeurtenissen-zonder-meer. Zo graaft de archeoloog ook kaders op en is er het lege canvas van het filmdoek: Orlando gaat inderdaad ook over de fantasie van de schilder en de beperking daarvan tot een doek. Zo zijn er ook de kinderen die constant de aandacht afleiden en een tegengewicht vormen voor het acteren van de anderen. Uiteindelijk is er geen verhaal, is er geen voorstelling, behalve in het blikveld van deze of gene toeschouwer. Naargelang de plaats in de ruimte maakt men zijn eigen produktie.

Van Gijsegems theater is geen schokkend experiment, is geen Nieuw Vlaams Theater. Hij geeft gestalte aan zijn eigen preoccupaties en fantasieën in een toch wel verrassende vormgeving. Orlando straalt een naïeve eerlijkheid uit en heeft een wilde picturale kracht. In elk geval een ongewone, spannende voorstelling en een naam om te onthouden.

Orlando

auteur, regie, decor: René Van Gijsegem ;

groep : Janusgroep ;

muziek : Jo Bogaert;

spelers : Jo Van Den Brülle, Elian Baita, An Strickx, Mireille De Swaef, An De Martelaere, Ingrid Scheerlinck, Johan Uvin, e.a.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#11

19850615

19850914

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!