© Martin Argyroglo

Leestijd 6 — 9 minuten

Ontsnapping uit de safe space

Cascade – Meg Stuart/Damaged Goods

‘Welcome back after the break,’ zegt Davis Freeman in Cascade, Meg Stuarts nieuwste voorstelling en de opener van het Kaaitheaterseizoen na de ‘pauze’ van de lockdowns. De choreografe krijgt het toch steeds weer voor elkaar: met abstracte podiumkunst krachtige emoties losmaken, ‘gut feelings’.

Wat een ervaring was het om terug voet aan de grond te kunnen zetten in de grote zaal van het Kaaitheater. Een plek die je al vijftien jaar zo vaak bezoekt, waaraan talloze herinneringen aan voorbije voorstellingen vastkleven en die tijdens de lockdowns plots al haar evidentie en vertrouwdheid was verloren. Nu zit je er weer, in een bomvol auditorium, middenin het geroezemoes en het aerosolengekuch en het geschuifel vol verwachting uit te kijken naar wat komt. Zonder maskers? Ja, zonder maskers! Dankzij de QR-code die de staat aan de dubbel gevaccineerden geeft en die het theaterpersoneel aan de ingang scant, mogen we ervan uitgaan dat deze zaal een safe space is, pandemiegewijs dan. Toch? Mmm, hoogstens een safer space. 

2021: A Space Odyssey

Anno 2021 is er dus geen theater voor de ongevaccineerden. Wat daar in hemelsnaam van te denken? Op de zitjes van de Antwerpse Bourlaschouwburg vind je tegenwoordig stickers terug met het opschrift ‘Neem hier veilig plaats’. Beeld je in dat het 2019 is en je deze zin op je gereserveerde stoeltje aantreft… De realiteit wordt met de dag vreemder dan de meeste fictie. Het debat dat je in jezelf met jezelf begint te voeren, blok je al snel weer af. Even niet. Even zitten, het hoofd leegmaken, kijken. 

Je geeft je ogen de kost. Uit de sneeuwwitte balletvloer stijgt rechts een schans op, die te kort is voor skiërs en te smal voor skaters. Links bevinden zich twee grote, opblaasbare heuvels waar plastieken doeken overheen zijn gedrapeerd met daarop een print van een kitscherige paars-blauwe sterrenhemel. Uit het toneelzwerk hangen dikke touwen tot op de grond, naast twee grote netten die ruwe blokken schuimrubber omspannen. Buisvormige LED-lampen strooien wit licht over het tafereel dat samen met wat rookslierten een fabelachtige sfeer opwekt. Qua genre zitten we ergens tussen fantasy en sciencefiction.  

Het debat dat je in jezelf met jezelf begint te voeren, blok je al snel weer af. Even niet. Even zitten, het hoofd leegmaken, kijken.

Zoals vaak in het werk van Stuart speelt de scenografie ook hier een cruciale rol. Geen wonder dat ze een aantal jaren geleden besloot om binnen haar gezelschap Damaged Goods in zee te gaan met autonoom scenograaf Jozef Wouters. Scenografie is in het werk van beide kunstenaars veel meer dan een praktijk die een ‘decor’ voortbrengt, in de zin van een decoratieve, sfeerscheppende omgeving. Ook in Cascade is de scenografie, die dit keer verzorgd werd door beeldend theatermaker Philippe Quesne, onderdeel van een multimediaal krachtenveld. Architecturale elementen zijn onlosmakelijk verknoopt met licht, geluid, muziek, kostuums en bovenal beweging. Scenografie activeert de performers en wordt door hen geactiveerd: een van de touwen blijkt een liaan te zijn waarmee zij van de ene naar de andere opblaasheuvel springen; met het andere touw kunnen ze een van de netzakken met schuimrubber neerlaten en terug optrekken; ze slepen de sterrenhemels van de heuvels en even later verschijnen die opnieuw als gigantische beeldende achterdoeken of infini’s. 

Aarzeling, versnelling, zelfverlies

Het meest activerende element van al is de schans die zo pontificaal de scène domineert. Doorheen de voorstelling klimmen de performers er geregeld bovenop en dalen ze ervan af. Het woord ‘cascade’ betekent in eerste instantie ‘waterval’, ‘stroomversnelling’, maar als we het online woordenboek mogen geloven heeft het ook iets met vuurwerk te maken en de sprong van een acrobaat. De schans schept de verwachting dat je de typische drietrapsbeweging zult te zien krijgen die een cascade steeds min of meer is. Ze bestaat uit (1) een moment van aarzeling, risico, een omslagpunt dat zindert van spanning en ongerealiseerd potentieel, (2) een plotse, exponentiële versnelling, een escalatie die gepaard gaat met controleverlies, en (3) een uitdoving, een uitloop in heerlijke luiheid, zelfverlies, rust. 

Pieter Ampe dendert met een halsbrekende snelheid van het hellend vlak om met een wijde boog over de rand van het podium te tuimelen waar een groot donker kussen hem veilig opvangt.

Soms ontrolt die beweging zich effectief voor onze ogen in een diagonale lijn van rechts-achter-boven via de schans naar links-voor-onder in de scenische ruimte. Meer dan eens dendert Pieter Ampe met een halsbrekende snelheid van het hellend vlak om uiteindelijk met een wijde boog over de rand van het podium te tuimelen waar een groot donker kussen hem veilig opvangt. We zien net geen crowdsurfing. Op een ander moment dwingt de accelererende, stuwende beweging hem om links weg van het podium te springen, langs de publiekstribune uit te bollen en te verdwijnen via een zijdeur. 

Nog vaker genereert de schans tegen alle scenografische verwachtingen in net trage bewegingen, stilstand zelfs. Een performer haakt de neuzen van zijn schoenen achter de bovenrand en blijft zo een tijdje hangen, liggend op de buik; de meeste dansers dragen sportschoenen met zolen die zoveel grip bieden waardoor ze hypervoorzichtig stapje voor stapje de helling kunnen afdalen; een van hen schuift op de buik naar beneden maar het gewicht van het eigen lichaam, de wrijving van de kleren op het houten vlak en de hand die de zijrand vasthoudt zorgen voor voldoende weerstand waardoor dat met een slakkentempo gebeurt. 

Acrobaten met hoogtevrees

In Cascade lijkt Stuart het ogenblik van de aarzeling – de eerste fase van de drietrapsbeweging – voortdurend op te rekken, als een film die hapert. De voorzichtigheid, de stroperige weerstand tegen risico en controleverlies spreekt ook uit de schokkerige, ongecoördineerde en ingehouden gebaren die de performers maken doorheen de voorstelling, op of naast de schans. Hun bewegingen worden vaak afgebroken nog voor ze zich kunnen realiseren. Zijn de wezens die dit bizarre universum bevolken dan acrobaten met hoogtevrees? Acrobaten die niet durven springen? Je vraagt je af of we dat niet allemaal wat meer zijn geworden na anderhalf jaar Covid-Covid-Covid: mensen die spelen op veilig, die toenemend risico-avers zijn in een wereld vol moeilijk zichtbare gevaren. De cowboybroek die Ampe draagt en die hij soms ostentatief benadrukt door zijn twee duimen achter de riem te steken – een typische cowboypose – roept associaties op aan de western: in zo’n stoffig stadje houd je ook maar beter je hand dichtbij je revolver. Wijzelf lijken met zijn allen eerder in een sciencefictionfilm terechtgekomen, waar zelfs omhelzingen en handdrukken hun alledaagse onschuld van weleer zijn verloren…

Zijn we dat niet allemaal wat meer geworden na anderhalf jaar Covid-Covid-Covid: mensen die spelen op veilig, die toenemend risico-avers zijn in een wereld vol moeilijk zichtbare gevaren?

Het is in deze periode duidelijk niet evident om de Covid-interpretatiebril zomaar naast je neer te leggen, maar de spaarzame tekstfragmenten die Tim Etchells samen met de performers creëerde, wijzen dan ook nadrukkelijk in de richting van de pandemie. Zeker het eerste. Als een late night show host met een microfoon in de hand spreekt Freeman ons met zijn warme Amerikaanse basstem rechtstreeks toe: ‘welcome back, it’s been too long.’ De twee of drie andere tekstmomenten later in de voorstelling hebben een vergelijkbare dubieuze kwaliteit die je wel vaker aantreft in het werk van Stuart. De woorden en stembuigingen hangen ergens tussen ironie en oprechtheid, tussen een persoonlijke confessionele toon en die van de wat ridicule groepstherapeut die zijn volgers moed en zelfvertrouwen wil inspreken. 

Doodsverachting, wildheid

Wat de wezens op scène pas echt uit hun half geparalyseerde toestand weet te wrikken is de muziek. Brendan Dougherty en Philipp Danzeisen voeren haar live uit, nauwelijks zichtbaar in het gat tussen het podium en de publiekstribune. Aanvankelijk gaat het eigenlijk eerder om zachte, subtiele, atmosferische geluiden, die mee de indruk van de buitenaardse droomwereld genereren; muziek wordt het pas wanneer de ritmesectie haar intrede doet. En hoe! Je zou kunnen zeggen dat de dramaturgische boog van de voorstelling zelf iets wegheeft van een cascade. Het opzwepende gedrum à quatre mains zorgt naar het einde toe tweemaal voor een fase van wildheid en extase, een collectieve sprong in het ongewisse. 

Aanvankelijk gaat het om zachte, subtiele, atmosferische geluiden, die mee de indruk van de buitenaardse droomwereld genereren; muziek wordt het pas wanneer de ritmesectie haar intrede doet. En hoe!

Iets in het ritme klopt niet, is off the hook. Of het gebeurt toch af en toe dat een van de twee muzikanten té wild en té snel en té luid door mept. Het is een actie die controleverlies suggereert en daarom aanstekelijk werkt. Samen met het druk flikkerende blauw-paars-wit-roze licht van de LED-lampen en de intensiteit van de bewegingswirwar op scène slaat de muziek over op je eigen lichaam. Is het adrenaline? In elk geval voel je de energie in je opbruisen; dat ene been krijg je maar niet stil. En je wil ook niet. Je wil meedoen. Ach, kon je maar meedoen! 

Het tweede extatische moment verschilt van het eerste in die zin dat de bewegingen van de performers iets minder ongecoördineerd all over the place zijn. Iets komt toch samen, heel even, min of meer. Een aantal drums en cymbalen duiken mee op in een bonte stoet, die een wijde cirkel maakt over het podium, van voor naar achter en terug naar voor. Alles loopt consequent klingel-klangel uit de maat. Kijken we naar een rituele gemeenschap? Die lezing heeft waarschijnlijk toch net iets teveel weg van een happy end om nog bij een voorstelling van Meg Stuart te passen. Zeker is dat we wildheid, levenslust en doodsverachting zien, het verspillende en risicovolle van een feest. Cascade confronteert ons op een viscerale manier met ons eigen verlangen naar dat alles na Covid-Covid-Covid. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!