‘Venetië’ – De Roovers / R. Mallentjer

Marleen Baeten

Leestijd 4 — 7 minuten

Op zoek naar vaste bodem in de waterstaat

Marleen Baeten zag een goed ingespeelde voorstelling van Venetië door De Roovers

Hoe verhoudt het persoonlijke zich tot het maatschappelijke? Deze vraag houdt de Roovers bezig sinds ze in 1994 afstudeerden aan het Conservatorium van Antwerpen. Ook Venetië, een productie die ze zoals steeds samen met een aantal verwante zielen maakten, vertrekt van deze vraagstelling. Het programmablaadje typeert Venetië aan het einde van de zestiende eeuw als volgt: ‘De imperialistische mogendheid vormde een poort op de wereld, waar allochtonen zonder al te veel tegenkanting konden aanmeren. Met de louter economische motivatie in het achterhoofd, krijgt de verdraagzaamheid echter heel andere dimensies…’ Toch is Venetië geen politiek pamflet. Ook de Demonencyclus was dat niet, maar in Venetië krijgen de gewetensvragen die de Demonencyclus kenmerkten een veel persoonlijker dimensie. Het tekstmateriaal dat aan de basis ligt van Venetië zal daar wel niet vreemd aan zijn: Othello en De koopman van Venetië van William Shakespeare. Terecht vermeldt het programmablaadje dat Othello en De koopman van Venetië veel meer zijn dan ‘relevante teksten waarmee we wat kunnen vertellen over de status van het vreemde en het bevreemdende vandaag. Evenzeer kan je de stukken lezen als liefdesverhalen, als mijmeringen over de broosheid en oppervlakkigheid van vriendschap of gewoon als uiterst vernuftige constructies om een theaterzaal te betoveren.’ De Roovers tracteren het publiek op al deze ‘lezingen’ in één voorstelling.

Hoewel de Roovers ervaring hebben met het vervlechten van teksten (Dostojewski en Camus in De Bezetenen) kan je Venetië bezwaarlijk een compilatievoorstelling noemen. De koopman van Venetië en Othello worden immers gewoon na mekaar opgevoerd. Hoewel, de manier waarop de Roovers De koopman ten tonele voeren is niet zo ‘gewoon’. Shakespeares komedie wordt vakkundig gecomprimeerd tot een hooguit twintig minuten durende farce: een levensgrote poppenkast, één en al doorstoken kaart, waar de jood Shylock toch niet als schlemiel uitkomt. Door niet mee te gaan in het druk gesticulerende en schmierende spel van zijn tegenspelers bekleedt Luc Nuyens zijn personage met een waardige vasthoudendheid die zijn konkelende tegenstanders bloeddorstiger doet overkomen dan hemzelf… terwijl hij het tenslotte toch is die een pond vlees wil wegsnijden van degene die bij hem in het krijt staat.

De Othello die op deze satirisch-hilarische Koopman volgt, heeft niets ongewoons. Geen opvallende tekstbewerking of schrappingen, geen exuberant spel, geen onverwachte statements in decor of kostuums. De Roovers (en Shakespeare) zoals te verwachten en te voorzien was? In zekere zin wel. Het beklemmend kleine, koud blinkend zwart-witte tegeldecor van De koopman maakt plaats voor de multifunctionele houten panelen die sinds Maatschappij Discordia gemeengoed zijn geworden in het hedendaagse theater. Tekstanalyse, personage-invulling, kostuumkeuze en decoropstelling weten zoals steeds eenvoud en intelligentie te verenigen. De stijlbreuk beklemtoont dat de vraag naar de status van het vreemde in Othello genuanceerder zal benaderd worden. De zwart-wit tegenstelling die de opvoering van De koopman ook uiterlijk kenmerkte, maakt in Othello plaats voor camouflagekleuren. Othello fungeert niet als megafoon voor de maatschappelijke posities die in de politiek correcte opvoering in De koopman werden uitgezet. Als bij een afgesloten trechter blijft de input in het korte, smalle aanloopstuk vermomd resoneren in het bredere stuk, zoals de gegeven maatschappelijk verhoudingen blijven resoneren in Othello’s hoofd. Een knap staaltje van dramaturgisch vernuft, maar echt noodzakelijk? Deze Koopman als inleiding op deze Othello, het kàn maar het móet niet. Zeker wanneer de Roovers erin slagen Othello subtiel te houden, wordt het inleidende commentaarstuk overbodig.

Op visueel vlak wordt geen detail over het hoofd gezien. De cirkelvormige tatoeage op Günter Lesages kaalgeschoren hoofd benadrukt het aura dat hij uitstraalt in zijn tanige, naakte bovenlijf en lange, zandkleurige rok met grote legerzak onderaan: man en vrouw, gezag en genot, in een bevreemdende eenheid die aantrekt en wantrouwen wekt. Alleen al in zijn verschijning is Othello superieur… en kwetsbaar. Ook de volgzame legerleider Cassio (Adriaan Van den Hoof) draagt een zandkleurige rok met grote legerzak, maar die reikt slecht tot net onder de knie en in combinatie met een zandkleurig uniformhemd, slobberkousen en bottines levert dat een geslachtsloos scoutseffect op. Klap op de vuurpijl is de outfit van Jago (Robby Cleiren), de jaloerse intrigant. In zijn donkerblauwe broek en dito onderhemdje, rood afgebiesd en met het rood geborduurde woord ‘Loverboy’ op de borsthoogte, is hij de immer vriendelijke jongen van om de hoek, moeders mooiste, een onbetekenende would-be matroos. De goed uitgekiende combinatie van gevonden kleren en specifieke kostuumontwerpen (van academiestudente Charlotte Willems) vindt zijn pendant in de subtiele scenografie en de belichting van Stef Stessel.

De gedetailleerde, heldere beelden laten een subtiel spel toe, met minder nadruk op grote woorden en grote ideeën dan we gewend zijn van de Roovers, met minder grote gebaren ook. Günter Lesage verlaat de veilige toevlucht tot grappige maniertjes en gekke tics en zet een bij momenten huiveringwekkend ‘naakte’ Othello neer. Even geduldig als Jago de netten van zijn intrige uitzet, bouwt Robby Cleiren zijn personage op. Stapje voor stapje ontpopt hij zich van een verongelijkte nietsnut tot een nietsontziende carrièrejager. Luc Nuyens is groots in zijn onopvallende nevenrollen. De jongere acteurs halen dit niveau niet, maar elkeen weet waar hij of zij voor staat en samen houden ze het ritme van de voorstelling strak.

Spelplezier – en zeker jeugdig spelplezier – werkt altijd ontwapenend voor het publiek. Bij de Roovers is dat niet anders. Maar Venetië toont dat ze meer in hun mars hebben. De grote lap tekst en het trachten niet op veilig te spelen vergt heel veel van de acteurs. Ik had het geluk de voorstelling te zien toen ze al goed ingespeeld was. De concentratie was groot, maar gold niet meer zozeer het geheugenwerk dan wel het samenspel. Deze gemeenschappelijke gerichtheid draagt energie over op de zaal. De voortdurende zorg van alle acteurs voor de tegenspelers en voor de totale voorstelling ontwapent de toeschouwer misschien nog meer dan jeugdig spelplezier. Een theatervoorstelling wordt een spannende evenwichtsoefening. De Roovers zijn allemaal jonge acteurs en enkele jaren ervaring meer maken zichtbaar verschil in kunde en rijpheid. Deze verschillen worden niet weggestopt, maar staan het samenspel evenmin in de weg. Terwijl de personages alsmaar verder van mekaar wegdrijven, elk zijn ondergang tegemoet, zie je de acteurs groeien dankzij de groep. Die wrijving heeft me het meest van al ontroerd.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#63

15.03.1998

14.06.1998

Marleen Baeten

Marleen Baeten is lesgever in Open School Leuven en freelancer in de kunstensector.

recensie